E130031
  klaver icoon
Laatste revisie: 28-08-2014

E130031 - Voorstel voor een verordening tot vaststelling van regels voor de bewaking van de zeebuitengrenzen



Dit voorstel voor een verordening vervangt het in 2010 door de Raad vastgestelde Besluit 2010/252/EU inzake regels voor de bewaking van zeebuitengrenzen in het kader van operationele samenwerking gecoördineerd door Frontex.


Stand van zaken

Behandelfase Eerste Kamer: gepubliceerd in Europees publicatieblad.

nationaal

De commissie voor Immigratie en Asiel / JBZ Raad (I&A/JBZ) besloot op 10 september 2013 de reactie van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie (V&J) van 9 juli 2013 voor kennisgeving aan te nemen.

Europees

De verordening is aangenomen tijdens de Raad Algemene Zaken op 13 mei 2014. De verordening werd op 27 juni 2014 gepubliceerd in het publicatieblad van de Europese Unie.


Kerngegevens

volledige titel

Voorstel voor een verordening tot vaststelling van regels voor de bewaking van de zeebuitengrenzen in het kader van de operationele samenwerking gecoördineerd door het Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie

document Europese Commissie

COM(2013)197PDF-document, d.d. 12 april 2013

rechtsgrondslag

Artikel 77(2)(d) van het VWEU

commissie Eerste Kamer

beleidsterreinen


Implementatie

Verordening (EU) nr. 656/2014 werd op 27 juni 2014 gepubliceerd in Pb EU L189.


Behandeling Eerste Kamer

De commissie voor Immigratie en Asiel / JBZ Raad (I&A/JBZ) besloot op 10 september 2013 de reactie van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie (V&J) van 9 juli 2013 voor kennisgeving aan te nemen.

De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie reageerde op 9 juli 2013 op vragen van de fracties van de PvdA en GroenLinks van 4 juni 2013 over het verordeningsvoorstel.

De commissie voor Immigratie en Asiel / JBZ Raad (I&A/JBZ) stemde op 4 juni 2013 in met een conceptbrief met vragen van de fracties van de PvdA en GroenLinks over het verordeningsvoorstel. De brief is nog dezelfde dag verstuurd. De leden van de PvdA fractie vragen de regering onder meer een inschatting te geven van de betekenis die deze verordening zal hebben voor de bewaking van de zeebuitengrenzen van Nederland, met inbegrip van de Caribische delen van ons Koninkrijk. Daarnaast stellen de leden van beiden fracties vragen over de verhouding tussen deze nieuwe verordening en de Schengenregelgeving. De fractie van GroenLinks stelt vragen over onder andere de verhouding van het verordeningsvoorstel tot het zeerecht.

Op 28 mei 2013 leverde de commissie voor Immigratie & Asiel/JBZ-Raad (I&A/JBZ) inbreng voor schriftelijk overleg met de regering en mogelijk de Europese Commissie.

De commissie voor Immigratie & Asiel/JBZ-Raad (I&A/JBZ) besprak op 14 mei 2013 de procedure voor behandeling. De commissie besloot om op 28 mei 2013 inbreng te leveren voor schriftelijk overleg.

Op verzoek van de fractie van GroenLinks besloot de commissie voor I&A/JBZ op 7 mei 2013 het voorstel in behandeling te nemen.


Standpunt Nederlandse regering

Op 24 mei 2013 stuurde de regering een BNC-fiche aan de Kamer. Hierin staat onder andere dat het kabinet vindt dat met het voorstel de door Frontex gecoördineerde grensbewakingsoperaties in zijn algemeenheid worden versterkt. Het kabinet acht het van belang dat er duidelijke regels worden gesteld voor de inzet van gezamenlijke patrouilles van de lidstaten en de ontscheping van onderschepte en geredde personen. Het kabinet meent dat het voorstel bijdraagt aan meer uniformiteit van handelen tussen de lidstaten tijdens de maritieme Frontexoperaties op zee. Daarnaast maakt het voorstel het mogelijk om lidstaten aan te spreken op afwijking van de normen zoals die ten aanzien van de activiteiten met betrekking tot onderschepping, opsporing en reddingen van personen op zee zijn gesteld.

Verder is het kabinet tevreden met de aandacht die in het voorstel is gegeven aan de fundamentele rechten van migranten. Het kabinet ondersteunt het uitgangspunt dat in deze verordening naar aanleiding van het arrest Hirsi het verantwoordelijkheidsvraagstuk van lidstaten met betrekking tot de statusdeterminatie (artikel 4) en de ontscheping van onderschepte of geredde personen (artikel 10) nader is uitgewerkt. Het kabinet acht het wel wenselijk dat de activiteiten die door de ontvangende lidstaat en door de deelnemende lidstaten moeten worden verricht en hun respectievelijke verantwoordelijkheden nog concreter worden geformuleerd.


Samenvatting voorstel Europese Commissie

Dit voorstel voor een verordening vervangt het in 2010 door de Raad vastgestelde Besluit 2010/252/EU inzake regels voor de bewaking van zeebuitengrenzen in het kader van operationele samenwerking gecoördineerd door Frontex. De Commissie had er destijds voor gekozen het voorstel voor een besluit te presenteren volgens de comitologieprocedure van artikel 12, lid 5, van de Schengengrenscode, omdat zij het besluit beschouwde als een bijkomende maatregel inzake grensbewaking. Het Europees Parlement was daarentegen van mening dat de gewone wetgevingsprocedure had moeten worden gevolgd, omdat het Besluit verder ging dan het uitvoeren van de door de Schengencode verleende uitvoeringsbevoegdheden. Het Europees Hof van Justitie oordeelde dat de bepalingen inzake onderschepping, redding en ontscheping inderdaad essentiële onderdelen zijn van Schengengrenscode en vernietigde het Besluit (C-355/10).

