Dinsdag 31 maart 2026, commissie Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei (EZ/KGG)




Agenda

1.Vaststellen agenda

2.36.800 XIII

Begrotingsstaten Economische Zaken 2026

Beslispunt

Hoe wenst de commissie het begrotingswetsvoorstel te behandelen?

Toelichting

De commissie heeft de keuze uit de volgende behandelopties:

  • 1. 
    een datum te bepalen voor het leveren van inbreng voor een verslag;
  • 2. 
    te volstaan met een blanco verslag (geen vragen of opmerkingen, afdoen als hamerstuk of stemming);
  • 3. 
    te volstaan met een verslag onder voorbehoud van plenaire behandeling.

Achtergrond

  • Op 24 maart jl. heeft de Tweede Kamer gestemd over alle begrotingswetsvoorstellen. In het College van fractievoorzitters is de wens uitgesproken om een spoedige begrotingsbehandeling te waarborgen. Op 7 april vinden in principe geen commissievergaderingen plaats vanwege het debat over de regeringsverklaring. Omdat er op 31 maart geen plenair debat voorzien is en er dus veel tijd is voor commissievergaderingen, is voorgesteld om waar mogelijk de begrotingen op 31 maart voor procedure te agenderen in alle commissies.
  • In artikel 2.25 van de Comptabiliteitswet 2016 is een regel opgenomen voor het geval een begroting niet voor de start van het kalenderjaar is goedgekeurd. Lopend beleid dat ten grondslag ligt aan de begroting kan met terughoudendheid in uitvoering worden genomen. Voor nieuw beleid geldt het uitgangspunt “niet, tenzij”. Voor dit “tenzij” is vereist dat uitstel naar de mening van de betreffende minister niet in het belang is van de Staat en dat hij de Kamers daarover heeft geïnformeerd. De Kamers hoeven zich hier niet expliciet over uit te spreken.
  • De Europese begrotingsregels (Verordening (EU) nr. 473/2013, artikel 4, lid 3 en overweging 15) bepalen dat begrotingen in principe vóór aanvang van het begrotingsjaar worden vastgesteld. In het geval behandeling voor de jaarwisseling niet lukt (“omwille van objectieve redenen buiten de macht van de overheid"), dienen lidstaten te beschikken over uitgestelde begrotingsprocedures. Met de hiervoor genoemde bepaling in de Comptabiliteitswet is in zo’n uitgestelde begrotingsprocedure voorzien.

Procedure

3.36.800 L

Begrotingsstaat Nationaal Groeifonds 2026

Beslispunt

Hoe wenst de commissie het begrotingswetsvoorstel te behandelen?

Toelichting

De commissie heeft de keuze uit de volgende behandelopties:

  • 1. 
    een datum te bepalen voor het leveren van inbreng voor een verslag;
  • 2. 
    te volstaan met een blanco verslag (geen vragen of opmerkingen, afdoen als hamerstuk of stemming);
  • 3. 
    te volstaan met een verslag onder voorbehoud van plenaire behandeling.

Achtergrond

  • Op 24 maart jl. heeft de Tweede Kamer gestemd over alle begrotingswetsvoorstellen. In het College van fractievoorzitters is de wens uitgesproken om een spoedige begrotingsbehandeling te waarborgen. Op 7 april vinden in principe geen commissievergaderingen plaats vanwege het debat over de regeringsverklaring. Omdat er op 31 maart geen plenair debat voorzien is en er dus veel tijd is voor commissievergaderingen, is voorgesteld om waar mogelijk de begrotingen op 31 maart voor procedure te agenderen in alle commissies.
  • In artikel 2.25 van de Comptabiliteitswet 2016 is een regel opgenomen voor het geval een begroting niet voor de start van het kalenderjaar is goedgekeurd. Lopend beleid dat ten grondslag ligt aan de begroting kan met terughoudendheid in uitvoering worden genomen. Voor nieuw beleid geldt het uitgangspunt “niet, tenzij”. Voor dit “tenzij” is vereist dat uitstel naar de mening van de betreffende minister niet in het belang is van de Staat en dat hij de Kamers daarover heeft geïnformeerd. De Kamers hoeven zich hier niet expliciet over uit te spreken.
  • De Europese begrotingsregels (Verordening (EU) nr. 473/2013, artikel 4, lid 3 en overweging 15) bepalen dat begrotingen in principe vóór aanvang van het begrotingsjaar worden vastgesteld. In het geval behandeling voor de jaarwisseling niet lukt (“omwille van objectieve redenen buiten de macht van de overheid"), dienen lidstaten te beschikken over uitgestelde begrotingsprocedures. Met de hiervoor genoemde bepaling in de Comptabiliteitswet is in zo’n uitgestelde begrotingsprocedure voorzien.

Procedure

4.36.800 XXIII

Begrotingsstaten Klimaat en Groene Groei 2026

Beslispunt

Hoe wenst de commissie het begrotingswetsvoorstel te behandelen?

