Plenair Dessing bij voortzetting Algemene politieke beschouwingen



Verslag van de vergadering van 18 oktober 2022 (2022/2023 nr. 4)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 17.29 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Dessing i (FVD):

Voorzitter, dank u wel. Ik maak mij zorgen over de democratie. Tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen in de Tweede Kamer besloot het kabinet om de stem van FVD niet te willen horen. Mijn partijleider werd zelfs het woord ontnomen voor de rest van het debat: een ongekende staatsrechtelijke beperking van het vrije woord. Het is vandaag trouwens sowieso de dag van de schorsingen, maar dat terzijde.

De minister-president gaf daarnaast kortgeleden aan dat hij er weinig voor voelt om in gesprek te gaan met FVD, omdat dat zinloos zou zijn; dat waren zijn woorden. Toch ga ik een poging wagen, want ik wil hier in de Eerste Kamer het gesprek met de minister-president aangaan, een gesprek op de inhoud en niet op de persoon — laat dit op voorhand een geruststellende gedachte zijn — met daarbij de fatsoensnormen zoals u die inmiddels van mij gewend bent.

Maar dit is ook een gesprek van een lid van de Staten-Generaal dat gehoord wil worden over de grote problemen die FVD ziet en over onze zorgen over de staat van de natie. Een gekozen volksvertegenwoordiger, die namens een deel van de bevolking spreekt, die deze zorgen deelt en die ook gehoord wil worden! Dit deel van de bevolking wil niet genegeerd worden door een premier die aan de hand van de inhoud van een betoog wil bepalen of hij deze zorgen wel wil aanhoren. Als de politiek het vertrouwen van de burger wil terugwinnen, is het voeren van het gesprek over de huidige problemen en het zoeken naar verbinding wel een eerste voorwaarde om uit de huidige vertrouwenscrisis te komen. Dit thema is al eerder genoemd. In een democratie moet de burger via zijn volksvertegenwoordigers de regering ter verantwoording kunnen roepen, als die burger meent dat er verkeerde beleidskeuzes worden gemaakt, die de burger onnodig hard raken en die de vrijheden van de burger onnodig inperken. Het aanhoren van ons, als gekozen volksvertegenwoordigers, is dus van essentieel belang voor onze samenleving.

Mevrouw Mei Li Vos i (PvdA):

Ik ben verheugd dat FVD ook gesprek en verbinding wil hebben. Maar dat ga je toch niet krijgen als je elkaar verrader noemt? Dan is er toch geen gesprek mogelijk?

De heer Dessing (FVD):

Ik begrijp niet waar mevrouw Vos op doelt.

Mevrouw Mei Li Vos (PvdA):

U had het over "aan de overkant", over uw fractievoorzitter en uw collega's in de Tweede Kamer, die het woord is ontnomen, omdat zij gekozen volksvertegenwoordigers "verraders" noemen. Dan kun je geen gesprek voeren. Dat is dan toch terecht?

De heer Dessing (FVD):

Volgens mij is het woord "verrader" niet in de mond genomen. Ik ga niet over de woorden die daar gezegd zijn door mijn fractievoorzitter. Dat zijn woorden die ik geheel aan hem laat. Ik probeer in dit debat juist de verbinding en de verdieping aan te gaan, zoals ik net heb proberen aan te duiden.

Mevrouw Mei Li Vos (PvdA):

Dat is prettig. Het is prettig dat u de verbinding en het gesprek aan wilt gaan, want dat is inderdaad heel erg nodig. Maar het helpt dan niet als we elkaar verrader gaan noemen of elkaar voor tribunalen gaan slepen. Als u als lid van Forum voor Democratie hier nu zegt "dat gaan we niet meer doen", dan kunnen we het gesprek hebben. Ik snap heel goed dat mensen weglopen, het gewoon niet meer trekken, beledigd of verdrietig zijn of gewoon het gesprek niet meer aangaan als ze verrader worden genoemd. Ik heb dat ook gezien langs de route van de koets van de koning. Daar hoorde ik ook het woord "verrader". Wat gaat er dan in mensen om? Dan kun je toch geen gesprek voeren? Ik hoop dus dat u het met mij eens bent dat het heel belangrijk is om met elkaar te spreken over vertrouwen, of misschien teleurstelling. Maar laten we elkaar in Nederland alsjeblieft niet op die manier wegzetten. Dan is het gesprek niet mogelijk.

