Plenair Van Apeldoorn bij gezamenlijke behandeling



Verslag van de vergadering van 7 december 2020 (2020/2021 nr. 13)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 20.11 uur


De heer Van Apeldoorn (SP):

Dank u voor het woord, voorzitter.

Voorzitter. Tijdens de Algemene Financiële Beschouwingen sprak ik erover dat het politieke en ideologische tij aan het keren is, van neoliberaal naar sociaal. Maar ik stelde ook vast, en het verloop en de uitkomst van dat debat bevestigden dat nog eens, dat de regering en ook een deel van de coalitie toch nog moeite hebben om zich helemaal te laten meevoeren met het nieuwe tij en zich nog op verschillende momenten vast proberen te klampen aan reddingsboeien van het oude denken. En als mijn fractie nu naar het voorliggende pakket Belastingen kijkt, dan zien we dezelfde worsteling.

Voorzitter. Ik begin bij het Belastingplan zelf, over wat er wel in staat, met name de BIK in een eerste blok. En dan is er een tweede blok over wat er niet in staat maar wel in had moeten staan wat mijn fractie betreft, met name — u raadt het al — een aanpak van de extreme vermogensongelijkheid in ons land. Want ja, mevrouw Geerdink, wij beschouwen de verdeling tussen minderbedeelden en beterbedeelden niet als een quasi door God gegeven natuurlijke orde waar de overheid verder niets aan zou hoeven te doen. Maar daarover later meer.

Het Belastingplan bevat volgens mijn fractie zeker verbeteringen. Er worden ten opzichte van vorig jaar een paar stappen in de goede richting gezet. Maar het zal u niet verbazen, voorzitter: het plan bevat voor mijn fractie ook een onderdeel dat in onze ogen echt nog een reflex is van het oude, achterhaalde paradigma. Want met de BIK — want daar heb ik het hier natuurlijk over — maken we nog niet die omslag van neoliberaal naar sociaal. Natuurlijk is mijn fractie verheugd dat het kabinet onder grote maatschappelijke en politieke druk heeft afgezien van de voorgenomen verlaging van de winstbelasting voor grote bedrijven. Dat is maatschappelijk pure winst, en dus echt een stap vooruit in dit Belastingplan. Maar wat nu niet langer wordt weggeven aan het bedrijfsleven via een verlaging van het hogere Vpb-tarief — een tarief dat wat mijn fractie betreft juist omhoog zou moeten — komt wel met ongeveer hetzelfde bedrag terug in de vorm van een ander cadeau aan VNO-NCW. Ik weet dat de staatssecretaris er een hekel aan heeft als de oppositie van een cadeau spreekt, maar laat ik u zeggen dat de Nederlandse werkgeverslobby hier toch heel erg blij mee is. En dat is logisch, want ze hebben het zelf bedacht.

Wie er niet blij mee is, zijn onder andere de vakbonden. Laat ik Tuur Elzinga, vicevoorzitter van de FNV, citeren: "De BIK stelt in de huidige vorm geen voorwaarden en dreigt terecht te komen bij bedrijven met spek op de botten die toch al van plan waren te investeren. Dat is publiek geld over de balk smijten." Ja, daar zou toch zelfs de VVD geen voorstander van moeten zijn. Eveneens uitermate kritisch over dit voorstel waren de Raad van State, de Rekenkamer en de eigen ambtenaren van het ministerie. Eigenlijk is niemand enthousiast over dit voorstel, behalve het kabinet en de werkgevers, die dit plan dus ook bedacht hebben. En mevrouw Geerdink! Kan de staatssecretaris daarop reageren? En kan hij reflecteren op hoe het kan dat als dit voorstel het algemeen belang moet dienen, eigenlijk niemand, behalve VNO-NCW en enkele fracties in dit huis, echt enthousiast is?

