Plenair Prins bij behandeling Tijdelijke wet Klimaatfonds en Begroting Economische Zaken en Klimaat 2024



Verslag van de vergadering van 19 december 2023 (2023/2024 nr. 14)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 10.24 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Prins i (CDA):

Meneer de voorzitter. Allereerst wil ik de heer Petersen alvast succes wensen met zijn maidenspeech. En dan nu de reactie van het CDA op het wetsvoorstel. Als je iets belangrijk vindt, dan leg je er graag geld voor opzij. Vanuit dat perspectief kijkt de CDA-fractie ook naar de wet voor het Klimaatfonds. De ontwikkeling van het klimaat is cruciaal voor de wereld en dus ook voor ons hier in Nederland. Samenwerken aan het verminderen van de CO2-uitstoot om de opwarming van de aarde te beperken, is hard nodig. Daar heeft gelukkig ook Nederland voor getekend bij het klimaatakkoord in Parijs.

Voorzitter. Wij ondersteunen de doelstelling en de aanpak van de wet: uitgaan van normeren, beprijzen en geldelijke ondersteuning waar noodzakelijk. Zo vinden wij het positief dat bijvoorbeeld geld beschikbaar komt voor het isoleren van de sociale woningen, waarbij wij graag aandacht vragen voor de middeninkomens. Maar er komt ook geld voor onderzoeken naar kernenergie, zeker nu afgelopen week bij de klimaattop in de Emiraten voor het eerst gesproken werd over afstand nemen van fossiele brandstoffen in energiesystemen. Bijzonder dat de voorzitter van die top, Sultan Al-Jaber, ook een waarschuwing meegaf: "Een overeenkomst is slechts zo goed als de implementatie ervan. We zijn wat we doen, niet wat we zeggen".

Voorzitter. Daar zit onze grootste zorg. Kunnen we dit waarmaken? Er moet veel gebeuren. Vele activiteiten zijn onderling weer afhankelijk van elkaar. Dat betekent alle hens aan dek. Regie en sturing zijn daarbij keihard nodig. Zo hebben we ook het bedrijfsleven hard nodig om een en ander te realiseren. Veel ondernemers willen meedoen. Zij zien, zoals ondernemers eigen is, kansen. Maar dan moet de overheid wel betrouwbaar zijn, positie willen innemen, duidelijkheid geven over normering en snel heldere wet- en regelgeving leveren. Een mooi voorbeeld is de normering van hybride warmtepompen. Per januari 2026 mogen alleen nog hybride warmtepompen worden geïnstalleerd. Deze zekerheid heeft het bedrijfsleven nodig. Nu zijn ze hard aan het investeren, ook het mkb.

Aan de andere kant zorgen de Wet collectieve warmte en alle discussie daaromheen voor onzekerheid en men haakt af. In het veld wordt zwaar getwijfeld aan het realiseren van de doelstellingen. De vraag aan de minister is: wat gaat het kabinet doen om het bedrijfsleven meer comfort te geven en het meer te betrekken bij deze uitdagende opdrachten? Deze vraag klemt des te meer daar het kabinet onzes inziens beperkte resultaten heeft bereikt inzake de maatwerkafspraken met de grootste industriële vervuilers. Er liggen nog slechts negen — mevrouw Aerdts zei tien, maar volgens mij zijn het er negen — expressions of principles voor, waarin alleen de ambitie tot verduurzaming wordt geuit. Er is nog maar één joint letter of intent, en dat zijn nog maar twee van de drie stappen. Er is dus nog geen enkele definitieve, bindende afspraak. Welke maatregelen neemt het kabinet, zo vragen wij, om het een en ander te versnellen?

Een ander aandachtspunt is de netcongestie. In het antwoord op schriftelijke vragen heeft de minister reeds het Landelijk Actieprogramma Netwerkcongestie gemeld. Daarbij geeft de minister aan dat hij onorthodoxe maatregelen wil inzetten. In dat kader kreeg ik onlangs een voorstel onder ogen om alle verlichting in de openbare ruimte, denk aan lantarenpalen en publieke ruimtes, over te zetten naar ledverlichting. Dit zou een emissieverlaging van 2,9 Mton realiseren en biedt weer extra ruimte op het netwerk. De enige barrière zou zijn dat er in sommige gevallen sprake is van desinvesteren, van versneld afschrijven. Dat speelt bij onze overheden.

Mijn vraag aan de minister is: kan in dergelijke gevallen ook geld uit het Klimaatfonds worden ingezet? Waarom wel? Of waarom niet? Is het een idee om het bedrijfsleven uit te dagen om met meer van dergelijke oplossingen te komen? Dat is goed voor het milieu en goed voor de groene ontwikkeling van ons bedrijfsleven. Graag een reactie van de minister. Overigens, hoe realistisch is het dan om de Nederlandse digitale strategie — we willen een belangrijk internetknooppunt zijn — te blijven handhaven? Wat heeft voorrang: de activiteiten ten faveure van de verlaging van CO2 of de digitale strategie? Hoewel we beseffen dat de beslissing hierover niet meer aan het demissionaire kabinet is, zouden wij graag een toezegging zien om een analyse in dezen te doen, als basis voor verdere besluitvorming.

Voorzitter. Het verlagen van de broeikasgassen is ook een opgave voor de land- en tuinbouw. Deze wet geeft aan dat de fondsgelden hiervoor niet kunnen worden ingezet. Het stikstoffonds richt zich echter met name op het verlagen van stikstof. Vraag aan de minister: waar kan de land- en tuinbouw terecht voor cofinanciering van projecten ter verlaging van de CO2-uitstoot?

Voorzitter, tot slot de arbeidsmarkt. Het kabinet heeft inderdaad een omvangrijk Actieplan groene en digitale banen gestart. Daarnaast heeft minister Dijkgraaf afgelopen week een brief naar de Tweede Kamer gezonden over kansrijk opleiden, over het verbeteren van de aansluiting tussen het mbo en de arbeidsmarkt. Hieruit blijkt ook dat nog steeds veel studenten liever kiezen voor een opleiding met een minder kansrijke startrijke startpositie dan voor een opleiding in de zorg of in de techniek, waar die startpositie significant beter is. Daarbij is er sprake van een absolute daling van het aantal leerlingen, gewoon door demografische krimp. Hoewel er natuurlijk sprake dient te zijn van keuzevrijheid, vraagt de CDA-fractie zich wel af of het extra faciliteren van opleidingen in de techniek, de zorg en het onderwijs niet gewenst is, bijvoorbeeld door het verlagen van les- en cursusgelden of het vergoeden van de schoolkosten. De CDA-fractie is er dan ook positief over dat hier onderzoek naar wordt gedaan en verzoekt het kabinet dit te versnellen. Overigens acht de CDA-fractie gezien de huidige grote tekorten op de arbeidsmarkt en de aanstaande vergrijzing een integrale visie op de toekomst van de arbeidsmarkt van essentieel belang, met aandacht voor sturing in opleiding, sociale en technologische innovatie, een leven lang ontwikkelen en het verminderen van de arbeidsvraag, maar ook voor de mogelijkheden van arbeidsmigratie.

Voorzitter. Want de CDA-fractie betreft laat deze wet wederom zien dat de noodzakelijke activiteiten ten faveure van ons klimaat alleen maar mogelijk zijn als aan diverse voorwaarden wordt voldaan. Wij roepen het kabinet op om vanuit die integraliteit de benodigde stappen te zetten. Wij zijn dan ook benieuwd naar de antwoorden.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Prins. Dan gaan we nu luisteren naar de inbreng van de heer Holterhues namens de fractie van de ChristenUnie.