De heer Dessing (FVD):

Laat dan mijn uitnodiging voor verbinding en verdieping in het gesprek bij dezen dan de handreiking zijn die ik in deze chambre de réflexion ook aan mevrouw Vos wil geven.

Voorzitter, ik ga verder. Dat gezegd hebbende is er beleidsmatig natuurlijk zeer veel te beschouwen. De stand van Nederland en zijn inwoners is dramatisch slecht te noemen. De kloof tussen de burger en de politiek is nog nooit zo groot geweest als nu. Dit komt volgens FVD vooral door onbegrijpelijke beslissingen die tegen het belang en vaak ook tegen de wil van de Nederlander ingaan. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het referendum over de Europese grondwet, waar Nederland tegenstemde, maar die er later alsnog kwam. Denk ook aan het Oekraïnereferendum waar Nederland wederom tegenstemde, maar met een inlegvelletje werd er alsnog ingestemd met dat verdrag. En zo zijn er nog vele andere beleidskeuzes te noemen die niet populair zijn onder het volk, maar er wel doorgedrukt worden. Het kabinet trad af wegens de toeslagenaffaire, maar keerde even later in exact dezelfde vorm en met veelal dezelfde gezichten weer terug. De overheid heeft jarenlang de vermogensrendementsheffing geïnd, onrechtmatig geacht door de Hoge Raad, en besluit vervolgens om een groot deel van de gedupeerden niet te compenseren. De Groningers zitten al jaren op de hun beloofde herstelvergoedingen te wachten. Zo kunnen we nog wel even doorgaan!

De heer Otten i (Fractie-Otten):

Ja, zo kunnen we nog wel even doorgaan, inderdaad. Ik heb even een vraag aan de heer Dessing. Uw partijleider, over wie u het zelf net al even had, vindt Poetin een fantastische man en hoopt dat hij de oorlog in Oekraïne gaat winnen. Het meest hoopvolle wat er in het leven van uw partijleider gebeurd is, is de Russische inval in Oekraïne. U heeft zich als enige in deze Kamer, geloof ik, nog niet afgesplitst. Kan ik daaruit concluderen dat u achter deze uitlatingen staat, dat u Poetin ook fantastisch vindt en dat u ook hoopt dat Rusland de barbaarse oorlog in Oekraïne gaat winnen? Is dat ook het standpunt van de heer Dessing?

De heer Dessing (FVD):

Om te beginnen: ik denk niet dat ik mijzelf nog kan afsplitsen. Dat lijkt me een fysieke onmogelijkheid. Om in alle serieusheid terug te komen op het verhaal van Rusland — het starten van een oorlog is niet goed te praten, absoluut niet. Het is heel vreselijk dat daar burgerslachtoffers vallen, absoluut. Dat is mijn persoonlijke mening.

Vind ik Poetin dan een prachtvent? Nee, dat zou ik anders willen formuleren. Wat ik heel vervelend vind, is dat wij als Nederland bij monde van de premier een oorlog in worden getrokken die, zoals hij dat zegt, "ook de onze is". Ik wil helemaal niet dat deze oorlog de onze wordt. Ik denk dat wij in de expansiedrift van het Westen veel te ver zijn doorgeslagen. Wij hebben de druk zo opgevoerd dat we op een punt zijn gekomen, met name ook door de financiering die we met wapens richting Rusland doen, dat we een hele explosieve situatie aan het creëren zijn, die de hand van de door u genoemde heer Poetin alleen maar dichter bij de nucleaire knop brengt. Dat zouden we niet moeten willen.

