E210033
  ruit icoon
Laatste revisie: 08-06-2022

E210033 - Voorstel voor een Verordening tot wijziging van de Uniecode voor de overschrijding van de grenzen door personen



Dit voorstel heeft als doel problemen aan te pakken die de externe en binnengrenzen van het Schengengebied raken om te zorgen voor een voldoende hoog niveau van veiligheid zonder toevlucht te hoeven nemen tot controles aan de binnengrenzen.


Stand van zaken

Behandelfase Eerste Kamer: behandeling in commissie Eerste Kamer.

nationaal

De commissie besprak de beantwoordingen van de regering en de Europese Commissie op 7 juni 2022 en besloot deze voor kennisgeving aan te nemen.

Europees

Tijdens de JBZ-Raad van 9-10 juni 2022 (32.317, NC) staat het voorstel op de agenda met het oog op vaststelling van een Raadspositie. In de geannoteerde agenda geeft het kabinet aan dat er vooralsnog verdeeldheid bestaat tussen de EU-lidstaten over een aantal belangrijke elementen, zoals de maximumduur van binnengrenscontroles en het opnemen van maatregelen om illegaal verblijvende migranten aan een andere lidstaat te kunnen overdragen.


Kerngegevens

volledige titel

Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) 2016/399 betreffende een Uniecode voor de overschrijding van de grenzen door personen

document Europese Commissie

COM(2021)891PDF-document, d.d. 14 december 2021

rechtsgrondslag

Artikel 77(2) (b), (e) en 79(2) (c) VWEU

commissie Eerste Kamer

verwante dossiers


Behandeling Eerste Kamer

De commissie besprak de beantwoordingen van de regering en de Europese Commissie op 7 juni 2022 en besloot deze voor kennisgeving aan te nemen.

Op 25 mei 2022 stuurde de Europese Commissie een antwoord (EK, F) op de brief van 9 februari 2022.

Op 18 mei 2022 stuurde de staatssecretaris van J&V een antwoord op de brief van 19 april 2022 en werd het verslag van een nader schriftelijk overleg (EK, E) vastgesteld.

Op 19 april 2022 is de brief met nadere vragen verstuurd aan de staatssecretaris van J&V.

Op 12 april 2022 leverden de fracties van GroenLinks en PvdA gezamenlijk inbreng voor nader schriftelijk overleg.

Op 29 maart 2022 besprak de commissie het verslag van een schriftlijk overleg. Zij besloot op 12 april 2022 inbreng te leveren voor nader schriftelijk overleg.

Op 15 maart 2022 beantwoordden de minister en de staatssecretaris van J&V de brief met vragen van 8 februari 2022 en werd het verslag van een schriftelijk overleg vastgesteld (EK, D).

Op 9 februari 2022 is de brief met vragen (EK, B) verstuurd aan de Europese Commissie.

Op 8 februari 2022 is de brief met vragen verstuurd aan de staatssecretaris van J&V.

Op 1 februari 2022 leverden de fracties van GroenLinks en PvdA gezamenlijk en de PVV inbreng voor schriftelijk overleg met de regering en de Europese Commissie.

Op 21 december 2021 besloot de commissie het voorstel in behandeling te nemen en op 1 februari 2022 inbreng te leveren voor schriftelijk overleg.


Behandeling Tweede Kamer

Op 2 maart 2022 stelde de commissie J&V tijdens het schriftelijk overleg JBZ-Raad van 3 en 4 maart 2022 vragen over het voorstel. Op 4 maart 2022 stuurde de staatssecretaris van J&V een antwoord en werd het verslag van een schriftelijk overleg vastgesteld (32.317 / 36.045, 749).

De commissie J&V stelde tijdens het schriftelijk overleg informele JBZ-Raad van 3 en 4 februari 2022 vragen over het voorstel. Op 1 februari 2022 zijn de vragen verzonden aan de ministers van J&V en BuZa en de staatssecretaris van J&V. De vragen zijn dezelfde dag beantwoord en op 3 februari werd het verslag van een schriftelijk overleg (32.317, 738) vastgesteld.

