Plenair Rombouts bij Debat met minister van Justitie en Veiligheid over de voorgenomen deelname van Nederland aan het Europees Openbaar Ministerie



Verslag van de vergadering van 3 april 2018 (2017/2018 nr. 25)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 15.35 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Rombouts i (CDA):

Mevrouw de voorzitter. Veel is al gezegd, dat is het nadeel als je de laatste in de rij bent. Ik zal me dus ook beperken. Er is ook inhoudelijk wel aanleiding voor de CDA-fractie om zich te beperken, want wij hebben steeds aangedrongen op deelname van Nederland aan de oprichting van het EOM. We zijn dan ook verheugd met het heldere standpunt van deze minister. Kijk, dat hoort hij wel, hè? Wat een verademing, zo'n helder standpunt. Wij hebben ook inhoudelijk kennisgenomen van alle wijzigingen die sinds 2013 zijn aangebracht in het dossier. Die drastische wijzigingen hebben ons standpunt mede sterk bepaald.

De argumentatie die de regering in de brief van 23 februari geeft om deel te nemen aan het EOM past naadloos bij onze argumentatie, zoals ik die in december 2016 heb verwoord. Fraude moet bestreden worden. EU-fraude is vaak grensoverschrijdend en heeft veelal ook verband met georganiseerde criminaliteit. Intensieve samenwerking is dan ook onontkoombaar op dit gebied, zeker ook voor de effectiviteit van ons eigen Nederlandse strafrechtelijk onderzoek. Het EOM heeft hier dus een duidelijke meerwaarde, zo meent de CDA-fractie, en kan een belangrijke impuls geven, in het bijzonder waar dat hard nodig is: in de lidstaten waar een handhavingstekort is, zoals collega's ook hebben benadrukt. Door nu als Nederland zo snel mogelijk op de rijdende trein van de versterkte samenwerking te springen kan onze regering haar invloed aanwenden op de ontwikkeling van het vervolgingsbeleid van het EOM en de keuzes die in individuele strafzaken te maken zijn.

Mijn fractie kan instemmen met het standpunt, dat vanmiddag al regelmatig aan de orde is gekomen, dat uitbreiding van het mandaat van het EOM naar bijvoorbeeld terrorismebestrijding nu niet aan de orde is. Echter, ik herhaal wat ik ook in december 2016 heb gesteld: het is de overtuiging van de CDA-fractie in de Eerste Kamer dat ons continent op het terrein van Justitie en Veiligheid in de komende decennia eerder gebaat is bij meer dan bij minder Europa. Denkt u bijvoorbeeld aan de cybercriminaliteit, de internationale handel in mensen en in wapens en aan de controle aan onze Europese buitengrenzen.

Tegen deze achtergrond heeft onze fractie dan ook geen behoefte aan de VVD-motie om nog eens expliciet, voor nu en voor altijd, vast te leggen dat er geen uitbreiding van dat mandaat moet komen. In de brief van de regering van 23 februari staat al dat dit nu niet aan de orde is. Dat is ook verstandig. Laten we nu doen wat nu aan de orde is en later kijken wat dan nodig is.

Ik heb nog een paar vragen aan de minister. Het is een schone zaak dat het EOM gefinancierd wordt uit bestaande EU-middelen. Mijn vraag aan de minister is hoe het zit met de kosten die Nederlandse instituten als het OM en het FIOD moeten maken voor hun bijdragen aan het werk van het EOM. Worden zij daarvoor gecompenseerd? Dit werd ook al nadrukkelijk aangekaart door mevrouw Van Wezel van de SP. Of moeten zij deze inspanningen binnen hun eigen begrotingen opvangen? Als dat laatste het geval is, hoe denkt onze regering deze diensten dan op oorlogssterkte te houden? Wat betekent dit voor de bestaande taakstellingen van deze diensten?

Dan een andere vraag: wil de minister toezeggen er blijvend op toe te zien dat het bestaan van het EOM geen afbreuk doet, en ook niet zal doen, aan het opportuniteitsbeginsel richting ons Nederlandse OM?

Tot slot, nog twee andere zaken. Nu Luxemburg de vestigingsplaats lijkt te worden, bewijst dat maar weer eens hoe spijtig het is dat wij niet van aanvang af in dit dossier mede aan het stuur hebben gezeten. Ik hoor graag wat de minister hiervan vindt. Was dan koppeling aan Eurojust in Den Haag mogelijk geweest? Collega Postema zei dit ook al.

Mijn allerlaatste vraag: ziet de minister nog mogelijkheden om de bij velen verwarring wekkende naam EOM wat dichter bij de werkelijke, inmiddels sterk afgeslankte taakstelling te brengen?

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Rombouts. Wenst een van de leden nog het woord? Dan schors ik de beraadslaging tot 17.00 uur; dat kan helaas niet anders vanwege commissievergaderingen. Er zijn commissievergaderingen gepland van Justitie, JBZ, allemaal in de schorsing, die we doorgerekend hadden naar aanleiding van het aantal inschrijvingen. Ik schors de vergadering dus tot 16.55 uur.