Plenair Verkerk bij behandeling Evenwichtiger verhouding tussen mannen en vrouwen in bestuur en raad van commissarissen



Verslag van de vergadering van 14 september 2021 (2020/2021 nr. 47)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 15.28 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Verkerk (ChristenUnie):

Voorzitter. De fractie van de ChristenUnie is een voorstander van het evenwichtiger maken van het aantal mannen en vrouwen in besturen en in raden van commissarissen. Maar zij ziet wel een probleem, namelijk de legitimatie van voorkeursbeleid in het algemeen en voorkeursbeleid voor mannen in het bijzonder.

Voorzitter. De afgelopen jaren is intensief nagedacht en gewerkt aan een meer evenwichtige verdeling van mannen en vrouwen in besturen en in raden van commissarissen. Het kabinet constateert dat de resultaten structureel achterblijven, ondanks de vaak oprechte aandacht voor het belang van diversiteit. Het kabinet is van mening dat we alle talenten in ons land nodig hebben en dat iedereen gelijke kansen moet kunnen krijgen. Om het met de titel van het SER-advies te zeggen: diversiteit in de top, tijd voor een versnelling.

Voorzitter. Het kabinet erkent dat er sprake is van een uitzonderlijke maatregel. Voor een eerste beoordeling van deze maatregel wil onze fractie verwijzen naar het advies van de Commissie rechtsgevolgen non-discriminatiegronden artikel 1 Grondwet, uit 2006. Deze commissie stelt dat de vermelding van een bepaalde grond in artikel 1 van de Grondwet — in dit geval "geslacht" — een nadrukkelijke vingerwijzing aan de wetgever is om het bestaan van wetgeving op een bepaald minimum te garanderen. Onze fractie is van mening dat de onderhavige wet gezien kan worden als een uitwerking van dat bepaalde minimum. Daarom is zij ook een voorstander van het evenwichtiger maken van het aantal mannen en vrouwen in besturen en raden van commissarissen. Onze fractie wordt daarin ook ondersteund door het advies van de SER dat mede aan deze wet ten grondslag ligt.

Voorzitter. Op één punt voelt onze fractie zich wat ongemakkelijk bij deze wet. Kortgeleden hebben we in deze Kamer gedebatteerd over de uitbreiding van de non-discriminatiegronden van artikel 1 van de Grondwet met de grond "seksuele gerichtheid". Dat was een fundamenteel debat over gelijkheid en gelijkwaardigheid. Hoe kunnen wij de lhbti-beweging uitleggen dat de Eerste Kamer nu een wet bespreekt die zich beperkt tot diversiteit met betrekking tot geslacht? Graag ook een reactie van beide ministers.

Voorzitter. Het grootste bezwaar van onze fractie heeft te maken met de kwaliteit van de onderhavige wetgeving. De Raad van State concludeert dat het voorstel "op gespannen voet staat met de geldende jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie." Het College voor de Rechten van de Mens en de Joke Smit Stichting stellen in een brief van 21 februari, 2 april en 6 september jongsleden dat een mannenquotum en een voorkeursquotum voor mannen op grond van internationale wetgeving gewoonweg niet zijn toegestaan. Het kabinet pareert deze kritiek van de Raad van State in de memorie van antwoord op pagina 3, onder verwijzing naar het tijdsgewricht waarin deze jurisprudentie zich ontwikkeld heeft, en naar verschillende internationale en nationale ontwikkelingen. Wat betreft het tijdsgewricht heeft onze fractie twee vragen. Als eerste: wat is nu precies de achtergrond van het tijdsgewricht, dat er een afwijking van de geldende jurisprudentie aan de orde kan zijn? En als tweede: welke uitspraken van het Hof ondersteunen de visie van de regering dat in dit tijdsgewricht een afwijking van de geldende jurisprudentie aan de orde zou kunnen zijn? Graag een reactie van de regering.