Op 20 januari 2022 besloot de commissie J&V op 28 februari 2022 schriftelijk overleg te voeren over het BNC-fiche. Het schriftelijk overleg wordt betrokken bij het schriftelijk overleg over de JBZ-Raad van 3 en 4 maart 2022.


Standpunt Nederlandse regering

Op 4 februari 2022 ontving de Kamer het BNC-fiche (EK, A) over het voorstel. Het kabinet is voorstander van het versterken van Schengen voor een sterke interne markt en interne veiligheid.

Het kabinet vindt het positief dat er juridische kaders worden opgezet voor maatregelen die ingezet kunnen worden wanneer er sprake is van instrumentaliseren van migratie. Wel vindt het kabinet dat de definitie van "instrumentalisering" duidelijker geformuleerd moet worden. Het kabinet stelt vragen bij het proces om personen die op irreguliere wijze de binnengrenzen overschrijden over te dragen aan naburige landen of andere lidstaten en de mogelijkheid om de toegang te weigeren dan wel en terugkeerbesluit uit te vaardigen. Het kabinet zal inzetten op verduidelijking van de procedure.

Ook vindt het kabinet het positief dat in het voorstel de mogelijkheid tot EU-inreisbeperkingen voor reizigers uit derde landen vanwege een dreiging voor de publieke gezondheid is opgenomen. Het kabinet vindt het wel wenselijk om uitzonderingen op de inreisbeperkingen te kunnen maken. Ook stelt het de vraag hoe dit onderdeel zich verhoudt tot nationale competenties van de lidstaten, gezien het gaat om gezondheidsmaatregelen.

Het kabinet vindt dat de inzet van binnengrenscontroles pas als laatste redmiddel toegepast mogen worden en dat de gevolgen voor het vrije verkeer van personen en goederen en de transportsector moeten beperkt moeten zijn. Het is verder van mening dat het aan de lidstaat zelf is om het besluit tot herinvoering van de binnengrenscontrole te nemen. Daarnaast mist het kabinet voorstellen voor modernisering van het grensproces.

Bevoegdheid

De bevoegdheid van de EU voor het voorstel beoordeelt het kabinet positief. Volgens het kabinet zijn artikel 77 lid 2 (b) en (e) VWEU en artikel 79 lid 2 (c) VWEU de juiste rechtsbases voor de bevoegdheid van de EU voor deze maatregelen. Verder heeft de EU volgens artikel 4, lid 2 (j) VWEU een met de lidstaten gedeelde bevoegdheid op het gebied van ruimte voor vrijheid, veiligheid en recht.

Subsidiariteit

De subsidiariteit van het voorstel beoordeelt het kabinet positief tegen de achtergrond van de Europese bestaande afspraken met betrekking tot vrij personenverkeer en de samenwerking in het kader van Schengen. Het kabinet plaatst een kanttekening bij de procedures in artikelen 25 en 28. Het vindt dat het huidige systeem goed functioneert en dat het op lidstaatniveau beter kan worden ingeschat of het noodzakelijk is om maatregelen te nemen om de openbare orde en binnenlandse veiligheid te behoeden voor een ernstige en acute dreiging.

Proportionaliteit

Het kabinet beoordeelt de proportionaliteit van het voorstel positief. Het voorstel heeft als doel om het grensbeheer en de interne veiligheid van het Schengengebied onder andere ingeval van crisissituaties te versterken. Volgens het kabinet zijn de voorgestelde maatregelen geschikt om het doel te verwezenlijken en gaan ze niet verder dan noodzakelijk.

Krachtenveld

Uit een eerste bespreking in de Raadswerkgroep blijkt dat de lidstaten het voorstel steunen. Wel is de verwachting dat lidstaten verdeeld zijn over de voorgestelde wijzigingen inzake het besluitvormingsproces voor het nieuwe mechanisme voor herinvoering van de grenscontroles. Het Europees Parlement wenst naar verwachting een grotere rol in de procedure voor het instellen van binnengrenscontroles. Het standpunt Europees Parlement op de overige onderdelen is op dit moment nog niet bekend.