Het is al eerder door andere ambtgenoten in dit huis genoemd: ik denk dat we echt moeten zorgen dat we in een situatie terechtkomen waarin we die angel eruit halen, hoe moeilijk dat ook is. Mijn debat en mijn pleidooi hier gaan in zijn geheel over verbinding, ook in dit verband. Laten we alsjeblieft zoeken of er toch niet een diplomatieke oplossing is voor deze weg. Dat zou mijn antwoord zijn richting ambtgenoot Otten.

De heer Otten (Fractie-Otten):

Ja, dus als je land wordt binnengevallen, moet je gewoon maar op je rug gaan liggen en zeggen "we gaan het diplomatiek oplossen". De Oekraïners hebben geen keuze. Die agressie komt heel duidelijk van de Russische kant. Maar ik concludeer dat de heer Dessing een hoop woorden nodig heeft om geen afstand te nemen van de loftuitingen van zijn partijleider aan het adres van de heer Poetin. Dat constateer ik dan.

De heer Dessing (FVD):

Die woorden laat ik geheel aan de heer Otten. Ik probeer alleen wat nuance in dit debat aan te brengen, wat tot nu toe eigenlijk redelijk eenzijdig is. Rusland wordt inderdaad in de rol van dé kwade genius gezet en er staat geen ander verhaal tegenover. Dat is de nuance die ik hier wil aanbrengen.

De heer Janssen i (SP):

Even een vraag, omdat ik de heer Dessing net hoorde zeggen dat het een schande is dat de bewoners in Groningen zo lang moeten wachten et cetera. Betekent dat dat het standpunt van Forum voor Democratie, wat ik al jaren hoor, om vooral door te gaan met het oppompen van gas in Groningen, gewijzigd is? Zegt u "laten we daarmee maar stoppen, want anders moeten nog meer mensen nog langer gaan wachten"?

De heer Dessing (FVD):

Nee, maar in de rest van mijn betoog zal ik daarop terugkomen. Ik ga uitgebreid op dit punt in. Als u het goed vindt, wil ik dat punt even maken. Als u daarover niet tevreden bent, komt u weer bij mij terug.

De heer Van Rooijen i (50PLUS):

Meneer Dessing, u had het net over nuance. We hebben het hier over een oorlog, het binnenvallen van Oekraïne. Ik ben zelf in de oorlog geboren en heb meegemaakt hoeveel slachtoffers er gevallen zijn en hoe dat jarenlang trauma's heeft achtergelaten. Waarom kunt u in antwoord op de vraag van collega Otten niet klip-en-klaar zeggen dat u de inval in Oekraïne veroordeelt?

De heer Dessing (FVD):

Ik heb net gezegd dat ik het starten van een oorlog absoluut veroordeel en dat ik het absoluut vreselijk vind dat daar burgerslachtoffers bij vallen. Ik vind het goed dat de Nederlandse regering onderzoek doet naar slachtoffers en oorlogsmisdaden aan beide zijden van dit conflict. Zo zou het ook moeten zijn.

De heer Van Rooijen (50PLUS):

U praat nu heel begrijpelijk over de vreselijke gevolgen van de inval. Maar mijn vraag was of u de inval zelf wilt veroordelen. En of u dus het standpunt van uw partijleider in de Tweede Kamer niet deelt, die een groot fan van Poetin is.

De heer Dessing (FVD):

Ik heb proberen te zeggen en ik herhaal dat, dat ik het starten van een oorlog absoluut geen goede zaak vind. Dat blijf ik vinden. Ik vind ook dat we als Nederland niet dusdanig kolen op het vuur moeten gooien door de spanning verder op te voeren. Nogmaals, ik probeer hier een verhaal van verbinding en ontspanning te houden. Dat is wat ik wil zeggen. Ik denk dat ik het daarbij ga laten.

