Plenair Van der Voort bij behandeling Wet wijziging verlengingssystematiek en goedkeuring vierde verlenging geldingsduur Tijdelijke wet maatregelen covid-19



Verslag van de vergadering van 21 februari 2022 (2021/2022 nr. 18)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 16.49 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Van der Voort i (D66):

Voorzitter. Ook de D66-fractie heet de nieuwe minister van VWS van harte welkom in deze Eerste Kamer. Met betrekking tot het meest in het oog springende dossier, de bestrijding van de coronacrisis, heeft deze Kamer al een en ander met de vorige bewindspersoon van gedachten gewisseld. Het verheugt onze fractie nu al te merken dat onder de nieuwe bewindspersoon een andere wind waait. We verheugen ons er daarom op om met deze nieuwe minister samen te werken. We wensen hem daarbij veel succes.

Voorzitter. Ook vandaag wil ik melden dat ik naast mijn werk hier, beroepsmatig als intensivist met de gevolgen van de coronacrisis in aanraking kom. Alles afwegende meent mijn fractie dat dit toch geen belemmering vormt om hier vandaag het woord te voeren.

Voorzitter. De wisseling van bewindspersoon geeft de regering ruimte om nieuwe stappen te zetten, bijvoorbeeld in de richting die door onze fractie wordt gewenst. Grotendeels komen die stappen overeen met de wensen die door mevrouw De Boer namens een aantal fracties zijn uitgesproken. Het betreft met name de omzetting van tijdelijke wetgeving naar definitieve wetgeving en het beperken van de Twm in verhouding tot de stand van de pandemie op dit moment.

Eerst over de voorliggende vierde verlenging. Uiteraard was het in de afgelopen maanden noodzakelijk om maatregelen uit de Twm in te zetten. Daarmee is instemming met de voorliggende goedkeuringswet voor onze fractie evident. Dat betekent echter niet dat wij zonder kritiek zijn op de toepassing en uitvoering van de maatregelen uit de Twm, zoals die in de maanden waar de goedkeuringswet over gaat hebben plaatsgevonden. Maar evalueren is op een ander moment aan de orde.

De heer Janssen i (SP):

Nu de heer Van der Voort hier staat, heb ik nog even een verhelderende vraag over de motie met letter E. Toen ik het net aan mevrouw De Boer vroeg, had ik de motie nog niet in handen. Ik had de motie toen nog niet gelezen. In de motie staat dat een volgende verlenging van de Twm zich moet beperken tot basismaatregelen, zoals afstand, mondkapjes, vaccinatie en hygiëne. Op mijn vraag antwoordde mevrouw De Boer: ja, maar dat moet dan wel verplicht zijn. Moet ik het zo lezen dat er alleen nog in mag staan: verplicht afstand houden, verplicht een mondkapje dragen, verplicht ventileren en verplicht handen wassen? Mag dit niet in een adviesvorm zijn?

De heer Van der Voort (D66):

Zo moet u dat inderdaad zien, maar ik kom daar nog op terug.

De voorzitter:

Vervolgt u uw betoog.

De heer Van der Voort (D66):

Het was noodzakelijk in de afgelopen maanden om de maatregelen in te zetten. Maatregelen die grondrechten van burgers beperkten. Het vertrouwen in de overheid en het coronabeleid heeft daar echter onder te lijden gehad. Om het vertrouwen in de overheid en in het beleid weer te vergroten, is een gebaar van de overheid nodig. Wij nodigen de minister uit om daar een stap in te zetten. Is de minister bereid om de Twm te beperken in het aantal maatregelen dat de wet omvat door de Twm terug te brengen tot louter algemene maatregelen? Eerder sprak onze fractie van een mengpaneel met een aantal schuiven. De eerste schuif is die van algemene maatregelen, zoals hygiëne, afstand, mondkapjes en ventilatie. Die lijken onze fractie nog steeds belangrijk om beschikbaar te hebben en als maatregel in te zetten. De tweede categorie, zoals 3G, wordt niet meer gebruikt. De andere schuifjes die ik hier heb genoemd, liggen buiten de Twm en gaan onder andere over vaccineren. Die blijven natuurlijk relevant.

Zoals collega De Boer al heeft betoogd, is het verwijderen van bijvoorbeeld de 3G uit de Twm een logische stap. Onze fractie denkt dat bij het opkomen van een nieuwe variant nieuwe wetgeving snel genoeg door beide Kamers te loodsen valt. Is de minister bereid om de Kamer in deze wens tegemoet te komen?

De heer Janssen (SP):

Dit is iets nieuws wat nu geïntroduceerd wordt. Ik vraag de heer Van der Voort: wanneer was handen wassen verplicht? En wanneer was ventileren verplicht?

