Plenair Van Hattem bij behandeling Wet wijziging verlengingssystematiek en goedkeuring vierde verlenging geldingsduur Tijdelijke wet maatregelen covid-19



Verslag van de vergadering van 21 februari 2022 (2021/2022 nr. 18)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 15.54 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Van Hattem (PVV):

Dank, voorzitter. Zoals ik net bij interruptie al aangaf, is de snelste weg om van de huidige onnodige vrijheidsbeperkende maatregelen af te komen, om de verlenging van deze Tijdelijke wet maatregelen covid-19 weg te stemmen als Eerste Kamer. Dit kabinet wil echter vast blijven houden aan deze tijdelijke spoedwet en heeft aangegeven, deze zeker tot 1 juni te willen verlengen. In de Tweede Kamerbehandeling van dit wetsvoorstel werd door toenmalig minister De Jonge gesteld dat het kabinet de voorkeur heeft de Twm telkens te blijven verlengen, totdat de Wet publieke gezondheid is herzien. Hij stelde zelfs dat daarmee het tijdelijke karakter van de maatregelen wordt gerespecteerd. Nogal een contradictie.

Hoezo een tijdelijke spoedwet? Met deze verlenging zet ook de huidige minister het rücksichtslose beleid van zijn ambtsvoorganger voort. De afgelopen twee jaar hadden we immers geen minister van Volksgezondheid, maar een minister van Volksgehoorzaamheid, die krampachtig bezig was met het opleggen van niet effectieve en grondrechtenschendende maatregelen, zoals de absurde avondklok. In plaats van echte maatregelen te nemen die direct de volksgezondheid ten dienste staan zoals het opschalen van de ic-capaciteit en het doen van noodzakelijke investeringen in de zorg.

Ook de huidige minister van VWS blijft tegen beter weten in vasthouden aan ineffectieve doch vrijheidsberovende maatregelen zoals het in de gereedschapskist willen houden van verplicht 3G op de werkvloer, het nieuwe 1G-beleid voor binnenlocaties met meer dan 500 personen en het wettelijk doorzetten van de A-status en de daaraan verbonden bevoegdheden tot het nemen van verregaande maatregelen. Wanneer komt de volksgezondheid nu eens echt op één in plaats van de machtswellust om maar zo veel mogelijk maatregelen in de gereedschapskist van het kabinet te hebben? Is die gereedschapskist daarmee niet vooral een doos van Pandora geworden? Niet voor niets stelde Marcel Levi dit weekend in De Telegraaf dat er minder sprake moet zijn van doemdenken in rampscenario's die in de praktijk ook niet uitkomen en vooral in te zetten op de uitbreiding van de ic-bedden.

Zolang de Twm, de spoedwet, niet volledig van tafel is en er nog maatregelen van kracht zijn of uit de ijskast gehaald kunnen worden, moet effectief uitvoering worden gegeven aan de in deze Kamer aangenomen motie-Van Hattem bij de eventuele inzet van maatregelen: dus vooraf toetsbare indicatoren aangeven bij alle maatregelen. Let wel, deze motie heeft nog steeds de status "niet uitgevoerd". Bij eerdere reacties van de ambtsvoorganger van deze minister werden we van het kastje naar de muur gestuurd ten aanzien van de basis voor die indicatoren. Hoe totaal inconsistent zijn immers het openingsplan en het coronadashboard gebleken. Kan de minister nu al aangeven welke indicatoren hij voor ogen heeft bij het inzetten van maatregelen op basis van de Twm, meer specifiek de mogelijkheden van het uit de ijskast halen van het ctb, het coronatoegangsbewijs?

Wat is de positie van het OMT eigenlijk, het Outbreak Management Team? Dat is ook een belangrijke vraag die we hier moeten stellen. In de Tweede Kamer is er thans de nodige discussie over vanwege de mogelijke beïnvloeding door het ministerie van VWS van de OMT-adviezen. Maar ook gelet op de onderbouwing van de Twm en de daaraan gekoppelde maatregelen is dit uiterst relevant. Is het OMT sec bedoeld als een adviesorgaan? Indien dat zo is, hoe wordt dan zijn onafhankelijkheid ten opzichte van het ministerie van VWS gewaarborgd? Of is het OMT juist bedoeld als een beleidsorgaan, wat het woord "management" in zijn naam veronderstelt?

