Plenair Nanninga bij behandeling Toevoeging van handicap en seksuele gerichtheid als non-discriminatiegrond



Verslag van de vergadering van 20 december 2022 (2022/2023 nr. 14)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 10.30 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Nanninga i (Fractie-Nanninga):

Dank u wel, voorzitter. Wat is dat toch, die neiging om open deuren met groot vertoon en zeer publiekelijk in te trappen? De moderne ziekte van het virtue signalling, een lelijke Amerikaanse term uit een lelijke Amerikaanse denktrant, die is overgewaaid naar ons mooie, oude, waardige continent: woke. Wie woke is, is wakker, zo wakker dat hij onrecht ziet waar geen onrecht is; dat hij slachtoffers ziet waar anderen gewoon twee gelijkwaardige mensen met een verschillende mening zien; dat hij agressie ziet waar anderen een grap zien; dat hij microagressie ziet waar eigenlijk sprake is van een gewoonte of van ingesleten taalgebruik, zoals "raadsheer". Iedereen vindt het volkomen vanzelfsprekend dat deze term voor mannen én vrouwen gebruikt wordt, maar wie woke is, ziet hier microagressie, met vrouwen als slachtoffer, en gaat trachten de taal naar zijn hand te zetten, zoals onze D66-minister nu wil doen met ons Wetboek van Strafrecht.

Dat opzichtige klagen over misdaden die geen misdaden zijn, het identificeren van denkdelicten en het dwingend willen aanpassen van zaken of woorden ter preventie van deze zelfgebreide misstand, heet virtue signalling. Ik heb getracht hiervoor een mooi Nederlands woord te bedenken. "Deugd signaleren" klinkt te veel als een matrixbord boven de A4. "Fatsoenspochen" suggereert dat dit gedrag daadwerkelijk iets is om trots op te zijn, en dat is het geenszins. "Moreel exhibitionisme" dan maar.

Soms valt zelfs onze Grondwet ten prooi aan moreel exhibitionisme, voorzitter, zoals vandaag. Staat u mij toe eerst even toe te lichten dat mijn fractie en ik gerust geloven dat de verdedigers van het voorstel en degenen die van zins zijn voor te stemmen zulks natuurlijk met de beste intenties doen. Laat ik dan ook maar alvast de in dit soort debatten onvermijdelijke open deur intrappen dat JA21 natuurlijk mordicus tegen het discrimineren van wie dan ook is, waaronder de vandaag besproken mensen met een handicap of niet-heteroseksuele geaardheid. Kijk, nu maak ik mezelf schuldig aan moreel exhibitionisme, daartoe genoopt door de teneur van debatten als deze.

Voorzitter. Wat bereiken we nou met deze grondwetswijziging? Laten we daarmee zien dat we deze twee toe te voegen groepen niet discrimineren? En dan? Het principe om ook gehandicapten en lhbti'ers niet te discrimineren staat toch al klip-en-klaar in onze Grondwet, zij het niet expliciet? En dat hoeft ook helemaal niet. De toevoeging is puur symbolisch. Zolang wij verschillende discriminatiegronden apart benoemen, zijn er automatisch dus ook heel veel gronden die we niet noemen. Er lijkt een wedstrijdje te ontstaan over welke discriminatiegrond nou het meest verwerpelijk is. Door sommige gronden wel en andere niet op te nemen in artikel 1 lijkt er — nou komt het! — een onderscheid te worden gemaakt in de verwerpelijkheid per grond. Dat is op zijn minst ironisch te noemen.

