Plenair Van Apeldoorn bij debat over rechtsstatelijkheid, grondrechten en democratie in de Europese Unie



Verslag van de vergadering van 8 februari 2022 (2021/2022 nr. 16)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 12.19 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Van Apeldoorn (SP):

Dank, voorzitter. De minister-president zag de EU altijd als een unie van markt en munt: een organisatie om een goede boterham mee te verdienen. Gelukkig is hij daarvan teruggekomen. Voor de SP-fractie moet de EU juist minder een Europa van de eengemaakte markt en de eenheidsmunt zijn en meer het Europa van democratie, van de rechtstaat en van sociale rechten. Als de Europese Unie geen waardegemeenschap is, bestaat er geen basis voor onze verregaande samenwerking en integratie in EU-verband. Al is dat eenwordingsproces soms te ver gegaan of een verkeerde kant opgegaan, we hebben de EU op een aantal terreinen hard nodig, mits ze gebaseerd is op de democratische rechtsstaat en sociale rechten, die hun anker vinden in de gelijkwaardigheid en het respect voor de menselijke waardigheid. Het steekt dat op lidstaatniveau, alsook op het niveau van de EU zelf, de huidige Unie bij naleving van deze waarden te veel en te vaak tekortschiet. Is de minister het met ons eens dat dit, als de democratische en rechtsstatelijke betonrot in de EU niet gestopt wordt, op termijn het voortbestaan van de EU zelf bedreigt?

In een EU gestoeld op de waarden van de democratische rechtsstaat kan er uiteindelijk geen plaats zijn voor landen die die waarden stelselmatig aan hun laars lappen, die de onafhankelijkheid van de eigen rechterlijke macht of de eigen media om zeep helpen, of die lhbti-vrije zones bedenken. Ja, ik heb het hier over Polen en Hongarije, maar er zijn meer landen waar de democratische rechtsstaat, die daar vaak al niet sterk geworteld is, zienderogen achteruitgaat. Ik noem bijvoorbeeld ook Slovenië. Deelt de minister onze analyse dat de crisis van de rechtsstaat in de EU de laatste tijd alleen maar groter is geworden? Hoe staat het met de rechtsstatelijkheid van kandidaat-lidstaten, zoals Albanië? En vindt de minister met ons dat de les die geleerd moet worden van de grote problemen die we hebben met Polen en Hongarije en met nog meer landen, ook verband houdt met de te snelle uitbreiding in de jaren 2000, een uitbreiding met een hele groep van landen die daar toen nog niet klaar voor waren? Maken we straks niet weer dezelfde fout als indertijd? Ik refereer hierbij ook aan het betoog van de heer Van Ballekom.

Volgens ons is indertijd ook nog een andere fout gemaakt met de oostwaartse uitbreiding. Landen moeten voldoen aan de zogenaamde Kopenhagencriteria. Zo moet het land een democratische rechtsstaat zijn en moet het de mensenrechten respecteren alvorens het lid wordt. Maar terwijl je hervormingen kan afdwingen voordat een land toetreedt, is er niet gezorgd voor een adequaat mechanisme voor de naleving van deze criteria als een land eenmaal tot de club is toegelaten. Deelt de minister deze opvatting?

Mevrouw Oomen-Ruijten (CDA):

Ik heb een vraag. Ik herinner mij de uitbreiding in 2004 heel goed. Maar is het niet zo dat we op dat moment niet de hele armada hebben toegelaten op grond van die criteria, maar dat in elk geval Bulgarije en Roemenië in de wacht gezet werden en later werden toegelaten? Dat is dan ook in tegenstelling tot de stelling die de heer Van Apeldoorn op dit moment poneert. De criteria zijn op dat moment dus heel goed toegepast.

