E200020
  ruit icoon
Laatste revisie: 13-04-2021

E200020 - Gewijzigd voorstel voor een Verordening tot vaststelling van een gemeenschappelijke procedure voor internationale bescherming



Het voorstel voor een verordening wijzigt het eerdere voorstel voor een Procedureverordening (zie E160026). Met het oog op een doeltreffend en kwalitatief hoogstaand besluitvormingsproces moet ook worden voorzien in eenvoudigere, duidelijkere en kortere procedures, in combinatie met passende procedurele waarborgen en instrumenten om misbruik van de asielprocedure tegen te gaan en niet-toegestane verplaatsingen te voorkomen.


Stand van zaken

Behandelfase Eerste Kamer: behandeling in commissie Eerste Kamer.

nationaal

Op 30 maart 2021 blikte de commissie terug op de twee deskundigenbijeenkomsten inzake het nieuwe migratie- en asielpact die hebben plaatsgevonden op 2 maart 2021 (EK, C) en 23 maart 2021 (EK, E). De commissie besloot inbreng voor schriftelijk overleg over dit onderwerp te agenderen twee weken nadat het concept verslag van voormelde deskundigenbijeenkomst van 23 maart 2021 is geleverd.

Europees

Tijdens de JBZ-raad van 11 en 12 maart 2021 (32.317, LX) zal het Portugese voorzitterschap naar verwachting tijdens het openbare deel van de vergadering de stand van zaken met betrekking tot de voorstellen ten aanzien van asiel en migratie toelichten en de weg vooruit schetsen. Het gesprek zal een vervolg zijn op de eerdere discussies over deze voorstellen. Het krachtenveld is onveranderd. In algemene zin bestaat er brede overeenstemming over het belang van meer inzet op de externe dimensie waarbij alle instrumenten ingezet kunnen worden om de brede migratiesamenwerking met partnerlanden te versterken. Ten aanzien van het beheer van de buitengrenzen en de inrichting van solidariteit lopen de posities nog steeds uiteen. De inbreng van het kabinet zal zijn gebaseerd op de standpunten zoals verwoord in de BNC-fiches.


Kerngegevens

volledige titel

Gewijzigd voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een gemeenschappelijke procedure voor internationale bescherming in de Unie en tot intrekking van Richtlijn 2013/32/EU

document Europese Commissie

COM(2020)611PDF-document, d.d. 23 september 2020

rechtsgrondslag

artikel 78, lid 2, d), en artikel 79, lid 2, c) VWEU

commissie Eerste Kamer

verwante dossiers


Behandeling Eerste Kamer

Op 30 maart 2021 blikte de commissie terug op de twee deskundigenbijeenkomsten inzake het nieuwe migratie- en asielpact die hebben plaatsgevonden op 2 maart 2021 (EK, C) en 23 maart 2021 (EK, E). De commissie besloot inbreng voor schriftelijk overleg over dit onderwerp te agenderen twee weken nadat het concept verslag van voormelde deskundigenbijeenkomst van 23 maart 2021 is geleverd.

Op 24 maart 2021 stuurde de staatssecretaris van J&V een antwoord (EK, D) op de vragen van de PVV-fractie.

Op 2 maart 2021 en en 23 maart 2021 vonden deskundigenbijeenkomsten (EK, C) plaats over de voorstellen uit het Europese migratie- en asielpact. Naar aanleiding van de bijeenkomsten zijn position papers ingestuurd. Van beide deskundigenbijeenkomsten is een videoverslag beschikbaar. De papers en de (video)verslagen zijn beschikbaar via deze link.

Op 12 februari 2021 werd een brief met vragen en opmerkingen over het BNC-fiche inzake het Europese Migratie- en Asielpact aan de staatssecretaris van J&V verstuurd.

