E200007
Laatste revisie: 22-10-2020

E200007 - Voorstel voor een verordening tot vaststelling van het kader voor het bereiken van klimaatneutraliteit



Op 4 maart 2020 publiceerde de Europese Commissie het voorstelPDF-document voor een verordening tot vaststelling van een Europese klimaatwet, als onderdeel van de Europese Green Deal (zie E200001). Dit voorstel beoogt een kader vast te stellen voor de geleidelijke vermindering van broeikasgasemissies.


Stand van zaken

Behandelfase Eerste Kamer: behandeling in commissie Eerste Kamer.

nationaal

Op 22 september 2020 voerden de commissie EZK/LNV en EUZA een mondeling overleg (EK, H) met Eurocommissaris Frans Timmermans over de Europese Green Deal. Het videoverslag is hier beschikbaar.

Europees

Op 8 oktober 2020 nam het Europees Parlement tijdens een plenaire zitting amendementenPDF-document aan op het voorstel.


Kerngegevens

volledige titel

Voorstel voor een verordening tot vaststelling van het kader voor het bereiken van klimaatneutraliteit en tot wijziging van de verordening (EU) 2018/1999 (Europese klimaatwetgeving)

document Europese Commissie

COM(2020)80PDF-document, d.d. 4 maart 2020

rechtsgrondslag

Artikel 192, lid 1, VWEU

commissie Eerste Kamer

verwante dossiers


Behandeling Eerste Kamer

Op 22 september 2020 voerden de commissie EZK/LNV en EUZA een mondeling overleg (EK, H) met Eurocommissaris Frans Timmermans over de Europese Green Deal. Het videoverslag is hier beschikbaar.

Op 28 augustus 2020 stuurde de minister van EZK een antwoord (EK, I) op de nadere vraag van de PVV-fractie. Op 8 september 2020 besloot de commissie de brief voor kennisgeving aan te nemen.

Op 10 augustus 2020 stuurde de Eurocommissaris voor Werkgelegenheid en Sociale Rechten een antwoord (EK, H) op zowel het subsidiariteitsbezwaar (EK, D) als de politiek dialoog (EK, E). Op 8 september 2020 besloot de commissie de brief te betrekken bij het gesprek met de vicevoorzitter van de Europese Commissie op 22 september 2020.

Op 30 juni 2020 leverde de PVV-fractie (Faber) inbreng voor nader schriftelijk overleg met de regering. Op 3 juli 2020 werd de brief met de nadere vraag aan de minister van EZK verstuurd.

Op 16 juni 2020 stuurde de minister van EZK een antwoord (EK, G) op de brief van 26 mei 2020.

De commissie besprak dit verslag van een schriftelijk overleg op 23 juni 2020 en besloot om op 30 juni 2020 inbreng te leveren voor nader schriftelijk overleg.

Op 26 mei 2020 is de brief van de voorzitter van de commissie EZK/LNV in verband met subsidiariteitstoets (EK, C) als hamerstuk afgedaan. Door de PvdA en GroenLinks is daarbij aantekening verleend.

Een brief met de subsidiariteitstoets over het voorstel (EK, D) werd op dezelfde dag aan de Europese Commissie en de andere Europese instellingen verstuurd, met een afschrift aan het ministerie van Buitenlandse Zaken.

Op 19 mei 2020 besprak de commissie de conceptbrief aan de Europese Commissie met het met redenen omkleed advies en stelde vast dat een meerderheid van de commissie zich achter dit advies te kan scharen. De commissie besloot de brief naar de Voorzitter van de Eerste Kamer (EK, C) door te geleiden, teneinde deze als hamerstuk op de plenaire agenda van 26 mei 2020 te plaatsen.

Voorafgaand aan de commissievergadering hield de commissie een mondeling overleg (EK, F) met de minister van EZK om de opvattingen van de regering over het indienen van een subsidiariteitstoets te vernemen.

Daarnaast leverden op dezelfde dag de fracties van GroenLinks (Vendrik) en PvdA (Crone) gezamenlijk, PVV (Faber) en Partij voor de Dieren (Teunissen) inbreng voor schriftelijk overleg met de regering. Op 26 mei 2020 werd de brief aan de minister van EZK verstuurd.

Inbreng voor schriftelijk overleg met de Europese Commissie in het kader van de politieke dialoog werd geleverd door de fracties van SP (Gerkens), de Partij voor de Dieren (Teunissen) en de SGP (Schalk). De brief (EK, E) werd op 29 mei 2020 aan de Europese Commissie verstuurd.

