E180016
  ruit icoon
Laatste revisie: 06-07-2023

E180016 - Voorstel voor een verordening betreffende het Europees bevel tot verstrekking en het Europees bevel tot bewaring van elektronisch bewijsmateriaal in strafzaken



Op 17 april 2018 presenteerde de Europese Commissie een voorstel voor een verordening waarmee een Europees bevel tot verstrekking en een Europees bevel tot bewaring van elektronisch bewijs in strafzaken wordt geïntroduceerd.


Stand van zaken

Behandelfase Eerste Kamer: gepubliceerd in Europees publicatieblad.

nationaal

Op 3 juli 2018 bespraken de commissies I&A/JBZ en J&V het BNC-fichePDF-document ontvangen op 22 juni 2018 en besloten het voorstel samen met het fiche voor kennisgeving aan te nemen.

Europees

Op 27 juni 2023 heeft de Raad de verordening en de richtlijn aangenomen.


Kerngegevens

volledige titel

Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het Europees bevel tot verstrekking en het Europees bevel tot bewaring van elektronisch bewijsmateriaal in strafzaken

document Europese Commissie

COM(2018)225PDF-document, d.d. 17 april 2018

rechtsgrondslag

Artikel 82 lid 1 VWEU

commissies Eerste Kamer


Behandeling Eerste Kamer

Op 3 juli 2018 bespraken de commissies I&A/JBZ en J&V het BNC-fichePDF-document ontvangen op 22 juni 2018 en besloten het voorstel samen met het fiche voor kennisgeving aan te nemen.

Op 29 mei 2018 gaf de VVD-fractie aan af te zien van inbreng voor schriftelijk overleg totdat het BNC-fiche is ontvangen.

Op 15 mei 2018 besprak de commissie I&A/JBZ het verslag van de JBZ-Raad van 8-9 maart 2018 (32.317, IT). De VVD-fractie gaf aan inbreng te willen leveren voor schriftelijk overleg met de regering over de verbetering van grensoverschrijdende toegang tot elektronisch bewijs. De inbrengdatum werd gezet op 29 mei 2018.

Op 24 april 2018 bespraken de commissies I&A/JBZ en J&V het voorstel en besloten het BNC-fiche af te wachten, teneinde dat te betrekken bij de afweging om al of niet in (schriftelijk) overleg te treden met de regering en/of de Europese Commissie.


Behandeling Tweede Kamer

Naar aanleiding van de JBZ-Raad op 13-14 oktober 2022 stelden leden van de commissie J&V op 10 oktober 2022 vragen over onder meer de stand van zaken van de triloog over de e-evidenceverordening. De ministers van J&V en voor Rechtsbescherming antwoordden op 12 oktober 2022. Het verslag van een schriftelijk overleg (32.317, 773) werd op 14 oktober 2022 vastgesteld. Het kabinet geeft aan dat een positieve ontwikkeling gaande is en de volgende triloog op 19 oktober 2022 plaatsvindt. Het Voorzitterschap hoopt dan een defintief akkoord te bereiken.

Op 31 januari 2022 stelde de commissie J&V vragen aan de ministers van J&V en voor Rechtsbescherming naar aanleiding van de JBZ-Raad van 3-4 februari 2022. De commissie vroeg onder meer wat het standpunt is van de nieuwe regering over het e-evidence voorstel. Op 1 februari 2022 zijn de vragen beantwoord en op 3 februari 2022 werd het verslag van een schriftelijk overleg vastgesteld (32.317, 737).

Op 3 juni 2021 stuurde de commissie J&V een brief met vragen aan de ministers van J&V en voor Rechtsbescherming over onder andere de JBZ-Raad van 7-8 juni 2021. Op 8 juni 2021 werd het verslag schriftelijk overleg vastgesteld (32.317, 687). De commissie vroeg onder meer naar de stand van zaken met betrekking tot het e-evidence voorstel. De minister antwoordde dat de triloog begin 2021 is gestart, maar er nog geen inhoudelijke voortgang is geboekt.

Op 21 februari 2019 verzocht de commissie J&V een kabinetsappreciatie op de Aanbeveling voor een Besluit van de Raad houdende machtiging tot het openen van onderhandelingen met het oog op een overeenkomst tussen de EU en de VS over grensoverschrijdende toegang tot elektronisch bewijsmateriaal voor justitiële samenwerking in strafzaken (COM(2019)70PDF-document), en daarbij in te gaan op de samenhang met de Nederlandse inzet rondom het E-evidence voorstel. De minister van J&V stuurde de kabinetsappreciatie van de aanbeveling (32.317, 551) naar de Tweede Kamer op 1 mei 2019.