Op 9 februari 2021 werd inbreng voor schriftelijk overleg wordt geleverd door het lid Van Hattem (PVV) met betrekking tot de voorstellen uit het migratie- en asielpact. De conceptbrief wordt per e-mail aan de leden van de commissie voorgelegd. Inbreng voor schriftelijk overleg wordt opnieuw geagendeerd na de deskundigenbijeenkomsten inzake het Europees migratie- en asielpact, die plaatsvinden op 2 maart en 23 maart 2021.

Op 26 januari 2021 stelde de commissie een lijst op met deskundigen en organisaties om uit te nodigen voor twee deskundigenbijeenkomsten inzake de Europese voorstellen in het Migratie- en Asielpact. De commissie verzoekt de staf deze bijeenkomsten op 2 en 23 maart 2021 te organiseren.

Op 12 januari 2021 besloot de commissie om op 9 februari 2021 inbreng te leveren voor schriftelijk overleg met betrekking tot het Europees Migratie- en Asielpact. Tevens besloot de commissie dit onderwerp opnieuw te agenderen op 19 januari 2021 om te spreken over de mogelijkheid één of enkele deskundigenbijeenkomsten over dit dossier te organiseren. Op 19 januari 2021 inventariseerde de commissie welke deskundigen zij wil uitnodigen voor een deskundigenbijeenkomst aangaande de Europese voorstellen inzake migratie en asiel.

Op 16 december 2020 is een brief aan de staatssecretaris van J&V verstuurd met het verzoek om informatie-afspraken met betrekking tot het Europese Migratie- en Asielpact. Op 18 december 2020 heeft de staatssecretaris geantwoord. Op 12 januari 2021 besprak de commissie I&A/JBZ het verslag van een schriftelijk overleg (35.612, A), en benadrukt de wens om ten aanzien van dit dossier tijdig en uitvoerig te worden geïnformeerd.

De commissie I&A/JBZ besprak op 8 december 2020 hoe ze de voorstellen uit het migratie- en asielpact wilt behandelen en besloot de griffie te verzoeken een brief op te stellen, gericht aan de staatssecretaris van J&V, over de te maken informatie-afspraken met betrekking tot het Europees Migratie- en Asielpact, en deze ter vaststelling op 15 december 2020 te agenderen. Verder besloot de commissie het Europees Migratie-en asielpact opnieuw ter bespreking te agenderen in de eerstvolgende commissievergadering na het kerstreces.

Op 1 december 2020 hield de commissie I&A/JBZ een mondeling overleg met de staatssecretaris van J&V over het Europese Migratie- en Asielpact. Zie het videoverslag om het overleg terug te kijken of lees hier het schriftelijke verslag van een mondeling overleg.

Op 10 november 2020 besloot de commissie I&A/JBZ alle voorstellen uit het pakket voor een migratie- en asielpact in behandeling te nemen (zie E-dossiers E200018 t/m E200023. Daarbij besloot de commissie dat, in ieder geval voor de JBZ-Raad van 3-4 december 2020, een mondeling overleg met de staatssecretaris van J&V en een technische briefing met de Europese Commissie over dit onderwerp moet plaatsvinden. De commissie heeft het voornemen om op de langere termijn een deskundigenbijeenkomst over dit asiel- en migratiepact te organiseren. Een schriftelijk overleg wordt ingepland na het mondeling overleg met de staatssecretaris van J&V.


Behandeling Tweede Kamer

Tijdens de stemmingen over het VAO JBZ-Raad voor 13 november 2020 dat op 12 november plaatsvond zijn 4 van de 17 ingediende moties aangenomen:

  • Motie van het lid Baudet over geen steun voor de clausule over ngo's die zoek- en reddingsoperaties op zee uitvoeren (32.317, 650)
  • Motie van de leden Van Toorenburg en Becker over de herziening van de Terugkeerrichtlijn integreren in de onderhandelingen over het EU-migratiepact (32.317, 652)
  • Motie van het lid Voordewind c.s. over bewerkstelligen dat Griekenland de meest kwetsbaren overbrengt naar het vasteland (32.317, 654)
  • Motie van het lid Paternotte c.s. over bij de Europese onderhandelingen aandacht besteden aan uitvoering van de gemaakte afspraken (32.317, 656)

Tijdens het VAO JBZ-Raad voor 13 november 2020 dat op 11 november 2020 plaatsvond zijn 17 moties over het migratie- en asielpact door de Tweede Kamer ingediend.