Ook mijn fractie kan zich toch echt niet aan de indruk onttrekken dat nadat het afschaffen van de dividendbelasting en de verlaging van de winstbelasting niet doorgegaan waren, men toch op zoek moest — al was het maar om de VVD zoet te houden — naar een alternatief voor die 2 miljard, dat wil zeggen naar een andere manier om het aan het bedrijfsleven te schenken. Driemaal is scheepsrecht moeten ze in de Malietoren gedacht hebben. Want als deze Kamer nu instemt met het voorliggende Belastingplan, komt die verlaging van de werkgeverskosten er toch.

Maar laat ik eerlijk zijn, voorzitter. Als de BIK echt een effectieve en rechtvaardige manier was om meer werkgelegenheid te scheppen, dan was mijn fractie er natuurlijk ook voor, ook als het uit de koker van VNO-NCW komt. Maar dat is dus objectief niet het geval. De BIK, zo laat het CPB zien, schept geen banen, en leidt in 2025 zelfs tot een iets hogere werkloosheid. De BIK schept dus geen banen maar vernietigt ze, en haalt vooral wat investeringen naar voren, ook investeringen van bedrijven die prima winsten draaien.

Collega van Rooijen herdoopte tijdens de Financiële Beschouwingen de BIK tot Buitengewoon Ingewikkelde Korting. Mooi gevonden, maar mijn fractie spreekt liever over een Buitengewoon Ineffectieve Korting. In ieder geval is de term "baangerelateerd" buitengewoon misleidend, zoals ik hier vorige maand ook al heb betoogd. Dan zegt de staatssecretaris doodleuk tijdens de Algemene Financiële Beschouwingen in debat met mij: "Maar we hebben ook helemaal nooit gezegd dat het om banen gaat. Het gaat om investeringen aanjagen." Maar dat heeft het kabinet natuurlijk wel gezegd. Sterker nog, in het begin, in de dagen na Prinsjesdag, op het moment dat nog elke onderbouwing of zelfs een poging daartoe ontbrak, draaide de presentatie van dit plan helemaal om banen, banen, banen, zeker bij de voorzitter van deze regering. Bij zijn verdediging van de BIK tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen in de Tweede Kamer zei de minister-president: "Als je op deze manier erin slaagt om een deel van de investeringen wel door te laten gaan, heeft dat inderdaad een enorm effect op de werkgelegenheid." Ik vraag me toch af hoe de staatssecretaris nu tegen deze uitspraak aankijkt. Ik mag toch aannemen dat ook dit kabinet met één mond spreekt. Heeft de minister-president dit destijds allemaal niet zo bedoeld? Of is hier sprake van voortschrijdend inzicht van de kant van het kabinet? In ieder geval blijkt de regering er dus met de BIK niet in te slagen dit door de premier uitgesproken doel te bereiken. Graag een reactie van de staatssecretaris.

De heer Essers (CDA):

Collega Van Apeldoorn doet nou net alsof de BIK de enige regeling is die ons uit de corona-ellende moet helpen, althans het bedrijfsleven. Daarnaast zijn er natuurlijk heel veel andere regelingen, zoals de investeringsaftrek, de Milieu-investeringsaftrek en de Energie-investeringsaftrek. Er zijn allerlei regelingen om speur- en ontwikkelingswerk te stimuleren. De BIK is er gekomen omdat de coronacrisis ertoe geleid heeft dat heel veel bedrijven verlies zijn gaan lijden. Dan heb je niks aan dit soort investeringsaftrekmogelijkheden, want die leiden alleen maar tot vergroting van het verlies. Ook een Vpb-verlaging is dan veel minder effectief. Het bijzondere van de BIK is nu net dat deze leidt tot een verlaging van de loonheffing, ook als je verlies lijdt. Het Centraal Planbureau zegt: dat is een maatregel die in ieder geval investeringen naar voren haalt. U doet net alsof dat niks is, maar dat vind ik iets heel belangrijks in crises. Je moet voorkomen dat investeringen worden uitgesteld. Als dan wordt gezegd "dat leidt tot miljarden extra voor het bedrijfsleven", dan begrijp ik uw betoog niet helemaal, waarin u de BIK in de hoek zet als een volstrekt ineffectieve regeling.

