Plenair Knapen bij voortzetting Algemene Europese Beschouwingen



Verslag van de vergadering van 18 april 2023 (2022/2023 nr. 27)

Status: gerectificeerd

Aanvang: 19.55 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Knapen i (CDA):

Voorzitter. Om te beginnen bedank ik de minister voor zijn uitvoerige beantwoording van alles wat hier langs is gekomen. Dat was een heel breed palet van onderwerpen. Daarbij was het soms even ingewikkeld om vast te stellen: wat is de relatie met Europa en hoe algemeen is dit? Maar goed, dat is nou eenmaal het lot van Algemene Europese Beschouwingen.

Ik heb eigenlijk maar een paar punten. Er is uitvoerig gesproken over de uitbreiding van de Europese Unie en de dilemma's die dat oplevert, met name als het gaat om kandidaat-lidstaten die in onze ogen misschien nog niet helemaal in topvorm zijn, maar aan de andere kant ook kwetsbaar zijn vanwege beïnvloeding van buitenaf. De Balkan en China vormen een bekend voorbeeld. Wat iets minder aan bod is gekomen — hoewel de heer Van Ballekom erop wees — is dat de absorptiecapaciteit een van de criteria van Kopenhagen is. In de Staat van de Unie hebben we het al jaren over afdwingbaarheid van afspraken. Ik heb zelf sterk de indruk dat we ons misschien wel met veel meer urgentie en met veel meer samengebald vermogen in de Europese Unie zouden moeten inzetten om de Unie zo in te richten dat we inderdaad die uitbreiding aankunnen. Het laatste wat je zou willen, is dat je na één Orbán er straks drie of vier hebt. Dat kan allemaal gebeuren. In die zin denk ik dat we onszelf meer onder druk zouden moeten zetten als lidstaten om ervoor te zorgen dat we ons huis zo inrichten dat we dat kunnen behappen. Eindeloos uitbreidingen voor ons uitschuiven is geen optie, dus we zullen daar toch een vorm voor moeten zien te vinden. Ik heb zelf de indruk — maar goed, ik hoor graag wat de minister daarvan vindt — dat het uiteindelijk heel moeilijk zal zijn om dit te regelen zonder een verdragswijziging. Maar dat is natuurlijk een majeure ingreep. Voor je het weet, duurt dat weer generaties. Dat kunnen we ons eigenlijk niet veroorloven. Daarom zou ik het element van urgentie er misschien met een uitroepteken, maar omdat ik hier sta met een vraagteken, aan willen toevoegen.

Ten slotte één verzuchting. Ik heb er al één genoemd. We bepleiten allemaal dat we ons wat meer moeten aanpassen aan de internationale werkelijkheid en dat Europa in plaats van een multilateraal samenwerkingsverband wat meer een machtsfactor zou moeten zijn. Dat hoeft inderdaad niet meteen een groot leger te zijn. Dat kan ook betekenen dat je het vermogen hebt om met de middelen die je hebt meer macht uit te oefenen om dingen gedaan te krijgen of dingen te voorkomen. Wij moeten ons wel realiseren dat als je van een multilateraal rechtsstelsel overgaat naar verhoudingen die wat meer op macht zijn gebaseerd — dat vinden wij in Nederland niet leuk, want daar zijn we honderden jaren niet mee opgegroeid, maar goed, het is nu eenmaal de werkelijkheid — dit ons ook vaker dan ons lief is zal confronteren met het feit dat je soms water bij de wijn moet doen. Vijftien jaar geleden leefde ongeveer de helft van de wereldbevolking in een min of meer democratische omgeving. Intussen is dat nog maar een kwart. Dat betekent dat het aantal democratieën behoorlijk is afgenomen. Als je verzeild raakt in een wereld waarin je iets meer met macht moet doen, zul je ongetwijfeld ook wat vaker tegenkomen dat je bij de getuigenisdrang die wij van nature in ons hebben om op te komen voor alles wat er aan onrecht in de wereld leeft, soms wat water bij de wijn moet doen, hoe vervelend dat ook is. Ik heb hierover geen vraag, maar ik geef wel in overweging om in debatten die hier in de toekomst gevoerd worden mee te nemen dat het een niet zonder het ander kan, met alle pijnlijke gevolgen van dien.

Dit gezegd zijnde dank ik nogmaals de minister zeer voor zijn bijdrage en zie ik uit naar het laatste restje van de beantwoording.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Knapen. Dan is het woord aan de heer Koole, namens de Partij van de Arbeid.