De voorzitter:

Tot slot, meneer Van Rooijen.

De heer Van Rooijen (50PLUS):

Ik vind dit in de eerste plaats geen antwoord op mijn vraag. Dus ik herhaal die nog een keer: wilt u de inval in Oekraïne veroordelen en daarmee duidelijk afstand nemen van het standpunt van uw partijleider in de Tweede Kamer?

De voorzitter:

Tot slot, meneer Dessing.

De heer Dessing (FVD):

Nee, voorzitter. Ik heb de nuance aangebracht. Ik neem geen duidelijke afstand van het standpunt van mijn partijleider. Dat is niet wat u mij hier hoort zeggen. Ik heb mijn antwoord net gegeven.

De voorzitter:

Vervolgt u uw betoog.

De heer Dessing (FVD):

Dank u wel, voorzitter. En dit allemaal terwijl er andere keuzes te over gemaakt kunnen worden, die in tegenstelling tot wat er nu gebeurt wél in het belang zijn van de burgers van Nederland. Dat deze mensen het vertrouwen in dit kabinet en in de politiek vrijwel geheel zijn verloren, is bepaald niet gek. Zij ervaren dat er beleid wordt gemaakt over de ruggen van de burger in plaats van in het belang van en in samenspraak met de burger. Bovendien getuigen de maatregelen die in de Miljoennota zijn aangekondigd van gestuurde symptoombestrijdingsmaatregelen, die de macht van de overheid en de afhankelijkheid van de burgers vergroten.

Neem nu de miljarden die worden uitgetrokken om de explosief gestegen energieprijs te compenseren middels een gesubsidieerd prijsplafond, hier al eerder genoemd. Het lijkt sympathiek en helpt zeker de burger die zijn rekeningen niet meer kan betalen op de korte termijn. Maar het is een niet-structurele oplossing voor foutieve beleidskeuzes in het recente en minder recente verleden.

Daarnaast is het zorgwekkend dat dit kabinet nog geen begin van een idee heeft hoe deze rekening van potentieel 40 miljard gefinancierd gaat worden. Wellicht kan de minister daar vandaag een antwoord op geven. Er wordt niet gekeken naar onderliggende oorzaken, zoals het jarenlange ruime monetaire beleid van de ECB, investeringsfondsen zoals Invest-NL en andere initiatieven vanuit de overheid om een al oververhitte economie met nog meer bijgedrukt geld te stimuleren, wat uiteindelijk heeft geleid tot de extreem hoge en voor huishoudens pijnlijke inflatie die we nu zien. Er wordt verder en verder de fuik ingezwommen, ondanks het feit dat steeds meer mensen zien dat er een verkeerde koers wordt gevaren. Er wordt zelden daadwerkelijk geëvalueerd of gewenste maatregelen werken, uitvoerbaar zijn of een meetbaar resultaat opleveren zonder ongewenste bijwerkingen.

Maar dit wordt nooit toegegeven. Een daadwerkelijk en empathisch mea culpa, het toegeven dat de gekozen koers verkeerd is geweest en de maatschappij onnodig schade heeft toegebracht, een mea culpa waar zo veel burgers naar snakken: dat valt uit Den Haag niet te horen. Terwijl dat een begin zou kunnen zijn van het terugwinnen van vertrouwen, dit uiteraard in combinatie met het herstellen van verkeerd beleid, zoals ik eerder heb gezegd.

Voorzitter. In het genoemde voorbeeld van de energievoorziening komt alles wat ik zojuist betoogde pijnlijk samen. Ik kom hiermee op het punt dat de SP opbracht. Vanwege het foutieve uitgangspunt van het Klimaatakkoord dat de mensheid aan de thermostaatknop van het klimaat zou kunnen draaien door het reduceren van CO2 om daarmee de temperatuur op aarde te verlagen — een utopie omdat klimaatverandering niet te beïnvloeden is door menselijk ingrijpen, wat de zogenaamde consensuswetenschap daar ook tegenoverzet — gaat Nederland nu gebukt onder een juk van dystopische uitvoeringsmaatregelen die het bedrag van 1.000 miljard ver te boven zullen gaan.

