Plenair Van der Voort bij behandeling Goedkeuringswet derde verlenging geldingsduur Twm covid-19



Verslag van de vergadering van 23 november 2021 (2021/2022 nr. 7)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 10.05 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Van der Voort i (D66):

Voorzitter. Zoals ik in het vorige debat gemeld heb, ben ik ook beroepshalve betrokken bij de behandeling van coronapatiënten. Hier in deze Kamer beoordeel ik coronawetgeving zoals we dat in deze Kamer gewoon zijn: op rechtmatigheid, handhaafbaarheid en uitvoerbaarheid. Dat staat los van het werk in het ziekenhuis. Onze fractie heeft ook na rijp beraad geen noodzaak gevonden om hierin anders dan voorheen te handelen.

Een pandemie duurt drie tot vijf jaar. Dat gold voor de pest, polio, influenza en het lijkt er steeds meer op dat corona ook deze tijd nodig heeft. Het kabinet heeft echter steeds de indruk gewekt dat de pandemie bijna voorbij is. Een citaat van minister De Jonge: "In het zicht van de haven gaan we geen domme dingen doen". Dat betrof het afschalen van maatregelen. Vaccinatie is steeds de haven geweest. Het effect van vaccinatie is inderdaad groot. De D66-fractie is het met de minister eens dat vaccinatie het sterkste middel is dat wij hebben om de pandemie te beteugelen. Het effect van vaccinatie hangt af van de besmettelijkheid van het virus. Een besmettelijker variant, zoals de deltavariant, heeft een hogere vaccinatiegraad nodig dan de alfavariant. Het volledig elimineren van het virus door vaccinaties is nu echter bijna niet meer mogelijk, zodat vaccineren gecombineerd moet worden met andere maatregelen. Vaccineren is daarmee niet de haven geworden die was voorzien. Dit najaar hebben veel mensen dit echter wel als een belofte opgevat. Dat vaccineren alleen niet voldoende is gebleken, is daarom een grote teleurstelling en een bron van wantrouwen jegens het overheidsbeleid geworden.

De D66-fractie vraagt aan de minister van VWS of het kabinet in de communicatie over coronamaatregelen, waaronder het vaccineren, kansen heeft gemist om de bevolking volledig en indringend genoeg te informeren. Heeft de overheid misinformatie, desinformatie en stemmingmakerij voldoende bestreden? Heeft de regering plannen om alsnog krachtig tegen desinformatie op te treden? De wetenschap in brede zin is onze leidraad. Hoe gaat de minister dit in communicatie omzetten, zodat burgers worden geholpen om informatie op waarde te schatten en worden geholpen goed geïnformeerd deze pandemie door te komen? Ik geef een voorbeeld. De desinformatie over de booster op sociale media is overweldigend aanwezig. We weten van de poliovaccinatie, die zes keer wordt toegediend in het Rijksvaccinatieprogramma en dus meerdere malen geboost wordt, dat dit een werkzame strategie is. Hoe gaat het kabinet desinformatie tegen? Voorziet de minister gevolgen van desinformatie over coronavaccinaties op het Rijksvaccinatieprogramma? Als de meningsvorming over vaccineren verandert, kan dat wellicht ook dit programma opnieuw in gevaar brengen. Ik overweeg een motie over het bestrijden van desinformatie.

De heer Otten i (Fractie-Otten):

Ik sluit me aan bij het betoog van de heer Van der Voort. Ik vind ook dat er veel meer moet worden gedaan tegen desinformatie. Maar we zitten hier wel met een probleem dat ook is ontstaan door het zigzagbeleid van het kabinet. Ik merk bij heel veel mensen, ook gevaccineerden en mensen van goede wil, dat ze geen vertrouwen meer hebben in de adviezen van deze minister. Hoe denkt de heer Van der Voort dat deze minister desinformatie kan bestrijden als bij een groot deel van de bevolking het vertrouwen in deze minister niet aanwezig is?

De heer Van der Voort (D66):

Het gaat niet alleen om de minister, maar om het kabinet als geheel. Het kabinet heeft de taak om goede informatie te verstrekken. Dat is ook waartoe ik oproep, om adequate op wetenschap gebaseerde informatie te verstrekken en dat ook intensief te doen. Daarnaast roep ik op om desinformatie tegen te spreken. We hebben een brief van minister Ollongren ontvangen in oktober 2020, waarin ze een kader geeft waarbinnen dat kan. Het is mijn oproep aan het hele kabinet, niet alleen aan deze minister, om dat te doen.

