Plenair Stienen bij behandeling Voortduringswet artikelen 2c en 4 Wet verplaatsing bevolking



Verslag van de vergadering van 28 maart 2023 (2022/2023 nr. 24)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 14.51 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Stienen i (D66):

Voorzitter. In Nederland vangen we op dit moment ruim 91.000 ontheemden uit Oekraïne op. Na het begin van de Russische oorlog tegen Oekraïne, alweer meer dan een jaar geleden, zagen we in heel Nederland solidariteit met Oekraïense ontheemden. Gemeenten in het hele land zorgen voor opvangplekken. Bedrijven nemen Oekraïense ontheemden in dienst. Scholen, van lagere scholen tot middelbare scholen, mbo's, hogescholen en universiteiten, zorgen ervoor dat kinderen en studenten kunnen blijven leren en studeren. De betrokkenheid van Nederlanders, de flexibiliteit van gemeenten en de creativiteit van bedrijven in reactie op de oorlog in Oekraïne zijn hartverwarmend. Mijn fractie vindt dat wij laten zien waar een klein land groot in kan zijn: in medemenselijkheid en lotsverbondenheid. Voor mijn fractie is dit dan ook precies het tegenovergestelde van de ontwrichting van de Europese samenleving waar Poetin heel duidelijk op heeft ingezet.

Voorzitter. Mijn fractie erkent de "buitengewone omstandigheden" — ik zet het tussen aanhalingstekens, maar niet omdat ik het niet serieus neem — waar het kabinet mee te maken had in maart 2022. Door de twee artikelen 2c en 4 uit de Wet verplaatsing bevolking uit 1952 te activeren, kregen burgemeesters de wettelijke taak zorg te dragen voor opvang, waaronder begrepen de huisvesting, verzorging en registratie van ontheemden uit Oekraïne. Het mag duidelijk zijn dat de fractie van D66 de opvang van Oekraïners die tot nu is georganiseerd, waardeert. Ik ben een aantal maanden geleden zelf in mijn geboortestad Roermond op werkbezoek geweest. Ik heb daar gezien hoe Oekraïners onder andere in een klooster op drie minuten lopen van mijn middelbare school worden opgevangen. Dat zijn hele bijzondere omstandigheden, want je zou niet willen dat je daar zou moeten zitten — ik zag veel jonge moeders met kinderen — maar toch: ze worden opgevangen in omstandigheden die wij als fractie ook anderen, in het reguliere asieltraject, zouden gunnen. Want daar is nog wel wat aan te doen. Daar kom ik zo op terug.

Tegelijkertijd vindt ook onze fractie dat er niet lichtzinnig moet worden omgesprongen met het staatsnoodrecht. Sinds 1952 zijn er ook andere momenten geweest waarop Nederland veel vluchtelingen heeft opgevangen. Denk aan de Balkanoorlogen of de Syrische revolutie, die in een hele akelige oorlog is uitgemond. Kan de minister de beslissing van het kabinet in een historisch perspectief plaatsen? Waarom was deze maatregel nu nodig en bij eerdere groepen vluchtelingen niet? Wat zou er zijn gebeurd als het COA wél voldoende capaciteit had gehad door een betere langetermijnplanning?

Voorzitter. Er komen maandelijks nog steeds duizenden Oekraïners aan in Nederland. De oorlog lijkt helaas nog lang niet voorbij en zou heviger kunnen worden, waardoor nog meer mensen uit Oekraïne zullen vluchten. Op dit moment is de tijdelijke EU-beschermingsregel verlengd tot maart 2024. Inmiddels is 97,5% van de beschikbare bedden in de noodopvang bezet. In diverse landen aan de andere kant van de Middellandse Zee heerst politieke en economische onrust. Zie wat er gebeurt in Tunesië, zie wat er gebeurt in Libanon. In Egypte en ook in Syrië is de situatie nog steeds heel precair. Welke scenario's hebben de minister en de staatssecretaris van JenV voor een plotselinge toename in het aantal vluchtelingen en ontheemden? Hoe ziet de minister in dat licht de berichtgeving in de NRC van vandaag over het feit dat de kosten van asiel ruim 3 miljard hoger uitvallen dan begroot? Wat betekent dit voor de planning van het kabinet van de kosten van de opvang op de langere termijn? Zijn daarin ook de kosten van scholing en huisvesting meegenomen of worden die apart begroot?

Mijn fractie hoort graag van de minister wanneer die buitengewone omstandigheden het nieuwe normaal worden. Wij begrijpen — andere collega's hebben er ook al over gesproken — dat er een nieuwe tijdelijke wet in de maak is die de Wet verplaatsing bevolking moet vervangen. Wanneer acht de minister de voorliggende wet en de nieuwe tijdelijke wet niet langer noodzakelijk? Welke criteria hanteert zij daarvoor? Andere collega's hebben ook al gevraagd op welke wijze de gemeenten en de VNG hierin betrokken worden.

