Plenair Bredenoord bij behandeling Goedkeuring en uitvoering Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap



Verslag van de vergadering van 12 april 2016 (2015/2016 nr. 27)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 15.10 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Bredenoord i (D66):

Voorzitter. Vandaag mogen wij eindelijk spreken over de goedkeuring en uitvoering van het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap.

In de Eerste Kamer buigen wij ons over de rechtmatigheid, handhaafbaarheid en uitvoerbaarheid van wetsvoorstellen. Bij deze beoordeling spelen de onderliggende waarden van de norm waaraan we toetsen natuurlijk ook een rol. Omdat wij mensen de neiging hebben om vooral vanuit onze eigen situatie te redeneren, is het volgens politiek filosoof John Rawls noodzakelijk om uit te gaan van een situatie waarin we niet weten wie of wat we zijn. In deze denkbeeldige situatie bevinden we ons onder de beroemd geworden "sluier van onwetendheid". We weten niet of we arm of rijk zijn, jong of oud, slim of dom, ziek of gezond, man of vrouw, of geen van beide, of al dan niet een lichamelijke of verstandelijke beperking, aandoening of chronische ziekte hebben.

Als je achter de sluier van onwetendheid nadenkt over hoe je wilt dat de maatschappij eruitziet, dan gaat de voorkeur van mijn fractie uit naar een inclusieve samenleving met als uitgangspunt vrijheid en de ruimte voor iedereen om zich te ontplooien. Daarbij hoort de norm van toegankelijkheid. Toegankelijkheid is dan het uitgangspunt, ontoegankelijkheid de uitzondering. Aanpassingen om toegankelijkheid aan iedereen te bieden zijn geen extra service, maar een vanzelfsprekend gegeven in een inclusieve samenleving. Zoals de staatssecretaris zelf al schreef in de memorie van toelichting, geven mensen zelf aan dat een beperking pas een belemmering wordt op het moment dat er geen rekening gehouden wordt met hen of omdat ze worden geweerd. Mijn fractie is er verheugd over dat het verdrag geratificeerd wordt, maar er is wat D66 betreft nog wel een aantal belangrijke aandachtspunten.

De staatssecretaris geeft in de memorie van toelichting aan dat de ambitie er is om vooruitgang te blijven boeken. Dit staat op gespannen voet met de weigering van de regering tot nu toe om het facultatief protocol te ondertekenen en te ratificeren en met het voorgestelde plan van aanpak. Beide lopen nou niet bepaald over van ambitie.

Het facultatief protocol biedt individuele belanghebbenden de mogelijkheid om, nadat nationale rechtsmiddelen zijn uitgeput, een klacht in te dienen bij het onafhankelijke Comité voor de Rechten van Personen met een Handicap van de VN. Het niet ondertekenen en ratificeren van het facultatief protocol is geen goed signaal naar de ruim 2 miljoen mensen in Nederland met een beperking. Alle cliëntorganisaties pleiten voor ondertekening en bekrachtiging van het facultatief protocol. Ook door de Coalitie voor Inclusie, de Tweede Kamer en eerder ook door de Eerste Kamer is aandacht gevraagd voor ondertekening en ratificatie.

De regering heeft aangegeven dat ze het facultatief protocol nog niet ondertekend heeft omdat ze het facultatief protocol van het VN-Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten ook nog niet bekrachtigd heeft. In landen als Frankrijk, Italië, Luxemburg, Finland, België, Portugal, Spanje, Slowakije, Mali en de Malediven kunnen mensen nu zelf opkomen voor hun economische, sociale en culturele rechten via het individuele klachtrecht bij het VN-Comité voor ESC-rechten. In Nederland is de regering al jaren aan het bestuderen wat de gevolgen van ratificatie van het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten zouden zijn. Eerder is in dit huis de motie-Strik aangenomen, om precies te zijn op 18 maart 2014, waarin de Nederlandse regering opgeroepen wordt om haast te maken met de beslissing tot ratificatie bij het facultatief protocol bij het Internationale Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten. We zijn inmiddels twee jaar verder.

Kan de staatssecretaris aangeven wat de redenen zijn dat beide protocollen nog steeds niet ondertekend zijn? Hoe lang duurt het onderzoek nog naar de gevolgen van bekrachtiging van beide protocollen? Mijn fractie ontvangt graag een toelichting van de staatssecretaris met een concrete tijdsindicatie voor de genoemde onderzoeken en standpuntbepalingen. Ik zeg er bij dat wij graag een concreet antwoord willen met een concreet tijdspad. Louter het feit dat het standpunt bepaald zal worden is niet meer bevredigend, voor zover het dat natuurlijk überhaupt al was.

Ik kom bij het plan van aanpak. Het plan van aanpak opent met een visie. Dat is een visie van een inclusieve samenleving, waarin iedereen, dus vanzelfsprekend ook mensen met een beperking, volwaardig kan deelnemen. Belangrijke begrippen daarbij zijn non-discriminatie, participatie, gelijke kansen, toegankelijkheid en respect voor de inherente waardigheid en persoonlijke autonomie.

Vanzelfsprekend juicht mijn fractie deze visie toe. Maar moet in een plan van aanpak — de naam zegt het al — niet concreet een plan van aanpak beschreven worden? Ook in de Tweede Kamer is een motie aangenomen waarin de regering verzocht wordt om concrete doelstellingen en een tijdpad op te nemen in het plan van aanpak en hier tevens een stappenplan bij op te stellen en het vernieuwde plan naar de Kamers te sturen. Met andere woorden: hoe gaat de staatssecretaris de zaken zo regelen dat mensen hun leven inderdaad kunnen inrichten zoals zij wensen? In onze buurlanden, bijvoorbeeld in Duitsland en Finland, zijn er heel concrete programma's opgesteld met centrale thema's en concrete maatregelen om de gestelde doelen te bereiken. Wat gaat onze overheid concreet doen? Is de regering bijvoorbeeld bereid om een proces van implementatie vast te leggen met daarin concreet geformuleerde doelen, geformuleerde termijnen en duidelijkheid over hoe ze het veld erbij wil gaan betrekken?

