E090094
Laatste revisie: 02-08-2010

E090094 - Conclusies Europese Raad Tampere



Dit document is niet bindend maar het bevat wel de richtsnoeren (voor JBZ-Raad, EC en EP) die de Europese Raad heeft vastgesteld m.b.t. het JBZ-beleid voor de komende jaren. Op vier terreinen, te weten gemeenschappelijk immigratie en asielbeleid, een ware Europese rechtsruimte, bestrijding criminaliteit en krachtdadiger extern optreden, vraagt de ER om maatregelen, waarbij vaak streefdata zijn opgenomen.

In de conclusies wordt al aangekondigd dat de Europese Raad in december 2001 (ER Laken) aandacht zal besteden aan de vorderingen op dit terrein. De Europese Commissie werd in Tampere verzocht halfjaarlijks een scorebord op te stellen teneinde de vorderingen goed te kunnen blijven volgen (dit is sindsdien drie maal gebeurd).

In onderstaande samenvatting wordt verwezen naar dossiers in het JBZ-overzicht die een nadere invulling vormen van deze conclusies van Tampere.


Stand van zaken

Behandelfase Eerste Kamer: voorstel aanvaard in Europa.


Kerngegevens

commissie Eerste Kamer

beleidsterreinen


Samenvatting voorstel Europese Commissie

Samenvatting A. EEN GEMEENSCHAPPELIJK ASIEL- EN MIGRATIEBELEID VAN DE EU

  • Behoefte aan alomvattende aanpak van migratie, dus partnerschappen aangaan met landen van herkomst of doorreis, grotere samenhang nastreven in het interne en externe beleid van de Unie, verlenging mandaat groep op hoog niveau voor asiel- en migratievraagstukken, ER verlangt verslag over de uitvoering van de reeds goedgekeurde actieplannen (zie 1.0.3).
  • Er moet gewerkt worden aan de instelling van een gemeenschappelijk asielstelsel, stoelend of de volledige, niet-restrictieve toepassing van verdrag van Genève. Op korte termijn behoefte aan duidelijk hanteerbaar instrument om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek (zie 2.1.7), op elkaar afgestemde regels inzake toekenning vluchtelingenstatus (zie 2.1.5), regeling treffen voor subsidiaire vormen van bescherming, tijdelijke bescherming ontheemden (zie 2.1.3) waarbij enige vorm van financiële reservemiddelen moet worden overwogen (zie 2.1.1). ER dringt aan op onverwijlde actie m.b.t. Eurodac (zie 2.1.2) ER acht het belangrijk dat de UNHCR wordt geraadpleegd.
  • ER draagt op dat naar een eerlijke behandeling van legaal verblijvende derdelanders moet worden gestreefd, met rechten die zoveel mogelijk gelijk worden gesteld aan die van EU-burgers, te beginnen met derdelanders die langdurig ingezetenen zijn (zie 2.2.5). Dit vraagt dus ook om integratiebeleid en non-discriminatiebeleid (zie 2.2.3) Noodzaak onderlinge afstemming van voorwaarden voor toelating en verblijf (zie o.m. 2.2.4).
  • T.a.v. de beheersing van de migratiestroom moeten voorlichtingscampagnes worden ontwikkeld over reële mogelijkheden tot legale immigratie, elke vorm van mensenhandel moet worden voorkomen (zie 4.3.5, 4.3.6), actief gemeenschappelijk beleid inzake visa en valse documenten, nauwere samenwerking tussen EU-consulaten in derde landen, vestiging gemeenschappelijke kantoren voor afgifte EU-visa. Vóór 2001 strenge straffen op mensensmokkel stellen, opsporen en ontmantelen criminele netwerken i.s.m. Europol. Rechten slachtoffers waarborgen, bijzondere aandacht voor vrouwen en kinderen. Wederzijdse technische bijstand grenscontrolediensten (uitwisselingen en technologieoverdracht) i.h.b. zeegrenzen, spoedige deelneming kandidaat-lidstaten.ER benadrukt dat de kandidaat-lidstaten het Schengen-acquis volledig moeten overnemen met goed opgeleide vakmensen doeltreffende controle. Autoriteiten van landen van herkomst en doorreis helpen om mensensmokkel beter te bestrijden, terug en overnameverplichtingen (gemeenschap moet daartoe overeenkomsten sluiten), vrijwillige terugkeer bevorderen.