De heer Van Apeldoorn (SP):

We kunnen een discussie voeren over de vraag of de criteria op dat moment heel goed zijn toegepast. De criteria zijn toegepast. Op papier voldeden die lidstaten aan het acquis. In de praktijk bleek het vervolgens tegen te vallen. Vervolgens is er backsliding en achteruitgang geweest. Daarom zeg ik dat de Kopenhagencriteria ook nadien handhaafbaar moeten zijn. Ik denk toch dat de toelating van Bulgarije en Roemenië — die zijn enkele jaren later toegetreden — te snel is geweest, als je de problemen in die landen ziet, bijvoorbeeld wat betreft corruptie en de rechtsstaat. Achteraf gezien denk ik dat die landen beter langer in de wachtkamer hadden kunnen blijven. Uiteindelijk blijf ik bij het oordeel dat, alles afwegende, de uitbreiding te snel is gegaan met een te grote groep landen in één keer. Bulgarije en Roemenië kwamen iets later, maar dat was maar drie jaar later, geloof ik. Zo veel heeft dat dus niet gescheeld. Daar zijn ook grote problemen. Als mevrouw Oomen het rapport van de Europese Commissie daarop naleest, dan ziet zij dat daar grote problemen zijn. Die hadden we, denk ik, kunnen voorkomen als we langer hadden gewacht met de uitbreiding en als we er bovendien voor hadden gezorgd dat er een adequaat mechanisme was gekomen voor naleving van de normen op het gebied van de democratische rechtsstaat.

Mevrouw Oomen-Ruijten (CDA):

Ik zat er, geloof ik, bij. Maar mijn stelling is dat de criteria op dat moment zijn gehandhaafd voor de landen die toegetreden zijn. Omdat we de criteria hebben toegepast, zijn de andere landen — Bulgarije en Roemenië zaten ook in de armada — later toegelaten.

De heer Van Apeldoorn (SP):

Ik denk dat ik in herhaling val als ik zeg dat het klopt dat Bulgarije en Roemenië om die reden later zijn toegelaten. Desalniettemin was dat naar het oordeel van mijn fractie te vroeg. Daar is een fout gemaakt. Ik hoop dat we die fout niet herhalen. Ik sluit me wat dat betreft geheel aan bij het pleidooi van de heer Van Ballekom. Alvorens we verder uitbreiden, moeten we er eerst voor zorgen dat de handhaving van de normen op het gebied van de democratische rechtsstaat ook afdwingbaar is. Anders zitten we straks met een nog groter probleem dan waar we nu al mee zitten.

De voorzitter:

Vervolgt u uw betoog.

De heer Van Apeldoorn (SP):

Ja, ik vervolg mijn betoog.

Voorzitter. Inzake de crisis van de Europese rechtsstatelijkheid heeft de EU tot nog toe vooral machteloosheid uitgestraald. Te lang is de neiging geweest om toch vooral de lieve vrede te bewaren, bijvoorbeeld met Victor Orbán. Ik zie mevrouw Faber al lachen. Hoewel het besef toeneemt dat het zo niet langer gaat, ben ik er niet gerust op dat de EU, de Commissie-Von der Leyen incluis, nu ook echt wil doorpakken. Kan de minister mij geruststellen of juist niet?

We hebben nu wel het conditionaliteitsmechanisme ten aanzien van het Europese budget, maar helaas is besloten dat de Commissie eerst nog wacht op wat het Hof van Luxemburg vindt van de dubieuze claim dat de MFK-verordening niet in lijn is met het Europese recht. Naar ik heb begrepen doet het Hof volgende week uitspraak. Als het Hof Polen en Hongarije in het ongelijk stelt, gaat de Commissie dan alsnog onmiddellijk dit instrument inzetten? Zal de regering eraan vasthouden dat er geen gelden uit het Herstelfonds naar deze landen gaan zolang de aanbevelingen op het terrein van de rechtsstaat niet zijn uitgevoerd? Mijn fractie betreurt het overigens dat de nieuwe conditionaliteit beperkt is tot situaties waar het schenden van de rechtsstaat de financiële belangen van de EU schaadt. Als de persvrijheid dus verder ondermijnd wordt of als lhbti'ers aan nog meer discriminerende praktijken worden onderworpen, dan kunnen we daar langs deze weg weinig aan doen. Vindt de minister met ons dat de reikwijdte van het nieuwe MFK-instrument eigenlijk te beperkt is en, zo ja, ziet hij mogelijkheden om dit uit te breiden?