De Joke Smit Stichting stelt dat het kabinet zich in de nota naar aanleiding van het verslag ten onrechte baseert op het comité dat toeziet op de naleving van het Vrouwenverdrag, het CEDAW. In haar visie is het VN-Vrouwenverdrag en het beleid van het genoemde comité in overeenstemming met de jurisprudentie van het Hof van Justitie. Graag een reactie van de regering. En ook verwijst dezelfde Joke Smit Stichting naar de beleidslijn van de regering zelf, die de Staten-Generaal heeft aangenomen, dat de voorkeursbehandeling, als deze al noodzakelijk is, beperkt moet blijven tot vrouwen, etnische minderheden en gehandicapten. Ik verwijs naar de nota voorkeursbehandeling van 24 mei 2005. Graag ook een reactie van de regering.

Voorzitter. De fractie van de ChristenUnie kan zich vinden, sterker nog, is voorstander, van het gestelde vrouwenquotum, maar zij heeft staatsrechtelijke bezwaren tegen het voorgestelde mannenquotum. En ook: wij laten ons graag overtuigen. Toch, je kunt je de vraag stellen of we niet over deze bezwaren heen moeten stappen. In dit verband is het veelzeggend dat juist de Joke Smit Stichting stelt dat we dat niet moeten doen. Het gaat in dit voorstel immers om gelijke behandeling, en het beginsel van gelijke behandeling vraagt ook dat we strikt de hand houden aan uitzonderingen. Daarom vraagt onze fractie ook of de ministers bereid zijn om tot een novelle te komen die recht doet aan de Nederlandse wetgeving en ook recht doet aan de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie.

Voorzitter. Joke Smit schreef in 1981, haar sterfjaar, het lied Er is een land waar vrouwen willen wonen. Zij pleit in dit lied voor een zorgzame en rechtvaardige samenleving. En in de tweede strofe spreekt zij over een land "waar steeds opnieuw wordt nagedacht wie zwak zijn en wie sterk".

Ik zie dat er een interruptie is, maar ben haast klaar, voorzitter, zal ik eerst even afronden?

De voorzitter:

Goed voorstel.

De heer Verkerk (ChristenUnie):

Ik wil dit citaat even benadrukken. Zij zegt: ik wil wonen in een land waar steeds opnieuw wordt nagegaan wie zwak zijn en wie sterk. Dit citaat is van grote betekenis voor dit wetsontwerp. Het is ook van grote betekenis voor de huidige politieke situatie in ons land. In zo'n land willen immers ook mannen wonen, en in ieder geval geldt dat voor de mannen van onze fractie.

Ik zie uit naar de antwoorden van de ministers.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Verkerk. Mevrouw De Blécourt.

Mevrouw De Blécourt-Wouterse (VVD):

Dank u wel, voorzitter. Ik heb een vraag: is het vragen van een novelle niet het vragen om het aanpassen van de wet, en is dat wel de taak van de Eerste Kamer?

De heer Verkerk (ChristenUnie):

Ik verstond het tweede deel van uw vraag niet.

Mevrouw De Blécourt-Wouterse (VVD):

En is dat wel de taak van de Eerste Kamer?

De heer Verkerk (ChristenUnie):

Allereerst waar het gaat om de novelle. Nou, ik weet niet beter dan dat een novelle een aanpassing is van de wet. Of dat een vraag van de Eerste Kamer is: in ieder geval is het een taak van de Eerste Kamer dat we kijken naar de kwaliteit van de wetgeving. Tot nu toe ben ik ervan overtuigd dat deze wet met betrekking tot het mannenquotum tegen zowel de nationale als de internationale wetgeving ingaat, maar natuurlijk wil ik ook graag luisteren naar de argumentatie van de regering als zij van mening is dat dit niet zo is. Als dat zo blijft, is het onze taak om toch te waken over de kwaliteit van de wetgeving. Dan is er ook niks mis mee om te vragen om een novelle.

Mevrouw De Blécourt-Wouterse (VVD):

Ik ben het ermee eens dat de Eerste Kamer moet waken over de kwaliteit van wetgeving, maar het is wellicht wat vroeg om een novelle te vragen als de ministers nog geen reactie hebben kunnen geven.

De heer Verkerk (ChristenUnie):

Het zou kunnen zijn dat u gelijk hebt dat dit de gewoonte is. In dat geval spijt het mij dat ik die gewoonte heb overtreden.

Dank u, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Verkerk. Dan geef ik nu het woord aan de heer Schalk namens de fractie van de SGP.