Op 10 november 2020 is een verslag van een schriftelijk overleg samengesteld inzake het migratie- en asielpakket (32.317, 641) van de Tweede Kamer met de staatssecretaris van J&V naar aanleiding van de geannoteerde agenda voor de JBZ-raad van 8-9 oktober 2020.

Op 3 november 2020 heeft de Tweede Kamer een behandelvoorbehoud geplaatst voor alle wetgevende voorstellen en de mededeling uit het migratie- en asielpact (35.612, 1).


Standpunt Nederlandse regering

Op 5 november 2020 verstuurde het kabinet een BNC-fiche (22.112, 2957) met daarin zijn standpunt over het voorstel. Het kabinet is positief over plannen van de Europese Commissie om tekortkomingen in het huidige asiel- en migratiesysteem op te lossen, maar is kritisch over onderdelen die opnieuw tot mazen in procedures kunnen leiden.

De Europese Commissie stelt voor om afgewezen asielzoekers te laten terugkeren naar het land van herkomst. Het kabinet vindt het positief dat dit een verplichte norm wordt voor alle lidstaten, omdat dit vertraging van het terugkeerproces tegengaat. Het is positief over het voorstel voor de grensprocedure voor terugkeer, en de opname hiervan in de Procedureverordening. Hiervoor moet het voorstel volgens het kabinet wel eerst verder verduidelijkt worden, zodat dit uitvoerbaar is.

De Europese Commissie stelt voor dat vreemdelingen het recht om in het land van aanvraag te verblijven kunnen verliezen als zij binnen een jaar na beslissing over de eerste aanvraag, een tweede asielaanvraag doen. Het kabinet vindt dat het ontbreken van nieuwe feiten en omstandigheden bij de tweede aanvraag al voldoende moet zijn. Het kabinet kan zich wel vinden in het beperken van verblijf tijdens de beroepsprocedure, maar zal toezien op de uitvoerbaarheid hiervan. Het kabinet wenst daarnaast een mogelijkheid om de beslistermijn te verlengen in het geval van onvoorziene omstandigheden.

De bevoegdheid van de EU voor het voorstel beoordeelt het kabinet positief.

Volgens het kabinet is het voorstel in lijn met het subsidiariteitsbeginsel, omdat migratie een Europees vraagstuk is dat om Europese antwoorden vraagt.

Het kabinet is ook positief over de proportionaliteit van het voorstel, omdat het niet verder gaat dan noodzakelijk om de beoogde doelen te bereiken. Het kabinet blijft er waakzaam voor dat het voorstel op onderdelen niet te gedetailleerd wordt. Wel vindt het kabinet dat de grensprocedure, een versnelde asielprocedure aan de buitengrens, van toepassing moet zijn op alle personen die de EU binnenkomen, maar niet voldoen aan voorwaarden voor toegang, of weinig uitzicht hebben op asiel. Het pleit daarmee voor een bredere toepassing dan voorgesteld door de Europese Commissie.

Er lijkt niet direct overeenstemming te zijn onder EU-lidstaten over het voorstel. De verplichte grensprocedure ligt gevoelig bij zuidelijke lidstaten en lidstaten met een lange landsgrens. Andere lidstaten zijn juist wel voorstander.


