Plenair Van Rooijen bij behandeling en stemming (zonder stemming aagenomen)



Verslag van de vergadering van 14 november 2023 (2023/2024 nr. 07)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 14.06 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Van Rooijen i (50PLUS):

Voorzitter. Ik heb bij de Algemene Financiële Beschouwingen van 31 oktober al stilgestaan bij de beperking van de wettelijke inflatiecorrectie in combinatie met de afschaffing van de Inkomensondersteuning AOW, de IO-AOW. Ik kom daar zo op terug, want ik heb eerst een vraag aan minister Van Gennip. Zij deelt met 50PLUS het belang dat ouderen meer gaan participeren in de arbeidsmarkt, zo bleek in een eerder debat. Wat gaat de minister doen om dat concreet te bevorderen? Gepensioneerden die werken, ontvangen slechts de helft van de arbeidskorting. Gepensioneerden krijgen voor exact dezelfde inspanning slechts de helft van €5.000, terwijl alle andere mensen wel recht hebben op die som. Wil de minister deze ongelijkheid ongedaan maken? Zo nee, waarom niet?

Dan de IO-AOW. Door de beperking van de wettelijke inflatiecorrectie tot een derde, gaan gepensioneerden veel sneller naar de tweede schijf van het tarief van 19% naar 37% belasting. Wie weet het nog: met Bos ben je de klos? Dat ging over precies hetzelfde onderwerp, een sluipende maar specifieke lastenverzwaring voor gepensioneerden, waar het kabinet nu ongegeneerd de turbo op zet. De AOW is met 8% extra verhoogd. Dat is voor gehuwden globaal €1.000 op jaarbasis. Maar de IO-AOW is afgeschaft. Dan gaat er dus meteen weer €340 af op jaarbasis en blijft er €660 over. De beperking van de inflatiecorrectie betekent echter een belastingverhoging voor AOW'ers met een modaal inkomen van €360. Afhankelijk van het inkomen van de gepensioneerden in kwestie blijft er dus maar zo'n €300 over van de €1.000 extra die de mensen erbij hebben gekregen door de koppeling op jaarbasis. Officieel blijft de koppeling van de AOW aan het minimumloon uiteraard gehandhaafd, maar onderaan de streep zien en voelen de mensen meteen dat ze worden gepakt, en hoe! Voor gepensioneerden met een hoger middeninkomen blijft er helemaal niets over van die extra 8%, want voor deze groep leiden de beperkingen tot een extra belasting van minstens €500. Dat is boven op de al afgepakte €360 bij de tweede schijf. Voor deze AOW'ers met een substantieel pensioen slaat het genoemde saldo van plus €300 om in min €200 op jaarbasis. Een amendement van de PVV over de herinvoering van de IO-AOW is in de Tweede Kamer verworpen. Wel is een amendement van een aantal partijen aangenomen om het minimumloon, en daarmee ook de AOW, met 1,2% extra te verhogen per 1 juli 2024. Ik vraag minister Schouten wanneer het wetsontwerp wordt ingediend.

Ik vraag de minister ook of zij bereid is om in het formatiedossier te laten opnemen dat de Inkomensondersteuning AOW, de IO-AOW, in 2025 weer wordt ingevoerd, zodat de AOW weer met €28 per maand en €340 per jaar wordt verhoogd. Op deze wijze wordt de beperking van de inflatiecorrectie voor AOW'ers met een modaal inkomen daadwerkelijk gecompenseerd. Zo nodig dien ik een motie in in tweede termijn.

