Plenair Oomen-Ruijten bij voortzetting behandeling Arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten



Verslag van de vergadering van 19 mei 2020 (2019/2020 nr. 27)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 20.18 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Oomen-Ruijten (CDA):

Voorzitter. Ik begin met een verzoek dat ik net gekregen heb van iemand die luistert. Die vraagt mij om hier een punt van orde te maken. We zouden niet meer mogen spreken over Wajong-regimes. Waarom? Omdat dit geen positieve connotatie heeft. Het lijkt een beetje dictatoriaal en dat wil de genoemde niet. Ik heb het hier aan de orde gesteld, voorzitter, dank u wel.

Voorzitter. Ik dank de staatssecretaris. Meevoelend en meelevend; bedankt. Ik stel alleen vast dat wij op de punten waarop een toezegging is gevraagd, die toezegging niet hebben gekregen. Ik ook niet. Laat ik helder zijn: de CDA-fractie is voor harmonisatie. De CDA-fractie is voor een tip. Het gaat erom dat wij gaan komen met een regeling die helder en eenvoudig is. We weten dat men van iedere verdiende euro €0,30 overhoudt. Van een hoog uurloon houdt men meer over dan van een laag uurloon. Dat is helder. Dat betekent dus ook dat Breman, maatman en de medische urenbeperking worden afgeschaft. Het betekent wel dat we een garantieregeling hebben. Die garantieregeling, hervormd in de Tweede Kamer, blijft bestaan. Die kan men houden tot men 65 is. Op het moment dat men hetzelfde gaat werken en men hetzelfde uurloon krijgt, blijft die garantieregeling in stand. Dat stel ik vast en dat zeg ik ook tegen ieder ander die denkt dat wij iets heel onoorbaars aan het doen zijn met deze regeling.

Mevrouw De Bruijn zei: die voorgezette werkregeling, daar kan ik mij niets bij voorstellen. Maar we hebben een knip gemaakt. We hebben voor iedereen een garantieregeling. Dan praten we even niet over de corona-effecten. We hebben voor iedereen een garantieregeling, maar alleen voor deze groep niet. Deze groep is in 2014 begonnen en men heeft gedacht: in 2021 heb ik mijn zeven jaren vol en op dat moment krijg ik de garantie op het minimumloon. Dat geldt voor de groep van 2021, 2022 en 2023. Ik ben heel meegaand geweest, maar ik vind het echt heel naar dat de staatssecretaris op dat punt niets toezegt.

Dan kom ik op de rekentool. Ik ben blij met de toezegging.

Mevrouw De Bruijn-Wezeman (VVD):

Mevrouw Oomen geeft aan dat er voor iedereen een garantieregeling is. Nee, er is alleen een garantieregeling voor mensen die werken. Ik begrijp dat deze groep, die in de aanlooptijd zit naar de voortgezette werkregeling, in een werkregeling zit en daar ook in werkt. Zij vallen wel in de garantieregeling van de werkregeling, alleen niet van de voortgezette werkregeling. Dus iedereen die werkt, heeft recht op de garantieregeling; ook deze groep. Maar wat u wilt toevoegen, is dat zij dus ook in aanmerking komen voor iets wat ze nog niet hebben. Ik kan mij geen precedent voorstellen waarin dit eerder is gebeurd, dus dat wij burgers gaan compenseren voor iets wat ze gewoon nog niet hebben bij wetswijziging. Dat is dus mijn bezwaar.

Mevrouw Oomen-Ruijten (CDA):

Dit hebben ze wel. Sinds 2010-2014 heb je, als je zeven jaren op zijn minst 20% werkt, perspectief op die verlengde regeling inzake het wml. Het perspectief is er. Maar nu, door de wetswijziging, gaan er drie jaren ontbreken. Ik vraag niet om dat ten eeuwigen dage te blijven uitvoeren. Nee, ik zeg: ik zou willen dat met deze wet voor die groep, die nu hard gepakt wordt, geen garantieregeling heeft en geen recht meer heeft op dat minimumloon, die drie jaren gecompenseerd worden. Dat is het enige wat ik vraag. Voor de rest ga ik akkoord.

