Plenair Vlietstra bij behandeling Modernisering Huurcommissie en introductie verhuurderbijdrage



Verslag van de vergadering van 29 mei 2018 (2017/2018 nr. 31)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 13.59 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Vlietstra (PvdA):

Voorzitter. In de schriftelijke behandeling van het wetsvoorstel is mijn fractie enerzijds ingegaan op de governance en de financiering van de Huurcommissie en anderzijds op de positie van de huurders in de geliberaliseerde sector. Wat betreft die eerste beide punten zijn wij tevreden met de antwoorden van de regering. Jaarlijks wordt de omvang van de bijdrage vastgesteld en daarbij wordt de verdeling 50% rijksbijdrage en 50% overige als richtlijn meegenomen. Mijn fractie vindt dat een goed uitgangspunt.

Het antwoord van de regering op onze vragen en ook de vragen van de ChristenUnie over de positie van de huurder in de geliberaliseerde sector stelt mijn fractie teleur. De huurmarkt is vastgelopen, de prijs van koopwoningen schiet omhoog, het aanbod neemt af en de groep huurders die niet in aanmerking komt voor een sociale huurwoning kan geen kant op. Er is een groot tekort aan huurwoningen met een maandhuur van €700 tot €1.000. De heer Köhler memoreerde dat ook. Daardoor stijgen de huurprijzen in de vrije huursector snel.

Op zich vinden wij de uitbreiding van het takenpakket van de Huurcommissie een goede zaak. Vorige week is bij het beleidsdebat over de staat van de rechtsstaat aan de orde geweest dat de gang naar de rechter voor veel burgers te duur, te ingewikkeld en te ver weg is en dat het goed zou zijn meer zaken op te lossen met laagdrempelige, buitenrechtelijke geschillenbeslechting.

De heer Van Hattem (PVV):

Ik hoor de PvdA nu over de krapte op de huurmarkt, maar ondertussen is de PvdA nog altijd een warm voorstander van het toelaten van tienduizenden migranten per jaar die hier allemaal gehuisvest worden en hun gezin kunnen laten overkomen. Hoe ziet mevrouw Vlietstra dat probleem dan? Moeten wij dat niet bij de wortel aanpakken en eindelijk een keer zeggen "grenzen dicht", in plaats van het probleem neer te leggen bij de huurder, door de verhuurderheffing, waarbij de Nederlandse huurder de dupe is, terwijl de PvdA de massa-immigratie laat doorgaan?

Mevrouw Vlietstra (PvdA):

Dit lijkt mij een vraag waar de heer Van Hattem het antwoord al op weet. Nee, wij zijn daar geen voorstander van. Wij vinden dat vluchtelingen, asielzoekers die hier mogen blijven recht hebben op fatsoenlijke huisvesting, net als alle andere Nederlanders.

De heer Van Hattem (PVV):

Dan constateer ik dat de PvdA het probleem laat voortbestaan, groter en erger laat worden en Nederland weggeeft.

Mevrouw Vlietstra (PvdA):

Ik neem daar kennis van.

Ik had het over het belang van laagdrempelige buitenrechtelijke geschillenbeslechting. De versterkte Huurcommissie zien wij als zo'n mogelijkheid. Die gunnen wij echter niet alleen aan huurders in de sociale sector, maar ook aan huurders in de geliberaliseerde sector. Anders dan huurders in de sociale huursector kunnen zij geen gebruikmaken van de mogelijkheden die deze taakuitbreiding biedt. Alleen in het eerste halfjaar na afsluiting van het huurcontract kunnen deze huurders een beroep doen op de Huurcommissie als zij ontevreden zijn over de hoogte van de aanvangshuur, maar voor alle andere zaken staat slechts de gang naar de rechter open.

De minister heeft in haar beantwoording aangegeven daar niet voor te voelen omdat sprake is van contractvrijheid tussen verhuurder en huurder. Maar door het enorme tekort aan middenhuurwoningen en het ontbreken van alternatieven is deze groep letterlijk overgeleverd aan de markt en is in onze ogen van contractvrijheid, zoals de regering dat noemt, feitelijk geen sprake. Contractvrijheid veronderstelt een gelijkwaardige positie van beide partijen, maar veel huurders hebben geen keuze. De verhuurder bepaalt de voorwaarden. Ik hoor graag van de minister of zij deze conclusie deelt.

In de beantwoording wijst de regering op de aanbeveling van de voorzitter van de Samenwerkingstafel middenhuur aan verhuurders om in hun huurcontracten op te nemen dat de Huurcommissie advies kan geven bij huurprijs- en servicekostengeschillen. De minister sluit zich daarbij aan en moedigt alle verhuurders in de vrije sector aan deze aanbeveling over te nemen. Mijn fractie vindt dit een wat mager antwoord en hoort graag van de minister hoe zij deze aanmoediging vorm gaat geven. Gaat zij hierover afspraken maken met de brancheorganisaties? Mocht dit niet tot het gewenste resultaat leiden, welke andere mogelijkheden ziet zij dan om het kennelijk ook door haar gewenste doel te bereiken? Is zij bereid wetgeving te ontwikkelen die de positie van particuliere huurders op dit punt versterkt?

Wij kijken uit naar de beantwoording van de minister.

De voorzitter:

Dank, mevrouw Vlietstra.

Ik geef het woord aan de heer Schouwenaar.