Plenair De Bruijn-Wezeman bij voortzetting behandeling wetsvoorstel 35874 en debat over de verlenging van de Tijdelijke wet maatregelen covid-19



Verslag van de vergadering van 13 juli 2021 (2020/2021 nr. 46)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 14.54 uur


Mevrouw De Bruijn-Wezeman i (VVD):

Dank u wel, voorzitter. Ik wil de minister bedanken voor de beantwoording van onze vragen en de wijze waarop hij openhartig heeft gereflecteerd op de ontwikkelingen van de afgelopen twee weken. Ik wens hem vooral ook heel veel wijsheid toe om deze verontrustende nieuwe ontwikkelingen opnieuw het hoofd te bieden. Succes!

Voorzitter. Ons past het nodige respect voor alle mensen die in de frontlinie van deze crisis staan, inclusief onze ministers, hun adviseurs en hun medewerkers. De motie-Otten vinden wij ongepast en van weinig respect getuigen voor de enorme taak die op deze minister rust. Het spreekt dan ook vanzelf dat wij tegen deze motie zullen stemmen.

Dan het wetsvoorstel. De wijze waarop met deze wet het parlement bepalende zeggenschap krijgt bij de verlenging van de Tijdelijke wet maatregelen is naar het oordeel van mijn fractie een te grof instrument. Ik heb overigens met belangstelling de inbreng van de heer Nicolaï gevolgd, waarin hij een interessant voorstel deed om de alles-of-nietsbepaling te verzachten door de vervalbepaling om te zetten in een mogelijkheid om de wet op te schorten. Hiervoor is echter een wetswijziging nodig. Onze voorkeur gaat ernaar uit om deze werkwijze mee te nemen bij de voorgestelde evaluatie van de Wpg en dat, als dat kan, bijvoorbeeld artikelsgewijs toe te passen bij artikelen die toezien op de beperking van de grondrechten.

De heer Otten i (Fractie-Otten):

Ik werd even genoemd en ik hoorde het woord "respect". U had geen respect voor mijn motie. Hoe staat het met uw respect voor de minister, die er met zijn beleidsfouten binnen twee weken voor heeft gezorgd dat een op de vier in de leeftijdscategorie van 18 tot 24 nu besmet is met het coronavirus — dat is net in de technische briefing bekendgemaakt — en dat de R-waarde op 2,17 staat? Zo hoog is die nog nooit geweest, zelfs vorig jaar in de piek niet. Wat is uw respect voor iemand die dat in twee weken weet te bewerkstellingen? Dan zeg ik: respect, petje af; dat is nog nooit ergens vertoond. Hoe ziet mevrouw De Bruijn dat?

Mevrouw De Bruijn-Wezeman (VVD):

Nogmaals, ik heb respect voor mensen die hun stinkende best doen om deze crisis te beheersen. Sorry, de woorden zijn misschien wat onparlementair.

De voorzitter:

Op het randje.

Mevrouw De Bruijn-Wezeman (VVD):

Wat zegt u?

De voorzitter:

Op het randje.

Mevrouw De Bruijn-Wezeman (VVD):

Op het randje, oké. Zij doen dat om deze crisis te beheersen, met alle ups en downs, alle onzekerheden, alle dingen die goed gaan en alle dingen die fout gaan. Ik heb geen respect voor parlementariërs die ambtenaren bij naam noemen, aanspreken en disrespectvol behandelen. Ik heb ook geen respect voor aan de zijlaan staan roepen hoe het allemaal anders had gemoeten en zelf niet met voorstellen komen. We hebben het gisteren ook in het debat met u erover gehad. U verwijt de minister, ook in uw motie, rechtstreeks dat hij er de schuld van heeft dat er nu ineens 10.000 jongeren besmet zijn. Ik heb aangegeven dat met de manier waarop u of uw fractie iedere keer keuzes maakt over hoe deze crisis beheerst zou moeten worden, al die jongeren, inclusief alle kwetsbaren, vorig jaar besmet zouden zijn, want u wilde geen enkele maatregel. Oké, na veel doorvragen is er uiteindelijk de avondklok uitgekomen, waarvan ik me overigens ook afvraag of de jongeren, waar u nu ineens zo voor opkomt, daarmee tevreden waren.