"Maar JA21, ons artikel heeft toch juist een belangrijke morele en symbolische waarde?" Zeker. Precies daarom heeft mijn fractie ook bezwaar tegen deze aanpassing. Het toevoegen van allerlei gronden aan artikel 1 doet het idee ontstaan dat artikel 1 bestaat uit een limitatieve lijst. Dat willen we, juist omdat de Grondwet een belangrijke symbolische waarde heeft, toch voorkomen? Door inflatie van discriminatiegronden verliest het artikel aan kracht. Het kiezen van gehandicapten en seksuele geaardheid lijkt behoorlijk selectief en arbitrair. Dat zeg ik niet omdat deze mensen geen discriminatie ondervinden. Laat dat duidelijk zijn. Maar als we hieraan beginnen, waarom dan niet verblijfstatus, opleidingsniveau, geboorteplaats, lengte, dikte, haarkleur, sociale klasse, hobby's, muzikale voorkeur, haarstijl? Zou dat iets oplossen? Nee. Is die lijst ooit volledig? Nee. Als u het mij straks bij de kerstborrel met een glas glühwein in de hand vraagt, zal ik off the record misschien wel betogen dat liefhebbers van Bruce Springsteen een streepje voor hebben en dat het weinig bezwaarlijk zou zijn als fans van ingewikkelde jazzmuziek gewoon geen stageplaats zouden moeten krijgen. Ik ontken niet dat muzieksmaak ook een discriminatiegrond kan zijn, wil ik maar zeggen. Dat vereist echter toch echt geen grondwetswijziging. Ik weet natuurlijk dat ik sollicitanten daar niet naar mag vragen en al helemaal niet om mag afwijzen.

Het lijkt er nu sterk op dat dit artikel 1 wordt gebruikt door de initiatiefnemers om woke te zijn, moreel exhibitionisme. De Grondwet leent zich hier niet voor. Mijn fractie betreurt het dat de initiatiefnemers de Grondwet inzetten voor hun eigen politieke stellingname. Ik acht de initiatiefnemers namelijk prima in staat om onze Grondwet te lezen en correct te interpreteren. Ik acht gehandicapten noch niet-hetero's slachtoffer of uitgesloten van onze Grondwet. "Niet-hetero's" is een beetje een nare term, alsof je iets mist, maar "lhbti" dekt de lading niet, want "t" is natuurlijk geen geaardheid. Goed, u weet welke groep ik bedoel. De motivatie voor dit circus is geen oprechte bezorgdheid, want we weten dat deze groepen al beschermd zijn. Het is moreel exhibitionisme.

Voorzitter. Als de indieners hadden voorgesteld alle gronden te schrappen en zo artikel 1 waarlijk inclusief te maken, dan hadden zij onze fractie aan hun zijde gehad. Dan had de term "moreel exhibitionisme" hier vandaag niet hoeven vallen, omdat er dan niet opzichtig zou zijn gedeugd, maar dan zouden er verstandig zaken gelijk worden getrokken, zonder des aanziens des persoons of des persoonskenmerks, zou ik daaraan toe willen voegen.

Voorzitter. De backlash van dit soort debatten en een onderbouwde tegenstem is in de woke wereld van politiek en media tegenwoordig onveranderlijk. "Wie niet buigt voor mijn eisen, voor mijn idee wat goede moraal, smaak en het beschermen van anderen is, is dus tegen mij en mijn doelen. Wie vindt dat puberteitsblokkers bij kinderen misschien niet het beste idee zijn, is dus transfoob. Wie vindt dat het slopen van complete Amerikaanse binnensteden in het kader van Black Lives Matter zinloos, ongerechtvaardigd geweld is, is dus tegen politiegeweld en tegen zwarte mensen. Wie tegen allerlei vlaggen, speldjes, insignes, knielen en armbandjes is, is voor wat men betoogt te bestrijden." Moreel exhibitionisme gaat vrijwel altijd hand in hand met morele chantage. Verdraai mijn woorden dus zoals u wilt. Breng de stemmingsuitslag zonder context in de pers met uw eigen framing. Insinueer, chanteer, suggereer. Wij gaan ons niet onder druk een voorstem laten afdwingen. "Freedom is the right to say no", is een mooi citaat van George Orwell, wiens naam bij de voorbereiding van dit debat over het wegen en aanpassen van woorden, taal, het goede en het ware vaker door mijn hoofd speelde. Wij zullen niet terugschrikken voor kwaadwillige interpretaties van onze weigering artikel 1 uit te breiden. Wij weten waar wij voor staan. Wij weten waar artikel 1 voor staat. Wij weten dat we artikel 1 geïnternaliseerd hebben en schending daarvan verafschuwen. Artikel 1 behoeft deze uitbreiding niet.