Voorzitter. Dan de pensioenen. De Nederlandsche Bank heeft 63 miljard aan vermogensverliezen voor de pensioenfondsen in het derde kwartaal van 2023 gerapporteerd. Het vermogen is gedaald van 1.485 miljard naar 1.422 miljard in één kwartaal. De boekhoudkundige verplichtingen daalden echter in dat kwartaal met 103 miljard nog veel harder. De dekkingsgraad steeg dus met wel 5% naar 123,3%. Dit is tekenend voor de afgelopen twee jaar. Tussen december 2021 en het derde kwartaal van dit jaar is onder invloed van een stijgende rente het vermogen zelfs met 375 miljard gedaald. Ik herhaal: 375 miljard euro. Het ging van 1.803 naar 1.422. Dat is een verlies van ruim 20% in twee jaar. Dat is net zo veel als de hele rijksbegroting voor een jaar. Pensioenfondsen hebben dus de afgelopen twee jaar alleen maar veel verloren. De boekhoudkundige verplichtingen zijn echter nog harder gedaald, waardoor de dekkingsgraden zijn gestegen. Snapt u het nog? We kunnen toch weer indexeren.

Vergelijk dat met de periode 2007-2019, met een dalende rente. Het vermogen steeg van 699 miljard naar 1.566 miljard: een stijging van 877 miljard. Dat was tweemaal de rijksbegroting. Er was gemiddeld 7,1% rendement per jaar. Maar toen kon er dus helemaal niet geïndexeerd worden. Snapt u het nog?

Het vermogensverlies van de pensioenfondsen sinds december is absoluut ongekend, maar heeft weinig te maken met de beurskoersen van de aandelen. De afgelopen twee jaar zijn de beursindices wereldwijd wel volatiel geweest, maar ze staan vandaag nog bijna op hetzelfde niveau als twee jaar geleden. De enorme verliezen zijn volledig te wijten aan het verlies op de vastrentende waarden en rentederivaten. Helaas heeft de fetisj van de pensioensector voor de risicovrije rente ervoor gezorgd dat onze fondsen vol zitten met verlieslatende obligaties en rentederivaten waar zo'n beetje iedere dag geld bijgestort moet worden. Het is nu één groot slagveld achter de schermen bij de pensioenfondsen.

Dat brengt mij op de indexatie van pensioenen. Er is nog een flinke indexatieachterstand bij een groot aantal fondsen in relatie tot de extreme inflatie in 2021 en 2022. Het is rechtvaardig dat die achterstand wordt ingehaald in dit jaar. De inflatie is in 2023 weliswaar flink gedaald, maar voor mijn fractie gaat het om de totale inflatie over de jaren 2021 tot en met 2023. Juist nu de inflatie afneemt, is het moment daar om te inventariseren of de fondsen dit wel redelijkerwijs hebben doorgegeven aan hun pensioendeelnemers en hun gepensioneerden. De fondsen die dat niet of onvoldoende hebben gedaan, moeten alsnog extra indexeren. Dat kan gemakkelijk met de gestegen dekkingsgraden. Toch hoor ik pleidooien om juist veel minder te gaan indexeren omdat er gespaard zou moeten worden voor het invaren in 2026 of 2027. Zo merkt het bestuur van het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds op, ik citeer: "Daarnaast moeten we voldoende reserves bewaren, zodat we gezond kunnen verhuizen" — wat een woord — "naar de vernieuwde pensioenregeling in 2027"; enkele weken geleden.

Gekker moet het niet worden, voorzitter. Bij lagere dekkingsgraden mocht er niet worden geïndexeerd. Van 2008 tot 2022 is een indexatieachterstand van maar liefst 30% ontstaan. En dan zou er nu nog niet geïndexeerd mogen worden, zelfs niet tegen de achtergrond van dekkingsgraden die door het dak gaan? Hier worden spelletjes gespeeld. Hier wordt gesold met de belangen van 10 miljoen pensioenburgers, jong en oud.

50PLUS doet een beroep op de besturen van de pensioenfondsen om niet te gaan sparen voor het invaren en vraagt de minister om deze oproep te steunen en hierover in gesprek te gaan met de pensioensector, bijvoorbeeld via de Pensioenfederatie en de sociale partners. 50PLUS vraagt concreet aan de minister om de pensioenfondsen toe te staan dat pensioenfondsen een-op-een mogen indexeren voor elk procent dat de dekkingsgraad nu boven de 105% uitkomt. Ik overweeg een motie in tweede termijn.