De heer Van Apeldoorn (SP):

Dank voor deze vraag, zeg ik tegen de heer Essers. De vraag is: wat moet het effect zijn van deze maatregel? Natuurlijk, er zijn allerlei crisismaatregelen genomen. Een aantal daarvan hebben wij ook gesteund, zoals de steunpakketten. Er gaan vele miljarden naar het bedrijfsleven. Dat geld is overigens ook specifiek ingezet voor het behoud van banen, om ervoor te zorgen dat bedrijven niet failliet gaan en hun lonen gewoon kunnen doorbetalen. Ik doel bijvoorbeeld op de NOW. Dan heb je een duidelijk doel: dan gaat het om baanbehoud. Je kunt ook als doel hebben om te proberen in een tijd van oplopende werkloosheid weer banen te creëren. Dat doet de BIK, als onderdeel van dit wetsvoorstel, dus niet. Het CPB stelt duidelijk: er komen geen banen bij. Sterker nog: in 2025 zal het per saldo een licht negatief effect op de werkgelegenheid hebben, onder andere omdat investeringen gedaan zullen worden in arbeidvervangend kapitaal. De vraag is dan: wat is het effect dat je beoogt met de BIK? De heer Essers zegt dan, met de coalitie en de staatssecretaris: ervoor zorgen dat we meer investeringen krijgen. Mijn vraag is: als je 4 miljard uitgeeft voor volgens het CPB per saldo 6,9 miljard meer investeringen, besteed je je geld dan effectief, als die investeringen vervolgens geen groei opleveren en geen banen?

De heer Essers (CDA):

Dan gaat de heer Van Apeldoorn wel uit van ceteris paribus. We moeten nu een maatregel hebben om de coronacrisis tegemoet te treden. We hebben nu behoefte aan ondersteuning. Daarna ga ik ervan uit dat er weer een groei van de economie zal plaatsvinden en de werkgelegenheid vanzelf wel weer gestimuleerd wordt. Maar nogmaals: we hebben al behoorlijk wat maatregelen die ondernemers stimuleren. Maar het gaat er nu om dat je een extra stimulans hebt, die effectief is om gedurende de crisisjaren het bedrijfsleven extra steun te geven.

De heer Van Apeldoorn (SP):

Ja, maar dat moet wel gerichte steun zijn die iets oplevert. De heer Essers en anderen hebben het steeds over de coronacrisis, maar wat is die crisis? Die crisis is dat mensen dreigen hun baan te verliezen. Die crisis is dat mensen erop achteruitgaan in inkomen. Die crisis is dat de economie in het slop zit. Als dan blijkt dat we met deze BIK geen banen creëren, maar zelfs banen vernietigen en de economie ook niet stimuleren, dan vraag ik mij af waarom je dat zou willen. Het gaat over die 6,9 miljard, maar ik heb een wedervraag aan de heer Essers: hoeveel investeringen subsidiëren wij eigenlijk met die BIK? Dat is natuurlijk veel meer dan 6,9 miljard. Heel veel van die subsidie gaat dus naar investeringen die sowieso al gedaan zouden worden en die dus per saldo helemaal niets opleveren, ook niet voor die bedrijven, want die bedrijven zouden die investeringen toch doen. Ze krijgen er alleen korting op en dat verbetert hun toch al goede winstpositie enigszins, maar wie heeft daar wat aan?

De voorzitter:

De heer Essers, de derde interruptie?

De heer Essers (CDA):

Ik vind dat we niet moeten speculeren als het gaat om werkgelegenheid in deze crisis. 7 miljard vind ik heel wat geld om hiermee te realiseren. U kunt wel zeggen dat we er 10 miljard aan uitgeven, maar dat is niet zo. We geven er 4 miljard aan uit. Het gaat er ook niet om of die investeringen wel of niet gedaan zouden worden. Primair halen we investeringen naar voren. Het planbureau geeft aan dat er waarschijnlijk ook extra investeringen zullen plaatsvinden. Ik zeg niet dat we daarmee de top in Europa en de wereld worden, maar het is niet niks. En u zet dat helemaal in de hoek.

