Plenair Oomen-Ruijten bij voortzetting behandeling Wet temporisering verhoging AOW-leeftijd



Verslag van de vergadering van 2 juli 2019 (2018/2019 nr. 37)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 21.01 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Oomen-Ruijten (CDA):

Meneer de voorzitter, proficiat nogmaals. Ik wil de minister bedanken en wel voor de eloquentie waarmee hij ons, als leden van de Senaat, altijd behandelt wanneer hij bezig is met de verdediging van een wetsvoorstel. Omdat ik dat gedaan heb, wil ik dan ook de pijn maar als eerste aan hem melden. Wij blijven als CDA-fractie hier in dit huis moeite houden met het volhouden dat de risicovrije marktrente de enige methodiek is om buffers te bereiken. Ik heb gezegd. Dat is voor het protocol.

Ik heb de minister een vraag gesteld over de fiscale behandeling van pensioenen. Hij heeft gezegd daar in tweede termijn op terug te komen. Het antwoord dat hij in de eerste termijn heeft gegeven, is dat hij via artikel 18d van de loonbelastingwet het voor iedereen gaat regelen die het pensioen alvast naar voren heeft getrokken en door de fiscaliteit in de problemen komt. Maar er zijn ook mensen die al afspraken hebben gemaakt, waarbij het pensioen nog niet is ingegaan, maar die ook niet meer terug kunnen. Mijn verzoek is om te proberen dat ook even te regelen.

Dan hebben wij gesproken over de roadmap en de stuurgroep die op korte termijn vormgegeven wordt. Die krijgt in elk geval de ruimte om het doel boven de middelen te stellen en kan dus aan het werk gaan.

De heer Van Gurp (GroenLinks):

Ik ben nog niet zo snel met interrumperen, dus ik ben eigenlijk net een halve stap te laat. Ik luister goed naar mevrouw Oomen, ook zojuist. Ik hoorde haar zeggen dat de pijn van het CDA zit bij het nemen van de risicovrije rente als enige maatstaf. Begrijp ik het goed dat het CDA er dus toe oproept of ten minste ervoor openstaat om ook andere varianten en andere grondslagen te gaan onderzoeken? Dat komt overeen met mijn verzoek in eerste termijn.

Mevrouw Oomen-Ruijten (CDA):

Ja. Ik herinner mij dat mijn collega Niek Jan van Kesteren vorig jaar bij de Algemene Financiële Beschouwingen dezelfde opmerking gemaakt heeft. Het antwoord is dus "ja".

De heer Van Gurp (GroenLinks):

Dat herinner ik mij natuurlijk niet, maar ik ben blij dat het zo is. Ik begrijp dus dat als wij nog wat doorvragen op dat punt van de risicovrije rekenrente en het bekijken van alternatieve onderzoeken in een internationale context, het bekijken of we dat niet handiger kunnen doen, wij in het CDA een partner vinden?

Mevrouw Oomen-Ruijten (CDA):

Ja, meneer Van Gurp, dat heb ik in eerste termijn ook gezegd. Er zijn deskundigen en toezichthouders die op dit punt een andere mening hebben dan de mening die zowel DNB als de minister op dit moment heeft. Omdat de minister dit geen fijn onderwerp vindt, ben ik daar maar mee begonnen en heb ik gezegd dat wij voor het protocol nog willen vastleggen dat wij op dit punt andere gedachten hebben.

De heer Van Gurp (GroenLinks):

Ik dank u wel. Het is misschien voor mij soms even wennen. Maar ik ben er heel blij mee. Dank u wel.

Mevrouw Oomen-Ruijten (CDA):

Graag gedaan. Dank u wel.

De heer Van Rooijen (50PLUS):

Ik heb in tweede termijn dat woord dat mevrouw Oomen heeft genoemd, maar even niet genoemd. Ik ben blij met de duidelijkheid die mevrouw Oomen geeft. Kan zij dus bevestigen dat wat haar fractie betreft, de risicovrije rente ter discussie kan staan in een zachter contract?

Mevrouw Oomen-Ruijten (CDA):

Ik heb gezegd wat ik gezegd heb in eerste termijn. Dat is dus bevestigend. Ik verwijs dus ook nog eens een keer naar de opmerkingen die ook gemaakt zijn, over het collectieve contract zelfs, door de financieel woordvoerder van onze fractie, de heer Van Kesteren.

Voorzitter. Waar was ik gebleven? Ik was gebleven bij de roadmap. Ik heb al iets gezegd over de stuurgroep. Ik hoop dat de minister daar hele verstandige mensen in benoemt, die inderdaad ook de ruimte krijgen om het doel voorop te stellen. Het doel gaat voor de middelen die gebruikt worden. De minister heeft een limitatieve opsomming gemaakt. Daarvan zou ik zeggen: het kan best wat uitgebreider als die verstandige mensen in zijn stuurgroep daar een mening over hebben.

De minister heeft niet gereageerd op de opmerkingen van de Sociale Verzekeringsbank over het Eerste Protocol van het EVRM. Mijn vraag daarover is niet beantwoord. Ik heb gevraagd: denkt u nu dat met het wijzigen van de toelichting alle risico's afgedekt zijn?

Voorzitter. Wij hebben uitgebreid gesproken over de employability oftewel de duurzame inzetbaarheid van de heer Ester en anderen. Wij zijn het ermee eens dat het moet gebeuren. Maar de vraag is: als we dan die duurzame inzetbaarheid hebben geregeld, moeten we dan aanzien dat mensen die wel kunnen en willen werken, dat niet meer mogen? We hebben vandaag de hele dag gesproken over mensen die niet meer kunnen werken, maar de mensen die wel kunnen en willen werken, ook als ze ouder dan 65 jaar zijn, moeten nu ontslag krijgen. Ik heb het verzoek — dat heb ik ook al in eerste termijn gedaan — of de minister nog eens kan bekijken of we die knip wel zo zouden moeten maken.

Voorzitter. Ik zeg ook tegen de heer Van Gurp dat we bij het debat over de Wet arbeidsmarkt in balans uitgebreid gesproken hebben over de collectieve verzekering tegen onomkeerbare risico's bij arbeidsongeschiktheid. Ik zou de minister willen vragen of er al nieuws op dat front is.

Voorzitter. Dat waren, denk ik, de opmerkingen die ik had. Ik dank u zeer.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Oomen. Dan geef ik het woord aan de heer Schalk.