De leveringszekerheid van energie is uiterst onzeker en onbetaalbaar geworden door de afbouw van fossiele energie, het stopzetten van de aardgaswinning in Groningen, het vertrouwen op zogenaamd CO2-neutrale biomassa en inefficiënte wiebelstroom van windturbines en zonneakkers. De stroom- en gasprijzen zijn door het eindeloos bijdrukken van geld ten gunstige van Zuid-Europa, grote inmenging van de overheid in de economie door onder andere klimaat- en investeringsprogramma's en door de sancties tegen Rusland, die onszelf vele malen harder treffen dan Rusland zelf, tot een astronomisch bedrag gestegen. Steeds meer huishoudens leven in armoede. Menig Nederlander is radeloos en kan de eindjes niet meer aan elkaar knopen. De oplossing van deze regering om te sturen op minder energieverbruik en om op aangeven van PvdA en GroenLinks een prijsplafond in te stellen, afgetopt op een gemiddeld huishouden, bouwt een systeem van afhankelijkheid van de burgers ten opzichte van de overheid in, dat wat FVD betreft uiterst ongewenst is.

Voorzitter. Wat zouden we dan wel moeten doen? Het is allemaal niet zo moeilijk. Wat FVD betreft, wordt de gaswinning in Groningen weer hervat, worden de Groningers ruimhartig gecompenseerd en brengen we de energieprijzen zo weer op een acceptabel niveau, waardoor de inflatie wordt afgeremd. Ook zouden we moeten stoppen met de verdere uitbouw van windparken en zonneakkers, zodat de visserij en de agrarische sector toonaangevend kunnen blijven op het wereldtoneel. Geen agrariërs dwingen hun land op te geven door onnodige stikstofeisen, stikstofeisen die knellen vanwege het krampachtig willen vasthouden aan geconstrueerde tekentafelnatuur, zoals ik het noem. Stop met bureaucratische subsidiesystemen. Verlaag en vereenvoudig belastingen, waardoor de overheid wordt verkleind en de autonomie van de burger wordt vergroot, zodat bakkers weer gewoon brood kunnen bakken en slagers hun koelingen weer kunnen laten draaien, zodat burgers weer hun eigen keuzes kunnen maken en het mkb weer gewoon kan ondernemen. Dat zouden structurele oplossingen zijn.

De heer Janssen (SP):

Ik meende daar een antwoord op mijn vraag te horen. Wil FVD de gaswinning hervatten? Het antwoord was: ja, we willen de gaswinning hervatten. Waarom brengt de heer Dessing dan de Groningers op die al zo lang zitten te wachten op schadeherstel? U zegt: compenseer ze ruimhartig. Laat ik het zo zeggen: daar zijn heel veel partijen voor, maar het moet ergens stoppen. Als we doorgaan met naar gas boren, krijgen we meer aardbevingen en meer schade. Is dat dan wat u wil?

De heer Dessing (FVD):

Nee, ik denk dat überhaupt het stoppen van het boren de onrust in de aarde niet tot stilstand zal brengen. Natuurlijk kan dit meer onrust in de aarde veroorzaken. Maar de opbrengsten vanuit dit gasveld zijn zo enorm astronomisch dat alle schade en toekomstige schade gewoon op een goede manier zou moeten kunnen worden gecompenseerd. Dat is in het belang van Nederland een keuze die je zou kunnen maken.

