Plenair Van Apeldoorn bij behandeling Tijdelijke wet Nationaal Groeifonds



Verslag van de vergadering van 14 juni 2022 (2021/2022 nr. 33)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 17.09 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Van Apeldoorn (SP):

Dank, voorzitter, en dank aan de minister voor de beantwoording. Nogmaals, mijn fractie is op zich blij dat er een instellingswet is gekomen. De vraag is of dit een goede instellingswet is. Belangrijk is dat de doelstelling daar helder in wordt geformuleerd en dat het een doelstelling is die past bij een begrotingsfonds waar 20 miljard aan belastinggeld naartoe gaat. Daar hebben we veel van het debat vandaag aan gewijd.

Nogmaals, mijn fractie vindt het jammer en snapt eerlijk gezegd niet dat de brede welvaart niet als doelstelling is gekozen. Volgens mij was dat toch echt beter geweest. De minister heeft nu wel gezegd: het gaat om een bijdrage aan het verdienvermogen en aan de groei van het bbp, maar wat in artikel 1 staat, namelijk met het oog op onder andere een milieuvriendelijke duurzame toekomst, moet gelezen worden als "onder voorwaarde van". Dat lijkt mij winst. De vraag voor mijn fractie is nog steeds wat dat in de praktijk betekent. Het moet nog steeds ook bijdragen aan een vergroting van het bruto binnenlands product, niet morgen maar over tien of twintig jaar. Je zou ook kunnen redeneren, waar mijn collega Nicolaï ook op hintte: als je niet zorgt voor die duurzame toekomst en niet wat doet aan die klimaatcrisis, dan blijft er misschien helemaal geen verdienvermogen meer over. Als je het zo interpreteert, dan zou je alle maatregelen of investeringen die kunnen leiden tot het bestrijden van de klimaatcrisis en het zekerstellen van de toekomst van de planeet Aarde eigenlijk ook kunnen zien als indirect bijdragend aan ons duurzaam verdienvermogen. Maar de vraag is of de minister dat dan ook zo uitlegt.

Het uitgangspunt voor mijn fractie is dat wat met publiek geld gefinancierd wordt, ook in de eerste plaats publiek moet blijven. Dit is een voor mijn fractie echt essentieel punt, waarover de minister en ik het denk ik niet eens zijn geworden. Nu zegt de minister: ja, maar er moet een balans komen tussen publiek en privaat, want je moet ook een prikkel geven voor private investeerders omdat ze anders niet meedoen. Ik ben wat dat betreft in verwarring, want er geldt hier geen rendementseis. En ik zou zeggen: stuur private investeerders de markt op die de kans zien om op termijn mogelijk veel geld te gaan verdienen. En voor situaties die financiers op de markt te risicovol vinden en waarbij er een te hoog risico is, is er Invest-NL. Maar kennelijk moeten deze private financiers dus ook naar het Nationaal Groeifonds kunnen. Ik vind dat toch dubbel.

In ieder geval blijft voor mijn fractie gelden dat er geen grote private winsten gemaakt moeten worden met publiek gegenereerde kennis. Dus moet het in publiek eigendom blijven, in plaats van dat het met patenten afgeschermd intellectueel eigendom wordt. En als er dan grote private winsten gegenereerd worden, dan moet daarmee in ieder geval die subsidie gewoon weer terugbetaald worden, ook conform het amendement dat is ingediend door de SP-fractie in de Tweede Kamer maar dat helaas is verworpen.

Ten slotte, voorzitter. Ik denk dat we nog een keer terug gaan komen op de relatie tussen de verschillende fondsen. Collega Vendrik is daar ook op ingegaan. Daar hebben wij nog steeds wel vragen over, maar dat komt dan in ieder geval ook terug bij het debat over het klimaatfonds, het transitiefonds en hoe de fondsen ook allemaal mogen heten.

Er is nog één vraag van mij volgens mij onbeantwoord gebleven. Bij dit fonds, maar waarschijnlijk ook bij het klimaatfonds, zetten we als het gaat om die transitie erg in op subsidiëring als instrument. Hoe verhoudt zich dat dan tot de instrumenten "beprijzen" en "normeren"? Want uitgangspunt van onze fractie is dat beprijzen en normeren in principe de weg zijn, en dat subsidiëring alleen aanvullend daarop als instrument aanvaardbaar is. Je zou bedrijven in eerste instantie gewoon moeten dwingen om duurzaam te produceren. En dus zou subsidiëren echt een aanvullend instrument moeten zijn. Misschien kan de minister daar nog kort op ingaan in de beantwoording in tweede termijn.

Dank u, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Van Apeldoorn. Dan is nu het woord aan de heet Otten. Hij spreekt namens de Fractie-Otten.