De heer Otten (Fractie-Otten):

Er is geen sprake van dat we tegen elke maatregel zijn. Dat probeerde u — ik bedoel mevrouw De Bruijn, voorzitter — mij gisteren ook al aan te smeren. Daar is geen sprake van, maar er zijn hier steeds belangrijke beoordelingsfouten gemaakt. Ik zal nogmaals de oplossing herhalen die wij hebben gegeven. Als de piloot de kluts kwijtraakt in de cockpit, moet je iemand anders in die stoel zetten. Dat is het eerste wat je doet. Voordat je allerlei nieuwe oplossingen gaat bedenken, ga je eerst zorgen dat het vliegtuig blijft vliegen met iemand die dat kan. Onze oplossing is dus: begin met een professional uit de zorg, iemand als Marcel Levi of iemand anders, een arts die snapt wat hij aan het doen is, die zich niet blindstaart op modellen en die ook vertrouwen bij de bevolking heeft. Dat is onze oplossing. We hebben wel degelijk een oplossing.

Mevrouw De Bruijn-Wezeman (VVD):

Meneer Otten gaat er dan blijkbaar van uit dat we een vliegtuig hebben dat op dit moment goed functioneert en kan vliegen, maar het is een vliegtuig dat in feite gewoon allerlei mankementen vertoont. Wellicht kan zelfs de beste piloot hem niet in de lucht houden. Het is heel vervelend om dat te zeggen, maar dat is wel de situatie waar we tegen aankijken. Dan moet je gewoon bereid zijn om, zoals de minister vandaag ook gedaan heeft, te zeggen: we hebben bij een aantal zaken inderdaad inschattingsfouten gemaakt; daar gaan we van leren en we hebben meteen maatregelen getroffen. Ik denk dat dat de enige manier is waarop je dat kan doen en ook de enige manier waarop die piloot een eventuele aankomende ramp nog kan voorkomen.

De heer Verkerk i (ChristenUnie):

Ik heb een ordevoorstel. Ik heb net in mijn tweede termijn — de heer Otten was toen niet aanwezig — verteld dat ik het onterecht vind dat een van onze parlementariërs op de man speelt en niet op de bal. Je mag zelfs niet op de man spelen als je de bal niet weet te vinden. De heer Otten doet dat weer. Voorzitter, ik vind dat dat niet kan in deze Kamer. Dat wil ik gezegd hebben.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Verkerk. Mevrouw De Bruijn, vervolgt u uw betoog.

Mevrouw De Bruijn-Wezeman (VVD):

Voorzitter. Mijn laatste stukje. De heer Janssen geeft aan dat de wet die nu voorligt, niet bedoeld is om nee te zeggen, maar door ja te zeggen bekrachtigt het parlement de verlenging van de Tijdelijke wet maatregelen. Maar juist de heer Janssen en zijn partij weten hoe verleidelijk het kan zijn om tegen te stemmen. Mijn fractie is dus wat minder snel van vertrouwen. De terugvaloptie van de huidige Wpg, in die vorm, vinden wij ongewenst. De VVD-fractie zal daarom tegen het wetsvoorstel Wijziging Wet tijdelijke maatregelen stemmen. Ik heb meneer Janssen uitgedaagd.

De voorzitter:

Bent u bijna aan het einde van uw betoog?

Mevrouw De Bruijn-Wezeman (VVD):

Ik was al aan het einde van mijn betoog.

De voorzitter:

Maakt u het even af. Dan krijgen we daarna de heer Janssen.

Mevrouw De Bruijn-Wezeman (VVD):

Ik was aan het einde van mijn betoog, voorzitter.

De voorzitter:

Uw betoog is afgerond.

Mevrouw De Bruijn-Wezeman (VVD):

Ja.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw De Bruijn.

De heer Janssen i (SP):

Ik vind het toch wel een heel flauw argument dat nu gebruikt wordt. Het is ook totaal niet van toepassing op dit wetsvoorstel, als u dat als een drogreden gebruikt om tegen dit wetsvoorstel te stemmen. Ik zou zeggen: kijkt u eens na voor hoeveel voorstellen wij wel gestemd hebben en kijkt u eens na in hoeveel gemeenten en hoeveel provincies wij meebestuurd hebben en waar we overal positief zaken voor elkaar gekregen hebben. U zet een beeld neer naar aanleiding van een SP-verkiezingsslogan van decennia geleden: stem SP, stem tegen, die toen heel goed gewerkt heeft, moet ik zeggen. Ik zou zeggen: kijk naar gedrag en niet alleen naar dit soort simpele woorden, want dit vind ik wel heel erg flauw.