Voorzitter. Veel Oekraïners in Nederland hebben een bijzondere veerkracht laten zien voor mensen die alles achter zich hebben moeten laten. Mijn fractie denkt dat dat ook komt doordat zij andere kansen en mogelijkheden hebben gekregen dan asielzoekers en statushouders in de reguliere asielketen. Ik wil het niet rooskleuriger voorspiegelen dan het is. Andere collega's hebben ook over misbruik gesproken, maar laten we even naar het halfvolle glas kijken. Op 1 november 2022 had bijna de helft van de Oekraïners betaald werk. Het kabinet biedt hun die kans door toegang tot scholing, arbeidsbemiddeling, de arbeidsmarkt en zelfs kinderopvang. Een grote meerderheid van de Nederlanders, 72%, wil Oekraïners opvangen, en dit draagvlak blijft constant. Mijn fractie ziet een wisselwerking tussen de participatie van Oekraïense ontheemden in onze samenleving en het draagvlak onder Nederlanders. Meer participatie leidt tot meer contacten en daardoor tot meer draagvlak. Meer draagvlak leidt tot een beter informeel netwerk en daardoor tot meer participatie. Mijn vraag aan de minister is dan ook: wat kunnen we in de uitvoering leren van de opvang van Oekraïners voor de opvang van asielzoekers en statushouders uit andere landen, veelal mensen die vluchten voor politiek en oorlogsgeweld?

De voorzitter:

U bent bijna klaar, zie ik? Rondt u het even af en dan geef ik de heer Otten het woord.

Mevrouw Stienen (D66):

Ja, ik heb nog één zin. Mijn fractie wacht de beantwoording van de minister met belangstelling af.

De heer Otten i (Fractie-Otten):

Ik ben het helemaal met mevrouw Stienen van D66 eens. Bij mij een paar straten verderop zijn ook een paar honderd Oekraïners opgevangen. Daar is heel veel draagvlak voor en dat gaat allemaal prima. Maar waarom is daar staatsnoodrecht voor nodig? Kunt u mij dat uitleggen?

Mevrouw Stienen (D66):

Voor het draagvlak is het niet nodig. In maart 2022 is Poetin een oorlog begonnen in Oekraïne, waardoor miljoenen Oekraïners op de vlucht sloegen. Daarvan is een groot aantal in Europese landen terechtgekomen. Zoals mevrouw Karimi net verduidelijkte, hadden ze vrijheid van reizen, en daarom moest de regering in die omstandigheid snel handelen. Ik ben het ook eens met de heer Kox over de vraag of dit, achteraf gezien, de beste manier is om dit te doen. Daarom hoor ik heel graag van de minister waarom ze op dat moment dat besluit heeft genomen.

De heer Otten (Fractie-Otten):

Die Russische inval was volgens mij op 24 februari en niet in maart. Maar dat terzijde.

Mevrouw Stienen (D66):

O ja, excuus, voor de Handelingen.

De heer Otten (Fractie-Otten):

Inmiddels zijn we bijna vijftien, veertien, dertien maanden of in ieder geval meer dan een jaar verder. Dat is niet onverwijld. Hier wordt het staatsnoodrecht ingezet dat is bedoeld voor watersnoodrampen, voor als een land binnenvalt of voor als we de Grebbeberg moeten ontruimen. Daar is deze wet voor bedoeld. Als een dijk doorbreekt, moet die wet onverwijld worden ingezet. Dan moet je de wet toepassen, meteen, een uur later. Dat is niet veertien of vijftien maanden later. Hoe rechtvaardigt u hier het inzetten van het staatsnoodrecht? Ik ben het met u eens dat we de Oekraïners moeten opvangen, maar daar is dit toch niet het goede middel voor?

Mevrouw Stienen (D66):

Ik ga altijd graag terug naar de bronnen waarop het gebaseerd is. Ik heb met veel plezier de Handelingen uit 1952 gelezen. Ik raad de heer Otten aan om dat ook te doen. In de Handelingen wordt specifiek gesproken over een mogelijke aanval van de Sovjet-Unie en wat dat zou betekenen aan grote vluchtelingenstromen. Met enige creativiteit snap ik dat de regering heeft gedacht deze wet hiervoor te kunnen inzetten, maar ook mijn fractie wil graag verduidelijking over het waarom, waarom het zolang heeft geduurd en waarom wel in deze crisis en niet al eerder.

De heer Otten (Fractie-Otten):

Dat is een goede tip. Ik heb het weekend besteed aan het bekijken van het zevenurige Kamerdebat hierover, maar ik zal ook de Handelingen uit 1952 erop naslaan als ik nog ergens een moment over heb.

Dank u, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Van Dijk namens de SGP.