Op 10 oktober 2018 besprak de commissie J&V de JBZ-Raad van 11 en 12 oktober 2018 in een algemeen overleg met de minister van J&V en de minister voor Rechtsbescherming, waarbij o.a. vragen zijn gesteld over het voorstel.

Op 8 oktober 2018 stuurde de Commissie Meijers een briefPDF-document aan de Tweede Kamer naar aanleiding van de geannoteerde agenda voor de JBZ-Raad van 11 en 12 oktober 2018. In de brief wordt o.a. een korte samenvatting gegeven van een Engelstalige notitie van de Commissie Meijers met betrekking tot het voorstel.

Op 5 oktober 2018 stuurde de minister van J&V een brief (32.317, 526) met nadere uitleg over de CLOUD act, naar aanleiding van een algemeen overleg op 31 mei 2018. In deze brief wordt ook de relevantie van Europese ontwikkelingen met betrekking tot E-evidence aangestipt.

Op 12 juli 2018 besprak de commissie J&V het verslag van een schriftelijk overleg met de minister van J&V over de geannoteerde agenda voor de informele JBZ-Raad van 12 en 13 juli 2018, waarin o.a. vragen zijn gesteld over E-evidence, als ook de nagezonden brief van de minister van J&V met ontbrekende antwoorden met betrekking tot het voorstel.

Op 31 mei 2018 besprak de commissie J&V de geannoteerde agenda voor de JBZ-Raad van 4 en 5 juni 2018 in een algemeen overleg met de minister van J&V, waarbij o.a. vragen zijn gesteld over E-evidence.

Op 23 mei 2018 besprak de commissie J&V het voorstel. De commissie besloot het voorstel te betrekken bij het eerstvolgende algemeen overleg over de JBZ-Raad en besloot daarnaast het BNC-fiche af te wachten.


Standpunt Nederlandse regering

Op 22 juni 2018 stuurde het kabinet een BNC-fiche over het voorstel.

Het kabinet beoordeelt de subsidiariteit als positief aangezien de verbetering van de toegang tot gegevens in andere EU-lidstaten regels op EU-niveau vereist. Volgens het kabinet dragen de voorgestelde maatregelen bij aan een unierechtelijke aanpak voor het verbeteren van grensoverschrijdende toegang tot elektronisch bewijs. Het kabinet is in beginsel positief over de proportionaliteit van het voorstel, maar werkt nog aan een nadere standpuntbepaling over onder meer de reikwijdte van de verordening, de waarborgen en rechtsmiddelen, de regeling voor rechtsconflicten met derde landen, de rol van de lidstaten (bijvoorbeeld van de lidstaat waar de betrokken persoon verblijft) en de positie van bedrijven. Het kabinet zal een nationale impactanalyse uitvoeren om inzicht te krijgen in de consequenties van het voorstel voor Nederland.


Samenvatting voorstel Europese Commissie

Het onderhavige voorstel voor een verordening bevat regels waarmee politie en justitie gemakkelijker en sneller kunnen beschikken over elektronisch bewijsmateriaal, zoals e-mails of in de cloud opgeslagen documenten, dat nodig is voor het onderzoek naar en vervolging en berechting van criminelen en terroristen.

Gezien de vluchtigheid van elektronisch bewijsmateriaal en het feit dat digitale informatie lang niet altijd in het land wordt opgeslagen waar een crimineel of terrorist woont of acteert, is internationale samenwerking noodzakelijk.

Om die reden wordt voorgesteld te komen tot twee nieuwe categorieën Europese bevelen:

  • een Europees bevel tot verstrekking van informatie, waardoor een justitiële autoriteit van het ene land rechtstreeks informatie kan vorderen bij een serviceprovider in een ander land;
  • een Europees bevel tot bewaring om te voorkomen dat gegevens worden gewist.

De bevelen kunnen alleen worden uitgevaardigd binnen de strafrechtketen. In het verordeningsvoorstel ook is voorzien in een aantal waarborgen en rechtsmiddelen.


Behandeling Raad

Op 27 juni 2023 heeft de Raad de verordening en de richtlijn aangenomen.

In het verslag van de JBZ-Raad van 26 en 27 januari 2023 (32.317, NT) geeft het kabinet aan dat het Comité van permanente vertegenwoordigers op 25 januari 2023 het onderhandelingsresultaat van de triloog heeft bevestigd. Wanneer ook het Europees Parlement het onderhandelingsresultaat officieel heeft bevestigd zullen de verordening en de richtlijn formeel voor akkoord aan de Raad worden voorgelegd. Het kabinet is van plan met het eindresultaat in te stemmen.

Tijdens de JBZ-Raad van 8 en 9 december 2022 (32.317, NQ) informeerde het voorzitterschap de Raad dat er een voorlopig politiek akkoord is bereikt tussen het Europees Parlement en de Raad. Het Voorzitterschap lichtte toe dat nog wordt gewerkt aan de laatste technische details met als doel die nog dit jaar aan het Comité van Permanente Vertegenwoordigers voor te leggen ter akkoord.