De heer Van der Voort (D66):

Er zijn volgens mij geen verplichte hygiënemaatregelen geweest. Waar het mij om gaat, is dat de Twm teruggebracht kan worden tot algemene maatregelen, voor zover die nu in de Twm staan. Dus ik roep niet op om maatregelen die nu niet in de Twm staan, alsnog in de Twm op te nemen.

De heer Janssen (SP):

Maar dan snap ik de motie niet meer. Er wordt nu iets nieuws geïntroduceerd, namelijk verplicht handen wassen en verplicht ventileren. Maar dat is tot nu toe niet geweest. Dat is wat u er dan wel in wilt hebben. Dan voegt u dus iets toe.

De heer Van der Voort (D66):

Nee, nee, nee. Op dit punt kan ik de heer Janssen geruststellen. Het gaat er niet om iets toe te voegen. Het gaat om het beoordelen van de maatregelen zoals die nu in de Twm staan. Alles wat niet geordend kan worden onder de algemene maatregelen, kan volgens de motie uit de Twm gehaald worden en daar ook uit blijven. De maatregelen die je zou kunnen scharen onder algemene maatregelen kunnen erin blijven. Het gaat er in deze motie dus niet om iets toe te voegen.

De heer Janssen (SP):

Maar het gaat, zoals ik aan collega De Boer vroeg, om verplichtingen. Het is niet de bedoeling dat er adviezen in komen. Tot nu toe is ventileren niet verplicht geweest en is handen wassen niet verplicht geweest. Hoe kan het dan wél in de nieuwe Twm komen — in de motie wordt dat als voorbeeld genoemd — terwijl het nu geen onderdeel is van de Twm? Dan brengt u er iets in wat er nu niet als verplichting in staat.

De heer Van der Voort (D66):

Ik herhaal dat de heer Janssen daar gerust over kan zijn. Het gaat niet om het inbrengen van nieuwe verplichtingen. Het gaat om het eruit halen van verplichtingen die niet meer nodig zijn. Adviezen vallen daarbuiten.

De voorzitter:

De heer Janssen, tot slot.

De heer Janssen (SP):

Het spijt me, maar dan blijf ik herhalen dat de in de motie genoemde voorbeelden van zaken die in de Twm alleen nog maar over mogen blijven, verplichtingen zijn die op dit moment niet verplicht zijn, zoals ventileren en handen wassen.

De heer Van der Voort (D66):

Mijn advies aan de heer Janssen is om de motie anders te lezen, zoals ik die net heb uitgelegd.

De heer Van Hattem i (PVV):

Ik ga graag even door op dit punt. Zoals de heer Janssen terecht stelt, zijn dat allemaal adviezen, geen verplichtingen. Wat zit er wel in de Twm? Bijvoorbeeld biedt de Twm de grondslag voor de 1G-maatregel die het kabinet nu beoogt in te voeren. Op grond van die 1G-maatregel moet op locaties waar 500 personen binnen zijn iedereen verplicht testen. Als D66 en de andere indieners van deze motie nu zeggen dat het alleen gaat om het verhaal van de mondkapjes, ventileren et cetera, zeggen zij dan dat de 1G-maatregel dus ook niet meer op basis van de Twm ingevoerd kan worden, aangezien de Twm daar wel de grondslag voor biedt?

De voorzitter:

De heer Recourt. Excuus, de heer Van der Voort. Ik was al bij de volgende interrumpant.

De heer Van der Voort (D66):

De motie roept op om inderdaad ook een maatregel als 1G niet in de Twm op te nemen bij de verlenging vanaf 1 maart. Dat is waar de motie toe oproept. Wat ik in mijn betoog net heb gezegd: mocht er gezien de endemische omstandigheden reden zijn om andere maatregelen toch te gaan invoeren, dan kunnen die met spoed door de Tweede en Eerste Kamer geloodst worden. Wij hebben eerder laten zien dat wij dat met elkaar kunnen. Maar in ieder geval is het dan geen vast onderdeel meer van de Twm.

De heer Van Hattem (PVV):

Dan moeten we dus nu even duidelijk vaststellen dat als deze motie wordt aangenomen, er geen grondslag meer is voor die 1G-maatregel op basis van de Twm en ook niet meer voor de maatregelen die de minister nu beoogt in de ijskast te zetten, zoals het coronatoegangsbewijs. Die hele ijskast kan per direct ontdooien en, zoals de heer Otten daarstraks al zei, in de container worden gegooid als deze motie is aangenomen. Beogen de indieners van deze motie daarmee alles wat in de ijskast zit ook meteen weg te doen?

De heer Van der Voort (D66):

De motie spreekt uit dat wij een verlenging van de Twm, waar het soort maatregelen zoals u die noemt nog inzit, de volgende keer heel kritisch zullen beschouwen en in beginsel niet zullen ondersteunen. Het is aan de regering om ervoor te kiezen of die ijskast wordt leeggeruimd of niet.