De enige steekhoudende aanpassing is juist om alle losse gronden te schrappen. Dan houden we over, in al zijn onverbiddelijke en omarmende eenvoud: "Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie op welke grond dan ook is niet toegestaan." Geen moreel exhibitionisme in zicht, geen beschermde categorieën, geen politieke waan van de dag. Iedereen voor de wet en in de wet gelijk. Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie op welke grond dan ook is niet toegestaan.

Voorzitter. Dank u wel.

De heer Dittrich i (D66):

Ik ga niet in op de definitie die mevrouw Nanninga over woke heeft gegeven, want die klopt helemaal niet. Ik wil ingaan op de rest van haar betoog. Ik begrijp niet waar JA21 nou staat, want in de Tweede Kamer heeft JA21 voorgestemd in de tweede lezing. Nu houdt u een hele verhandeling waarom u tegen bent. Het is onbegrijpelijk. Kunt u uitleggen wat het verschil is tussen de afweging die JA21 in de Tweede Kamer heeft gemaakt en die hier in de Eerste Kamer?

Mevrouw Nanninga (Fractie-Nanninga):

Dat kan ik zeker. Zoals de heer Dittrich weet, komt iedere fractie in de Tweede en Eerste Kamer zelfstandig tot een conclusie over voorliggend wetsvoorstel. Daar is geenszins een regel voor. Misschien is die er wel bij de regeringspartijen. Daar heerst natuurlijk een heel strenge discipline en weinig ruimte voor eigen interpretatie en inbreng. Bij ons is dat gelukkig niet het geval. Dat kan ik heel simpel uitleggen. Het voegt niets toe om die gronden toe te voegen. Het kan ook geen kwaad. Het is een loze handeling die wat ons betreft niet hoeft. Met dezelfde argumentatie zou je ook voor kunnen stemmen. Het maakt natuurlijk niet zo veel uit.

De heer Kox i (SP):

Maar de leden van fractie-Nanninga stemden ook vóór in de eerste lezing in deze Kamer, met uitzondering van het lid Van Pareren. Wat is er gebeurd sinds de eerste lezing waardoor het eindoordeel in de tweede lezing de andere kant op valt, in zulke nadrukkelijke bewoordingen, die we toen niet gehoord hebben? Is er iets gebeurd? Zijn er nieuwe inzichten die een verandering van het standpunt mogelijk maken? Natuurlijk kan elke fractie anders stemmen dan aan de overkant — we zijn onze eigen meesters — maar volgens mij hebben de leden van fractie-Nanninga, met uitzondering van het lid Van Pareren, voor de wetswijziging gestemd.

Mevrouw Nanninga (Fractie-Nanninga):

Volgens mij zaten we toen niet onder deze naam in deze Kamer. Op dat moment waren we nog lid van een andere partij.

De voorzitter:

De fractie-Van Pareren heeft tegengestemd.

Mevrouw Nanninga (Fractie-Nanninga):

Toen is er een andere afweging gemaakt. Volgens mij zat ik zelf ook niet in deze Kamer in de tijd dat het fractie-Van Pareren was; ik was toen met zwangerschapsverlof. Zoals u misschien nog weet, zaten we toen in een wat penibele politieke situatie.

De voorzitter:

Een interbellum.

Mevrouw Nanninga (Fractie-Nanninga):

Ja.

De heer Kox (SP):

Dan maak ik een vergissing. Ik dacht dat het lid Van Pareren heeft tegengestemd, maar u heeft gelijk: de fractie heeft tegengestemd. Dan moet ik me terugtrekken, want dat was verkeerd.