Toelichting

De commissie heeft de keuze uit de volgende behandelopties:

  • 1. 
    een datum te bepalen voor het leveren van inbreng voor een verslag;
  • 2. 
    te volstaan met een blanco verslag (geen vragen of opmerkingen, afdoen als hamerstuk of stemming);
  • 3. 
    te volstaan met een verslag onder voorbehoud van plenaire behandeling.

Achtergrond

  • Op 24 maart jl. heeft de Tweede Kamer gestemd over alle begrotingswetsvoorstellen. In het College van fractievoorzitters is de wens uitgesproken om een spoedige begrotingsbehandeling te waarborgen. Op 7 april vinden in principe geen commissievergaderingen plaats vanwege het debat over de regeringsverklaring. Omdat er op 31 maart geen plenair debat voorzien is en er dus veel tijd is voor commissievergaderingen, is voorgesteld om waar mogelijk de begrotingen op 31 maart voor procedure te agenderen in alle commissies.

  • In artikel 2.25 van de Comptabiliteitswet 2016 is een regel opgenomen voor het geval een begroting niet voor de start van het kalenderjaar is goedgekeurd. Lopend beleid dat ten grondslag ligt aan de begroting kan met terughoudendheid in uitvoering worden genomen. Voor nieuw beleid geldt het uitgangspunt “niet, tenzij”. Voor dit “tenzij” is vereist dat uitstel naar de mening van de betreffende minister niet in het belang is van de Staat en dat hij de Kamers daarover heeft geïnformeerd. De Kamers hoeven zich hier niet expliciet over uit te spreken.

  • De Europese begrotingsregels (Verordening (EU) nr. 473/2013, artikel 4, lid 3 en overweging 15) bepalen dat begrotingen in principe vóór aanvang van het begrotingsjaar worden vastgesteld. In het geval behandeling voor de jaarwisseling niet lukt (“omwille van objectieve redenen buiten de macht van de overheid"), dienen lidstaten te beschikken over uitgestelde begrotingsprocedures. Met de hiervoor genoemde bepaling in de Comptabiliteitswet is in zo’n uitgestelde begrotingsprocedure voorzien.


Procedure

5.36.800 M

Begrotingsstaat Klimaatfonds 2026

Beslispunt

Hoe wenst de commissie het begrotingswetsvoorstel te behandelen?

Toelichting

De commissie heeft de keuze uit de volgende behandelopties:

  • 1. 
    een datum te bepalen voor het leveren van inbreng voor een verslag;
  • 2. 
    te volstaan met een blanco verslag (geen vragen of opmerkingen, afdoen als hamerstuk of stemming);
  • 3. 
    te volstaan met een verslag onder voorbehoud van plenaire behandeling.

Achtergrond

  • Op 24 maart jl. heeft de Tweede Kamer gestemd over alle begrotingswetsvoorstellen. In het College van fractievoorzitters is de wens uitgesproken om een spoedige begrotingsbehandeling te waarborgen. Op 7 april vinden in principe geen commissievergaderingen plaats vanwege het debat over de regeringsverklaring. Omdat er op 31 maart geen plenair debat voorzien is en er dus veel tijd is voor commissievergaderingen, is voorgesteld om waar mogelijk de begrotingen op 31 maart voor procedure te agenderen in alle commissies.
  • In artikel 2.25 van de Comptabiliteitswet 2016 is een regel opgenomen voor het geval een begroting niet voor de start van het kalenderjaar is goedgekeurd. Lopend beleid dat ten grondslag ligt aan de begroting kan met terughoudendheid in uitvoering worden genomen. Voor nieuw beleid geldt het uitgangspunt “niet, tenzij”. Voor dit “tenzij” is vereist dat uitstel naar de mening van de betreffende minister niet in het belang is van de Staat en dat hij de Kamers daarover heeft geïnformeerd. De Kamers hoeven zich hier niet expliciet over uit te spreken.
  • De Europese begrotingsregels (Verordening (EU) nr. 473/2013, artikel 4, lid 3 en overweging 15) bepalen dat begrotingen in principe vóór aanvang van het begrotingsjaar worden vastgesteld. In het geval behandeling voor de jaarwisseling niet lukt (“omwille van objectieve redenen buiten de macht van de overheid"), dienen lidstaten te beschikken over uitgestelde begrotingsprocedures. Met de hiervoor genoemde bepaling in de Comptabiliteitswet is in zo’n uitgestelde begrotingsprocedure voorzien.

Procedure

6.Werkbezoek TNO

Beslispunt

Wenst u het werkbezoek aan TNO Rijswijk op maandag 15 juni of woensdag 17 juni plaats te laten vinden?