Voorzitter. De rentederivaten. Wat zijn dat? Dat zijn renteswaps. Bij een renteswap verruil je de rente die je ontvangt op jouw lening a met de rente die iemand anders op zijn lening b ontvangt. Omdat pensioenfondsen vooral de looptijd van hun vermogenstitels willen verlengen, ruilt men de rente op kortlopende leningen uit tegen rente op langlopende leningen. Als de rente daalt pakt dit goed uit, maar als de rente stijgt pakt dit slecht uit. Het fonds moet dan de steeds hogere rente op kortlopende leningen gaan betalen, in harde cash.

Het renterisico van het huidige financieel toetsingskader wil men afdekken. Die afdekking is de afgelopen jaren toegenomen, mede anticiperend op de nieuwe Pensioenwet. Bij het ABP en ook bij het Pensioenfonds Zorg en Welzijn is sinds 2020 duidelijk sprake van een aanpassing van hun beleid, en wel een zeer forse.

Als er verder niet veel verandert op het rentefront, dan komen we eind dit jaar uit op een verlies van 130 miljard op de rentederivaten. Dat blijkt uit de cijfers van De Nederlandsche Bank. Op het dieptepunt van de rente, halverwege 2020, bedroeg de derivatenpositie nog een plus van 108 miljard. De situatie is nu -130; een verschil van 238 miljard mutatie op de derivaten in drie jaar.

Uitgedrukt als percentage van het huidige pensioenvermogen hebben de pensioenfondsen dus ongeveer 17% verlies geleden op bezittingen die juist zijn bedoeld om het risico af te dekken. Hoe is het mogelijk? Pensioenfondsen zijn bij een alsmaar dalende rente steeds meer vastrentende waarden gaan kopen en hebben daarbij de neerwaartse risico's afgedekt met die swaps. Maar toen ging de rente ineens hard omhoog. 238 miljard foetsie, in harde cash. Onze relatief rijke pensioenfondsen hebben dat verlies met bloed, zweet en tranen gedragen, maar in het Verenigd Koninkrijk ging dat vorig jaar bijna helemaal mis, want je moet wel kunnen blijven bijstorten.

Door de fixatie van de huidige Pensioenwet op de marktrenteregels van het ftk vindt er een overdekking op de rente plaats die ons honderden miljarden heeft gekost. Als we de afgelopen vier jaar het groeitempo uit de jaren 2007-2019 hadden kunnen volhouden, had ons pensioenvermogen nu bijna op 2.000 miljard gestaan. Dat is 600 miljard hoger dan de huidige stand van 1.422 miljard.

Voorzitter. We hebben nu een onbegrijpelijk systeem. Als het geld tegen de plinten klotst, daalt de dekkingsgraad en indexeren we niet. Maar als we enorme verliezen lijden, wordt er vrolijk geïndexeerd omdat de dekkingsgraad stijgt. Bij lage rentes rekenen we ons te arm en indexeren we niet, bij stijgende rentes verliezen de fondsen enorme vermogens en doen we net alsof we rijker zijn geworden. Hebben we daar een heel nieuw stelsel voor nodig of moeten we gewoon de oorzaak weghalen: de waardering van de pensioenverplichtingen op de variabele marktrente? Ook het beleggingsbeleid is onbegrijpelijk. Het alsmaar afdekken van gepercipieerde renterisico's leidt tot het verkopen van aandelen ten gunste van steeds meer vastrentende waarden en derivaten.

Het kabinet maakt ook een overgang in 2028 mogelijk. Dan zitten we nog vier jaar aan het huidige pensioenstelsel vast, met grote gevaren voor nog grotere verliezen op die obligaties en rentederivaten. De gepensioneerden zijn intussen twee keer de klos. Eerst werd hij of zij niet geïndexeerd, omdat de dekkingsgraad kunstmatig laag was en nu dreigt een enorm vermogensverlies, dat ook het pensioen in de toekomst in gevaar brengt — over een pechgeneratie gesproken. Het kan voor gepensioneerden uitlopen op een pensioendrama.