De voorzitter:

De heer Van Hattem, tot slot.

De heer Van Hattem (PVV):

Nu hinkt de heer Van der Voort van D66 op twee gedachten. Net kregen we te horen dat alleen de adviezen, die nu niet verplicht zijn, deel kunnen uitmaken van de verlenging van de Twm. Net werd al gezegd dat die 1G-maatregel er niet onder kan vallen. Maar die ijskast, waarin onder andere dat vrijheidsbeperkende coronatoegangsbewijs zit, kan er opeens wel mee uit worden gehaald. Heb ik de heer Van der Voort dan goed begrepen?

De heer Van der Voort (D66):

De heer Van Hattem heeft mij niet goed begrepen. Wij stellen voor om die maatregelen niet meer in de ijskast te houden, maar om die echt uit de Twm te verwijderen en om alleen de regels over bijvoorbeeld ventilatie te handhaven. Wij stellen verder voor om wat wij in ons mengpaneel de tweede schijf, de tweede categorie maatregelen, hebben genoemd, zoals 3G en 1G, waarover nu gesproken wordt, niet meer op te nemen in de Twm vanaf 1 maart.

De heer Recourt i (PvdA):

We hadden het net over staatsrechtelijke zuiverheid. Ik dacht: moet ik een punt van orde maken? De heer Van der Voort gaat natuurlijk over D66, maar over de motie gaan alle partijen die de motie hebben ingediend. De uitleg van de eerste indiener is bepalend. Mijn collega weet ook niet precies hoe mijn fractie of de VVD-fractie erin staat. Voordat er nu allemaal vragen over de motie komen, zou mijn voorstel zijn om dat in tweede termijn bij de eerste indiener te laten, zodat we een eenduidige uitleg over de motie krijgen.

De heer Van der Voort (D66):

Ik vind dat een uitstekend voorstel van de heer Recourt. Laat ik dan zeggen dat de opmerking die ik zojuist heb gemaakt, in ieder geval voor de D66-fractie geldt.

De heer Recourt (PvdA):

Ik heb dit voorstel ook met een half oog naar u gedaan, voorzitter, in de hoop dat u daar dan ook op kunt sturen.

De voorzitter:

Als mevrouw De Boer daarover in tweede termijn het woord wenst, zal ik dat haar zeker geven. Meer kan ik niet doen.

De heer Nicolaï i (PvdD):

Ik liep voor deze interruptie naar de interruptiemicrofoon. Ik geef dit aan de heer Van der Voort door, die het dan weer kan doorgeven aan degene die bovenaan de motie staat als indiener. Er staat toch dat er alleen wordt meegewerkt als de verlenging zich beperkt tot basismaatregelen, zoals afstand, mondkapjes, ventilatie en hygiëne? Ik lees het als dat al het andere er niet in mag. Ik hoor daar straks, van wie dan ook, in tweede termijn graag nog het een en ander over.

De voorzitter:

Vervolgt u uw betoog, meneer Van der Voort.

De heer Van der Voort (D66):

Is de minister bereid om de Twm ook voor een kortere duur dan drie maanden te verlengen of om al eerder dan drie maanden een nieuw en beperkter KB in te dienen dat aan de wensen van de Kamer tegemoetkomt?

Dan kom ik bij de omzetting van tijdelijke naar definitieve wetgeving. Gelukkig is de druk op de zorg nu van een andere omvang en aard dan die in de afgelopen drie maanden is geweest. Onze fractie meent daarom dat de tijd rijp is om, naast een langetermijnvisie covid, ook een algemener beleid voor pandemieën te formuleren, inclusief een aantal scenario's. Daarbij past, naast die langetermijnvisie, ook adequate wetgeving. Het valt wat ons betreft te overwegen om een separate wet bestrijding pandemieën te ontwerpen, die wel een relatie met de Wpg kent, maar daar geen integraal onderdeel van is. Immers, we hebben geleerd dat het bestrijden van een pandemie fundamenteel verschilt van andere crises. Denk daarbij aan de bevoegdhedenstructuur, de algemene maatregelen als kern van de bestrijding, en aan meer specifieke maatregelen om besmette en onbesmette personen gescheiden te houden. Maar ook een denkkader ten behoeve van een gebalanceerde afweging tussen ziektelast en open samenleving zou daarin plaats kunnen krijgen.

Voorzitter. Wij vragen de minister hoe hij aankijkt tegen een separate wet bestrijding pandemieën. Wanneer verwacht de minister de Twm omgezet te hebben in een vorm — in welke vorm dan ook — van definitieve wetgeving? Kunnen wij daarover een toezegging krijgen?

Voorzitter. Wij wachten de beantwoording van deze vragen af. Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Van der Voort. Dan is nu het woord aan mevrouw Nanninga namens de Fractie-Nanninga.