1.Vaststellen agenda
2.36.800 VI
Begrotingsstaten Justitie en Veiligheid 2026
Beslispunt
Hoe wenst de commissie het begrotingswetsvoorstel te behandelen?
Toelichting
De commissie heeft de keuze uit de volgende behandelopties:
-
1.een datum te bepalen voor het leveren van inbreng voor een verslag;
-
2.te volstaan met een blanco verslag (geen vragen of opmerkingen, afdoen als hamerstuk of stemming);
-
3.te volstaan met een verslag onder voorbehoud van plenaire behandeling.
Achtergrond
-
-Op 24 maart 2026 heeft de Tweede Kamer gestemd over alle begrotingswetsvoorstellen. In het College van fractievoorzitters is de wens uitgesproken om een spoedige begrotingsbehandeling te waarborgen. Op 7 april 2026 vinden in principe geen commissievergaderingen plaats vanwege het debat over de regeringsverklaring. Omdat er op 31 maart 2026 geen plenair debat voorzien is en er dus veel tijd is voor commissievergaderingen, is voorgesteld om waar mogelijk de begrotingen op 31 maart 2026 voor procedure te agenderen in alle commissies.
-
-In artikel 2.25 van de Comptabiliteitswet 2016 is een regel opgenomen voor het geval een begroting niet voor de start van het kalenderjaar is goedgekeurd. Lopend beleid dat ten grondslag ligt aan de begroting kan met terughoudendheid in uitvoering worden genomen. Voor nieuw beleid geldt het uitgangspunt “niet, tenzij”. Voor dit “tenzij” is vereist dat uitstel naar de mening van de betreffende minister niet in het belang is van de Staat en dat hij de Kamers daarover heeft geïnformeerd. De Kamers hoeven zich hier niet expliciet over uit te spreken.
-
-De Europese begrotingsregels (Verordening (EU) nr. 473/2013, artikel 4, lid 3 en overweging 15) bepalen dat begrotingen in principe vóór aanvang van het begrotingsjaar worden vastgesteld. In het geval behandeling voor de jaarwisseling niet lukt (“omwille van objectieve redenen buiten de macht van de overheid"), dienen lidstaten te beschikken over uitgestelde begrotingsprocedures. Met de hiervoor genoemde bepaling in de Comptabiliteitswet is in zo’n uitgestelde begrotingsprocedure voorzien.
Procedure
3.36.547
Wet modernisering en uitbreiding strafbaarstelling mensenhandel
Beslispunt
Wenst de commissie:
-
-het wetsvoorstel af te doen als hamerstuk of na stemming?
-
-aan de Kamervoorzitter een datumvoorstel te doen voor een plenair debat?
-
-een datum te bepalen voor het leveren van inbreng voor een derde verslag? De commissie meldt het wetsvoorstel in dit geval aan voor plenaire behandeling onder voorbehoud van tijdige ontvangst van de nota naar aanleiding van het derde verslag (zie artikel 45.5 Reglement van Orde Eerste Kamer).
Toelichting
-
-De Tweede Kamer heeft het wetsvoorstel op 10 juni 2025 met algemene stemmen aangenomen.
-
-Dit wetsvoorstel wijzigt het Wetboek van Strafrecht (ook voor BES) en enkele andere wetten in verband met de modernisering en verruiming van de strafbaarstelling van mensenhandel. De centrale doelstelling van het wetsvoorstel is het effectiever maken van de strafrechtelijke aanpak van mensenhandel, waardoor de vervolging van daders en de bescherming van slachtoffers wordt verbeterd.
