Plenair Van der Linden bij voortzetting debat naar aanleiding van de regeringsverklaring



Verslag van de vergadering van 15 februari 2022 (2021/2022 nr. 17)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 21.30 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Van der Linden i (Fractie-Nanninga):

Dank, voorzitter. De eerste termijn van dit debat vandaag beschouwend in deze smaakvolle ambiance, zien we naar de mening van mijn fractie dat er sprake is van grote politieke verschillen in dit huis, maar ook van grote overeenkomsten. De heer Rosenmöller van GroenLinks trapte vanmorgen af met het thema van die overeenkomsten. Hij memoreerde het volgende. Ik vertaal het wel even in onze eigen woorden. Eén. Er is een brede middengroep van partijen die staat te applaudisseren voor alsmaar meer Europese politieke unie en eenwording. Twee. Er is een brede middengroep van partijen die het eigenlijk niet nodig vindt dat het Nederlandse asiel- en migratiebeleid grondig wordt gemoderniseerd. Drie. Er is een brede middengroep van partijen die vindt dat er sprake is van een klimaatcrisis die Nederland moet en kan oplossen en waarbij enig realisme geen pas geeft. Enigszins beteuterd werd daaraan toegevoegd dat het eigenlijk jammer was dat de Partij van de Arbeid en GroenLinks niet mee mochten doen met VVD en CDA, want ze zijn het immers zo ontzettend eens. De analyse dat VVD, CDA, Partij van de Arbeid en GroenLinks het op deze grote thema's zo lekker eens zijn, deelt mijn fractie, ook al is er een hele grote groep Nederlanders die daar heel anders over denkt. Die groep wil geen verregaande politieke unie, maar een soeverein Nederland. Die groep wil dat de menselijke maat centraal staat. Die groep wil een streng, humaan en rechtvaardig asiel- en migratiebeleid. Die groep is voor een nuchter en realistisch energiebeleid. Er is dus sprake van overeenstemming en verschillen in dit huis op drie grote thema's: de EU, klimaat en immigratie.

In de eerste termijn signaleerde mijn fractie ook brede overeenstemming op een aantal andere thema's, namelijk brede weerstand tegen de ontkoppeling van de AOW en het minimumloon en brede weerstand tegen forse bezuinigingen in de jeugdzorg. Die weerstand is zelfs zo breed dat er in dit huis wellicht een meerderheid voor te vinden is. Niet wellicht, trouwens; we hebben het net al gehoord.

Ten aanzien van de ontkoppeling van de AOW hebben velen in deze Kamer in de eerste termijn duidelijk aangegeven en gevraagd aan het kabinet om hier echt van af te zien en dit toe te zeggen, maar dat is helaas in de eerste termijn van het kabinet niet gebeurd. Daarom dienen wij de volgende motie in.

De voorzitter:

Door de leden Van der Linden, Mei Li Vos, Rosenmöller, Koffeman, Schalk, Janssen, Faber-van de Klashorst, Raven, Van Rooijen en Otten wordt de volgende motie voorgesteld:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet de hoogte van de AOW niet wil koppelen aan de stijging van het minimumloon;

overwegende dat de AOW, de bijstand en het minimumloon het fundament van onze verzorgingsstaat vormen;

overwegende dat steeds meer zzp'ers en werknemers met flexbanen niet of nauwelijks aanvullend pensioen opbouwen en volledig afhankelijk zullen zijn van de AOW na pensionering;

constaterende dat de koopkrachtdaling van veel ouderen nog harder wordt geraakt door de ontkoppeling van AOW met minimumloon;

overwegende dat de koppeling van de drie elementen voorspelbaarheid en eenvoud in uitvoering bieden;

verzoekt de regering de AOW evenveel te laten meestijgen met het minimumloon en de bijstand,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt letter G (35788).

De heer Van der Linden (Fractie-Nanninga):

Dan nog een kleine observatie over de bestuurlijke daadkracht. Dit kabinet wil met dit regeerakkoord in de hand de klimaat- en stikstofcrisis te lijf gaan met grof materieel, met tientallen miljarden. Maar in dit land kan de btw op groente en fruit niet zomaar naar 0% worden gebracht, want "hoe zit het dan met het potje pastasaus", aldus de minister-president vandaag. Wat ons betreft vat dat de bestuurlijke daadkracht ook wel weer een beetje samen.

Voorzitter. Dan rond ik af met een ander thema dat hier vandaag veel is besproken, namelijk de nieuwe bestuurscultuur. Daarover heb ik nog één vraag en één oproep. De vraag gaat over de AOW-ontkoppeling, waar net de motie voor is ingediend. Kan de minister-president nog eens toelichten en verhelderen hoe het punt van de AOW-ontkoppeling nou in de regeringsverklaring is gekomen? Is dat een bewuste keuze geweest? Van wie kwam dit punt dan? Wie bracht dat nou in? Hoe reageerden anderen daarop? We horen daar graag wat meer over, zodat wij als niet-formerende partijen in dit huis, maar ook de samenleving wat meer inzicht krijgen in hoe zo'n omstreden standpunt, zo'n bezuiniging, nou tot stand komt. Zou de minister-president daar eens wat meer over willen vertellen? Daar zijn we benieuwd naar. Dan de oproep. Het zou wat mijn fractie betreft een goede start zijn van de nieuwe bestuurscultuur wanneer het kabinet de in deze Kamer aangedragen handschoenen ten aanzien van de AOW, het leenstelsel en de jeugdzorg zonder morren oppakt en uitvoert.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Van der Linden. Dan geef ik nu het woord aan de heer Van Kesteren namens het CDA.