Zijn eigen doelstelling omschrijft het OMT in zijn adviezen als volgt. "De medisch-inhoudelijke stand van zaken betreffende COVID-19 vast te stellen en te duiden voor de opvolging van acties en voor de beantwoording van vragen van de Nederlandse overheid", aldus het 137ste OMT-advies. Hoe ziet de minister de positie van het OMT en dan met name in de huidige fase? In hoeverre betreft de doelstelling "opvolging van acties" een beleidsmatige rol? Wat wordt nu concreet bedoeld met "management"? Wat betekent dit voor een beleidsmatige taak van het OMT dan wel de adviesrol richting de minister? Wat zegt dit over een eventuele beïnvloeding van OMT-adviezen vanuit het ministerie van VWS waar sprake van zou zijn?

Uit onlangs vrijgegeven Wob-documenten van het ministerie van VWS blijkt nu dat in mei 2020 al duidelijk was dat asymptomatische besmettingen geen rol speelden in de coronacrisis en dat ook het OMT hiervan op de hoogte was, maar dat zonder wetenschappelijke onderbouwing het risico op deze asymptomatische besmettingen wel als basis werd gebruikt voor vrijheidsbeperkende maatregelen. Dat maakt wel duidelijk waarom de voormalige minister steeds zo weigerachtig was om concreet toetsbare indicatoren in te bouwen. Een wetenschappelijk onderbouwd verhaal ontbrak en maatregelen waren dus gebaseerd op aannames, of scherper gesteld, op drogredenen. Kan de minister daarom een duidelijke en volledig wetenschappelijke onderbouwing geven van de bij de verlenging van de Twm aan de orde zijnde maatregelen? Wordt die wetenschappelijke onderbouwing ook op onafhankelijke basis door het OMT gedeeld?

Vorig jaar sprak de toenmalig minister van VWS in zijn beleidsstukken over de overgang van een pandemische naar een endemische fase. In de nota naar aanleiding van het verslag bij het voorliggend wetsvoorstel gaf minister De Jonge op 4 januari jongstleden aan dat "een ziekte endemisch wordt als deze zonder ingrijpende maatregelen voor langere tijd op of onder een acceptabel niveau blijft. Wat zonder ingrijpende maatregelen acceptabel is, is plaats-, tijd- en ziekteafhankelijk. Het is dus aan het kabinet om expliciet te maken wat ingrijpende maatregelen zijn, maar vooral ook wat een acceptabel niveau is." De minister geeft hier dus een zeer algemene omschrijving, en geeft hiermee aan zichzelf carte blanche om dit in te kunnen vullen. We zijn inmiddels geruime tijd verder. De gevolgen van de omikronvariant blijken mee te vallen, de ziekenhuizen en ic-cijfers dalen en zitten al langere tijd op een laag niveau, en maatregelen kunnen nu ook worden afgeschaald. Kortom, kan de minister duiden wat nu concrete criteria zijn voor "ingrijpend" en "acceptabel", en hoe gaat hij deze toepassen? Kan de minister aangeven of dan wel wanneer we in die endemische fase zouden kunnen komen en op basis van welke criteria en indicatoren? Wat is er nog meer voor nodig dan de huidige situatie en wordt dat ook wetenschappelijk onderbouwd?

Bij deze duiding van de coronasituatie is het van belang om onderscheid te kunnen maken tussen patiënten die primair zorg ontvangen vanwege corona en aan andere aandoeningen lijdende patiënten die ook positief testen op corona. Het LCPS, het Landelijk Coördinatiecentrum Patiënten Spreiding, bij de minister niet onbekend, maakt vooralsnog echter geen onderscheid in ziekenhuiscijfers tussen patiënten die met of door corona zijn opgenomen, zo meldt RTL Nieuws op 15 februari jongstleden. Kan de minister aangeven waarom niet en waarom hieraan in het laatste, 142ste OMT-advies wel duiding wordt gegeven? Waarom wordt er niet consequent doorgetrokken? Kan de minister aangeven hoe invulling wordt gegeven aan de eerdere toezegging hierover in deze Kamer door zijn ambtsvoorganger aan ondergetekende?