Als het gaat om het uitbreiden van het instrumentarium, ook in het licht van het niet-functioneren van artikel 7 — dat is eerder vanmorgen al vaak genoemd — is dan uiteindelijk niet een verdragswijziging aan de orde? Dat vraag ik de minister. Een nieuw verdrag — dat is sowieso wenselijk wat betreft de SP — zou een mooie gelegenheid zijn om de rechtsstatelijkheid van de EU en de afdwingbaarheid daarvan beter te verankeren. Voor ons zou het uiteindelijk ook mogelijk moeten worden om samenwerkingen in EU-verband te beëindigen met lidstaten die keer op keer de waarde van de democratische rechtsstaat flagrant schenden en die mogelijk van democratie afglijden naar autocratie. Wil de minister de Europese discussie, mogelijk binnen de context van de conferentie over de toekomst van Europa, over een verdragswijziging en een dergelijke uitzetoptie in Europa agenderen? Dat zou heel mooi zijn.

Voorzitter. Een waardegemeenschap werkt alleen als je elkaar aanspreekt op hoe je die waarden in de praktijk brengt, ook als je begrijpt dat je anderen niet de maat kan nemen zonder ook kritisch naar jezelf te kijken. Zeker sinds het toeslagenschandaal weten we dat er genoeg is om kritisch over te zijn als het gaat om onze eigen rechtsstatelijkheid. Ook hier zijn de principes van de rechtsstaat meermaals ernstig geschonden en heeft de overheid herhaaldelijk niet rechtmatig gehandeld. Nederland zal hard moet werken om ook hier het geschonden vertrouwen te herstellen. Ik krijg hierop graag een reflectie van de minister.

En wat doet de regering met het verontrustende rapport van de Venetië-Commissie over het toeslagenschandaal en de aanbevelingen, bijvoorbeeld ten aanzien van het gebrekkige functioneren van artikel 68 in onze Grondwet? We weten nu dat het niet binnen de grenzen van de rechtsstaat opereren door de Belastingdienst zich helaas niet beperkte tot het toeslagenstelsel, zoals nu ook weer gebleken is met de schokkende onthulling over de Fraude Signalering Voorziening, de zwarte lijst waar je ook op basis van uiterlijke kenmerken op terecht kon komen. Er is sprake van een overheid die burgers niet beschermt maar ongekend onrecht aandoet en burgers discrimineert. Wat gaat de minister van BZK doen om ook hier de Nederlandse rechtsstaat weer het goede en niet het verkeerde voorbeeld te laten geven in Europa? En hoe gaat zij ervoor zorgen dat dergelijke schendingen van onze rechtsstaat niet meer zullen plaatsvinden?

Vindt de minister het met ons beschamend dat de Groep van Staten tegen Corruptie, GRECO, constateerde dat van de zestien door haar eerder gedane aanbevelingen inzake Nederland geen enkele geheel was uitgevoerd en de helft in het geheel niet? Dat laatste betrof aanbevelingen rondom de voorkoming van corruptie en bevordering van integriteit bij bestuurders op het hoogste niveau, onder wie ministers die door de draaideur het bedrijfsleven ingaan en daar vervolgens lobbyist worden. Kunnen we erop rekenen dat Nederland voor de volgende ronde de aanbevelingen wél voldoende heeft opgevolgd?

De beginselen van de democratische rechtsstaat gelden natuurlijk ook voor de EU zelf, voor het niveau van de Europese besluitvorming. Hier geldt nog steeds dat de EU op haar best een gebrekkige democratie is. Gebrekkig omdat het bestuur van de EU nog altijd onvoldoende transparant is. Een punt waar zeker ook vanuit het Nederlandse parlement veel aandacht voor is gevraagd. Want zonder die openheid komt ook de controlerende taak van nationale parlementen in gevaar en kunnen de Europese instituties ook onvoldoende verantwoording afleggen tegenover burger. De Raad maakt zich hier nog steeds vaak schuldig aan, maar ook bij de Europese Commissie is openbaarheid van bestuur vaak ver te zoeken. Zo werd vorig jaar in NRC Handelsblad onthuld dat ten aanzien van de zogenaamde belastingrulings de Commissie helemaal geen e-mails bewaart en het besluitvormingsproces daaromtrent dus niet te traceren is. Verder wreekt zich ook hier dat veel besluitvorming feitelijk plaatsvindt in ambtelijke werkgroepen achter gesloten deuren. Wat vindt de minister hiervan? En vindt hij met mij dat we op het gebied van de transparantie er nog lang niet zijn in de Europese Unie? En zo ja, wat voor inzet mogen we van hem op dit punt verwachten in Europa?

