Plenair Huizinga-Heringa bij behandeling Implementatie zesde actieprogramma Nitraatrichtlijn



Verslag van de vergadering van 16 december 2019 (2019/2020 nr. 13)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 15.31 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Huizinga-Heringa i (ChristenUnie):

Voorzitter, dank u wel. Als eerste wil ik nogmaals mevrouw Kluit en de heer Van Pareren feliciteren met hun mooie maidenspeeches. Een beetje vreemde term voor een man, "maidenspeech". Maar zo heet het nu eenmaal.

Voorzitter. Wij spreken over de wijziging van de Meststoffenwet. Uit de toelichting van de minister blijkt dat deze wetswijziging noodzakelijk is voor een verlenging van de derogatiebeschikking van de Europese Commissie. Al in 2017 heeft de Europese Commissie als voorwaarde voor derogatie gesteld dat het nationale mestproductieplafond in nationale wetgeving vastgelegd moet worden. De regering heeft naast het nationale mestproductieplafond een uitwerking in drie sectorale plafonds vastgelegd. In de Tweede Kamer is deze wet met name geamendeerd op het punt van de generieke korting. Waar de minister een generieke korting in het uiterste geval wil inzetten, ultimum remedium, is het nu geworden: in het uiterst uiterste geval. Het instrument van de generieke korting is in de wet opgenomen vanwege de voorwaarden die de Europese Commissie gesteld heeft voor derogatie. Voldoet de geamendeerde wet nog steeds aan de voorwaarden van de Europese Commissie, zo vragen de leden van de ChristenUniefractie.

Dan heb ik nog een enkele vraag. Hoe groot acht de minister de kans dat er sprake zal zijn van generieke kortingen, gezien het feit dat Nederland in ieder geval dit jaar ruim onder het nationale plafond lijkt te blijven? Is dit laatste een trend, of is het incidenteel?

Tot slot, voorzitter. De leden van de ChristenUniefractie willen de minister vragen wat zij, naar de toekomst kijkend, verwacht van het zevende actieprogramma dat nu in de maak is. Denkt zij dat dit belangrijke wijzigingen in de Meststoffenwet zal opleveren? Denkt zij dat wij ook in de toekomst nog steeds derogatie nodig hebben? Daarmee sluit ik aan bij de vraag van mevrouw Kluit en de heer Koole.

Ik zal mijn fractie zeker voorstellen om voor deze wet te stemmen.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Huizinga. Dan is het woord aan de heer Janssen.