De heer Janssen (SP):

Ik heb bij een eerder debat gewezen op het feit dat de schade in Groningen niet alleen een financiële schade is. Het gaat om grootouders die hun kleinkinderen niet meer thuis durven laten logeren. Mensen hebben altijd een koffertje bij hun achterdeur staan, omdat ze bij de volgende beving gewoon met hetgeen hen nog dierbaar is weer weg willen. Dat is hetgeen FVD wil. Die denken dat ze alles met geld kunnen afkopen, maar zo gaat dat niet, meneer Dessing. Is uw idee werkelijk dat u alles, al het leed in Groningen, met geld kunt afkopen? Ik zou dan zeggen: kijkt u de verhoren van de enquêtecommissie nog eens na.

De heer Dessing (FVD):

Dat zijn de woorden van de SP. Ik heb gezegd wat ik daarover wilde zeggen. Ik denk dat we daar zeker het gesprek over kunnen aangaan, hoe moeilijk dat gesprek ook zal zijn. Laten we het dan wel goed doen en laten we de Groningers niet nog langer laten wachten dan ze nu al moeten wachten.

De voorzitter:

Vervolgt u uw betoog.

De heer Dessing (FVD):

Ik ga verder. Waarom wordt er dan niet voor deze oplossingen gekozen? Is het de onwil om niet af te willen wijken van afspraken en akkoorden, ook al zijn deze afspraken slecht voor de burger? Waarom worden ogenschijnlijk simpele en pragmatische oplossingen zoals hiervoor genoemd, niet opgepakt? Of passen deze oplossingen niet in een grotere agenda die koste wat het kost moet worden doorgedrukt en waar deze regering zich aan heeft gecommitteerd? Een agenda van globalisme, zoals openlijk verkondigd door het World Economic Forum, een ondemocratische entiteit. Is deze door FVD onder de aandacht gebrachte agenda wellicht het ware ziektebeeld achter de symptoombestrijding die spreekt uit de maatregelen in de Miljoenennota?

Voorzitter. Daarom wil ik via u de volgende vragen voorleggen aan de minister-president. Hoe zou u het vinden als u niet wordt gehoord, als de bestuurders van het land dat u liefhebt zo omgaan met uw belangen? Hoe zou u het vinden als uw vrijheid wordt ingeperkt, omdat u ziet dat uw regering voor u wil bepalen hoe u uw verdere leven zou moeten leiden? Hoe zou u het vinden om te horen dat we moeten accepteren dat we allemaal een stukje armer worden, terwijl u ziet dat het ook anders kan en moet? Hoe zou u dit gave land gaaf willen houden? Minister-president, hoe kunt u rustig slapen als u ziet dat dit land en zijn inwoners langzaam naar de knoppen gaan?

Voorzitter, ik rond af. Nederland is een te mooi land om deze teloorgang zomaar te laten gebeuren. Het regeerakkoord van Rutte II had de veelzeggende titel: Bruggen slaan. Laten we de handen ineenslaan en de strijdbijl begraven. Laten we de verbinding terugvinden en luisteren naar de stem van het volk, dat gehoord wil horen. Het volk snakt naar een daadwerkelijk luisterende, minder belerende en controlerende overheid, die vertrouwen heeft in haar burgers. Het volk wil verandering van beleid, uitgevoerd door daadkrachtige politici, die dienstbaar zijn aan de maatschappij in plaats van dat zij het volk hun wil opleggen. Het volk wil politici die problemen echt zien en die structurele, pragmatische oplossingen zoeken voor een beter Nederland en voor de vrijheid.

Dank u wel.

De heer Rosenmöller i (GroenLinks):

Mag ik de heer Dessing een vraag stellen? Even los van alle inhoudelijke, politieke elementen die hij noemt, is het hoofdthema van hem: verbinding en samenwerking. Hij vertegenwoordigt een partij die via haar partijleider het verdienmodel heeft van reuring en conflict. Dit wordt ook expliciet als verdienmodel geëtaleerd. Heeft u weleens overwogen om de partij te verlaten?

