Plenair Nanninga bij behandeling Wet uitbreiding taakstrafverbod



Verslag van de vergadering van 4 oktober 2022 (2022/2023 nr. 2)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 17.11 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Nanninga i (Fractie-Nanninga):

Dank u wel, voorzitter. Mooie no-brainer vandaag: willen we geweld tegen hulpverleners zwaarder bestraffen, ja of nee? Het antwoord is ons wel duidelijk. Types die hulpverleners aanvallen, mogen er niet vanaf komen met een taakstraf. "Law and order" zijn geen vieze woorden, zeker niet als het gaat om bescherming van mensen die zich, met gevaar voor eigen leven, voor u en ons inzetten. We horen de tegenstanders van dit wetsvoorstel wat sputteren over maatwerk. Mijn fractie is voor maatwerk. Wij willen dat mensen die geweld plegen tegen hulpverleners de bak indraaien. Dat is maatwerk, want het past echt heel goed bij het type misdrijf waar we het hier over hebben.

Dan is er nog het argument van de recidive. Daartegen zou het wetsvoorstel niet werken. Daar is een logisch argument voor aan te voeren. Als je taakstrafgestraften en celstrafgestraften met elkaar gaat vergelijken, is dat natuurlijk een hele lastige duiding, want mensen die een celstraf krijgen, hebben waarschijnlijk ook een wat andere context, wat andere omstandigheden, dan taakstrafgestraften. Daarbij hebben mensen die het over recidive hebben, niet helemaal helder dat straffen meer is dan een sociologisch experiment uit de jaren zeventig. Dat is althans in de ogen van mijn fractie zo. Straffen dient meer doelen dan social engineering. Het is ook vergelding, afschrikking en bescherming van de samenleving. Mijn fractie vraagt zich af hoe met name de linkse partijen hier verzameld aan hulpverleners en burgers uitleggen dat vergelding, afschrikking en bescherming van de samenleving een lagere prioriteit hebben dan het welbevinden of het perspectief van een dader, die misschien in de bijstand zit of dronken was. Ik heb zelfs dát argument voorbij horen komen. Dat je uitgaat en dronken bent en iemand een duw geeft — het is toch werkelijk van de gekke om dat een verzachtende omstandigheid te noemen? We kunnen een deftig klinkend argument opzetten over maatwerk, maar daarvoor zit ik hier niet. Ik denk aan mijn woonplaats. Ik denk aan het gevaar waaraan hulpverleners worden blootgesteld — ik woon in Amsterdam — en hoe toondoof een argument over maatwerk klinkt voor een slachtoffer van een gewelddadige belager op straat aldaar.

Voorzitter. We gaan weer richting oud en nieuw, de avond en nacht dat hier in Den Haag, maar ook in Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en vele andere steden, jongeren in de kansenwijken weer brandjes gaan stichten met geen ander doel dan de brandweer te laten komen om die te bekogelen met vuurwerk. Dat is de realiteit van de straat. Dat is de kant die mijn fractie kiest, de kant van de hoeders van onze rechtsstaat, waar we het hier vaak over hebben met elkaar, die dagelijks tegen een bescheiden loon met gevaar voor lijf en leden onze samenleving en de rechtsstaat bewaken. Wat de gepikeerde rechters en deftige colleges zus en raden zo daar ook van vinden. Ik moet namelijk bij het geweeklaag dat deze wet het veld negeert, vooral denken aan de reacties van de politie, de marechaussee, de veiligheidsbranche, brandweermensen en boa's op dit wetsvoorstel. Deze groepen, dames en heren, zijn ook het veld. Dit veld ziet deze wet als een erkenning van het uitgangspunt dat geweld tegen hulpverleners een zeer ernstig strafbaar feit is, waarop per definitie een vrijheidsstraf hoort te volgen. Dit veld is waar ik het over heb. Dit is het veld waar mijn fractie, mijn partij, JA21, eerlijke en proportionele wetgeving voor wil bepleiten. Dit veld ziet steun voor dit wetsvoorstel als morele steun. Mijn fractie verleent die steun dan ook graag.

Ik heb nog wel vragen aan de minister. Is de minister van mening dat bodycams een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan het opsporen en vervolgen van geweldplegers tegen opsporingsambtenaren en ook aan het voorkomen van geweld? Wat is in die context de status van de motie-Van Wely over bodycams? Wanneer wordt daar opvolging aan gegeven en hoe?

En — noem het een gedachte-experiment — hoe denkt de minister over minimumstraffen? Mijn fractie is daar geen warm voorstander van, maar evenmin zijn wij voorstander van rechters die dan straks het taakstrafverbod omzeilen, wat hier ook al werd genoemd, door bijvoorbeeld een dag cel op te leggen of een schuldverklaring zonder straf, om daarna de rest van de straf alsnog in te vullen met een taakstraf. Denkt de minister dat minimumstraffen noodzakelijk zijn, omdat rechters een duidelijk andere invulling aan deze wet willen gaan geven dan de wetgever heeft bedoeld?

Voorzitter, tot zover. Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Ik stel vast dat negen woordvoerders in dit debat het woord hebben gevoerd. Ik kijk en vraag of er nog anderen zijn die het woord willen voeren. Dat is niet het geval. Omdat we iets voorliggen op het geplande tijdschema, stel ik voor dat wij schorsen tot 18.30 uur zodat een reguliere commissie nog haar werk kan doen. Om 18.30 uur vervolgen we met de reactie van de regering en de re- en dupliek.