De heer Van Apeldoorn (SP):

Mijn fractie is erg voor extra investeren en voor "ons uit de crisis investeren". De vraag is hoe je effectief investeert. Als je die 4 miljard op een andere manier zou uitgeven — ik zal er zo in mijn betoog meer over zeggen — …

De voorzitter:

Vervolgt u uw betoog.

De heer Van Apeldoorn (SP):

… dan doe je naar de overtuiging van mijn fractie meer voor de groei en voor de werkgelegenheid. Goed, ik vervolg mijn betoog.

De staatssecretaris zegt met de CPB-analyse in de hand dat er voor die 4 miljard 7 miljard aan extra investeringen bij komen. Maar de voorafgaande vraag is voor hoeveel miljard aan bedrijfsinvesteringen in totaal met de BIK gesubsidieerd worden. Ik hoor dit graag van de staatssecretaris, maar aangezien de BIK een korting biedt van respectievelijk 3,9% en 1,8%, is het duidelijk dat het om een veelvoud gaat. Met andere woorden, er zullen ook miljarden aan investeringen voor niets worden gesubsidieerd: het zogenaamde deadweight loss. We hebben het hier dus over het uitgeven van miljarden aan belastinggeld aan subsidies voor investeringen die grotendeels toch al gedaan zouden worden en zonder dat dit werkgelegenheid schept — buitengewoon ineffectief dus. In ieder geval kan mijn fractie effectievere en efficiëntere manieren bedenken voor het uitgeven van overheidsgeld. Investeer bijvoorbeeld in sociale woningbouw. Schaf eindelijk de verhuurderheffing af, volledig en permanent. Of investeer in de publieke sector voor meer en beter betaalde banen in onderwijs en zorg.

Voorzitter. Daarnaast blijft mijn fractie — wij zijn de enigen niet — zorgen houden over de uitvoerbaarheid van de BIK en over hoe die uitgevoerd zal worden. Misbruik ligt op de loer. Investeringen waarvoor korting is geclaimd, kunnen zomaar de volgende dag naar een buitenlandse dochter gaan. Dat is niet de bedoeling, maar dit wordt enkel achteraf steekproefsgewijs gecontroleerd door de RVO. Hoe vaak zullen die steekproeven gehouden worden en hoe groot zullen ze zijn? Wat als uit deze steekproeven blijkt dat er op grotere schaal dan verwacht de hand wordt gelicht met de BIK en niet aan de bedoelingen voldaan wordt?

Ten slotte nog dit over de BIK. Het is al eerder gezegd: we zijn het er in deze Kamer opnieuw over eens dat het voorstel helemaal geen onderdeel had moeten zijn van het Belastingplan. We hadden er eigenstandig over moeten kunnen oordelen. We hebben hier dus twee moties over aangenomen, recentelijk en in het wat verdere verleden: de motie-Hoekstra en de motie-Sent. We mogen toch hopen dat er niet nog een derde motie van de Kamer nodig zal zijn om aan deze koppelverkooppraktijken een definitief einde te maken.