De heer Otten i (Fractie-Otten):

Ik heb een vraag aan mevrouw Nanninga. Zij stelt voor om een hele algemene bepaling op te nemen, gelijke gevallen worden gelijk behandeld, en that's it. Is mevrouw Nanninga bekend met de horizontale werking van artikel 1 van de Grondwet?

Mevrouw Nanninga (Fractie-Nanninga):

Ja. Dat ben ik.

De heer Otten (Fractie-Otten):

Welke gevolgen denkt u dat het opnemen van uw grondwetsbepaling heeft voor de horizontale werking?

Mevrouw Nanninga (Fractie-Nanninga):

Die bepaling hoeft niet te worden opgenomen, want die staat er al in. Ik stel voor om de losse gronden te schrappen. Dat is wat ik net tweemaal voordroeg: artikel 1 zonder die losse kenmerken of gronden. Dat hoeft dus niet te worden opgenomen, want het staat er al in.

De heer Otten (Fractie-Otten):

Maar u zegt dat u maar één algemene bepaling wil: gelijke gevallen worden gelijk behandeld. Dat is de grondwet van Nanninga: discriminatie is verboden. U noemt geen enkele grond. Vrijwel alle andere landen doen dat wel. Daarom vraag ik u nogmaals: wat is, denkt u, het gevolg voor de horizontale werking van die bepaling in Nederland, als we de Nanninga-bepaling zouden invoeren?

Mevrouw Nanninga (Fractie-Nanninga):

Ik mag toch hopen dat we grondwetten niet naar personen gaan vernoemen. Dat zal hopelijk na deze grondwetswijziging ook niet het geval zijn, hoezeer ik de geachte indieners ook zou gunnen dat artikel 1 voortaan misschien hun naam draagt. Dat lijkt me niet nodig.

Ik wil geen bepaling veranderen. Als je de losse discriminatiegronden schrapt, staat de bepaling "worden in gelijke gevallen gelijk behandeld" er nog steeds in. Dus ik begrijp eigenlijk niet waar de heer Otten naartoe wil.

De voorzitter:

Tot slot, meneer Otten.

De heer Otten (Fractie-Otten):

Misschien begrijpt u niet wat "horizontale werking" is. Dat wil zeggen dat de rechter artikel 1 tussen mensen kan toepassen. Met zo'n zeer algemene bepaling moet elke rechter in Nederland bepalen wat gelijke gevallen zijn en of gevallen wel of niet gelijk zijn. Dan geef je dus extreem veel interpretatieruimte aan de rechter om te bepalen wat een gelijk geval is of niet. Daarom denk ik dat het wenselijk is dat er in ieder geval een aantal concrete gronden worden genoemd in zo'n bepaling. Anders geef je echt carte blanche aan de rechterlijke macht om continu allerlei verschillende, ongelijke zaken gelijk te trekken, et cetera.

De voorzitter:

Dank u wel.

De heer Otten (Fractie-Otten):

Beseft u dat?

De voorzitter:

Dank voor uw korte vraag.

Mevrouw Nanninga (Fractie-Nanninga):

Mijns inziens ziet de heer Otten dat echt verkeerd. Als er wel gronden genoemd worden, lijkt het me sterk dat de rechter daar een zwaarder gewicht aan toekent in een uitspraak. Een rechter moet in een zaak over discriminatie, racisme, achterstelling of wat dan ook, bijvoorbeeld als iemand een baan niet heeft gekregen, eerst vaststellen of er sprake is van gelijke gevallen en dan pas vaststellen of iemands afkomst, kleur of geaardheid daar een rol bij heeft gespeeld. Ik zie die vrijheid en de taak van de rechter om eerst te beoordelen of er sprake is van gelijke gevallen waarin dus gelijke behandeling gepast is, elkaar helemaal niet in de wielen rijden.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Nanninga. Ik schors de vergadering voor enkele ogenblikken.