Mevrouw De Bruijn-Wezeman (VVD):

Ik daagde u uit, meneer Janssen, dat klopt, en u reageert ook, maar het is niet disrespectvol bedoeld, om dat woord maar even te gebruiken. Wij houden rekening met de optie dat er mogelijkheden ontstaan waardoor er wel degelijk tegengestemd wordt. U heeft ook gezien dat een groot aantal fracties in de Tweede Kamer, maar geen parlementaire meerderheid, heeft gestemd tegen het wetsvoorstel over het toekennen van de A-status dat we later nog gaan behandelen, omdat ze daarmee de maatregelen van zich af willen houden. Het is in dat perspectief, maar ik ga er absoluut niet van uit dat uw partij tegen zal stemmen.

De voorzitter:

Dank u wel. Het woord is weer aan de heer Janssen.

De heer Janssen (SP):

Ik zou toch echt bij de feiten willen blijven. Laten we nou gewoon dit wetsvoorstel beoordelen en niet appels met peren gaan vergelijken. Als u iets tegen dit wetsvoorstel heeft, komt u dan met inhoudelijke argumenten. Blijkbaar wilt u tegenstemmen. Dat heeft u in de Tweede Kamer ook gedaan. Dat is uw afweging en dan kunnen andere partijen voorstemmen. Zo gaat dat ook bij andere voorstellen. Zo werkt democratie nou eenmaal. Soms krijg je gelijk en soms niet.

Mevrouw De Bruijn-Wezeman (VVD):

Dat klopt. Daar hebt u helemaal gelijk in.

Mevrouw De Boer i (GroenLinks):

Ik was niet van plan om te reageren, maar naar aanleiding van de laatste opmerking van mevrouw De Bruijn doe ik dat toch even. Ik vind het toch wel heel ernstig dat mevrouw De Bruijn lijkt te zeggen dat zij het risico wil uitsluiten dat het parlement tegen een dergelijk wetsvoorstel stemt. Daarmee zegt zij eigenlijk dat zij niet wil dat er parlementaire zeggenschap is over zo'n belangrijk onderwerp als de beperking van grondrechten. Het mag, uw partij mag dat vinden, maar ik vind dat verontrustend. Dat wil ik in elk geval even opgemerkt hebben.

De voorzitter:

Ik hoor geen vraag.

Mevrouw De Bruijn-Wezeman (VVD):

Ik weet niet of dit een vraag is. Wij hebben natuurlijk wel voor de Tijdelijke wet maatregelen covid-19 gestemd. Daar zitten die beperkingen in. We hebben ook voor de Wpg gestemd en daar zitten die beperkingen in. Op dit moment zie je dat we in feite weer terugvallen op de Wpg als er onzekerheid komt over die verlenging. Nogmaals, onze analyse is dat je terugvalt op die Wpg en dat er dan dus geen parlementaire betrokkenheid meer is. Dat is onze analyse, vandaar dat wij tot een tegenstem komen.

Mevrouw De Boer (GroenLinks):

Maar dat houdt dan dus in dat u geen vertrouwen heeft in het oordeelsvermogen van het parlement om deze afweging te maken op het moment dat je die verlenging beoordeelt.

Mevrouw De Bruijn-Wezeman (VVD):

Het is misschien niet rechtstreeks het vertrouwen in het parlement, maar we hebben de afgelopen twee weken gezien hoe een bepaalde stemming kan ontstaan waarbij we allemaal zeggen dat we dit niet meer nodig hebben, dat we ervan af kunnen, en dat het een of twee weken later weer anders kan zijn. Dan heb je geen terugvaloptie meer, maar u ziet dat misschien anders.

De voorzitter:

Dat lijkt er wel op. Dank u wel, mevrouw De Bruijn. Dan geef ik nu het woord aan de heer Nicolaï, namens de fractie van de Partij voor de Dieren.