Voorzitter, dan de vermogensongelijkheid. Mijn fractie blijft het echt onbegrijpelijk vinden — daarom komen we hier tijdens elke Algemene Financiële Beschouwingen en tijdens elke behandeling van een belastingpakket op terug — dat dit kabinet helemaal niets doet aan en ook niets wil doen aan de extreme en groeiende vermogensongelijkheid in Nederland. Sterker nog, dit kabinet wil er niet eens over nadenken. In de Miljoenennota lezen we: "We sturen hier niet op". Overigens is deze staatssecretaris volgens mij een van de weinigen in de regering die er stiekem wel over nadenkt, maar volgens mij mag hij dat niet hardop doen, want dan krijgt hij op z'n kop van de VVD, een partij die een rukje naar links gemaakt heet te hebben, maar zichzelf kennelijk nog steeds ziet als de hoeder van de grote private vermogens van de meer dan 207.000 miljonairs in Nederland. Waarvan akte. Ik heb het eerder al genoemd, maar experts schatten op basis van nieuwe data — dit gaat niet over het OESO-onderzoek, maar het is na te lezen in een deze zomer verschenen artikel in Economisch Statistische Berichten — dat de 1% rijkste Nederlanders maar liefst een derde van het private vermogen bezitten, waarvan de helft, dus een zesde, oftewel ruim 16% van het totale vermogen, in handen is van de 0,1% rijkste Nederlanders. Dus 0,1% bezit 16%, laat dat even bezinken. Het vermogen van de 500 rijkste Nederlanders is hierbij tussen 2011 en 2018 ook nog eens met 22% meer gestegen dan wat op grond van bnp-groei verwacht had mogen worden. Wat vindt de staatssecretaris hier nu eigenlijk van, vraag ik mij oprecht af. Waarschijnlijk helemaal niets of hij mag er niks van vinden, want de regering heeft hier geen mening over. Maar impliciet is je mening dan natuurlijk dat het zo prima is, en sommigen in dit huis zijn daar ook expliciet over. Maar het is niet normaal, voorzitter. Dat is het niet en daarom toch graag zijn reactie.

Vorige maand vroeg ik hier aandacht voor de analyse van het CPB dat in de coronacrisis het waarschijnlijk niet de sterkste schouders zullen zijn die de zwaarste lasten zullen dragen. Als je nu als overheid één potentieel instrument in handen hebt — er zijn er meerdere — om hier wat aan te doen, nu en in de toekomst, dan is het wel het belasten van grote vermogens. Een manier om daadwerkelijke solidariteit te kunnen vragen van hen die zo geprofiteerd hebben van wat wij collectief hebben opgebouwd en die nu in de huidige crisis eerder nog rijker worden, terwijl anderen de hardste klappen opvangen, aldus ook het CPB.

Wat ook niet rechtvaardig is, voorzitter, en al helemaal niet als je het afzet tegen de groeiende vermogensongelijk, is de vermogensrendementsheffing in box 3 in plaats van een heffing op reëel rendement. Daar zijn we het van links tot rechts, deze staatssecretaris incluis, over eens. Maar ook al staat dit al wel jaren op de agenda, ook bij dit kabinet, toch moeten we ook hier kennelijk helaas de formatie afwachten voor een structurele oplossing, omdat het al die jaren niet gelukt is hier wat aan te doen, "want het is technisch te ingewikkeld". Mijn fractie vindt dit toch echt uitermate teleurstellend en vraagt zich af waarom het dan in vele buitenlanden wel kan. Intussen zitten we nog steeds met een oneerlijke belasting, waarbij met name spaarders met praktisch nul procent rente en terwijl ze ook worden aangeslagen voor de rendementen over fictieve beleggingen de klos zijn. Het is al jaren zo en ook deze staatsecretaris, hoewel box 3 zijn kindje is, heeft niet de oplossing kunnen brengen. We hopen dat hij in ieder geval zijn opvolger goede ideeën achterlaat.

Voorzitter. Een positief element van dit Belastingplan is dat het kabinet met de beperking van de verliesverrekening een eerste stap heeft gezet met de uitvoering van de aanbevelingen van de commissie-Ter Haar met betrekking tot het eerlijker belasten van multinationals. Uiteraard zijn wij ook blij dat de regering het initiatiefvoorstel van GroenLinks, PvdA en SP heeft overgenomen om de aftrekmogelijkheden op basis van buitenlandse verliezen voor multinationals te beperken. Dit wetsvoorstel moet ervoor zorgen dat Shell in Nederland eindelijk ook belasting gaat betalen.

