Plenair Doornhof bij behandeling Introductie gecombineerde geslachtsnaam



Verslag van de vergadering van 14 maart 2023 (2022/2023 nr. 22)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 14.42 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Doornhof i (CDA):

Dank u wel, voorzitter. De laatste tijd wordt er binnen en buiten deze Kamer nogal vaak gezegd dat we hier in dit huis niet te veel Tweede Kamertje moeten spelen. De senaat zou wat terughoudender moeten zijn met moties en met schriftelijke vragen. Nee, het gaat hier om de kwaliteit van wetgeving en het politieke primaat ligt anderhalve kilometer verderop. Mijn fractie hecht aan die rolvastheid, maar ook wij zijn niet zonder zonden. Ik probeer in elk geval bij het huidige voorstel mijn best te doen. Dat betekent ook dat ik me ga concentreren op de kwaliteit. Maar laat ik toch toegeven dat binnen mijn fractie al niet al te warme gevoelens voor het voorstel an sich bestaan. Binnen mijn fractie wordt een voorstel dat gaat over dat het mogelijk wordt dat kinderen de achternaam van beide ouders dragen, niet per se nodig gevonden. Er zijn ook heel veel mensen in het land die er wel aan hechten dat het in principe duidelijk is dat een kind één achternaam kan krijgen. Het belang van historisch besef en stamboomonderzoek spelen daarbij ook een rol.

Voorzitter. Dan kom ik op de kwaliteit van de wetgeving. Op dat punt valt er ook wel een aantal vraagtekens te plaatsen, al heb ik natuurlijk wel gezien dat de Raad van State zonder meer positief heeft geadviseerd. Maar de vraag is wel — dat sluit aan op het betoog dat collega Van Dijk zojuist hield — wat nou het grote probleem is waarvoor nu überhaupt moet worden gegrepen naar het instrument van wetswijziging. Natuurlijk is het duidelijk dat er ouders zijn die zeggen: wij zouden het plezierig vinden als we de keuze hebben om beide namen aan ons kind te geven. Dat blijkt ook uit de publiekspeiling. Maar toch lijkt de echte urgentie beperkt te zijn. Ik zou toch de vraag aan de minister willen voorleggen of hij niet van mening is dat de behoefte aan de mogelijkheid om een dubbele achternaam te geven, niet wat te klein is om een wetswijziging te rechtvaardigen. Los daarvan, hoe je het wendt of keert, het Burgerlijk Wetboek wordt toch weer wat complexer gemaakt; aan het naamrecht worden regeltjes toegevoegd.

Voorzitter. De hamvraag voor mijn fractie is nu of de vraagtekens die vanuit de kwaliteit bij dit voorstel zijn te plaatsen zodanig zwaar zijn dat we ook tegen het voorstel gaan stemmen. Dan moet ik ook toegeven dat het niet helpt als je op voorhand al niet al te warme gevoelens bij het voorstel hebt. Mijn fractie zal daar een knoop over moeten doorhakken. Alles wat in dit debat aan argumenten wordt gewisseld, kan natuurlijk daarbij helpen.

De voorzitter:

Daarmee bent u aan het eind van uw inbreng?

De heer Doornhof (CDA):

Dan ben ik, voorzitter.

De heer Backer i (D66):

We hadden het net in een debat over de keuzevrijheid en de mogelijke beperkingen die het huidige stelsel oplegt aan met name vrouwen in het krachtenveld van de besluitvorming over geslachtsnamen, en of dit voorstel niet een verbetering zou zijn omdat het iets toevoegt aan die keuzevrijheid. Uit uw woorden begrijp ik dat u zegt: daar is nu niet zo veel behoefte aan. Maar zou u het ook mee kunnen wegen? Want ik hoor u eigenlijk bezwaren noemen, die er ongetwijfeld ook zijn. Dus zou u het niet mee kunnen wegen dat die keuzevrijheid iets toevoegt aan het stelsel?

De heer Doornhof (CDA):

Als u mij toestaat, voorzitter, wil ik dan graag een wedervraag stellen. Dus dan bent u van mening dat de vrijheid van keuze die je nu hebt tussen de naam van de moeder en de naam van de vader, an sich niet toereikend is op dat punt?

De heer Backer (D66):

Ja. Ik denk dat dat beperkingen oplegt, waardoor ik denk dat door de toevoeging die nu gedaan wordt een verbetering optreedt.

De heer Doornhof (CDA):

Waar zit die beperking dan in?

De heer Backer (D66):

Het is een digitale keuze nu. En als je die kan verbreden door te zeggen "niemand verliest hier, want er kunnen twee familienamen blijven bestaan" dan is dat winst. Dat is een keuzevrijheid die het stelsel als regelend recht biedt. Het is dus niet dwingend maar regelend recht.

De heer Doornhof (CDA):

Mijn vraag is: zegt u dan dat je dan de vrouw helpt?

De voorzitter:

Dit gaat nu niet meer helemaal volgens het Reglement van Orde.

De heer Backer (D66):

Voorzitter, volgens mij gaat het niet volgens de regels.

De voorzitter:

U stelt een korte vraag, u geeft een kort antwoord en dan kunt u weer een vraag stellen. Dus waar zijn we nu?

De heer Backer (D66):

Nee, ik heb geen vragen meer.

De heer Doornhof (CDA):

Dan mag ik gaan zitten, neem ik aan.

De heer Backer (D66):

Ik stel alleen vast dat het antwoord in een wedervraag is geëindigd, maar daar laat ik het bij.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Van den Berg namens de VVD.