De heer Dessing (FVD):

Nee, om de vraag van de heer Rosenmöller te beantwoorden, denk ik dat we heel goed moeten kijken naar waar Forum voor Democratie inhoudelijk voor staat. Ik heb geprobeerd om dit in het debat aan te geven. Dat raakt zo vaak ondergesneeuwd, door de in mijn ogen vaak opgeblazen polemiek en tegenstellingen, die met name door de pers worden uitvergroot. Ik vind het zo jammer dat we daarop blijven hangen en dat we niet de inhoudelijke argumenten met elkaar kunnen wisselen.

De voorzitter:

Mag ik nog enige rust vragen in de zaal, om het gesprek ordentelijk te kunnen voeren?

De heer Rosenmöller (GroenLinks):

Mag ik dan een vervolgvraag stellen? Heeft u weleens nagedacht waarom die inhoudelijke boodschap ondergesneeuwd raakt? Dat komt door die reuring en dat conflict die uw partijleider voortdurend etaleert — doordat hij voortdurend in conflict probeert te komen met collega's of bewindslieden in de Tweede Kamer. Die werkwijze maakt dat je inhoudelijke boodschap niet alleen ondergesneeuwd raakt, maar volledig verdwijnt. Als partijleider word je synoniem aan reuring en conflict. Vervolgens staat een fractievoorzitter van diezelfde partij in de Eerste Kamer een pleidooi te houden met samenwerking als hoofdboodschap. Volgens mij is het van tweeën een. Ik heb echt serieus naar u geluisterd. Er zijn hier meer collega's die over samenwerking gesproken hebben. Dat zal de minister-president ook doen en de koning deed het ook in de troonrede. Het is van tweeën een: of je representeert een partij van samenwerking, maar dan neem je echt afscheid van het verdienmodel van reuring en conflict dat je partijleider etaleert, of je wordt niet serieus genomen. U zult toch echt moeten kiezen.

De heer Dessing (FVD):

Die keuze, met alle respect ... Ik wil echt van reuring geen verdienmodel maken. Dat werp ik echt van mij. Ik probeer echt op de inhoud het gesprek aan te gaan en ik probeer een toon te kiezen die past bij deze chambre de réflexion. Ik ga over mijn woorden en mijn collega's in de Tweede Kamer gaan over hun woorden. Maar de inhoud verbindt ons. Laten we nu die strijdbijl begraven en kijken of we elkaar op de inhoud kunnen vinden. Dat zou ik zo'n mooie conclusie vinden van dit debat.

De voorzitter:

Enige stilte in de zaal, alstublieft. Meneer Van Hattem.

De heer Dessing (FVD):

En ja, dat kan ook bij Forum voor Democratie, zou ik eraan willen toevoegen. Absoluut. Juist bij Forum voor Democratie!

De voorzitter:

Ik heb net het woord gegeven aan de heer Van Hattem.

De heer Van Hattem i (PVV):

Ja, nee wacht, even een punt van orde. Het raakt ook de opmerking van onder andere de heer Rosenmöller, na deze mooie woorden van de heer Dessing. Het heeft te maken met het volgende. Eerder werd in eerste termijn heel krampachtig gedaan over het noemen van personen die niet in deze zaal aanwezig zijn. Nu wordt er een uitgebreid debat gevoerd over iemand die ook niet aanwezig is, namelijk over de partijleider van de heer Dessing van Forum voor Democratie, en daar wordt helemaal niets over gezegd. Dat wordt gewoon aangenomen en laat men gewoon passeren. De heer Dessing wordt in een positie gebracht dat hij zich moet verdedigen. Mijn punt van orde is: waarom wordt er met twee maten gemeten ten aanzien van personen die niet in deze zaal aanwezig zijn? Waarom wel als het over de CEO van Schiphol gaat, maar niet als het gaat over de partijleider van de heer Dessing?

De voorzitter:

Zodra ik vind dat er beledigend wordt gesproken over mensen die hier niet zijn, hoort u dat van mij.

De heer Van Hattem (PVV):

Er werd ook niet beledigend gesproken over de CEO van Schiphol. Er werden gewoon een aantal feiten geconstateerd en een aantal punten naar voren gebracht over deze staatsdeelneming.