Het huidige voorstel is volgens de gewone wetgevingsprocedure tot stand gekomen en lijkt voor wat betreft het toepassingsgebied en de inhoud op het Besluit 2010/252/EU. De doelstelling van de verordening is om de door Frontex gecoördineerde grensbewakingsoperaties te versterken en duidelijke regels te formuleren voor de inzet van gezamenlijke patrouilles en de ontscheping van onderschepte of geredde personen, teneinde de veiligheid te waarborgen van personen die internationale bescherming zoeken en het verlies van levens op zee te voorkomen.

Ten aanzien van het Besluit is in het voorstel voor een verordening een aantal aanpassingen doorgevoerd gebaseerd op de wijzigingen van Verordening (EG) nr. 2007/2004 (extra technische en operationele bijstand door Frontex aan lidstaten in humanitaire noodsituaties en reddingsacties op zee) en op justitiële ontwikkelingen op het gebied van grondrechten, zoals het EHRM-arrest Hirsi Jamaa en anderen tegen Italië (praktische uitvoering aan beginsel van non-refoulement bij operaties op zee). Ook is een aantal begrippen zoals “onderschepping” en “redding” verduidelijkt en zijn de praktische ervaringen van de lidstaten en Frontex bij de uitvoering van het Besluit uit 2010 meegenomen.


Behandeling Raad

Tijdens de Raad voor Justitie en Buitenlandse Zaken op 5-6 juni 2014 zal het Voorzitterschap de Raad verder informeren over de verordening.

De verordening is aangenomen tijdens de Raad Algemene Zaken op 13 mei 2014.

Tijdens de Raad voor Justitie en Binnenlandse Zaken op 3-4 maart 2014 bleek dat het Voorzitterschap verwacht dat de verordening in april formeel zal worden aangenomen.

Op 13 februari 2014 stemde COREPER in met een akkoord dat is bereikt tussen vertegenwoordigers van de Raad en het Europees Parlement. Het voorstel dient nu nog officieel te worden aangenomen door de Raad. Het akkoord is nog niet openbaar gemaakt.

In de databank EUR-Lex wordt de laatste stand van zaken in de Europese behandeling van het voorstel weergegeven.


Behandeling Europees Parlement

Het Europees Parlement stelde op 16 april 2014 haar standpunt in eerste lezing vast.

Op 20 februari 2014 stemde de commissie voor Burgelijke Vrijheden, Justitie en Binnenlandse Zaken (LIBE) van het Europees Parlement in met een akkoord dat is bereikt tussen vertegenwoordigers van de Raad en het Europees Parlement. Het akkoord is nog niet openbaar gemaakt.

De commissie voor Burgelijke Vrijheden, Justitie en Binnenlandse Zaken (LIBE) van het Europees Parlement stemde op 9 december 2013 in met het ontwerpverslag. Het verslag werd op 18 januari 2014 gepubliceerd.

In de databank OEIL van het Europees Parlement wordt de laatste stand van zaken in de behandeling van het voorstel weergegeven.


Standpunten andere lidstaten (IPEX)

In de databank IPEX wordt de behandeling van het voorstel in de diverse (kandidaat) lidstaatparlementen weergegeven.


Reacties Derden

Op 6 september 2013 stuurde Amnesty International, de European Council on Refugees and Exiles (ECRE) en de International Commission on Jurists (ICJ) een position paper aan de Eerste Kamer over het verordeningsvoorstel. Volgens deze organisaties voldoen een aantal aspecten uit deze verordening niet aan de eisen van het internationaal recht, het vluchtelingenrecht, het zeerecht en het EU-recht. De belangrijkste zorgen hebben o.a. betrekking op het beginsel van non-refoulement, het ontbreken van duidelijke garanties voor de toegang tot een eerlijke en efficiënte asielprocedure, en het ontbreken van regelingen voor ontscheping in de EU-lidstaten en derde landen waarvan de asielstelsels worden beïnvloed door systematische tekortkomingen.

Op 23 mei 2013 stuurde de commissie Meijers een nota aan de commissie voor Burgelijke Vrijheden, Justitie en Binnenlandse Zaken (LIBE) van het Europees Parlement over het verordeningvoorstel. In de nota beveelt de commissie Meijers de LIBE commissie onder andere het volgende aan:

  • In het geval van ontscheping in een derde land moeten garanties worden opgenomen in het voorstel met betrekking tot de aanwezigheid van juridische adviseurs en tolken;
  • Maatregelen met betrekking tot onderschepping moeten in overeenstemming zijn met de bepalingen inzake de voorwaarden voor binnenkomst en weigering van toegang zoals opgenomen in de Schengengrenscode;
  • De relatie met de herziening van de richtlijn asielprocedures moet worden verduidelijkt;
  • De bepalingen met betrekking tot zoek-en reddingsoperaties, onderschepping competenties en grondrechten moeten worden opgenomen in annex VI van de Schengengrenscode, zodat deze van toepassing zijn op alle maritieme controles.

Alle bronnen