Over het onderwerp belastingontwijking heb ik vorig jaar uitgebreid met de ambtsvoorganger van de staatsecretaris van gedachten gewisseld. Het ging toen onder andere over de bronbelasting op renten en royalty’s, die komend jaar wordt ingevoerd en waarvan wij ons afvroegen en -vragen of daarbij niet een te groot deel van de daadwerkelijk stromen gemist wordt. We hopen dat de huidige staatsecretaris dit in ieder geval gedurende de rest van zijn ambtstermijn nauwlettend in de gaten zal houden en waar mogelijk, al was het maar voor een volgend kabinet, met ideeën komt voor een verdere aanscherping. Maar duidelijk is dat we nog een lange weg te gaan hebben en het nog zal lang duren voordat Nederland geen doorsluisland en belastingparadijs voor multinationals meer is.

Volgens het laatste rapport van Tax Justice, dat vorige maand uitkwam, verliezen regeringen wereldwijd jaarlijks 427 miljard dollar door belastingontwijking en -ontduiking, waarvan 245 miljard aan belastingontwijking door multinationals die met hun winsten schuiven. 427 miljard staat gelijk aan het verlies van 34 miljoen aan jaarlijkse salarissen van verpleegkundigen, oftewel ruim één verpleegkundigensalaris per seconde. En als u dit al niet schokkend vindt, dan misschien wel de statistiek dat in de top vijf van alle landen die het meeste bijdragen aan de belastingverliezen van andere landen, Nederland in 2020 op nummer drie staat. Het Tax Justice Network spreekt van Nederland als deel van "de as van de belastingontwijking". Mijn fractie hoopt zeer dat Nederland over enkele jaren echt verdwenen is van deze lijstjes — er zijn er meerdere — en we hopen dat de staatssecretaris dat met ons hoopt. In ieder geval graag een reactie van de staatssecretaris op deze cijfers en analyse.

Voorzitter. De SP-fractie is voor de invoering van een CO2-heffing maar vindt die in het huidige wetsvoorstel slechts een stap in de goede richting. Want hiermee zijn we er nog lang niet als het gaat om de te behalen klimaatdoelen en ook niet qua rechtvaardige verdeling van lasten. Gemiddeld betalen burgers €243 per ton CO2 en bedrijven €43 per ton. Dat is wat ons betreft geen klimaatrechtvaardigheid. Wij zijn ook niet blij met alle vrijstellingen of ruime dispensatierechten voor de vervuilende industrie die in het wetsvoorstel zijn opgenomen. Die zullen het behalen van de doelen van Parijs natuurlijk enkel nog moeilijker maken. Graag hoor ik van de minister hoe hij hiertegen aankijkt.

Een eerlijke verdeling van de lasten oftewel klimaatrechtvaardigheid op basis van het principe "de vervuiler betaalt" is er ook niet als het gaat om de voorgestelde nieuwe tarieven van de Opslag Duurzame Energie, ODE. Huishoudens betalen nu al 68 keer zo veel duurzaamheidsbelasting ODE per kilowattuur dan de grootste verbruikers, en dat wordt met dit wetsvoorstel 75 keer zo veel. Een amendement van mijn partij in de Tweede Kamer om dit rechtvaardiger te maken, heeft het helaas niet gehaald. Op ons verzoek heeft de staatssecretaris ons een overzicht doen toekomen van alle vrijstellingen en ontheffingen van de zware industrie in de ODE-regeling, waarvoor dank. Maar hier word je dus niet vrolijk van. Vindt de minister al deze ontheffingen echt gerechtvaardigd? Graag een reactie.

Voorzitter. Laat ik onder dit kopje ook kort stilstaan bij het veelbesproken en last minute aan onze agenda toegevoegde wetsvoorstel voor invoering van een vliegbelasting. Mijn fractie is voor het aanpakken van vervuilende industrieën, en de luchtvaart valt hier zeker ook onder. Maar doe het dan wel goed. Er is op dit moment in tegenstelling tot bijvoorbeeld het openbaar vervoer, geen enkele regulering van prijzen in de luchtvaartsector. Ticketprijzen variëren enorm. Budgetairlines stunten met prijzen op een manier die vanuit milieuoogpunt echt niet verantwoord is, maar een andere keer betaal je voor een vergelijkbare vlucht vijf keer zo veel.