Toelichting

  • Op 10 maart 2026 besloot uw commissie tot het organiseren van een werkbezoek aan TNO Rijswijk.
  • In de bijlage treft u een door TNO opgesteld conceptprogramma voor dit bezoek aan.
  • TNO heeft aangegeven zowel op maandag 15 juni als op woensdag 17 juni beschikbaar te zijn.
  • De leden Kluit (GroenLinks-PvdA), Kroon (BBB), Van Langen-Visbeek (BBB) en Karaaslan-Kilic (D66) hebben aangegeven een voorkeur te hebben voor maandag 15 juni. De leden Van Gasteren (BBB), Bovens (CDA), Van Aelst-Den Uijl (SP), Holterhues (ChristenUnie), Baumgarten (JA21) en Van der Goot (OPNL) hebben aangegeven een voorkeur te hebben voor woensdag 17 juni.
  • Tijdens de commissievergadering van 24 maart 2026 is door enkele fracties aangegeven dat twee werkbezoeken in de maand juni wellicht niet de voorkeur geniet. De commissie wordt daarom in overweging gegeven het werkbezoek na het zomerreces te laten plaatsvinden.

7.Werkbezoek Provinciale Staten Groningen

Beslispunt

Welke leden wensen deel te nemen aan het werkbezoek aan de Provinciale Staten Groningen op 3 juni 2026 van 10.30 uur tot 16.00 uur ?

Toelichting

  • Op 20 januari 2026 besloot uw commissie in te gaan op het aanbod van de Provinciale Staten van Groningen betreffende het afleggen van een werkbezoek. Het werkbezoek staat gepland op 3 juni 2026. Ook de Provinciale Staten van Drenthe zullen aan deze dag deelnemen.
  • De locaties liggen naar verwachting op maximaal 45 minuten reistijd van het provinciehuis in Groningen.
  • De griffie van de Provinciale Staten van Groningen verzoekt u aan te geven of u voornemens bent deel te nemen aan dit werkbezoek, of u op dinsdagavond of woensdagochtend wenst af te reizen, en of u op eigen gelegenheid of in georganiseerd verband wenst te reizen.
  • De leden Crone (GroenLinks-PvdA), Bovens (CDA), Van Kesteren (PVV), Perin-Gopie (Volt) en Van der Goot (OPNL) hebben aangegeven aanwezig te zijn bij dit werkbezoek. Ook zal een fractielid van de BBB deelnemen. Het lid Van Langen-Visbeek (BBB) kan na de lunch aanschuiven.
  • Na vaststelling van de datum van het af te leggen werkbezoek, zullen ook de leden van de commissie BIZA worden uitgenodigd voor het werkbezoek.

8.Mededelingen en informatie

A - WKR-advies: 'Circulair versterkt. Duurzaam materiaal voor een klimaatneutrale samenleving'

Op 26 maart ontving uw commissie het WKR-advies: 'Circulair versterkt. Duurzaam materiaal voor een klimaatneutrale samenleving'. Dit advies gaat over hoe de CO2 emissies die ontstaan door het gebruik van materialen kunnen worden verlaagd met het zogenaamde circulaire-economiebeleid. U ontvangt het advies, de samenvatting en de visuele samenvatting.


Brief Wetenschappelijke Klimaatraad (WKR): WKR-advies: 'Circulair versterkt. Duurzaam materiaal voor een klimaatneutrale samenleving' (180455)

9.Rondvraag

10.Ter herinnering: openstaande correspondentie commissie EZ/KGG

  • Hieronder is een overzicht van de openstaande correspondentie weergegeven (dit betreft brieven).

  • Een overzicht van wetsvoorstellen die bij de commissie voor Economische Zaken en Klimaat (EZK) in (schriftelijke) behandeling zijn, is via deze link te raadplegen.
  • Een overzicht van EZ/KGG-wetsvoorstellen in behandeling bij de Tweede Kamer is te raadplegen via deze link.

Overzicht openstaande correspondentie

Verzonden

Onderwerp + link

(N)SO: (nader) schriftelijk overleg

Reactietermijn

Toelichting

17 maart 2026

SO - Het eindrapport Aansluitoffensief - Acht doorbraken voor betere benutting van het elektriciteitsnet (29.023)

Link brief

14 april 2026

 

4 maart 2026

SO - JOIN(2025)977 - Versterking economische veiligheid EU (36.907)

Link brief

4 april 2026

 

17 februari 2026

SO- energiemarkt consumenten (27.879 / 29.023)

Link brief

17 maart 2026

 

27 januari 2026

NSO - mogelijkheden inkoop voor marktpartijen, waaronder EBN, voor gas en herkomst gas (29.023)

Link brief

24 februari 2026

Uitstelbrief 12 februari 2026

19 juli 2022

NSO - Motie Berkhout rotorbladen; (35.092)

Link brief

T.z.t. informeren over uitkomst aeronautische studie, vervolgens status motie opnieuw agenderen.

 

Wetgeving:

     

Er zijn momenteel geen openstaande verslagen

     

Versie: 27 maart 2026