Ik noem een voorbeeld: nog steeds blijken niet alle stembureaus in Nederland fysiek toegankelijk te zijn voor mensen met rollators, rolstoelen of scootmobielen. Een concreet doel om in het plan van aanpak te zetten zou zijn: 100% van de stembureaus toegankelijk voor alle Nederlanders. Ik nog een ander voorbeeld: nog steeds worden assistentiehonden regelmatig geweigerd, ook in overheidsgebouwen. In het kader van "goed voorbeeld doet goed volgen" lijkt het me niet meer dan vanzelfsprekend dat de overheid begint met het in brede zin toegankelijk maken van haar gebouwen en diensten. Ik hoor graag een reactie van de staatssecretaris.

Nadat het verdrag is geratificeerd zijn overheden verantwoordelijk voor de implementatie ervan. Ook gemeenten hebben hierin een belangrijke rol, zeker nu zij meer taken en verantwoordelijkheden hebben gekregen die volwassenen en jeugdigen met een beperking, aandoening of chronische ziekte aangaan. Het plan van aanpak maakt duidelijk dat de cultuurverandering en vernieuwing met name op lokaal niveau tot stand moet komen. De regering geeft aan dat de agendasetting voor de implementatie van het Verdrag bottom-up, van onderop, zal gebeuren. Mijn fractie vindt het heel belangrijk dat ervaringsdeskundigen en directe belanghebbenden hierin een belangrijke rol spelen, maar het is ons nog niet voldoende duidelijk hoe aan die participatie concreet vorm zal worden gegeven op dusdanige wijze dat mensen daadwerkelijk kunnen participeren en het niet een afschuiven van verantwoordelijkheden is. In de memorie van antwoord kunnen wij lezen dat er op landelijk niveau een bestuurlijk overleg wordt ingericht en dat het aan de gemeenten is om lokaal beleid te formuleren en uit te voeren, gericht op een inclusieve samenleving. Door het amendement-Van der Staaij/Bergkamp worden de gemeenten opgeroepen met één gezamenlijk plan voor een lokale inclusie agenda te komen. Op beide niveaus is er aandacht voor participatie van ervaringsdeskundigen.

Publieke financiers van medisch-wetenschappelijk onderzoek, zoals NWO en ZonMw, vragen sinds enkele jaren aan onderzoekers om per project aan te geven op welke manier en op welke ladder van participatie patiënten en proefpersonen worden betrokken in de voorgestelde wetenschappelijke studie. Het CBO-handboek patiënten-/cliëntenparticipatie maakt daarin onderscheid tussen vijf treden op de ladder: informeren, raadplegen, adviseren, partnerschap en regie bij de patiënt. Deze ladder is een handig hulpmiddel bij de keuze van de geschikte vormen van patiënten- en cliëntenparticipatie en kan inzicht geven in de gewenste vormen van participatie. Is de staatssecretaris op de hoogte van deze ladder zoals hij gebruikt wordt bij wetenschappelijk onderzoek? Zou het behulpzaam zijn als het plan van aanpak concreet aangeeft aan welke vormen en ladders van participatie de regering zit te denken? Heeft de staatssecretaris andere kaders in gedachten, bijvoorbeeld instrumenten als gemeenten geen stappen blijken te zetten? Ik hoor graag een reactie.

Het VN-verdrag zal vooralsnog niet gelden in Caribisch Nederland. In de memorie van toelichting uit 2013-2014 wordt aangegeven dat er onderzoek gedaan wordt in opdracht van de regering naar de mogelijkheden voor invoering van het verdrag op de BES-eilanden. Graag hoort mijn fractie de stand van zaken van dit onderzoek.

Heeft de staatssecretaris een onderbouwd beeld van de positie van mensen met een beperking op de BES-eilanden? Mijn fractie ziet graag dat de regering ook ambitie toont in de uitvoering van het verdrag in Caribisch Nederland en samen met belanghebbenden en ervaringsdeskundigen om de tafel gaat zitten voor een plan van aanpak voor de BES-eilanden. Is er op de BES-eilanden een beweging van mensen met een beperking? Zo nee, zou de overheid een faciliterende of stimulerende rol hierin kunnen spelen zodat mensen zich gaan organiseren?

Tot slot: een handicap kan fysiek zijn, maar ook geestelijk, verstandelijk of anderszins. Mijn fractie wil benadrukken dat het VN-verdrag over mensen met de volle breedte van beperkingen gaat. Wij roepen de staatssecretaris graag op in het plan van aanpak en bij de implementatie niet alleen aandacht te hebben voor het wegnemen van fysieke ontoegankelijkheden, maar ook de mensen met "onzichtbare" beperkingen, zoals slechthorendheid, taalontwikkelingsstoornissen en psychiatrische aandoeningen niet uit het oog te verliezen.

Achter de sluier van onwetendheid is het voor mijn fractie volstrekt vanzelfsprekend dat we het verdrag en het protocol omarmen en dat de regering haast en ambitie moet tonen in ratificatie van het facultatief protocol en het plan van aanpak. Ik zie uit naar de antwoorden van de staatssecretaris.