    Samenvatting B. EEN WARE EUROPESE RECHTSRUIMTE

  • I.s.m. o.a. RvE informatiecampagne lanceren, t.b.v. gebruikers geschikte "handleidingen" publiceren over justitiële samenwerking en over de rechtsstelsels van de lidstaten. Gemakkelijk toegankelijk informatiesysteem opzetten, onderhouden door een netwerk van bevoegde nationale autoriteiten.
  • Minimumnormen vaststellen voor rechtsbijstand bij grensoverschrijdende rechtszaken. Speciale gemeenschappelijke procedureregelingen voor vereenvoudigde versnelde grensoverschrijdende beslechting van geschillen inzake kleine consumenten en commerciële vorderingen en alimentatievorderingen en niet-betwiste vorderingen. Alternatieve buitengerechtelijke procedures creëren. Gemeenschappelijke minimumnormen voor meertalige documenten/formulieren die in de hele unie moeten worden gebruikt bij grensoverschrijdende procedures. Minimumnormen ter bescherming van slachtoffers i.h.b. toegang tot rechten er recht op schadevergoeding inclusief proceskosten, nationale programma's ter financiering voorhulp aan slachtoffers.
  • Versterking van wederzijdse erkenning van rechterlijke beslissingen en vonnissen is hoeksteen samenwerking zowel in burgerrechterlijke als strafzaken. Intermediaire procedures om te beginnen afschaffen bij vonnissen m.b.t. kleine consumenten- en commerciële vorderingen en alimentatie en omgangsrecht (automatische erkenning in hele unie). Gepaard gaand met minimumnormen voor bepaalde aspecten van procesrecht. EU roept op tot spoedige bekrachtiging EU-uitleveringsovereenkomsten, overdracht zonder formele uitleveringsprocedures na definitieve veroordeling, snelle uitleveringsprocedures. Door autoriteiten van een lidstaat legaal verkregen bewijsmateriaal moet kunnen worden gebruikt in rechtszaken in andere lidstaten. Gerechtelijke bevelen m.b.t. bewijsmateriaal veilig stellen en beslaglegging moeten ook wederzijds erkend worden. Vóór december 2000 programma van maatregelen goedkeuren inclusief Europese Executoriale Titel en aspecten procesrecht. Nieuwe procesregels m.b.t. voorlopige maatregelen, bewijsvergaring, betalingsbevelen en termijnen. Alomvattende studie laten verrichten (tegen jaar 2001 verslag!) over de noodzaak de wetgevingen van de lidstaten op burgerrechtelijk gebied onderling aan te passen.

    Samenvatting C. BESTRIJDING VAN DE CRIMINALITEIT IN DE UNIE IN HAAR GEHEEL

  • Gemeenschappelijke prioriteiten uitwerken t.a.v. criminaliteitspreventie voor intern en extern beleid. Uitwisseling beste praktijken, opbouwen netwerk van bevoegde nationale autoriteiten. Samenwerking tussen nationale organisaties versterken. EG-gefinancierd programma, vooral jeugdcriminaliteit, stedelijke en drugsgerelateerde criminaliteit. Onverwijld gezamenlijke onderzoeksteams ter bestrijding drugshandel, mensenhandel en terrorisme. Europol moet deel kunnen uitmaken van die teams. Operationele Task Force Europese politiechefs instellen ter uitwisseling beste praktijken en planning operationele maatregelen. Europol de nodige bijstand en middelen verschaffen, rol europol versterken door te machtigen operationele gegevens van de lidstaten te ontvangen en te machtigen lidstaten te verzoeken om onderzoek in te stellen, uit te voeren of te coördineren, dan wel gezamenlijke onderzoeksteams op te stellen. Eenheid (EUROJUST) oprichten, bestaande uit gedetacheerde nationale officieren van justitie, rechters of politieambtenaren met gelijkwaardige bevoegdheid, met als taak vergemakkelijken van de coördinatie van nationale autoriteiten, ondersteuning strafrechtelijke onderzoeken naar georganiseerde criminaliteit, nauw samenwerken met Europees justitieel netwerk, uitvoering rogatoire commissies vereenvoudigen. Vóór eind 2001 rechtsinstrument aannemen.
  • Oprichting Europese politieacademie, beginnen als netwerk van nationale instituten, open voor kandidaat-lidstaten. Werken aan gemeenschappelijke definities, strafbaarstellingen en straffen, te beginnen met financiële criminaliteit, drugshandel, mensenhandel, hightech-criminaliteit en milieucriminaliteit. Vóór december 1999 alomvattende strategie drugsbestrijding 2000-2004 vaststellen.
  • ER dringt aan op volledig uitvoeren van Witwasrichtlijn, verdrag van Straatsburg 1990 en aanbevelingen Financial Action Task Force en op zo spoedig mogelijke aanvaarding van de herziene witwasrichtlijn. Verbetering transparantie financiële transacties en eigendomsstructuren, snellere uitwisseling van informatie tussen FIE's over verdachte transacties. Justitiële autoriteiten en FIE's moeten, met rechterlijke toetsing, informatie kunnen krijgen bij onderzoek naar witwassen. ER verlangt onderlinge aanpassing van strafrecht en strafprocesrecht. De bevoegdheid van Europol moet worden uitgebreid tot witwassen in het algemeen. De unie en de lidstaten dienen regelingen te treffen met offshore centra van derde landen om te zorgen voor doeltreffende en transparante samenwerking bij de wederzijdse rechtshulp.
  • De EC wordt verzocht een verslag op te stellen welke bepalingen van de nationale wetgevingen inzake banken, financiële zaken en ondernemingen de internationale samenwerking belemmeren.

    Samenvatting D. KRACHTDADIGER EXTERN OPTREDEN

  • ER onderstreept integrale aanpak JBZ-aangelegenheden in vaststelling beleid en optreden unie op andere gebieden, met volledige benutting van de verdragsmogelijkheden (i.h.b. art 38 VEU). Er dienen duidelijke prioriteiten, beleidsdoelstellingen en maatregelen voor het externe optreden van de unie op het gebied van JBZ te worden bepaald. Vóór ER juni 2000 specifieke aanbevelingen opstellen. ER spreek steun uit ook regionale samenwerking bij bestrijding georganiseerde criminaliteit met aan de unie grenzende derde landen (Balkan, Oostzee, Adriatische/Ionische zee).

Alle bronnen