Plenair Doornhof bij debat met de Parlementaire onderzoekscommissie effectiviteit antidiscriminatiewetgeving (POC) over het rapport "Gelijk recht doen"



Verslag van de vergadering van 13 september 2022 (2021/2022 nr. 39)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 15.45 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Doornhof i (CDA):

Voorzitter. In deze Kamer is altijd terecht veel aandacht voor de rechtmatigheid van nieuwe wetsvoorstellen. De Grondwet is dan meestal de doorslaggevende toetssteen. Niet in de laatste plaats gaat het dan om het eerste artikel daarvan: "In gelijke gevallen moet iedereen in Nederland gelijk worden behandeld". Discriminatie moet dus worden tegengegaan. Collega Vos heeft in zijn bijdrage, met anderen, beeldend laten zien hoe kwalijk discriminatie in al die gevallen is. Voorzitter, via u zou ik hem ook willen feliciteren met die mooie maidenspeech.

Voorzitter. Het rapport dat we vandaag bespreken, kent in het bijzonder een uitgebreid afwegingskader om te voorkomen dat wetgeving discriminerend uitpakt. Mijn fractie bedankt de leden, de onderzoekers, de staf voor hun harde en degelijke werk. De zeven collega's hebben veel tijd besteed aan het spreken met mensen die met discriminatie te maken hebben gehad. Ze hebben ook uitgebreid gesproken met deskundigen. Uiteindelijk zijn ze tot een behulpzaam rapport gekomen: Gelijk recht doen.

Kijkend naar de thema's die van belang zijn bij het wegen van wetsvoorstellen, vraagt mijn fractie in het bijzonder aandacht voor het thema eenvoud. Het is boeiend wat de heer Jacco Vonhof, voorzitter van MKB-Nederland, in dit verband tegen de commissie heeft gezegd. Ik citeer: "Je ziet dat de regels vaak heel goed bedoeld zijn, maar als je wilt dat daar een deel van de oplossing zit, dan zul je minder complexiteit in alle regels en uitvoeringszaken moeten brengen".

In het kader van het discriminatievraagstuk is het van belang om te weten dat de doelgroepen, waar onze sociale zekerheid zich op richt, voor een onevenredig deel uit mensen met een migratieachtergrond bestaan. Voorop moet staan dat je mensen die dat nodig hebben, financieel helpt. Anderzijds is het ook belangrijk dat je mensen naar werk toe krijgt. Ik probeer het maar weer te onderstrepen met een quote, dit keer van de Britse rabbijn en filosoof Jonathan Sacks: "De grootste daad van rechtvaardigheid is de daad die individuen in staat stelt om zelfvoorzienend te worden. De hoogste vorm van hulp is die waardoor het individu zonder hulp verder kan". Maar wat de precieze inhoud ook is van regels, zorg er nou voor dat die wetgeving zo eenvoudig mogelijk luidt en dat daarin voldoende hardheidsclausules zitten. We moeten niet vergeten dat als inwoners een beroep doen op ons sociale vangnet, ze dan niet zomaar zijn te beschouwen als rationele burgers. Al met al moet in de uitvoering voldoende tegemoet worden gekomen aan de menselijke maat. Dat betekent dat bestuurders en ambtenaren daarvoor genoeg ruimte moeten krijgen. Het gaat erom dat ze in staat worden gesteld om zich meer in de positie van een inwoner te verplaatsen en dat hun organisaties worden geprikkeld om dat ook echt te gaan doen.

Voorzitter. Het is verstandig dat het afwegingskader voor het hele parlement is bedoeld, en dus ook voor de Tweede Kamer. Dat wordt alleen al gerechtvaardigd door het feit dat wij niet over het recht van amendement beschikken. Het zou dus heel goed zijn als het rapport ook in handen van de Tweede Kamer komt. Maar misschien is het rapport juist nog wel het meest waardevol in de voorfase, waarin een wet wordt bedacht en geformuleerd. Collega's hebben dat ook gezegd. Daarom zegt de onderzoekscommissie dat het ook aan de regering moeten worden aangeboden met het verzoek om er kennis van te nemen en, waar dit nuttig wordt geacht, het te gebruiken. De CDA-fractie ziet graag dat dat gebeurt.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Doornhof. Dan is nu het woord aan de heer Raven namens de Onafhankelijke Senaatsfractie.