Op 17 februari twitterde deze minister een filmpje over vaccineren door de GGD in de Ulumoskee in Utrecht. Blijkbaar vindt de minister het acceptabel om een ISN oftewel Diyanetmoskee, die onder direct gezag staat van de Turkse staat, in te zetten voor zijn beleid. Geeft de minister daarmee eigenlijk niet toe aan islamitische Turken in Nederland, die het Nederlandse gezag niet willen accepteren en primair de Turkse overheid leidend laten zijn? Ook in andere gemeenten, zoals in Den Bosch in de Arrahmamoskee, vaccineert de GGD in moskeeën. Waarom kunnen de bezoekers van zo'n moskee niet naar een reguliere GGD-locatie komen? Kan de minister aangeven of moskeeën worden betaald door de GGD voor het gebruik van deze vaccinatieruimtes? Kan de minister tevens aangeven of en in hoeverre islamitische regels worden toegepast bij het gebruik van dergelijke ruimtes in een moskee voor zulke GGD-vaccinaties, zoals het scheiden van mannen en vrouwen?

Per 25 februari zijn er nu bepaalde versoepelingen van de Twm-maatregelen, maar tegelijkertijd voert het kabinet een nieuwe 1G-maatregel in, en dit wederom zonder toetsbare indicatoren. De minister beperkt zich tot een veronderstelde effectiviteit ter onderbouwing. Wederom geeft de minister het kabinet een blanco cheque voor het laten voortduren van de maatregel. Ik citeer: "Afhankelijk van de epidemiologische situatie zal nauwlettend gekeken worden op welk moment de inzet van 1G voor hoogrisicovolle settings losgelaten kan worden." Einde citaat. Het woord "nauwlettend" zegt helemaal niks. Kan de minister, conform de aangenomen motie-Van Hattem, concrete en toetsbare indicatoren bij deze maatregel benoemen?

Het kabinet zegt verder ten aanzien van het coronatoegangsbewijs het volgende, en ik citeer: "Het onzekere verloop van het virus en de mogelijkheid van een nieuwe variant maakt dat een gericht wettelijke instrument voor de inzet van een ctb noodzakelijk is om paraat te hebben op het moment dat de epidemiologische situatie daarom vraagt." Met zo'n brede uitleg zijn de maatregelen oneindig te verlengen, want wat bedoelt het kabinet in deze context nog met "het virus"? Alle verdere mutaties of varianten, ongeacht de risicostatus? Wat is dan leidend? De virusstam? Vallen zowat alle SARS-varianten op die manier er automatisch onder? Welke wetenschappelijke onderbouwing kan de minister bij deze uitleg overleggen?

Onlangs vernam ik uit het zorgveld dat er sprake zou zijn van veel niet te gebruiken verpleeghuisbedden voor verder herstel van covidpatiënten na een ziekenhuisopname, omdat er nog een conflict was tussen verpleeghuizen en de verzekeraars over de vergoeding van de inzet van verpleeghuisbedden in het voorgaande jaar. Hierdoor zouden ook ziekenhuisbedden dus langer dan nodig bezet blijven. Kan de minister dit bevestigen? Is dit inmiddels opgelost? Wat doet de minister om dit in het vervolg te voorkomen? Kan de minister aangeven in hoeverre zulke verzekeringskwesties onnodig kunnen doorwerken in de bezettingsstatistieken van de ziekenhuiszorg en daarmee een onzuiver beeld geven van de toestand en daarmee dus ook van de epidemiologische situatie?

