Dinsdag 8 september 2026, commissie Binnenlandse Zaken (BIZA)




Agenda

1.36800 B, H

Verslag van een nader schriftelijk overleg met de minister van BZK over de nahang van het besluit Financiële verhoudingen 2001 in verband met wijzigingen van de maatstaven van de algemene uitkering van het gemeentefonds, integraal overzicht financiën gemeenten en provincies en preventief toezicht gemeenten 2026; Begrotingsstaat gemeentefonds 2026

Beslispunt

Zijn de gestelde vragen afdoende beantwoord?

Toelichting

In de commissievergadering van 31 maart jl. besloot uw commissie op 14 april 2026 gelegenheid te bieden voor het leveren van inbreng voor nader schriftelijk overleg naar aanleiding van de verslagen schriftelijk overleg van 24 maart 2026 (36.800 B / 36.800 C / 36.600 B, C) en 26 maart 2026 (36.800 B, D), waarbij de inbreng zou worden gecombineerd. Deze vragen zijn op 8 juni jl. beantwoord.

Geschiedenis

  • Naar aanleiding van een vraag van het lid Janssen (SP) tijdens de plenaire behandeling van de begrotingsstaat van het Gemeentefonds op 8 april 2025, heeft de toenmalige minister van BZK bij de provinciale financiële toezichthouders geïnformeerd naar hun verwachtingen ten aanzien van het aantal gemeenten dat in 2026 onder preventief toezicht zal komen te staan. De minister heeft de Kamer hierover bij brief van 11 juni 2025 (36.600 B, M) geïnformeerd.
  • Tijdens de commissievergadering van 8 juli 2025 heeft de commissie de regering verzocht haar na het zomerreces per brief te informeren over eventuele wijzigingen in deze verwachtingen. De minister heeft hieraan invulling gegeven bij brief van 22 september 2025 (36.600 B, P). Naar aanleiding van deze brief heeft de commissie op 7 oktober 2025 besloten het Integraal Overzicht Financiële Gemeenten en Provincies af te wachten, dat op 2 december 2025 is ontvangen (36.800 B/36.800 C, B).
  • Op 10 februari 2026 hebben de leden van de fracties van de BBB en de PVV inbreng geleverd voor schriftelijk overleg. De inbreng is bij brief van 17 februari 2026 aan de minister van BZK toegezonden en had betrekking op de volgende stukken:
    • 1. 
      de brief van 11 juni (36.600 B, M);
    • 2. 
      de brief van 22 september 2025 (36.600 B, P);
    • 3. 
      het Integraal Overzicht Financiële Gemeenten en Provincies (36.800 B/36.800 C, B).
  • De minister van BZK heeft, mede namens de staatssecretaris van Financiën, bij brief van 24 maart 2026 geantwoord (36.800 B / 36.800 C / 36.600 B, C).
  • In de commissievergadering van 31 maart jl. besloot uw commissie 14 april 2026 gelegenheid te bieden voor het leveren van inbreng voor nader schriftelijk overleg naar aanleiding van de verslagen schriftelijk overleg van 24 maart 2026 (36.800 B / 36.800 C / 36.600 B, C) en 26 maart 2026 (36.800 B, D), waarbij de inbreng zou worden gecombineerd. Deze vragen zijn op 8 juni jl. beantwoord.

Bespreking verslag van een nader schriftelijk overleg