Op 29 november 2022 bereikten de Raad en het Europees Parlement een politiek akkoord. Het akkoord moet nog formeel worden aangenomen door de twee instellingen.

Tijdens de JBZ-Raad van 9-10 juni 2022 (32.317, NE) informeerde het voorzitterschap over de voortgang van de triloog over het e-evidencepakket. Het voorzitterschap was voorzichtig optimistisch over het voltooien van de onderhandelingen.

Tijdens de JBZ-Raad van 3-4 maart 2022 informeerde het voorzitterschap de JBZ-raad (32.317, MX) over de voortgang van de onderhandelingen tussen de EU-instellingen, die al geruime tijd lopen. Vooral de standpunten over het notificatiemechanisme lopen sterk uiteen.

Op 9-10 december 2021 (32.317 MQ) informeerde het voorzitterschap de JBZ-Raad over de voortgang van de onderhandelingen tussen de EU-instellingen over het voorstel. De onderhandelingen verlopen stroef, met name als het gaat om het notificatiemechanisme.

Tijdens de JBZ-Raad van 7-8 juni 2021 (32.317, MF) gaven het Voorzitterschap en de Europese Commissie een toelichting op de stand van zaken van het E-Evidence dossier. In de geannoteerde agenda (32.317, MD) geeft de regering aan dat de JBZ-Raad de Europese Commissie een onderhandelingsmandaat namens de lidstaten heeft gegeven voor een overeenkomst tussen de EU en de VS. De Commissie lichtte tijdens de bijeenkomst toe dat er eerste informele contacten zijn geweest met de Biden-administratie en de minister van Justitie van de VS over de EU-VS overeenkomst inzake grensoverschrijdende toegang tot elektronisch bewijs. Op 22 juni 2021 wordt een ministeriële videoconferentie georganiseerd om de stand van zaken op te maken. De formele onderhandelingen kunnen pas starten nadat een voorlopig akkoord is bereikt tussen de Raad en het Europees Parlement over het EU-interne E-Evidencevoorstel.

In de kwartaalrapportage JBZ-dossiers over het 2e kwartaal 2020 (bijlage bij 32.317, LGPDF-document) geeft de regering aan dat op dit moment de rapporteur bezig is haar rapport te finaliseren waarna stemming in het LIBE-committee plaatsvindt. Nadat het Europees Parlement heeft ingestemd met het rapport kan de triloog beginnen.

Tijdens de JBZ-Raad van 2-3 december 2019 is er besproken dat de trilogen over de desbetreffende verordening en richtlijn worden gestart na het verschijnen van het definitieve rapport van het Europees Parlement. Eurocommissaris voor Justitie Reynders sprak de hoop uit dat dit rapport op korte termijn wordt afgerond. Daarnaast werd een update gegeven inzake de onderhandelingen EU-VS over de overeenkomst grensoverschrijdende toegang elektronisch bewijsmateriaal en de onderhandelingen inzake het Tweede aanvullend protocol Verdrag van Boedapest inzake Cybercrime.

Tijdens de JBZ-Raad van 7-8 oktober 2019 is de Raad geïnformeerd over de planning en de onderhandelingspunten inzake de EU-VS overeenkomst en het aanvullend protocol Verdrag van Boedapest inzake cybercriminaliteit.

De regering laat middels de vierde kwartaalrapportage 2019 van JBZ-dossiers (32.317, KO bijlagePDF-document) weten dat wat betreft de overeenkomst van de EU met de VS het onderhandelingsmandaat is vastgesteld tijdens de JBZ-Raad van 6-7 juni 2019.

Op 8 maart 2019 heeft de JBZ-Raad een gemeenschappelijke positie bereikt. De Raad start de triloog zodra het Europees Parlement een gemeenschappelijke positie heeft. Ten aanzien van het mandaat voor de onderhandelingen met de VS is benadrukt dat het E-evidence pakket het kader vormt voor de onderhandelingen, zowel qua waarborgen voor fundamentele rechten als ook ten aanzien van het verzekeren van de wederkerigheid in de gegevensuitwisseling tussen de VS en de EU.

De JBZ-Raad heeft op 7 december 2018 bij gekwalificeerde meerderheid ingestemd met de algemene oriëntatie. De triloog met het Europees Parlement wordt gestart. Verschillende lidstaten, waaronder Nederland, hebben hun zorgen geüit.