In de wijziging van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19, de Trm, ter invoering van het 1G-beleid beroept de minister zich ten aanzien van de grondrechten en evenredigheid op het recht op gezondheidszorg uit artikel 22 van de Grondwet en op internationale verdragen. De minister stelt: "Er is dus een grond- en mensenrechtelijke opdracht voor het kabinet om op te treden ter bescherming van de volksgezondheid." Daar voegt de minister aan toe dat deze maatregelen noodzakelijk zijn om bepaalde mensenrechten in te perken, zoals de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer conform artikel 10 van de Grondwet en artikel 8 van het EVRM. Deze beperkingen zijn volgens de minister toegestaan omdat ze noodzakelijk zijn in een democratische samenleving. Als enige onderbouwing van de proportionaliteit van deze inperking van grondrechten verwijst de minister slechts naar het 142ste OMT-advies. De minister zegt hierover: "Op basis van dit advies mag het kabinet aannemen dat de maatregelen geschikt zijn. Uit het OMT-advies volgt ook de noodzaak om snel geschikte maatregelen te nemen." Dat is wederom louter een aanname, die het kabinet gebruikt om grondrechten in te perken. En dat aan de hand van een OMT-advies waarop het ministerie van VWS mogelijk zelf invloed kan uitoefenen en waarbij ook nog het RIVM betrokken is, dat onder directe verantwoordelijkheid van de minister staat. Dus hoe kan de minister vol blijven houden dat hier sprake is van een volledig onafhankelijk advies? Met deze door het kabinet beïnvloedbare instantie als enige autoriteit is het onbehoorlijk om een inperking van grondrechten te onderbouwen.

Voorts stelt de minister: "Ten overvloede wordt opgemerkt dat het OMT niet per maatregel specifiek kan aantonen wat de bijdrage is aan het verminderen van het aantal besmettingen." Het 1G-beleid wordt dus gebaseerd op aannames, maar als de bijdrage vooraf niet specifiek aan te tonen is, kunnen dan op z'n minst de toetsbare indicatoren worden benoemd, zodat de maatregel in ieder geval meetbaar en controleerbaar is? Daarmee wordt ook recht gedaan aan de motie-Van Hattem. Graag een reactie.

Verder is er nog sprake van de herziening van de Europese DCC-verordening, het digitale coronabewijs van de EU. In de Kamerbrief van 15 februari stelt de minister: "Vanaf 23 februari zal in lijn met de gemaakte Europese afspraken altijd een DCC worden gevraagd, ongeacht de epidemiologische situatie in het land van herkomst." Ik citeer nogmaals: "Ook als de epidemiologische situatie verbetert, moeten reizigers de komende periode een DCC kunnen tonen." Kan de minister aangeven hoe zo'n maatregel überhaupt proportioneel kan zijn als deze maatregel beoogt de volksgezondheid te beschermen? Hoe kunnen vanwege het belang van de volksgezondheid grondrechten worden ingeperkt als de epidemiologische situatie irrelevant is geworden?

Daarnaast wordt ten aanzien van het opnieuw instellen van een quarantaineplicht gesproken over een "nieuwe zorgwekkende virusvariant uit het buitenland". Kan de minister aangeven wat de criteria zijn voor "een nieuwe zorgwekkende virusvariant in het buitenland"? Wat zijn specifiek de bepalende criteria voor "zorgwekkend" en door wie wordt dat uiteindelijk bepaald? Kan de minister verder aangeven wat de ontwikkelingen rond het digitaal coronacertificaat van de EU voor Nederland gaan betekenen in het komende jaar? De Oostenrijkse en Duitse ministers van Volksgezondheid spreken immers al over verdere maatregelen voor de loop van komend jaar. Zo stelt de Oostenrijkse minister van Volksgezondheid Mückstein dat de politie vanaf 15 maart op het vaccinatiebewijs kan controleren en daarna in een volgende fase geautomatiseerde datavergelijking zal inzetten om ongevaccineerden te identificeren. Kan de minister duiden in hoeverre deze geautomatiseerde systemen samenhangen met het DCC en wat dit ook voor Nederlanders kan betekenen voor de inzet van dit instrument? De Duitse minister van Volksgezondheid, Karl Lauterbach, stelde afgelopen week dat er in Duitsland nog zoveel ongevaccineerden zijn dat er zonder vaccinatieplicht in de herfst weer grote problemen zullen ontstaan. Kan de minister waarborgen geven dat, gelet op de EU-inzet op het DCC en de Duitse inzet op een vaccinatieplicht, afspraken op Europees niveau, bijvoorbeeld over het DCC, geen vaccinatieplicht tot gevolg zullen hebben voor ons land?