Met dit voorstel wordt de strafbepaling van mensenhandel vereenvoudigd. De samenhang tussen de verschillende delictsvormen wordt verbeterd om de wet zo meer bij tijd te brengen. Om dit te bereiken worden alle voorwaarden voor strafbaarheid in de wet neergelegd. Ook sluiten de juridische kwalificaties en strafmaxima beter aan op het karakter van de gedragingen waaraan deze zijn verbonden. Zo is er bijvoorbeeld meer duidelijkheid over de verhouding tussen mensenhandel en het daarmee verwante begrip uitbuiting. Hierdoor zal de rechtspraktijk beter met onderhavig wetsvoorstel uit de voeten kunnen. Daarnaast voorziet dit wetsvoorstel in belangrijke verruimingen van de strafrechtelijke aansprakelijkheid. Zo wordt met het misdrijf ernstige benadeling een nieuwe strafbaarstelling geïntroduceerd. Daarmee ontstaan ruimere mogelijkheden om strafrechtelijk op te treden tegen ernstige misstanden in de arbeidssfeer. Zoals bijvoorbeeld een arbeidsmigrant die gedurende lange tijd wordt uitgebuit. Ook wordt de strafbaarstelling die ziet op het trekken van voordeel uit mensenhandel verruimd en verbreed. Profiteurs van mensenhandel of ernstige benadeling van een persoon kunnen hierdoor effectiever worden vervolgd en bestraft.
-
-De Kamer heeft op 2 oktober 2025 de nota naar aanleiding van het verslag ontvangen (36.547, C).
-
-Op 11 november 2025 hebben de fracties van GroenLinks-PvdA, D66 en de ChristenUnie inbreng voor het tweede verslag geleverd. De SP-fractie heeft zich bij alle vragen aangesloten.
-
-Op 12 maart 2026 is de nota naar aanleiding van het tweede verslag ontvangen (36.547, E). Op 24 maart 2026 heeft de commissie de bespreking hiervan voor nadere procedure aangehouden tot vandaag (31 maart 2026).
Nadere procedure
4.33.996, AB en AC
Brief van de staatssecretaris van J&V ter aanbieding van de monitoringsrapportage online kansspelen najaar 2025; Brief van de staatssecretaris Rechtsbescherming ter aanbieding van de monitoringsrapportage online kansspelen voorjaar 2025; Organiseren van kansspelen op afstand
Beslispunt
Welke fracties wensen vandaag inbreng te leveren voor schriftelijk overleg?
Toelichting
-
-Op 8 april 2025 besloot de commissie de brief (EK 33.996, Z) voor kennisgeving aan te nemen en dit onderwerp weer te agenderen na publicatie van de Monitoringsrapportage online kansspelen 2025 van de Kansspelautoriteit.
-
-Bij brief van 14 april 2025 heeft de voormalig staatssecretaris Rechtsbescherming naar aanleiding van de toezegging T02765 van 5 februari 2019, na een vraag van het lid Dercksen (PVV), om de Kamer jaarlijks te informeren inzake aantallen spelers, het aantal afgegeven vergunningen, de ontwikkeling van de markt en het effect van reclame, een afschrift gestuurd van zijn brief aan de Tweede Kamer waarin de ‘Monitoringsrapportage online kansspelen voorjaar 2025’ wordt gedeeld (EK 33.996, AB).
-
-De commissie besloot op 22 april 2025 het agendapunt aan te houden teneinde na te gaan of en hoe de Tweede Kamer de monitoringsrapportage behandelt.
-
-Op 24 april 2025 besloot de Tweede Kamer in de procedurevergadering van de commissie J&V om deze brief te agenderen bij het commissiedebat Kansspelen.
-
-Op 27 mei 2025 besloot de commissie de bespreking van de brief EK 33.996, AB aan te houden in afwachting van het nog nader in te plannen commissiedebat Kansspelen in de Tweede Kamer, mits die behandeling binnen afzienbare tijd plaats zou vinden. Ter informatie: eerdere commissiedebatten over Kansspelen in de Tweede Kamer vonden (jaarlijks) plaats in maart, te weten op 27 maart 2025 en 7 maart 2024).