Samenvatting voorstel Europese Commissie

Het voorstel, dat onderdeel is van een serie voorstellen van de Europese Commissie op het gebied van asiel en migratie, wijzigt het eerdere voorstel voor een Procedureverordening (zie E160026). De doelstellingen van het voorstel van 2016 voor een verordening asielprocedures zijn volgens de Commissie nog steeds relevant. Er moet een gemeenschappelijke asielprocedure worden vastgesteld die in de plaats komt van de verschillende uiteenlopende procedures in de lidstaten en die van toepassing is op alle verzoeken die in de lidstaten worden ingediend. Met het oog op een doeltreffend en kwalitatief hoogstaand besluitvormingsproces moet ook worden voorzien in eenvoudigere, duidelijkere en kortere procedures, in combinatie met passende procedurele waarborgen en instrumenten om misbruik van de asielprocedure tegen te gaan en niet-toegestane verplaatsingen te voorkomen.

De wijzigingen in dit voorstel hebben vooral betrekking op de grensprocedure en op vervolgaanvragen. Het doel is om, tezamen met het voorstel inzake een screeningsprocedure aan de grens (zie E200021) en de terugkeerrichtlijn (zie E180036), een naadloze link te vormen tussen alle fases van het migratieproces: vanaf de aankomst tot aan de asielprocedure en, waar toepasselijk, de terugkeer. Dit houdt in dat de grensprocedure in dit voorstel direct volgt op de screeningsprocedure. Als de asielaanvraag in de grensprocedure wordt afgewezen, kan meteen de grensprocedure voor terugkeer worden toegepast.

Daarnaast worden enkele voorstellen gedaan die lidstaten de mogelijkheid geven om scherpere regels te stellen over de vraag in welke gevallen de vreemdeling het recht heeft om op het grondgebied te verblijven, nadat een tweede of latere asielaanvraag is ingediend. Aan lidstaten wordt de verplichting opgelegd om bij het afwijzen van een asielaanvraag tevens een terugkeerbesluit te nemen. Deze moet worden genomen in hetzelfde besluit als, of in ieder geval tegelijkertijd met, de afwijzende beslissing op de asielaanvraag.


Behandeling Raad

Tijdens de JBZ-raad van 11 en 12 maart 2021 (32.317, LX) zal het Portugese voorzitterschap naar verwachting tijdens het openbare deel van de vergadering de stand van zaken met betrekking tot de voorstellen ten aanzien van asiel en migratie toelichten en de weg vooruit schetsen. Het gesprek zal een vervolg zijn op de eerdere discussies over deze voorstellen. Het krachtenveld is onveranderd. In algemene zin bestaat er brede overeenstemming over het belang van meer inzet op de externe dimensie waarbij alle instrumenten ingezet kunnen worden om de brede migratiesamenwerking met partnerlanden te versterken. Ten aanzien van het beheer van de buitengrenzen en de inrichting van solidariteit lopen de posities nog steeds uiteen. De inbreng van het kabinet zal zijn gebaseerd op de standpunten zoals verwoord in de BNC-fiches.

De JBZ-raad van 28 en 29 januari 2021 (32.317, LW) stond op basis van een discussiestuk van het voorzitterschap wederom stil bij de voorstellen van de Commissie op het gebied van asiel en migratie. Het voorzitterschap vroeg de lidstaten te reflecteren op de samenwerking met derde landen en in het bijzonder over coherente, duurzame en effectieve partnerschappen. Voorts werden de lidstaten gevraagd aan te geven op welke wijze lidstaten die worden geconfronteerd met migratiedruk kunnen worden ondersteund in uitvoering van bijvoorbeeld de screening- en grensprocedure. Tot slot werden lidstaten gevraagd van gedachten te wisselen en voorbeelden te delen van alternatieve vormen van effectieve solidariteit. Vele lidstaten steunden een stevigere inzet op de externe dimensie. Verschillende lidstaten, waaronder Nederland, riepen op tot een duidelijk mechanisme om de inzet richting derde landen beter vorm te geven. Voor wat betreft de interne dimensie liepen de standpunten volgens het bekende krachtenveld uiteen, met name wat betreft grensbeheer en solidariteit.