Tijdens de JBZ-Raad van 11 en 12 oktober 2018PDF-document bespraken ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken het voorstel. Aan het einde van het debat constateerde het voorzitterschap dat veel lidstaten bereid zijn om tot een compromis te komen rond het opnemen van een kennisgevings­procedure. Er zal op deskundigenniveau worden verdergewerkt, met bijzondere aandacht voor de gevoeligheid van de verschillende gegevens­categorieën en hoe deze moeten worden behandeld bij de eventuele invoering van een kennisgevings­procedure. Deskundigen zullen zich ook buigen over de vraag welke lidstaat het meest in aanmerking zou komen om een dergelijke kennisgeving te ontvangen.

Tijdens de informele Raad JBZ van 12 en 13 juli 2018 stond het voorstel op de agenda voor discussie. Voor vrijwel alle lidstaten stond het belang van wederkerigheid en van evenwicht tussen de bescherming van de fundamentele rechten en de juridische verplichtingen voorop. De lidstaten waren het erover eens dat er goed gekeken moet worden naar artikelen 15 en 16 van het voorstel over de voorgestelde oplossingen voor conflicterende verplichtingen.

Tijdens de JBZ-Raad van 4 en 5 juni 2018 bespraken ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken de ontwerpverordening en wezen nogmaals op het belang ervan ten behoeve van doeltreffende en snelle mechanismen voor het verzamelen en gebruiken van elektronisch bewijsmateriaal. Met betrekking tot recente internationale ontwikkelingen, zoals de aanneming van de CLOUD Act van de VS, steunde de Raad een gemeenschappelijke aanpak op EU-niveau en moedigde de Commissie aan om met de Amerikaanse autoriteiten in overleg te blijven en zo spoedig mogelijk, liefst nog vóór het zomerreces, een onderhandelingsmandaat in te dienen.

In de databank EUR-Lex wordt de laatste stand van zaken in de Europese behandeling van het voorstel weergegeven.


Behandeling Europees Parlement

Op 31 januari 2023 stemde de commissie LIBE in met het resultaatPDF-document van de onderhandelingen.

Op 29 november 2022 bereikten de Raad en het Europees Parlement een politiek akkoord. Het akkoord moet nog formeel worden aangenomen door de twee instellingen.

Dit voorstel behoort tot de lijst van gemeenschappelijke wetgevingsprioriteiten van de drie EU-instellingen. Hiermee willen zij in 2022 aanzienlijke vooruitgang boeken.

Op 11 december 2020 bracht de commissie LIBE een verslagPDF-document uit over het voorstel.

Op 9 december 2019 zijn amendementen ingediend op de conceptverordening (PE644.802PDF-document en PE644.870PDF-document). Een commissiebesluit wordt afgewacht.

Op 24 oktober 2019 bracht de commissie LIBE van het Europees Parlement een ontwerpverslagPDF-document uit over de conceptverordening.

Op 21 september 2018 publiceerde het Europees Parlement op verzoek van de commissie voor Burgerlijke Vrijheden, Justitie en Binnenlandse Zaken (LIBE) een onderzoekPDF-document met een beoordeling van de ontwerpverordening en de bijbehorende ontwerprichtlijn.

Op 12 juli 2018 publiceerde de Onderzoeksdienst van het Europees Parlement een briefingPDF-document met een eerste beoordeling van het impact assessment van de Europese Commissie inzake de ontwerpverordening.

Het voorstel wordt behandeld door de commissie voor Burgerlijke Vrijheden, Justitie en Binnenlandse Zaken (LIBE) van het Europees Parlement. Daarnaast is de commissie voor de Interne Markt en Consumentbescherming (IMCO) ingesteld als adviescommissie. De commissie IMCO besloot geen advies te geven over dit voorstel.

In de databank OEIL van het Europees Parlement wordt de laatste stand van zaken in de behandeling van het voorstel weergegeven.


Standpunten andere lidstaten (IPEX)

De deadline voor het indienen van subsidiariteitsbezwaren verstreek op 13 september 2018.

Op 15 augustus 2018 nam de Tsjechische Senaat een resolutiePDF-document aan over de e-evidence voorstellen. Deze is in het kader van de politieke dialoog verzonden aan de Europese Commissie.

Op 6 juli 2018 nam de Bondsraad van Duitsland een resolutie aan waarin wordt gesteld dat het voorstel in overeenstemming is met het subsidiariteitsbeginsel. Wel plaatst men kanttekeningen bij de verwachte administratieve kosten voor de ICT-industrie. Deze resolutie is in het kader van de politieke dialoog met de Europese instellingen gedeeld.

In de databank IPEX wordt de behandeling van het voorstel in de diverse (kandidaat) lidstaatparlementen weergegeven.


Reacties Derden

Op 18 juli 2018 publiceerde de Commissie Meijers een notitiePDF-document met opmerkingen over de ontwerpverordening.

Op 12 juli 2018 publiceerde het Europees Economisch en Social Comité een adviesPDF-document over de ontwerpverordening.


Alle bronnen