Op 12 mei 2020 besprak de commissie de wens van een aantal fracties om over enkele onderdelen van het voorstel een met redenen omkleed advies aan de Europese Commissie uit te brengen ten aanzien van de naleving van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid. Het plenaire stemgewicht van deze fracties in aanmerking nemend, stelde de commissievoorzitter vast dat het aannemelijk is dat er voldoende steun bestaat dit voornemen te realiseren. Het eventueel uitbrengen van een dergelijk advies laat onverlet de al eerder door de commissie besloten acties om zowel schriftelijk (19 mei 2020) als mondeling (23 juni 2020) overleg te voeren met de regering over dit voorstel en tevens inbreng te leveren voor overleg met de Europese Commissie in het kader van de politieke dialoog (19 mei 2020).

Gelet op de gevoerde gedachtewisseling verzocht de commissie op basis van inbreng van de fracties van VVD (Van Ballekom), CDA (Atsma) en SGP (Schalk) een conceptbrief aan de Europese Commissie op te stellen en dit concept voor te leggen aan de commissie. Voorts besloot zij deze conceptbrief op 19 mei 2020 ter vaststelling te agenderen in een commissievergadering, die voorafgaand aan de plenaire vergadering zal plaatsvinden.

Indien de commissie op 19 mei 2020 in meerderheid met de conceptbrief kan instemmen, dan zal de commissievoorzitter deze zo spoedig mogelijk via een aanbiedingsbrief doorgeleiden naar de Voorzitter van de Kamer, teneinde plenaire behandeling van het verzoek van de commissie nog diezelfde dag mogelijk te maken; een behandeling – zo nodig – af te ronden met een stemming.

Wegens de bijzondere (vergader)omstandigheden ten gevolge van de COVID-19-crisis was het voor de commissie niet mogelijk de besluitvorming op het punt van de subsidiariteitstoetsing af te ronden vóór de deadline van 5 mei 2020. Gelet op het recente verzoek (22112, HZ) van de Europese Commissie aan nationale parlementen om tijdig aan haar mee te delen indien zij overwegen een met redenen omkleed advies uit te brengen maar denken vanwege de huidige buitengewone omstandigheden daarbij de termijn van acht weken niet in acht te kunnen nemen, is tijdens het meireces door de commissievoorzitter op 4 mei 2020 per brief (EK, B) mededeling gedaan aan de uitvoerend vicevoorzitter van de Europese Commissie dat – het plenaire stemgewicht van de fracties in aanmerking nemend – een meerderheid mogelijk voornemens is een negatief oordeel inzake de naleving van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid met betrekking tot onderdelen van dit Europees voorstel te steunen.

Op 21 april 2020 besloot de commissie ten aanzien van de behandeling van het voorstel per mail het volgende:

  • inbreng leveren voor schriftelijk overleg met de regering op 19 mei 2020;
  • inbreng leveren voor schriftelijk overleg met de Europese Commissie in het kader van de politiek dialoog op 19 mei 2020;
  • het voorstel te betrekken bij het mondeling overleg met de minister van EZK over de voortgang en uitwerking van het Klimaatakkoord en de kabinetsappreciatie van de Green Deal. Het overleg zal worden gehouden op een nog nader door de commissie te bepalen datum.

De fracties van VVD (Van Ballekom), CDA (Atsma) en SGP (Schalk), samen niet de vereiste meerderheid vormend, spraken de voorkeur uit voor de deadline van 5 mei 2020 een subsidiariteitsbezwaar in te dienen bij de Europese Commissie.

Op 14 april 2020 heeft de commissie de behandeling van het voorstel via de mail besproken en besloot het BNC-fiche af te wachten, alvorens het voorstel opnieuw te agenderen.


Behandeling Tweede Kamer

Naar aanleiding van onder andere de geannoteerde agenda van de informele videoconferentie van EU-milieuministers van 23 juni 2020 (21 501-08, nr. 802) stuurde de commissie I&W een brief aan de staatssecretaris van I&W met vragen en opmerkingen over de Green Deal. Bij brief van 19 juni 2020 zijn de vragen beantwoord.

Op 18 mei 2020 besloot de commissie EZK tijdens een procedurevergadering om het voorstel te agenderen voor het notaoverleg over klimaat en energie dat werd gehouden op 10 juni 2020.