Net als veel andere zaken wordt de toekomst van ons pensioenstelsel sterk bepaald door zaken uit het verleden. Ook in het nieuwe pensioenstelsel blijven de recente verliezen op de derivaten gewoon staan en worden pensioenfondsen aan hun contracten inzake rentederivaten gehouden. De vastrentende producten komen in de zogenaamde beschermingsportefeuille, en de aandelen en overige zakelijke waarde in de rendementsportefeuille. Voor gepensioneerden geldt dat zij vanwege het lifecyclebeleggen relatief veel meer inleggen in de beschermingsportefeuille. De oudere deelnemers krijgen dus verhoudingsgewijs een groot deel van de rentederivaten in hun maag gesplitst. Waarvan akte.

Dat geeft aan waarom veel instanties, met De Nederlandsche Bank voorop, zo graag willen dat vooral gepensioneerden worden ingevaren. Deze bewuste gok op de rente zal in de toekomst immers door iemand betaald moeten worden. U kunt raden wie dat zijn: de gepensioneerden. Als ik in deze Kamer ergens voor heb gewaarschuwd, is het wel het gevaar om bij de pensioenfondsen te veel af te dekken, omdat iedereen wist dat op een gegeven moment de rente weer zou gaan stijgen. Maar de pensioenfondsen die hun variabele verplichtingen binnen het ftk wel moesten afdekken, zijn nu tegen ongekende verliezen aangelopen — verliezen van een omvang die we in Nederland nog nooit hebben gezien. Vestia is hierbij een peulenschil.

Het koppelen van beleggingen aan verplichtingen wordt met een mooi woord wel "liability-driven investment" genoemd. In Engeland is al een onderzoek gestart naar de desastreuze gevolgen van deze vorm van beleggen, maar in ons land gaat die gewoon onverkort door, met steun van De Nederlandsche Bank. De resultaten zijn er ook naar. Wanneer houden we eens op met een beleid dat fondsen feitelijk zulke verliezen bezorgt en de pensioenen van miljoenen Nederlanders in gevaar brengt? Op televisie zitten politici eindeloos te palaveren over bestaanszekerheid, terwijl het pensioengeld met miljarden per week de deur uitvliegt. Of is een goed pensioen voor ouderen, en trouwens ook voor de jongeren, geen bestaanszekerheid? Hebben we voor het oplossen van deze problemen een nieuw pensioenstelstel nodig? Nee, alleen een beetje gezond verstand.

Uiteraard wil ik het nu hebben over de toekomst. Ik ben best wel gelukkig met de programmatekst van Nieuw Sociaal Contract over het pensioenstelsel. Pieter Omtzigt en Agnes Joseph zetten in op een proces met het soort verbeteringen waar ik ook al jaren om heb gevraagd. Kijk alleen maar naar de door 50PLUS ingediende moties bij het debat over de Pensioenwet. De muur van "kan niet en mag niet" lijkt na 22 november doorbroken te kunnen worden. Ik vind dat hoopvol. Mijn hoop is gebaseerd op de gekozen formulering in het programma van Nieuw Sociaal Contract. Ik citeer: "Wij willen dat bestaande pensioenopbouw hierbij (...) gewoon in stand blijft". Niet invaren, dus. "Wij willen de indexatieregels (...) binnen het bestaande stelsel versoepelen". Meer indexatie. Het aanpassen van de regels voor invaren is een harde voorwaarde bij de coalitieonderhandelingen.

Bij het RTL-debat bracht Pieter Omtzigt zelf het pensioenstelsel ter sprake. Dat was verrassend, want RTL had het uiteraard niet op het lijstje gezet. Hij zei: "Het nieuwe stelsel wordt individueler en beweegt mee met de beurzen. Alle bestaande pensioenrechten moeten worden omgezet naar nieuw en variabel. Dat is een aantasting van het keuzerecht en een aantasting van het eigendomsrecht. Dat wil zeggen dat het gebeurt zonder instemming van de deelnemers." Daarom is volgens hem een collectief instemmingsrecht nodig. Als er geen instemming is, dan blijf je wat NSC betreft gewoon in het bestaande stelsel op basis van eindloon en middelloon. Het gaat om een vermogenspot van 1.500 miljard, zo zei hij. Dat is gemiddeld €150.000 per pensioendeelnemer.