-
-Op 14 oktober 2025 besloot de commissie nogmaals het agendapunt aan te houden, totdat duidelijk is wanneer en op welke wijze de Tweede Kamer de brief van 14 april 2025 (EK 33.996, AB) behandelt. De commissie besloot het agedapunt opnieuw te agenderen als eind maart 2026 hierover nog geen duidelijkheid bestaat.
-
-Op 20 oktober 2025 ontving de Kamer bijgaande "Monitoringsrapportage online kansspelen najaar 2025" (EK 33.996, AC) zodat deze betrokken zou kunnen worden bij de behandeling van de brief van 14 april 2025 (EK 33.996, AB).
-
-Het commissiedebat Kansspelen in de Tweede Kamer is tot op heden niet ingepland en de termijn waarop het zal plaatsvinden is vooralsnog onbekend. Om die reden stond de brief van 14 april 2025 (EK 33.996, AB) op 24 maart 2026 wederom geagendeerd met de nadien ontvangen Monitoringsrapportage online kansspelen najaar 2025 (EK 33.996, AC).
-
-Op 24 maart 2026 besloot de commissie om vandaag (31 maart 2026) de gelegenheid te bieden voor het leveren van inbreng voor schriftelijk overleg.
Inbreng voor schriftelijk overleg
5.T03934
Verslag van een nader schriftelijk overleg met de minister van J&V over de toezegging Openen van innovatieve politieloketten; Politie; Toezegging Openen van innovatieve politieloketten (36.600)
Beslispunten
-
-Wenst de commissie naar aanleiding van de brief van 23 maart 2026 (36.600/29.628, AK) met de minister van Justitie en Veiligheid in nader schriftelijk overleg te treden of neemt zij deze voor kennisgeving aan?
-
-Wenst de commissie de status van toezegging T03934 te wijzigen (thans: deels voldaan)?
Toelichting
-
-Op 29 januari 2025 ontving de Kamer een afschrift van de Kamerbrief Investeringen in de politie en (strafrecht)ketenpartners en juridische borging van de neutrale uitstraling van boa’s (EK 36.600/29.628, X). In de brief werd onder andere ingegaan op de toezegging T03934 van het lid Van der Goot (OPNL).
-
-De commissie besloot op 25 maart 2025 deze brief voor kennisgeving aan te nemen en de status van toezegging T03934 als 'deels voldaan' aan te merken. Tevens verzocht zij de griffie ambtelijk na te gaan of de minister nog specifiek kan ingaan op de problematiek van de sluiting van het politiebureau te Wolvega.
-
-Bij brief van 6 oktober 2025 (EK 36.600/29.628, AE) heeft de minister van J&V de Kamer een afschrift van de Kamerbrief gezonden over zichtbaarheid en nabijheid, waaronder huisvesting, van de politie. In deze brief gaat hij tevens in op de sluiting van het politiebureau te Wolvega.
-
-Naar aanleiding hiervan heeft de commissie op 14 oktober 2025 besloten de status van toezegging T03924 te handhaven als deels openstaand en op 28 oktober 2025 gelegenheid te bieden tot het leveren van inbreng voor schriftelijk overleg. Bij brief van 12 november 2025 hebben de fracties van OPNL, GroenLinks-PvdA, CDA, D66, JA21, SP, ChristenUnie en Volt gezamenlijk, en de leden van de fractie van de BBB een aantal vragen aan de minister van J&V gesteld.
-
-Deze vragen zijn bij brief van 9 januari 2026 door de minister van J&V beantwoord (EK 36.600 / 29.628, AH).
-
-Uw commissie besloot op 13 januari 2026 de toezegging T03934 als 'deels voldaan' te blijven beschouwen.
-
-Uw commissie leverde op 27 januari 2026 inbreng voor nader schriftelijk overleg met de minister van J&V. Bij brief van 3 februari 2026 hebben de fracties OPNL, GroenLinks-PvdA, BBB, D66, CDA, SP, Christen-Unie, PvdD, JA21, Volt en Fractie-Visseren-Hamakers gezamenlijk een aantal vervolgvragen aan de minister van J&V gesteld.