De vliegbelasting zoals die nu is vormgegeven, is een fiscale prikkel die heel weinig doet. Dat blijkt ook, want de milieuopbrengst is bijna nihil. U zegt tegen mensen: we maken jullie tickets duurder voor het milieu, maar op het milieu heeft het eigenlijk nauwelijks effect. Maar het brengt wel geld in het laatje, 200 miljoen, maar dat zet de regering ook niet in voor vergroening. Waarom eigenlijk niet, zo vraag ik de staatssecretaris. Waarom is ervoor gekozen dit in de algemene middelen te laten terugvloeien en het niet op de een of andere manier ook voor vergroening in te zetten? Als je via beprijzing het vliegverkeer en de daarmee gepaard gaande uitstoot echt wilt aanpakken, doe het dan goed en voer eindelijk accijnzen in op kerosine en pak het veelvliegen aan. Hoe meer je vliegt, hoe meer je moet betalen. Dat zet wel zoden aan de dijk. De voorgestelde heffing doet dat helaas niet.

Ten slotte wil ik in het laatste deel van mijn betoog stilstaan bij het verbijsterende drama dat de toeslagenaffaire is gaan heten. Een verbijstering die we ook allen hebben kunnen ervaren als we naar de parlementaire ondervragingen in de voorbije weken hebben gekeken en geluisterd. Een overheid die niet het recht handhaaft en bescherming biedt, maar zelf ten diepste onrechtvaardig handelt en levens verwoest. Een overheid niet van en voor de burger, maar een onmenselijke bureaucratie, die zich op kafkaëske wijze tegen de burger keert. En iedereen stond erbij en keek ernaar, of zag het niet, of wilde het niet zien, of werd er niet over ingelicht. Aan de staatssecretaris de vraag of zij het idee heeft dat er nu echt een cultuuromslag is, dat als er iets loos is, dat haar dat ook gemeld wordt. Of zijn die zogenaamde leemlagen er in de ervaring van de staatssecretaris nog steeds?

Voorzitter. Deze casus van bestuurlijk onvermogen — en mogelijk nog erger: strafbaar handelen van een overheidsdienst — zal nog jaren voer zijn voor bestuurskundigen, politicologen, rechtsgeleerden et cetera. En we mogen niet vergeten dat het hier niet gaat om iets uit het verleden, waar we lessen uit moeten trekken, al is dat laatste heel belangrijk, maar om mensen. Het gaat in het heden ook nog steeds om mensen, want het leed is nog steeds niet ten einde en het onrecht is nog lang niet hersteld. Mensen zitten nog steeds enorm in de penarie en staan nog steeds in de kou. Er was tot voor kort meer aan consultants uitgegeven in het kader van deze hersteloperatie dan dat er aan ouders aan compensatie is uitgekeerd. We hebben de laatste voortgangsrapportage aan de Tweede Kamer gelezen en er is vooruitgang, maar het blijft tergend langzaam gaan. Graag nog een reactie van de staatssecretaris.