Samenvatting voorstel Europese Commissie

Dit voorstelPDF-document moet worden gezien in de context van de lopende initiatieven om het algemene bestuur van het Schengengebied te verbeteren. Het doel is om problemen aan te pakken die de externe en binnengrenzen van het Schengengebied raken met betrekking tot dreigingen die verband houden met grote publieke gezondheidsbedreigingen zoals pandemieën, gevallen van migranten die worden ingezet als politiek drukmiddel ("instrumentalisering") en het gebruik van andere maatregelen optimaal te benutten om te zorgen voor een voldoende hoog niveau van veiligheid zonder toevlucht te hoeven nemen tot controles aan de binnengrenzen. Het voorstel heeft de volgende doelstellingen:

  • een uniforme toepassing van maatregelen aan de buitengrenzen bij dreiging van de volksgezondheid;
  • een reactie op de instrumentalisering van migranten aan de buitengrenzen;
  • het opstellen van een rampenplan voor Schengen in de situatie van een dreiging die een meerderheid van de lidstaten tegelijkertijd treft;
  • het scheppen van procedurele waarborgen in geval van eenzijdige herinvoering van de binnengrenscontroles;
  • het toepassen van mitigerende maatregelen en specifieke waarborgen voor grensoverschrijdende regio's waar binnengrenscontroles opnieuw worden ingevoerd;
  • het verduidelijken van de mogelijkheden van lidstaten om uitgebreider gebruik te maken van andere, alternatieve maatregelen om de geïdentificeerde bedreigingen aan te pakken in plaats van controles aan de binnengrenzen.

Behandeling Raad

Tijdens de JBZ-Raad van 9-10 juni 2022 (32.317, NC) staat het voorstel op de agenda met het oog op vaststelling van een Raadspositie. In de geannoteerde agenda geeft het kabinet aan dat er vooralsnog verdeeldheid bestaat tussen de EU-lidstaten over een aantal belangrijke elementen, zoals de maximumduur van binnengrenscontroles en het opnemen van maatregelen om illegaal verblijvende migranten aan een andere lidstaat te kunnen overdragen.

Wegens een wijziging in de agenda vond tijdens de JBZ-Raad van 3-4 maart 2022 (32.317, MX) geen gedachtewisseling plaats over het voorstel.

In het verslag van de informele JBZ-Raad van 3-4 februari 2022 (32.317, MT) geven de ministers van J&V en voor Rechtsbescherming aan dat op ambtelijk niveau een eerste lezing van het voorstel is afgerond. Het Franse Voorzitterschap presenteert op korte termijn een compromisvoorstel. Het krachtenveld is nog niet duidelijk.

In de databank EUR-Lex wordt de laatste stand van zaken in de Europese behandeling van het voorstel weergegeven.


Behandeling Europees Parlement

De commissie Burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (LIBE) van het Europees Parlement behandelt het voorstel.

In de databank OEIL van het Europees Parlement wordt de laatste stand van zaken in de behandeling van het voorstel weergegeven.


Standpunten andere lidstaten (IPEX)

Op 6 april 2022 nam de Tsjechische Senaat een resolutiePDF-document aan over het voorstel.

Op 25 februari 2022 nam de Tsjechische kamer van afgevaardigden een standpunt over het voorstelPDF-document in. Het standpunt is in het kader van de politieke dialoog verzonden aan de Europese Commissie.

De deadline voor het indienen van een subsidiariteitsbezwaar was op 14 april 2022.

In de databank IPEX wordt de behandeling van het voorstel in de diverse (kandidaat) lidstaatparlementen weergegeven.


Reacties Derden

Op 4 mei 2022 publiceerde de commissie Meijers een commentaarPDF-document op het voorstel. De commissie Meijers is een permanente commissie van deskundigen in internationaal vreemdelingen-, vluchtelingen- en strafrecht. Het voorstel geeft volgens de commissie aanleiding tot bezorgdheid over de eerbiediging van fundamentele vrijheden, met name het vrije verkeer van EU-burgers, alsmede grondrechten, met name het recht op asiel, de bescherming van gegevens en non-discriminatie.


Alle bronnen