-
-De op 23 maart 2026 ontvangen antwoorden staan vandaag (31 maart 2026) ter bespreking geagendeerd (verslag nader schriftelijk overleg; 36.600 / 29.628, AK).
T03934 - Toezegging Openen van innovatieve politieloketten (36.600)
De minister-president zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Van der Goot (OPNL), toe dat de minister van Justitie en Veiligheid - voorafgaand aan de begrotingsbehandeling van Justitie en Veiligheid - in een verzamelbrief nader zal in gaan op het openen van innovatieve politieloketten op bestaande locaties, inclusief de problematiek van de sluiting van het politiebureau te Wolvega. (huidige status: deels voldaan)
Bespreking van verslag nader schriftelijk overleg en status toezegging
6.36.225, K
Verslag van een schriftelijk overleg met de minister van J&V inzake de uitvoering van de motie-Nicolaï c.s. over na gaan of er een beroep openstaat op grond van de Algemene wet bestuursrecht; Wet gegevensverwerking persoonsgerichte aanpak radicalisering en terroristische activiteiten
Beslispunt
-
-Wenst de commissie naar aanleiding van de brief van 26 maart 2026 (36.225, K) met de minister van Justitie en Veiligheid in nader schriftelijk overleg te treden of neemt zij deze voor kennisgeving aan?
-
-Wenst de commissie de uitvoeringsstatus van de motie-Nicolaï c.s. (36.225, H) te wijzigen (thans: niet uitgevoerd)?
Toelichting
-
-Bij de behandeling van het wetsvoorstel op 21 januari 2025 is de vraag besproken of de beslissing van de weegploeg om een persoon aan te melden voor bespreking in het casusoverleg radicalisering moet worden aangemerkt als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Naar aanleiding hiervan heeft de Kamer de motie-Nicolaï c.s. (36.225, H) aangenomen.
-
-Motie-Nicolaï (PvdD) c.s. over na gaan of er een beroep openstaat op grond van de Algemene wet bestuursrecht (36.225, H)
In deze motie wordt de regering verzocht om na te gaan of tegen de beslissing als bedoeld in artikel 5, derde lid van de Wet gegevensverwerking persoonsgerichte aanpak radicalisering en terroristische activiteiten, beroep openstaat op grond van de Algemene wet bestuursrecht en als dat niet het geval is, te onderzoeken of het belang van rechtsbescherming noopt om dat beroep te openen.
-
-Naar aanleiding van de brief van de minister van J&V van 3 september 2025 (36225, J) heeft de commissie op 9 september 2025 besloten om op 23 september 2025 gelegenheid te bieden voor het leveren van inbreng voor schriftelijk overleg en de status van de motie-Nicolaï c.s. (36.225, H) als 'niet uitgevoerd' te blijven beschouwen.
-
-Bij brief van 1 oktober 2025 hebben de fracties van GroenLinks-PvdA, BBB, VVD, D66, SP, PvdD, Volt en SGP gezamenlijk enkele vragen aan de minister van Justitie en Veiligheid gesteld.
-
-De antwoordbrief is op 26 maart 2026 ontvangen en staat vandaag (31 maart 2026) ter bespreking geagendeerd (verslag schriftelijk overleg; 36.225, K).
Bespreking van verslag schriftelijk overleg en uitvoeringsstatus motie
7.29.628 / 31.934, D
Brief van de staatssecretaris van J&V ter aanbieding van de Ontwerpregeling tot wijziging van de Regeling aanwijzing functies VOG Politiegegevens; Politie
Beslispunt
-
-Wenst de commissie de brief van de staatssecretaris van J&V van 26 maart 2026 (29.628 / 31.934, D) voor kennisgeving aan te nemen of wenst zij hierover in schriftelijk overleg te treden met de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid?