Agnes Joseph zat een dag later bij het verkiezingsdebat over pensioenen bij Pensioen Pro. Ik was erbij. Mevrouw Joseph zei: bestaanszekerheid gaat ook over pensioen. Zij zei: wij willen de nieuwe Pensioenwet snel wijzigen, want een vast pensioenrecht dat wordt omgezet in een variabel pensioen dat meebeweegt met de beurs zonder instemming van de deelnemers is juridisch onwijs kwetsbaar en dat moet je niet willen. Ik hoorde het aan de overkant ook zeggen. Mevrouw Joseph noemde twee wijzigingen: bestaande rechten in het huidige stelsel laten bestaan, met soepelere indexatieregels, en opbouw van nieuw pensioenvermogen in het nieuwe stelsel. De tweede route is invaren. Dat kan alleen met collectieve instemming van de deelnemers, waarbij gedacht wordt aan een percentage van 60 of 67, of een ander percentage. Ik vraag minister Schouten wat zij vindt van het collectief instemmingsrecht. Zonder dat recht zou invaren schipbreuk lijden. Dat wil de minister toch zeker voorkomen? Graag een duidelijk antwoord.

Voorzitter. Voor mij blijft het kernpunt dat het bestaande stelsel blijft bestaan, dat bestaande rechten dus volledig worden gerespecteerd en dat er voor gepensioneerden niets verandert, en ook niet voor de deelnemers die nog geen pensioen ontvangen, dus de werknemers; zij moeten ook in het bestaande stelsel blijven. Nieuwe opbouw vindt dan plaats in het nieuwe stelsel. In ieder geval moeten de indexatieregels van het huidige ftk soepeler worden. De eis van toekomstbestendig indexeren moet vervallen.

Voorzitter. Gisteravond heb ik enkele antwoorden ontvangen van de minister op mijn schriftelijke vragen over het advies van de landsadvocaat met betrekking tot de nieuwe pensioenwetgeving. 50PLUS acht het, in verband met hun rechtsbescherming, in het belang van de deelnemers en de pensioengerechtigden dat zij kennis kunnen hebben van het oordeel van de landsadvocaat, met name waar het gaat om hun al dan niet instemmen — daar is ie weer — met invaren in het nieuwe systeem. Zoals bekend is 50PLUS van oordeel dat in de onlangs aangenomen wetgeving invaren feitelijk een onteigening betekent van bestaande rechten, in strijd met het Nederlandse en Europese recht. Voor de Kamers is bovendien kennis van alle voor de volksvertegenwoordiging relevante informatie van belang, in het kader van ordelijke wetgeving. De minister reageert, zoals ik het al lang ken, kort samengevat met: nee, nee en nog eens nee. Dat is het antwoord van de wetgever aan de medewetgever. Bovendien heeft zij niet eens de moeite genomen om al mijn vragen, met name vraag zes, zeven en acht, te beantwoorden. Zo kunt u, minister, niet omgaan met de volksvertegenwoordiging. In weerwil van uw antwoorden persisteert de fractie van 50PLUS in het openbaar maken van het advies. Dat zal niet verbazen. Maar, hoe hardnekkiger u nee zegt, hoe sterker het vermoeden groeit dat wezenlijke informatie bij deze wetgeving aan de Kamer en aan de rechthebbenden wordt onthouden en ook aan deze volksvertegenwoordiger van 50PLUS. De kwaliteit van uw argumenten bevalt mij ook allerminst. Ik zal in dit debat daar nu niet verder op ingaan, maar u kunt zeer spoedig verdere actie van mij verwachten.

Voorzitter. Ik wacht de antwoorden van de beide ministers met grote belangstelling af.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Van Rooijen. Dan kijk ik naar meneer Van Gurp. Die ziet van zijn spreektijd af. Dan de heer Bovens. Die wenst het woord. De heer Bovens namens het CDA.