Voorzitter. Het grootste probleem met de Europese democratie, of beter gezegd met het gebrek daaraan, is misschien wel het feit dat de EU zich vanaf de jaren negentig te veel is gaan bemoeien met zaken waar de lidstaten prima zelf over kunnen gaan en dat te veel nationale beleidsruimte al bij voorbaat is ingeperkt door Europese regels, met name de regels van de doorgeschoten interne markt. Volgens ons hebben we daarom een flexibelere EU nodig, die meer ruimte biedt voor nationale diversiteit, maar wel binnen de grenzen van de gedeelde waarden van de democratische rechtsstaat.

Voorzitter. Wat ons betreft is het probleem minder dat we Europese wet- en regelgeving hebben die boven nationale regelgeving uit gaat, maar dat we te veel Europese wetten en regels hebben op terreinen waar de EU niet over zou moeten gaan. Dat holt uiteindelijk de legitimiteit van de hele EU uit. Kan de minister hier eens op reflecteren?

Voorzitter, ten slotte. Dit debat gaat ook over grondrechten. De rechtsstaat gaat eerst en vooral ook over de bescherming van individuele rechten van burgers tegenover de willekeur van een anders almachtige overheid, maar ook tegenover wat anders de wetteloosheid van de vrije markt zou zijn. We hebben het hier dus over fundamentele rechten, over mensenrechten. Dé organisatie hiervoor in Europa — ik had het daar vanochtend in een interruptie ook al over — is niet de EU maar de Raad van Europa. Al sinds 1949 is de Raad van Europa de hoeder van mensenrechten en democratie met een eigen mensenrechtenverdrag, het EVRM. Al sinds het Verdrag van Lissabon uit 2009 bestaat er de juridische verplichting van de EU om tot het EVRM toe te treden, maar een combinatie van juridische problemen en een gebrek aan politieke wil om die op te lossen, heeft voor jaren vertraging gezorgd. Wat is de stand van zaken nu vorig jaar de onderhandelingen heropend zijn? Zit er nu eindelijk schot in de zaak? Voor het beter garanderen van grondrechten zou het goed zijn als de EU eveneens zou toetreden tot het Sociaal Handvest van de Raad van Europa. Kan dit ook op de steun van de regering rekenen?

Mag ik trouwens even memoreren dat wij als Eerste Kamer een bijzonder hechte band hebben met deze organisatie voor mensenrechten en democratie, met erg actieve leden en sinds kort zelfs een lid van deze senaat als president van de Parlementaire Assemblee? Ik zie hem, de heer Kox, daar zitten op de publieke tribune. Gaat de minister binnenkort naar Straatsburg om ook de regeringsbanden aan te halen? Dan kan hij de belofte van verschillende voorgangers eindelijk inlossen.

Voorzitter. Kortheidshalve wil ik mij ook graag aansluiten bij alle vragen van de collega's Karimi en Koole over de vaak onmenselijke situatie waarin vluchtelingen en migranten zich aan de Europese buitengrenzen bevinden. Ik sluit me ook graag aan bij de oproep om daar een einde aan te maken en om de inzet van de regering op dat terrein.

Ik kom nu aan het einde van mijn betoog. De democratische rechtsstaat is het fundament van onze Europese samenwerking. Dat fundament is aan ernstige erosie onderhevig. Ik zie daarom uit naar de beantwoording door de beide ministers in deze Kamer, die ik overigens van harte welkom heet in hun nieuwe functie, om van hen te horen hoe zij zich gaan inspannen om dit tij te keren.

Dank u, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Van Apeldoorn.

De beraadslaging wordt geschorst.

De voorzitter:

Ik schors de vergadering voor de pauze tot 13.30 uur.