-
-Acht de commissie de vertrouwelijkheid van de vertrouwelijke stukken voldoende gemotiveerd?
Toelichting
-
-Op 26 maart 2026 heeft de staatssecretaris van J&V het ontwerp van een wijziging van de Regeling aanwijzing functies politiegegevens (hierna: de Regeling) aangeboden. De Regeling is gebaseerd op artikel 35a van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens. Met de voorgestelde wijziging worden enkele functies aangewezen bij het OM en worden een aantal functiebenamingen bij de Douane gewijzigd.
-
-De Regeling wordt aan de Kamer voorgelegd ter uitvoering van de voorhangprocedure die is opgenomen in artikel 35a, vijfde lid, van de Wet justitiële en strafvorderlijkegegevens en om de Kamer de mogelijkheid te geven zich uit te spreken over het ontwerp. De regeling staat als te doen gebruikelijk vermeld op de lijst gedelegeerde regelgeving.
-
-Voornoemde openbare aanbiedingsbrief ging vergezeld van voorstellen en voordrachten tot aanwijzing van functies die vertrouwelijk ter inzage zijn gelegd bij de griffie omdat deze achtergrondinformatie kunnen bevatten over specifieke aan te wijzen functies met een hoog integriteitsrisico. De aanbiedingsbrief staat vandaag (31 maart 2026) ter bespreking geagendeerd.
Procedure beoordeling vertrouwelijkheid
Op grond van de Regeling vertrouwelijke stukken, artikel 5, eerste lid, dient de brief waarmee een vertrouwelijk stuk is aangeboden, voor behandeling in een commissievergadering van de behandelde commissie geagendeerd te worden. De motivering van de vertrouwelijkheid van het stuk en de voorwaarden van inzage kunnen in deze vergadering worden besproken.
Tweede Kamer
Een brief van gelijke strekking is op 25 maart 2026 gezonden aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal en staat ter bespreking gepland op de procedurevergadering van de Tweede Kamercommissie voor J&V op 1 april 2026.
Bespreking brief
8.35.871, G
Brief van de minister van J&V ter aanbieding van het rapport “Strafverzwaring in samenhang: De invloed van recente wetgeving op de gevangenisstraf bezien vanuit de wetssystematiek, rechtsvergelijking en praktijk”; Verhoging wettelijk strafmaximum doodslag
Beslispunten
-
-Wenst de commissie:
-
1.de brief van 25 maart 2026 (35.871, G) voor kennisgeving aan te nemen en na ontvangst van de beleidsreactie te bezien of schriftelijk overleg wenselijk is; of
-
2.naar aanleiding van de brief van 25 maart 2026 (35.871, G) met de minister van Justitie en Veiligheid in schriftelijk overleg te treden?
-
-Wenst de commissie de uitvoeringsstatus van de motie-Veldhoen c.s. (35.871) te wijzigen (thans: niet uitgevoerd)?
Toelichting
-
-Bij de behandeling van het wetsvoorstel verhoging wettelijk strafmaximum doodslag (35.871) is de Motie-Veldhoen c.s. (35.871, D) aangenomen over een onderzoek naar sanctieverzwarende effecten door stapeling van wetten.
-
-Motie-Veldhoen (GroenLinks) c.s. over een onderzoek naar sanctieverzwarende effecten door stapeling van wetten (35.871, D).
In deze motie wordt de regering verzocht om (bijvoorbeeld) het WODC een integraal en wetssystematisch onderzoek te laten uitvoeren naar de effecten van stappeling van wetten met verzwaring van sancties, waarbij in het bijzonder de gevolgen voor de effectiviteit en proportionaliteit van het strafrechtelijke sanctiestelsel worden onderzocht, zowel in Nederland als in een Europees (rechts)vergelijkend perspectief.
