E090187
Laatste revisie: 29-07-2010

E090187 - Besluit tot vaststelling van een kaderprogramma op basis van titel VI van het VEU - Politiële en justitiële samenwerking in strafzaken



Het kaderprogramma wordt gefinancierd uit de EU-begroting . Voorlopers van dit kaderprogramma (b.v. Grotius II, OISIN II, Falcone) werden eerder ter instemming voorgelegd aan het parlement, aangezien Nederland toen nog via een verdeelsleutel moest bijdragen aan de programma's. De laatste wijzigingen betreffen het toevoegen van slachtofferhulp aan de lijst projecten die gefinancierd kunnen worden en bepalingen over het respecteren van de plafonds bij de jaarlijkse toewijzingen en autorisatie daarvan door de budgettaire autoriteit gedurende de budgettaire procedure. Het EP zal geïnformeerd worden over het werkprogramma en de lijst van gefinancierde projecten. 30 juni 2004 zal het eerste jaarrapport uitgebracht worden. Een interim-evaluatie is voorzien op 30 juni 2005.


Stand van zaken

Behandelfase Eerste Kamer: gepubliceerd in Europees publicatieblad.

Europees

Het besluitPDF-document (2002/630/JBZ) werd vastgesteld tijdens de Algemene Raad op 22 juli 2002 en gepubliceerd op 1 augustus 2002 in PbEG L203.


Kerngegevens

document Europese Commissie

COM(2001)646PDF-document, d.d. 9 november 2001

commissie Eerste Kamer

beleidsterreinen


Behandeling Eerste Kamer

Geboden informatie gaf geen aanleiding tot het plaatsen van opmerkingen op 11 juni 2002.


Behandeling Tweede Kamer

Mw. Albayrak vroeg tijdens AO 12 juni 2002 aandacht voor de ingelaste mogelijkheid om ook voor projecten m.b.t. slachtofferhulp financiering te krijgen. Ze deed de suggestie in Beneluxverband een project te ontwikkelen.

Het besluit werd voor kennisgeving aangenomen.


Standpunt Nederlandse regering

De regering oordeelt het positief dat er meer coherentie, effectiviteit en efficiëntie zal optreden na de herstructurering van de bestaande programma's. Nederland maakt actief gebruik van de mogelijkheden en aanvragen worden regelmatig gehonoreerd.

De regering acht voldaan aan subsidiariteits- en proportionaliteitsvereiste.


Samenvatting voorstel Europese Commissie

Als de opvolger van vijf afzonderlijke programma's (Grotius, OISIN, STOP, Hippokrates en Falcone) komt de EC nu met een voorstel voor één kaderprogramma, met een looptijd van 2003 - 2007. Ook het programma inzake drugsbestrijding wordt opgenomen in dit kaderprogramma, waarbij overigens wel rekening wordt gehouden met het belang van het specifiek op drugsbestrijding afgestemde gedeelte. Rekening houdend met de evaluaties van eerder lopende programma's zal meer nadruk komen te liggen op uitwisselingsprogramma's en het breder verspreiden van de resultaten van projecten. Het kaderprogramma beoogt de samenwerking t.a.v de preventie en bestrijding van criminaliteit te verbeteren tussen juridische beroepsbeoefenaren (rechters, officieren van justiei, politie- en douanediensten, ambtenaren bij ministeries, personen en instellingen belast met slachtofferhulp, universiteiten, onderzoekscentra, opleidingsinstellingen, NGO's e.d.)

De EC geeft als raming dat het kaderprogramma jaarlijks 11,78 mln euro gaat kosten, oplopend tot 13,575 mln euro in 2007.


Behandeling Raad

Het ontwerpbesluit werd niet opgenomen op de lijst met hamerstukken van 13 juni 2002. Het besluit werd op 22 juli 2002 vastgesteld in de Algemene Raad.

Vijf thans bestaande programma's, te weten Grotius II (strafrechtelijk), Oisin II, Stop II, Hippokrates en Falcone worden samengevoegd tot één programma. Dit zal naar verwachting de coherentie en effectiviteit van de verschillende acties en de efficiëntie ten goede komen. Het doel van het programma blijft hetzelfde: een bijdrage leveren aan een hogere graad van bescherming van de burger, het voorkomen van en de strijd tegen de misdaad en het aldus leveren van een bijdrage aan het creëren van een Europese ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid.

De programma's Grotius II, Oisin II, Stop II, Hippokrates en Falcone blijken in de praktijk succesvol te zijn en derhalve ziet de Commissie graag dat er een vervolg op deze programma's komt. Echter, de ervaring van de Commissie en de auditing door een extern adviesbureau leren dat (de opzet van) de programma's (en daarmee de besteding van de gelden) voor verbetering vatbaar zijn. Zo zouden er minder symposia en vergaderingen moeten worden georganiseerd, zou er meer aandacht moeten zijn voor het uitwisselen van informatie en trainingsmethoden en zou er ook meer nadruk moeten worden gelegd op betere voorbereiding van de projecten en een betere verspreiding van de resultaten. De Raad en het Europees Parlement hebben eerder al gevraagd om bundeling van de verschillende financieringsprogramma's teneinde het beheer ervan te verbeteren.

Bij projecten kunnen naast (partners uit) de lidstaten nu ook de kandidaat-lidstaten worden betrokken, zij het onder de verantwoordelijkheid van een lidstaat; bij ieder project dienen in het vervolg minimaal drie lidstaten (was: twee) of twee lidstaten en een kandidaat-lidstaat betrokken te zijn. Voorts komen nu ook programma's op het gebied van slachtofferhulp in aanmerking voor financiering.

In de databank EUR-Lex wordt de laatste stand van zaken in de Europese behandeling van het voorstel weergegeven.


Behandeling Europees Parlement

Het EP heeft op 9 april 2002 advies uitgebracht en een aantal amendementen voorgesteld. O.m. aandacht voor slachtoffers, vereiste verenigbaarheid met finanacieel plafond, toewijzing kredieten door begrotingsautoriteit, verkorting looptijd programma, toevoeging betere rechten verdediging en procedurele waarborgen,informatie aan EP over de jaarlijkse werkplannen, openbaarmaking resultaten van gefinancierde projecten.

In de databank OEIL van het Europees Parlement wordt de laatste stand van zaken in de behandeling van het voorstel weergegeven.

  • PDF-document standpunt EP Europees Parlement - P5_TA(2002)0150
    9 april 2002

Alle bronnen