Zondag 12 april waren er parlementsverkiezingen in Hongarije. Ongeveer 109 waarnemers uit 32 landen van de OVSE Parlementaire Assemblee (OVSE PA) en 32 leden van de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa (PACE) waren van 10 tot en met 13 april in Hongarije om de verkiezingen waar te nemen. Onder hen Eerste Kamerleden Farah Karimi (GroenLinks-PvdA), Boris Dittrich (D66) en Tweede Kamerlid Nicole Maes (VVD) die deelnamen aan de waarnemingsmissie als lid van de OVSE PA.
De opkomst bij de verkiezingen was hoog en burgers konden actief deelnemen. Er waren echte keuzemogelijkheden voor kiezers. Toch was er geen eerlijk speelveld: de regeringspartij had systematische voordelen, zoals misbruik van overheidsmiddelen, bevooroordeelde media en zwakke regels rond campagnefinanciering. En marge van de briefings spraken de Kamerleden met de Nederlandse ambassadeur in Hongarije, Willem van Ee.
Op de verkiezingsdag bezochten de waarnemers stembureaus verspreid over het hele land om procedures, stemtechnologie en de uitvoering van het proces te observeren. De algemene conclusie van de internationale waarnemers was dat, hoewel de organisatie van de verkiezingen technisch goed verliep, er problemen waren met de onafhankelijkheid van toezichthoudende organen en de behandeling van klachten. Daarnaast was er volgens de waarnemers een ondervertegenwoordiging van vrouwen in de politiek en het ontbreken onafhankelijke binnenlandse verkiezingswaarneming.
De Nederlandse Kamerleden namen waar in stembureaus in de hoofdstad en in de nabije omgeving van Boedapest. Nicole Maes: 'Het was ontroerend om te zien hoe op elk stembureau weer mensen met hart en ziel bezig waren om te zorgen dat het democratisch recht van hun landgenoten kon worden gewaarborgd. De hoge opkomst zorgde soms voor uitdagingen op kleine stembureaus, maar vooral voor groot enthousiasme'. Senator Karimi voegde daaraan toe: 'Wat op de verkiezingsdag opviel was de grote opkomst en vooral de participatie van jongeren.'
De twee dagen voorafgaand aan de verkiezingsdag waren er voorbereidende briefings in Boedapest. Vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld en de media gaven toelichtingen en beantwoordden vragen van de waarnemers. Uit de briefings bleek dat de campagne fel en gepolariseerd was, met veel nadruk op angst zaaiende retoriek en buitenlandse invloeden, terwijl inhoudelijke binnenlandse thema's minder aandacht kregen. Hoewel kandidaten vrij campagne konden voeren, werd de concurrentie verstoord door de dominante positie van de regeringspartij. Hoewel de media in Hongarije op papier divers zijn, bleek in de praktijk dat zij sterk in het voordeel van de regering waren. Ook waren er zorgen over desinformatie en druk op journalisten.