Plenair Rombouts bij voortzetting behandeling Europees OM



Verslag van de vergadering van 6 december 2016 (2016/2017 nr. 10)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 18.27 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Rombouts i (CDA):

Voorzitter. Ook ik wil de minister hartelijk bedanken voor zijn openhartige en constructieve beantwoording. Dat is geen holle frase, want ik vind echt dat hij dat vanmiddag goed gedaan heeft. Nu is hij een expert op dit dossier. Dat is weer eens gebleken. Er is meer. Hij heeft de Eerste Kamer het gevoel gegeven dat hij haar, ondanks het slippertje in de Tweede Kamer, serieus neemt. Er is nog meer. Uit zijn mond is vandaag, in elk geval voor ons voor het eerst, gehoord dat hij eigenlijk voor is. Dat stond weliswaar op schrift in de brief van 25 november, maar het is goed te horen dat de minister nu zegt dat het naar zijn mening, naar de mening van de regering, niet in het belang van Nederland is om niet deel te nemen. Bij interruptie heb ik aan hem gevraagd of hij dat standpunt ferm wilde uitdragen en zich wilde inspannen om ervoor te zorgen dat men dat, daar waar dat nodig is, ook gaat vinden. Omdat er overmorgen niet gestemd gaat worden, heeft hij tijd kunnen kopen. Ik denk dat het van belang is dat hij begint zijn inspanningen te richten op de VVD-fractie in dit huis, maar vervolgens ook op de fracties in de Tweede Kamer. Voor ons is het nog wel de vraag wat hij nu in de JBZ-Raad op 8 en 9 december gaat doen. Als ik het goed begrepen heb, worden daar beraadslagingen gehouden, maar wordt er ook duidelijk gesondeerd hoe de diverse landen erin zitten en met name door de landen die tot nu toe nog erg twijfelden of zelfs op een nee zaten. Zou de minister nog eens willen zeggen wat hij als Nederlands standpunt in gaat brengen? Gaat hij daar zeggen dat hij niet mag van de Tweede Kamer of gaat hij daar zeggen dat ze in de Eerste Kamer nog niet precies weten hoe het moet. Of gaat de minister gewoon zeggen wat hij er zelf, als Nederlandse regering, van vindt? Hij zal begrijpen dat het laatste onze voorkeur heeft.

Er zijn twee moties die beide om een uitspraak van dit huis vragen. Wat ons betreft is dat voorbarig. Het is nu niet nodig om een uitspraak te doen. Er is nog geen eindtekst en er is nog geen eindonderhandelingsresultaat. Er is nog een nader debat met deze minister te verwachten in het nieuwe jaar, mag ik aannemen. Wat ons betreft is het dan ook veel wijzer om van de minister nog eens te horen dat hij zich de komende weken gaat inspannen om het tot een goed einde te brengen in het belang van Nederland. Onze Nederlandse regering schrijft in een brief aan deze Kamer dat niet deelnemen niet in het belang van Nederland is. Ik denk dat dat de kern is waar het uiteindelijk om gaat. Wat is in het belang van Nederland? Dat is dat fraude bestreden kan worden. Hoe kan dat het beste gebeuren? Als de minister dat nog eens ferm, misschien wat fermer dan in antwoord op mijn interruptie, zou willen zeggen hoe hij daarin zit, dan hebben wij helemaal geen behoefte aan de motie van de heer Van Dijk, maar ook niet aan de motie van de Partij van de Arbeid.

De minister heeft best goede redenen om zijn standpunt uit te dragen. Die wil ik tot slot nog even opsommen. We zijn het er allemaal over eens dat fraude bestreden moet worden en dat dat niet vrijblijvend kan gebeuren. We hebben allemaal kunnen constateren dat de governancestructuur die nu gecreëerd is al een betere is dan het oorspronkelijk voorstel. Er komt invloed van Nederland, van de lidstaten, op die structuur. Die invloed komt er ook in de praktijk. Ik wil de heer Schrijver nazeggen wat hij in een interruptiedebat zo mooi aankaartte. Nederland is, als we instemmen met dit EOM, bereid enige bevoegdheden in te leveren. Je zou ook kunnen redeneren dat het misschien helpt om dit continent sterker te maken, andere landen te helpen en te stimuleren om ook hun zaken beter te gaan regelen. Dat is een winst die we misschien nog niet zo indringend aan bod hebben gehad, maar wel als zegening geteld mag worden.

De voorzitter:

Ik wil u even wijzen op uw tijd.

De heer Rombouts (CDA):

Ik heb nog twee argumenten waarom de minister die inspanning zou kunnen gaan doen. Als het er toch komt, kunnen we maar beter invloed op de gang van zaken hebben. Tot slot wil ik wijzen op de positie van de stad waarin wij nu zijn. Dat zijn niet de belangrijkste argumenten, maar ze tellen wel mee. Als het er dan toch komt, laat het dan maar in Nederland, in Den Haag, komen.