Voorzitter, tot slot. Waarom wil de minister de Twm, de spoedwet, zeker tot 1 juni verlengen? Waarom wil hij per se vasthouden aan de driemaandelijkse verlengingstermijn en niet eerder zelf, als kabinet, op basis van de epidemiologische situatie deze Twm intrekken? Dat is ook een mogelijkheid. Waarom blijft hij toch zo dwangmatig vasthouden aan deze ernstige noodmaatregel? Wat de PVV betreft zetten we nu al een streep door deze Twm. Dan hoeven we geen uitvoerige discussies meer te voeren over de gevolgen van het amendement-Westerveld. De Twm is niet meer nodig. Nu de minister 'm nog niet wil intrekken, zullen we als Eerste Kamer deze wet moeten wegstemmen. De PVV zal dan ook tegen de verlenging van de Twm stemmen.

Tot zover mijn bijdrage in de eerste termijn, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Van Hattem. Er is een interruptie van de heer Van der Voort, namens D66.

De heer Van der Voort (D66):

Ik wilde vragen aan de heer Van Hattem hoe hij terugkijkt op de afgelopen drie maanden, waarover deze goedkeuringswet gaat. Die gaat over de periode december, januari en februari. Hadden we die periode zonder de maatregelen door kunnen komen, zoals die in de Twm stonden en toegepast zijn? Hadden we die periode zonder een van die maatregelen door kunnen komen zonder een nog verdere overbelasting van de zorg te krijgen?

De heer Van Hattem (PVV):

We hebben gezien dat er in de afgelopen drie maanden maatregelen zijn genomen die totaal disproportioneel waren. We waren het enige land in Europa waar rond de kerst zo'n totale lockdown werd opgelegd. Dat moeten we niet vergeten. Dat heeft dit kabinet allemaal gedaan, op basis van deze wet. Zonder duidelijke indicatoren en zonder duidelijk bewezen effecten zijn vergaande maatregelen opgelegd. Dat had nooit mogen gebeuren. Destijds hebben we als PVV tegen de verlenging gestemd. Daarmee hebben we het signaal gegeven: dit kan niet zomaar worden doorgezet. Dat is nu wel gebeurd. Er zijn maatregelen genomen die nooit genomen hadden mogen worden. Daarvan heeft iedereen — de maatschappij, onze ondernemers, onze horeca, heel veel jongeren; noem maar op — ontzettend veel schade geleden. Dat is de werkelijkheid waar deze wet toe heeft geleid.

De heer Van der Voort (D66):

Ik wil dan nog iets verder terug. Begin december hebben we een enorme piek gehad van ziekenhuisopnames en ic-opnames. In die periode is dat afgeremd door het inzetten van maatregelen. Dat is een andere periode dan januari, waarover meneer Van Hattem het nu heeft. Ik wil nog eventjes terug. Hoe hadden we in Nederland dan moeten omgaan met de piek begin december? Hadden we dat dan zonder maatregelen op een of andere manier kunnen handelen? Hoe ziet hij dat?

De heer Van Hattem (PVV):

D66, de heer Van der Voort, doet nu alweer de aanname dat deze maatregelen daarvoor effectief waren. Laten we op de eerste plaats vaststellen dat de zorg niet overbelast is geraakt. En laten we op de tweede plaats vaststellen dat maatregelen daar niet aantoonbaar aan hebben bijgedragen. Als D66 dit serieus had willen voorkomen, had er al veel eerder geïnvesteerd moeten worden in het opschalen van de ic-capaciteit en de zorg. In plaats daarvan heeft D66 de zorg de afgelopen jaren alleen maar verder uitgekleed. Alle voorstellen die wij hebben gedaan om daarop door te pakken, zijn door D66 tegengehouden. Als de volksgezondheid serieus wordt genomen, dan pakken we nu door — dat heeft Marcel Levi ook terecht gesteld — met het opschalen van de ic-capaciteit en het investeren in de zorg, en blijven we niet vasthouden aan deze noodmaatregelen. Die leggen alleen maar een onnodige claim op de samenleving en zijn niet bewezen effectief. Er is namelijk geen millimeter bewijs dat deze maatregelen ook maar enig effect hebben gehad.

De voorzitter:

Dank u wel. De heer Van der Voort, tot slot.

De heer Van der Voort (D66):

Tot slot, voorzitter. Ik zie toch niet in hoe we de situatie van begin december met elkaar hadden kunnen handelen zonder deze maatregelen. Eerlijk gezegd kom ik daarmee met het betoog van meneer Van Hattem niet heel veel verder. Daar laat ik het maar bij.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Otten, namens de Fractie-Otten.