-
-Naar aanleiding van deze motie biedt de minister van J&V bij brief van 25 maart 2026 (35.871, G) het WODC-rapport “Strafverzwaring in samenhang. De invloed van recente wetgeving op de gevangenisstraf bezien vanuit de wetssystematiek, rechtsvergelijking en praktijk ” aan met de vermelding dat hij ernaar streeft zo spoedig mogelijk een beleidsreactie hierover aan de Kamer te sturen.
Bespreking brief en uitvoeringsstatus motie
9.Mededelingen en informatie
A - Oprichting Staatscommissie overheidsingrijpen bij kindermishandeling en ontwikkelingsbedreiging
Bij brief van 20 maart 2026 deelt de staatssecretaris van J&V mede dat de ministerraad heeft ingestemd met de voordracht van het Instellingsbesluit Staatscommissie overheidsingrijpen bij kindermishandeling en ontwikkelingsbedreiging. Met dit instellingsbesluit geeft de staatssecretaris van J&V, mede namens de minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport uitvoering aan de motie van het Tweede Kamerlid Ceder c.s. (Kamerstukken II , vergaderjaar 2024/25, 36708, nr. 30), gedaan tijdens het debat in de Tweede Kamer op 3 juli 2025 over het rapport van de Commissie toeslagen en uithuisplaatsingen.
B - Commissie FIN: Technische briefing 14 april 2026 Agemene Rekenkamer
De commissie FIN heeft op 14 april 2026 van 19.30 tot 20.30 uur een technische briefing gepland van de Algemene Rekenkamer over de publicatie “anti-witwasaanpak in de bankensector: "Gevolgen groot, opbrengsten onbekend".
10.Rondvraag
11.Openstaande correspondentie
Hieronder is een overzicht van de openstaande correspondentie weergegeven. Een overzicht van wetsvoorstellen die bij de commissie voor Justitie en Veiligheid (J&V) in (schriftelijke) behandeling zijn, is hier te raadplegen.
Overzicht openstaande correspondentie |
|||
|---|---|---|---|
Verzonden |
Onderwerp (+link brief) |
Reactietermijn |
Toelichting |
17 september 2025 aan stas. J&V |
Brief over het amendement-Helder bij wetsvoorstel Onverenigbaarheid rechterschap met lidmaatschap Eerste en Tweede Kamer en het Europees Parlement |
15 oktober 2025 |
Update 20 maart 2026: Het ministerie streeft naar beantwoording in maart of begin april 2026. |
18 november 2025 aan stas. J&V |
Brief over de Staat van de wetgevingskwaliteit en de kabinetsbrede agenda met initiatieven voor het versterken van de kwaliteit van wetgeving |
16 december 2025 |
Update (brief) 17 februari 2026: De antwoorden zullen worden opgenomen in de kabinetsreactie op het WODC-onderzoek naar de wijze van parlementaire controle op het gebruik van algoritmen in en ter uitvoering van wetgeving. Een update van het onderzoek wordt rond de zomer verwacht. |
23 december 2025 aan min. J&V |
Brief over het GREVIO rapport Building trust by delivering support, protection and justice: Netherlands First thematic evaluation report |
3 februari 2025 |
Update 20 maart 2026: Het ministerie streeft naar beantwoording in de week van 30 maart. |
Wetgeving |
|||
22 januari 2026 |
Verslag Initiatiefvoorstel-Sneller Wet verval bijzondere aanwijzingsbevoegdheid openbaar ministerie (36.125) |
17 februari 2026 |
Gerappelleerd op 20 maart 2026: De beantwoording heeft de aandacht van het ministerie, maar er kan nog niet worden aangegeven wanneer een reactie volgt. |
17 maart 2026 |
Tweede verslag initiatiefvoorstel Wet strafbaarstelling conversiehandelingen (36.178) |
14 april 2026 |
|
Bijgewerkt: 27 maart 2026 |
|||