De heer Otten (Fractie-Otten):

Maar op 14 september, twee maanden geleden, zegt deze minister samen met de minister-president: ik ben verheugd om u allemaal te vertellen dat we de 1,5 meter afschaffen. Dat was een begrip op Wikipedia. Dat moet weer weg. We stoppen met de 1,5 meter. Ik dacht toen: is dat niet too much, too early? We zitten nu met records aan besmettingen. Ik merk in de samenleving dat er veel scepsis is ten aanzien van de berichtgeving uit het kabinet. Hoe kan dat als de boodschapper niet wordt vertrouwd? Dan moet je een andere boodschapper die boodschap laten brengen. Is de heer Van der Voort dat met mij eens, ja of nee?

De heer Van der Voort (D66):

Ik vind het niet aan mij om de geloofwaardigheid van de minister van Volksgezondheid hier ter discussie te stellen. Ik constateer wel dat er behoefte is aan goede informatie en het weerspreken van desinformatie. Het is een uitdaging voor het hele kabinet, inclusief de minister van VWS, om dat te doen.

De voorzitter:

Vervolgt u uw betoog.

De heer Van der Voort (D66):

Een perspectief dat de pandemie drie tot vijf jaar duurt, impliceert dat de daarbij horende maatregelen in die jaren in meer of minder uitgebreide mate en afhankelijk van het aantal besmettingen moeten worden toegepast. In eerdere coronadebatten in deze Kamer heb ik dit al aangestipt. Vanuit wetenschappelijk oogpunt is het dus niet verrassend dat we nu toch weer opnieuw met beperkende maatregelen leven. Had de regering de samenleving daar beter op voor moeten bereiden en een duidelijker en realistisch toekomstbeeld moeten schetsen? Wat leert de minister uit deze ervaring?

De pandemie was aanvankelijk een probleem dat met een lineaire benadering opgelost leek te kunnen worden. Testen, isoleren en dan klaar. Maar de huidige complexiteit maakt de pandemie meer een zogenaamd wicked problem, waarbij een lineaire benadering niet meer volstaat. Er zijn geen louter goede keuzes meer. De erkenning als wicked problem door voor- en tegenstanders van het beleid zou de basis kunnen vormen voor een dialoog die de huidige polarisatie kan overbruggen. We moeten immers weer bij elkaar komen. Volharden in de ingenomen standpunten gaat dit niet teweegbrengen.

Voorzitter. Door de vaccinaties alleen als voldoende veilige haven te beschouwen, zijn andere maatregelen vroegtijdig afgeschaald of gestopt. Het kabinet en daarmee wij allen zijn op die manier drie keer na de eerste golf verrast door de nieuwe exponentiële stijging van de besmettingen en, in het kielzog daarvan, de ziekenhuis- en ic-opnames. Dat waren achtereenvolgens de herfstgolf in 2020, de dansen-met-Janssengolf en nu de herfstgolf in 2021. Een exponentiële stijging is het makkelijkst in de kiem te smoren en niet als deze in volle vaart is. De D66-fractie vraagt zich af wat de minister doet om dit niet een vierde keer te laten gebeuren.

Na anderhalf jaar bestaat er een redelijk inzicht in de maatregelen die werken. In feite zijn er vier typen maatregelen. Ten eerste algemene maatregelen, zoals afstand houden, mondkapje dragen, handhygiëne en ventilatie. Ten tweede beschermende maatregelen ten behoeve van hen die niet beschermd zijn door vaccinatie. Hieronder vallen: beperking van de groepsgrootte, coronatoegangsbewijzen en 2G of 3G. Ten derde het steeds verder verhogen van de vaccinatiegraad. En ten vierde het boosteren voor het op peil houden van de immuniteit.

Wij hopen dat de minister inziet dat de combinatie van deze vier categorieën nog langere tijd nodig blijft. Het leunen op één categorie blijkt bij herhaling onvoldoende en heeft de mogelijkheid geboden voor nieuwe exponentiële stijgingen. Gebruik deze vier categorieën maatregelen als een mengpaneel, waarbij alle vier de schuifjes in relatie tot elkaar moeten worden verschoven. Eén schuifje helemaal vol open of helemaal dicht komt het geluid niet ten goede. De D66-fractie vraagt de minister of deze zienswijze past bij zijn visie en benadering.