In het op 11 mei 2020 aangeboden verslag van de EU-Top Westelijk Balkan van 6 mei 2020 (21.501–20, BA), reageert de minister van Buitenlandse Zaken op het verzoek van de Tweede Kamercommissie Europese Zaken om een nadere toelichting te geven op de kabinetsinzet op de gedelegeerde handelingen in de verordening Europese klimaatwet. Dit verzoek is gedaan door het lid Omtzigt (CDA) op 4 mei 2020 tijdens het notaoverleg inzake de Europese Top. Het kabinet is van mening dat het vaststellen van het optimale traject tussen 2030 en 2050 als essentieel element van de voorgestelde wetgeving moet worden gezien en daarom pleit het kabinet ervoor dat het traject tussen 2030 en 2050 niet via gedelegeerde handelingen van de Commissie wordt vastgelegd. Nederland pleit ervoor dat deze via de gewone wetgevingsprocedure worden vastgesteld.

De minister van Buitenlandse Zaken heeft in de geannoteerde agenda van de Europese Raad van 23 april 2020 gereageerd op het verzoek van de commissie EUZA om een kabinetsreactie met juridische beoordeling over het voorstel. De regering heeft kennisgenomen van de opiniebeoordeling van de juridische dienst van het Europees Parlement op dit punt en zegt dat het geen aanleiding geeft om van de conclusie in het BNC-fiche af te wijken. De regering kan wegens de vertrouwelijke aard van juridische adviezen verder niet ingaan op de inhoud van het advies.

Op 5 maart 2020 besloot de commissie EUZA om de minister van Buitenlandse Zaken te verzoeken om een (separate) kabinetsreactie met juridische beoordeling over het voorstel, ten aanzien van de bevoegdhedenverdeling tussen de Europese Unie en haar lidstaten alsmede de institutionele gevolgen.

Op 4 maart 2020 heeft de Tweede Kamer tijdens de regeling van werkzaamheden besloten een dertigledendebat te houden over de Europese Klimaatwet. Er is nog geen datum voor dit debat.


Standpunt Nederlandse regering

Het BNC-fiche met de inzet van de regering is op 14 april 2020 naar de Kamer verstuurd. De regering beoordeelt de subsidiariteit van het voorstel positief. Europese samenwerking, en, waar mogelijk, mondiale samenwerking is volgens de regering noodzakelijk om het probleem aan te pakken en de doelen van de Overeenkomst van Parijs te behalen. De regering beoordeelt de proportionaliteit van het voorstel ook positief. De keuze in het voorstel voor een verordening is ingegeven om zowel de lidstaten als de instellingen van de Unie (in het bijzonder de Commissie) juridisch te binden aan het 2050-doel. De regering geeft aan wel kritisch over de noodzaak en de keuze van de Commissie om middels gedelegeerde handelingen het optimale traject tussen 2030 en 2050 vast te stellen, dit zou nog onvoldoende door de Europese Commissie zijn toegelicht.


Samenvatting voorstel Europese Commissie

Gewijzigd voorstel

Op 17 september 2020 publiceerde de Europese Commissie een gewijzigde versiePDF-document van het voorstel.

Samenvatting voorstel

Op 4 maart 2020 publiceerde de Europese Commissie het voorstelPDF-document voor een verordening tot vaststelling van een Europese klimaatwet, als onderdeel van de Europese Green Deal (zie E200001). Dit voorstel beoogt een kader vast te stellen voor de geleidelijke vermindering van broeikasgasemissies. De voorgestelde verordening bevat een bindende doelstelling om in 2050 als Unie klimaatneutraal te zijn (netto-nul emissies). Daarnaast richt het voorstel zich op adaptatie aan klimaatverandering, in lijn met de mondiale adaptatiedoelstelling van de Overeenkomst van Parijs.

Inhoudelijk gaat dit voorstel voor een Europese klimaatwet in op de stappen die volgens de Europese Commissie nodig zijn om het streefcijfer voor 2050 te halen:

  • Uiterlijk in juni 2021 zal de Commissie alle relevante beleidsinstrumenten evalueren en, indien nodig, voorstellen om ze te herzien, teneinde de extra emissiereducties voor 2030 te realiseren.
  • De Commissie stelt voor een traject voor broeikasgasemissiereducties voor de gehele EU vast te stellen voor de periode 2030-2050 om de vooruitgang te meten en de overheid, het bedrijfsleven en de burgers voorspelbaarheid te bieden.
  • Uiterlijk in september 2023, en daarna om de vijf jaar, zal de Commissie de consistentie van EU-maatregelen en de nationale maatregelen met de doelstelling van klimaatneutraliteit en het traject voor de periode 2030-2050 beoordelen.
  • De Commissie zal bevoegd zijn om aanbevelingen te doen aan lidstaten waarvan het optreden niet strookt met de doelstelling van klimaatneutraliteit en de lidstaten zullen ertoe worden verplicht naar behoren rekening te houden met deze aanbevelingen of hun motivering toe te lichten als zij dat niet doen. De Commissie kan ook evalueren of het traject en de Uniebrede maatregelen toereikend zijn.
  • De lidstaten zullen ook verplicht zijn aanpassingsstrategieën te ontwikkelen en uit te voeren om de weerbaarheid te versterken en de kwetsbaarheid voor de gevolgen van de klimaatverandering te verminderen.

Behandeling Raad

In de tweede kwartaalrapportage van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat van juni 2020PDF-document over EU-wetgevingsonderhandelingen op het terrein van het ministerie informeert de minister dat besprekingen over het voorstel op ambtelijk EU-niveau in Raadskader zijn gestart. In de Milieuraad van oktober 2020 wordt een algemene oriëntatie beoogd (onder voorbehoud).

Tijdens de Milieuraad op 22 juni 2020 werd een eerste inhoudelijke bespreking gehouden over de Europese Klimaatwet.

Op 11 mei 2020 informeerde de minister EZK in de kwartaalrapportagePDF-document met de stand van zaken betreffende de lopende EU-wetgevingsonderhandelingen voor de periode januari tot en met maart 2020 op het terrein van het ministerie dat besprekingen op ambtelijk EU-niveau in Raadskader onder voorbehoud op korte termijn starten.

Tijdens de Milieuraad op 5 maart 2020 gaf vicevoorzitter van de Europese Commissie Frans Timmermans een toelichting op de klimaatwet. De meeste lidstaten verwelkomden de klimaatwet. Het voorstel van de Commissie om het traject tussen 2030 en 2050 vast te stellen middels gedelegeerde handeling werd door enkele lidstaten bekritiseerd. Een groeiend aantal klimaatambitieuze lidstaten, waaronder Nederland, onderstreepten het belang van een tijdige Impact Assessment en een besluit over de ophoging van het 2030-doel. Voorafgaand aan de Raad hebben een aantal klimaatambitieuze lidstaten per brief dezelfde boodschap aan de Commissie overgebracht.

In de databank EUR-Lex wordt de laatste stand van zaken in de Europese behandeling van het voorstel weergegeven.


Behandeling Europees Parlement

Op 8 oktober 2020 nam het Europees Parlement tijdens een plenaire zitting amendementenPDF-document aan op het voorstel.

Op 29 april 2020 publiceerde de commissie voor Milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (ENVI) een ontwerpverslagPDF-document over het voorstel.

Op 20 april 2020 publiceerde de onderzoeksdienst van het Europees Parlement (EPRS) een briefingPDF-document over het voorstel.

Het voorstel wordt behandeld door de commissie voor Milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (ENVI) van het Europees Parlement. Daarnaast zijn de commissies voor Economische en monetaire zaken (ECON), Werkgelegenheid en sociale zaken (EMPL), Regionale ontwikkeling (REGI), Industrie, onderzoek en energie (ITRE), Vervoer en toerisme (TRAN), Landbouw en plattelandsontwikkeling (AGRI) ingesteld als adviescommissie.

In de databank OEIL van het Europees Parlement wordt de laatste stand van zaken in de behandeling van het voorstel weergegeven.


Standpunten andere lidstaten (IPEX)

Op 18 juni 2020 startte de Roemeense Senaat een politiek dialoogPDF-document met de Europese Commissie over het voorstel.

Op 10 juni 2020 nam de Tsjechische senaat een standpuntPDF-document aan over het voorstel.

Op 2 juni 2020 startte de Poolse Senaat een politiek dialoogPDF-document met de Europese Commissie over het voorstel.

Op 22 mei 2020 heeft de Franse Senaat een gemotiveerd adviesPDF-document ingediend over het voorstel.

Op 11 mei 2020 heeft de Oostenrijkse Federale Raad een subsidiariteitsbezwaarPDF-document ingediend over het voorstel en een briefPDF-document gestuurd aan de Europese Commissie in het kader van een politiek dialoog.

In de databank IPEX wordt de behandeling van het voorstel in de diverse (kandidaat) lidstaatparlementen weergegeven.


Alle bronnen