Tijdens de JBZ-Raad van 14 december 2020 werd een uitgebreide discussie gehouden op het terrein van asiel en migratie. Volgens de regering was de toon van de discussie constructief, maar zijn de posities (nog) niet verenigbaar. Het Duitse Voorzitterschap deelde een voortgangsrapport waarover de meeste lidstaten van mening waren dat deze een weerspiegeling was van de gevoerde discussies en kan als basis dienen voor het Portugese Voorzitterschap. Een aantal zuidelijke en oostelijke lidstaten waren kritisch op aspecten van het solidariteitsmechanisme en de beoogde screening- en grensprocedure.

In het verslag van de JBZ-Raad van 13 november 2020 (32.317, LO) laat de regering weten dat de JBZ-Raad op voorstel van het Voorzitterschap, met name de discussie voerde over de voorstellen op het gebied van de externe dimensie, terugkeer en de procedures aan de buitengrenzen. Tussen de lidstaten leven nog wel veel vragen en soms ook serieuze bezwaren over de voorstellen.

Op 10 november 2020 bespraken de commissies I&A/JBZ en J&V de geannoteerde agenda voor de videoconferentie van de JBZ-Raad op 13 november 2020 (32.317, LN) en besloot deze te betrekken bij de behandeling van de EU-voorstellen over het nieuwe Migratie en Asielpact.

In de databank EUR-Lex wordt de laatste stand van zaken in de Europese behandeling van het voorstel weergegeven.


Behandeling Europees Parlement

In de databank OEIL van het Europees Parlement wordt de laatste stand van zaken in de behandeling van het voorstel weergegeven.


Standpunten andere lidstaten (IPEX)

Op 12 februari 2021 nam de Duitse Bondsraad een standpuntPDF-document in over het voorstel. De Bondsraad vindt het problematisch dat in de artikelen 53(7), en 54(5) de minimumtermijn voor spoedprocedures is vastgesteld op vijf dagen, terwijl die voor het parallelle principale beroep is vastgesteld op ten minste een week. De Bondsraad betreurt dat niet is ingegaan op het eerdere verzoek om in artikel 55 geen gedetailleerde beslissingstermijnen op te nemen. De Bondraad is verder van mening dat rekening moet worden gehouden met de belangen van minderjarigen en vrouwen.

De deadline voor het indienen van een subsidiariteitsbezwaar is 19 januari 2021.

Op 19 januari 2021 heeft de commissie voor Europese Zaken van de Italiaanse Senaat een gemotiveerd advies aangenomen.

Op 16 december 2020 heeft het Nationale Assemblée van Hongarije een resolutie aangenomen inzake een subsidiariteitsbezwaar op het Migratie- en Asielpact. Samengevat ziet zij 4 bezwaren:

  • De bevoegdheden van de lidstaten worden beperkt door de solidariteitsbijdrage te berekenen op basis van een kunstmatige verdeelsleutel, die zich (deels) beperkt tot herplaatsing en hulp bij terugkeer.
  • Het pact houdt geen rekening met de nationale identiteiten en constitutionele tradities van de lidstaten.
  • De alomvattende benadering van het pact pleit voor de beginselen van solidariteit en een eerlijke verdeling van verantwoordelijkheid, maar de geografische, economische en demografische omstandigheden van de lidstaten worden minder erkend.
  • Het pact beperkt ook de bevoegdheid van de lidstaten inzake beslissingen over asielprocedures en verblijfsvergunningen.

Op 9 december 2020 heeft de Spaanse Cortes Generales een resolutie aangenomen waarin wordt aangegeven dat het voorstel in lijn is met het subsidiariteitsbeginsel.

In de databank IPEX wordt de behandeling van het voorstel in de diverse (kandidaat) lidstaatparlementen weergegeven.


Alle bronnen