Hoever de schuifjes van het mengpaneel worden opgeschoven, hangt af van de balans van open samenleving versus ziektelast. Ziektelast wordt gevormd door ziekenhuis- en ic-opnames, maar ook door longcovidklachten en expliciet ook door de uitgestelde reguliere zorg en de belasting van het zorgpersoneel.

De open samenleving is de mate waarin we kunnen leven zoals we eerder gewend waren, waarin democratische vrijheden en de rechtsstaat de basis vormen. Waarin expliciet ruimte bestaat voor onderwijs en cultuur, de kwetsbare onderdelen van onze samenleving. En natuurlijk ook voor ondernemingen, die steeds weer uitgedaagd worden om creatief te zijn, ten einde het ondernemersrisico te beperken. En voor jongeren, die zelf weinig ziektelast ondervinden, maar wel een hoge prijs hebben betaald.

De D66-fractie vindt de zorg belangrijk, maar evenzo de zojuist genoemde sectoren. Bij elkaar vormen deze sectoren — zorg, cultuur, ondernemers en onderwijs — de samenleving. Het is aan de overheid om alle sectoren te dienen, te bewerken, te bewaken, te behouden en daarin de balans te vinden. Helaas is dat niet steeds gelukt in deze pandemie.

De D66-fractie vindt de balans tussen open samenleving enerzijds en ziektelast anderzijds cruciaal in het coronabeleid. Als de schuifjes van het mengpaneel van maatregelen omhooggaan, wat nu nodig is om het aantal besmettingen te doen dalen, dan gaat dit ten koste van de open samenleving. En andersom, zo hebben we gezien, gaat een open samenleving op dit moment nog niet zonder toename van de ziektelast. Wel is het zo dat bij een laag aantal besmettingen een aanpassing van de maatregelen duidelijk effect heeft. Het heeft daarom de voorkeur om op besmettingsaantallen te sturen en minder op ziekenhuis- en ic-opnames, zoals de WHO ook adviseert. Bovendien is sturen op besmettingen indirect ook sturen op ziekenhuis- en ic-opnames. Kan de minister aangeven waarom het voor hem en het kabinet belangrijk is om vast te houden aan het sturen op ziekenhuis- en ic-opnames in plaats van op het sturen op besmettingen?

Voorzitter. Voor ons ligt de verlenging van de Twm. Het moge duidelijk zijn dat in een periode van een hoog aantal besmettingen maatregelen nodig zijn en de Twm dus verlengd moet worden. De vraag is of de toolbox, de Twm, nu optimaal is ingericht. De minister geeft in zijn antwoord op schriftelijke vragen aan dat er voor de kerst een brief aan de Eerste Kamer zal worden gestuurd met daarin een reflectie hierop. Kan de minister misschien al de grote lijnen hiervan schetsen?

De goedkeuringswet volgt op een verlengingsbesluit en wordt direct na het besluit ingediend bij het parlement. Bij de afhandeling hiervan wordt onverwijld gehandeld. In de beantwoording van de schriftelijke vragen hierover heeft de minister aangegeven dat er inderdaad op een aantal momenten vertraging is opgetreden die vermijdbaar was. Kan de minister toezeggen dat een onverwijlde afhandeling van de volgende verlenging middels een nieuwe goedkeuringswet zal gaan plaatsvinden?

Eerder hebben we gedebatteerd over de ondergrens waaronder maatregelen niet meer proportioneel kunnen worden geacht. Destijds heeft de minister zelf de behoefte geuit aan een bovengrens waarboven testen voor toegang niet meer werkzaam was. Dat was geïnspireerd op de dansen-met-Janssengolf. In feite was dat een intentie om op besmettingscijfers te gaan sturen. Boven die grens zouden strengere maatregelen dan testen voor toegang nodig zijn. In feite is de discussie over 2G versus 3G een discussie over de vraag of de bovengrens nu bereikt is voor de 3G-toepassing. Daarover zullen wij als D66-fractie graag van gedachten wisselen met de minister als de wetgeving daarover eerdaags in deze Kamer behandeld wordt.

Voorzitter. Tot zover onze bijdrage. Onze fractie ziet uit naar de beantwoording van onze vragen.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Van der Voort. Dan is nu het woord aan mevrouw Baay-Timmerman, die zal spreken namens de fractie van 50PLUS.