En het is ook nog lang geen voltooid verleden tijd zolang er telkens weer nieuwe documenten opduiken met nieuwe schokkende informatie over hoe de Belastingdienst gehandeld heeft. De onderste steen moet echt boven. Daarom is mijn fractie ontzettend blij dat het uiteindelijk toch, want het heeft lang geduurd, tot een parlementaire ondervraging is gekomen. We waren ook geschokt dat daags na de laatste verhoren een nieuw document opdook. Hoe kan het nou in vredesnaam, vraag ik de staatssecretaris, dat er weer zulke, mogelijk cruciale, informatie opduikt terwijl de Tweede Kamer al jaren bezig is alle documenten boven water te krijgen? Dat is schokkend genoeg. Minstens zo schokkend is de inhoud van dit memo, dat we overigens hebben kunnen lezen op het Twitteraccount van de staatssecretaris. Onze waardering voor de openheid van haar kant. Er staat in dat mensen automatisch als fraudeur aangemerkt moeten worden op basis van het stempel opzet/grove schuld. Je wordt er eerlijk gezegd koud van als je dit memo leest. Ik citeer: "We gaan niet langer uitzoeken waarom er sprake is van een terugvordering. De opzet/grove schuld zal dan ook niet langer specifiek gemotiveerd worden." Met andere woorden: u moet gewoon terugbetalen, want u heeft fouten gemaakt en die gaan we verder niet onderbouwen, want de achterstand moet worden ingehaald en de productie verdrievoudigd. Zo staat het ook in dat memo, productie. De overheid als fabriek.

Het is goed dat de staatssecretaris dit nu tot de bodem door de Auditdienst Rijk laat uitzoeken. Dat er een heel onderzoek moet worden gedaan om te weten of dit beleid inderdaad zo uitgevoerd is en op welke wijze dit tot stand gekomen is, geeft wel opnieuw aan hoe gebrekkig kennelijk het institutionele geheugen van de overheid is. We wachten de bevindingen van de parlementaire ondervragingscommissie af, maar hopen dat ook deze staatssecretaris hier lessen uit trekt. Een van de belangrijkste lessen is natuurlijk ook — gelukkig komen steeds meer partijen tot deze conclusie — dat we van dat hele toeslagenstelsel af moeten. Wie van een geldophaaldienst ook een gelduitdeeldienst maakt, heeft het bijzondere karakter van beide niet willen begrijpen. Wie nu naar de Belastingdienst wijst, wijst ook met drie vingers naar de opeenvolgende regeringen en parlementen die dit hebben bedacht én doorgezet. Intussen breidt de toeslagenaffaire zich uit, zo hebben wij vorige week kunnen vernemen, omdat in een aantal gevallen het op dezelfde gruwelijke wijze is misgegaan met het toekennen van zorg- en huurtoeslagen. Dit wordt allemaal nader uitgezocht. Heeft de staatssecretaris al enig zicht om welke aantallen het hier gaat en wat dan de consequenties zouden zijn?

Ten slotte in dit laatste blokje. Bij het voorliggende wetsvoorstel ter verbetering van de uitvoering van de toeslagen had en heeft mijn fractie zorgen bij de gegevensdeling en of die wel zorgvuldig gebeurt. Daar is uitgebreid over gesproken in de Tweede Kamer. Wij hebben begrepen dat de uitvoering nu wordt voorgehangen en daar zullen wij zeker kritisch naar kijken.

Voorzitter. Ik kom tot het einde van dit betoog. Vorig jaar begon ik mijn spreektekst over het pakket belastingen met de opmerking dat de acht wetten die wij weer in no time moesten behandelen, onze rol als medewetgever echt in het gedrang brachten. Nu is met deze nieuwe staatssecretaris de beloofde verbetering op dit punt opnieuw uitgebleven. Er zijn misschien verzachtende omstandigheden, maar wij constateren dit toch met leedwezen, net als vele anderen in dit huis en in de Tweede Kamer. De staatssecretaris zei tijdens de Algemene Financiële Beschouwingen dat hij zich verheugde op deze lange winteravonden. Ik verheugde mij daar ook op met de staatssecretarissen en de minister, maar de avonden zouden toch best iets minder lang mogen zijn door bepaalde wetgeving eerder en apart te behandelen. Ik hoop echt dat met het nieuwe kabinet deze praktijk doorbroken wordt. Dat alles neemt niet weg dat ik zoals altijd uitzie naar de beantwoording en verdere uitwisseling met beide staatssecretarissen en de minister.

Dank u, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u, meneer Van Apeldoorn. Dan is het woord aan de heer Schalk namens de fractie van de Staatkundig Gereformeerde Partij.