De voorzitter:

Sorry, meneer Van Hattem, ik vond het beledigend hoe dat ging en ik praat er graag op een ander moment met u over verder. Ik geef u nu niet meer het woord.

De heer Van Hattem (PVV):

Voorzitter …

De voorzitter:

Nee. Ik geef u niet meer het woord.

De heer Van Hattem (PVV):

Dan wil ik een ordevoorstel doen.

De voorzitter:

Ik geef u het woord daar niet voor.

De heer Van Hattem (PVV):

Ja, maar …

De voorzitter:

Nee, ik geef u het woord niet meer. Uw microfoon staat uit. Ik geef het woord aan de heer Rosenmöller.

De heer Van Hattem (PVV):

Ik wil een ordevoorstel doen.

De voorzitter:

Nee, u krijgt niet het woord, ook niet voor een ordevoorstel. Ik ben niet verplicht om u direct het woord te geven. U kunt wel door de zaal schreeuwen, maar de microfoon staat niet aan. De heer Rosenmöller heeft nu het woord.

De heer Rosenmöller (GroenLinks):

Dank voor deze uitnodiging …

De voorzitter:

U moet de knop van de microfoon opnieuw indrukken.

De heer Rosenmöller (GroenLinks):

Ik wil toch inhoudelijk de eerste termijn afronden …

De voorzitter:

Even loslaten en opnieuw indrukken.

De heer Rosenmöller (GroenLinks):

Hallo?

De voorzitter:

Ja, hij doet het.

De heer Rosenmöller (GroenLinks):

De bedoeling was te zeggen: laten we dit toch inhoudelijk afronden. Ik meen dat serieus. Dat doet u ook in mijn richting en naar de collega's. Ik zou u dan toch in overweging willen geven welke FVD u dan vertegenwoordigt, als daar echt voortdurend sprake is — en dat is in deze Kamer onomstreden — van die reuring, dat conflict, dat niet-inhoudelijke. U zegt: laten we dan over de inhoud spreken. Maar dat kan toch niet met zo'n partij en met zo'n partijleider? Laten we nou heel eerlijk zijn: dat kan gewoon niet. Dat moet u toch ook te denken geven? Als u dat wilt, moet u eruit stappen, bent u een eigen fractie, bent u een vent en dan gaan we met elkaar inhoudelijk discussiëren over de toekomst van Nederland.

De heer Dessing (FVD):

Ik denk dat ik, met uw welnemen, daarover heb gezegd wat ik wilde zeggen. Als u een debat wil over wat de heer Baudet gezegd zou hebben, die hier inderdaad niet aanwezig is, dan denk ik dat de Tweede Kamerfractie van GroenLinks daarover in de Tweede Kamer het debat moet voeren. Ik heb erover gezegd wat ik wilde zeggen. Ik heb de handreiking gedaan en ik ben en blijf onderdeel van FVD, een partij die absoluut op de inhoud ideeën heeft en een partij die wil verbinden. Dat is wat ik hier heb betoogd.

De heer Van Hattem (PVV):

Ik moet toch een ordevoorstel doen, want ik merk dat de voorzitter toelaat dat de heer Rosenmöller op een denigrerende toon spreekt over "zo'n partij" en "zo'n partijleider". Dat is evengoed denigrerend en daarmee mogelijk beledigend. Ik vind dat we dan consequent moeten zijn en dat er niet met twee maten moet worden gemeten. Mijn ordevoorstel is om in dit debat niet langer met twee maten te meten en hier consequent mee om te gaan. Dus niet de heer Rosenmöller wel toestaan om iemand denigrerend toe te spreken en anderen niet. Ik wil dus dit ordevoorstel doen, inclusief een hoofdelijke stemming en per direct.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan ga ik nu eerst schorsen voor de dinerpauze tot 19.00 uur.