Mevrouw De Bruijn-Wezeman (VVD):

Ik denk dat ik mevrouw Oomen niet kan overtuigen. Ik heb mijn opmerking gemaakt, dank u wel.

De voorzitter:

Misschien mevrouw Sent.

Mevrouw Sent (PvdA):

Mevrouw Oomen heeft mij wel overtuigd. Ik waardeer de enorme passie waarmee zij dit belangrijke punt onder de aandacht brengt. Ik moet ook constateren dat de staatssecretaris niet bewogen heeft op dit punt en ben heel erg benieuwd welke lering mevrouw Oomen trekt uit het gebrek aan beweging bij de staatssecretaris op dit belangrijke punt.

Mevrouw Oomen-Ruijten (CDA):

Ik zal dat in mijn fractie bespreken. Ik kan u niets anders zeggen. Ik weet wat ik zelf vind, maar de andere acht kan ik niet binden.

Mevrouw Sent (PvdA):

Wat zal mevrouw Oomen haar fractie dan adviseren hierin?

Mevrouw Oomen-Ruijten (CDA):

Wij gaan dat bespreken. Ik was zelf vandaag niet bij de bespreking van de Wajong. Wij hebben het allemaal per mail gedaan en in de fractie is er nog wat besproken, maar ik was daar niet bij, dus ik vind het fijn om dat te mogen afwachten. Ik zal dat met dezelfde inzet als ik dat nu doe, straks ook in de fractie doen.

De heer Van Pareren (FvD):

Ik zou mevrouw Oomen om een toelichting willen vragen op haar zeer vurige, gedreven en goede verhaal. Versta ik het goed dat zij daarmee ook die groepen bedoelt te compenseren die dreigen achteruit te gaan door de komst van de nieuwe wet? Of bent u juist met één specifieke groep bezig?

Mevrouw Oomen-Ruijten (CDA):

Dit is een heel specifieke groep. Ik heb gezegd dat de afschaffing van alle regelingen vanwege het feit dat we willen harmoniseren, wordt gecompenseerd door de garantieregeling. Daar kun je commentaar op hebben, maar oké, dat slik ik. Het hebben van een nieuw, geharmoniseerd beleid, als ik het zo mag zeggen, zou mij namelijk een lief ding waard zijn, want dan hebben we die ingewikkelde dingen niet meer nodig. Het ging hier over een rekentool, maar wat is dat voor instrument? Ik weet dat die ook in een motie zat van de VVD in de Tweede Kamer, dus die rekentool, meneer Ester, die is al toegezegd. Daar heb ik niks aan. Ik wil helderheid hebben. Er is één groep die er door het feit dat wij nu, in 2020, een andere regeling accepteren, wat drie jaren betreft op achteruitgaat. Die zou ik willen compenseren. Dat is het enige wat ik vraag.

De heer Van Pareren (FvD):

Dank u voor de verdere toelichting. Ik begrijp dat heel goed, die groep. Uit de post die ik krijg en die wij waarschijnlijk allemaal gekregen hebben, haal ik toch meer groepen tevoorschijn, die melden "ik dreig in inkomen achteruit te gaan als de nieuwe wet komt". Bent u ook van plan daar dan compensatie voor te vragen?

Mevrouw Oomen-Ruijten (CDA):

Nee. In feite is die er al. Kijk, het afschaffen van de Bremanregeling is voor nieuwe groepen een probleem, maar alles wat oud is, valt onder de garantieregeling. Bij die garantieregeling kun je vraagtekens zetten, over de coronabestendigheid of wat dan ook, maar alles wat oud is, valt daaronder. Maar van deze groep zeggen we: het was alleen maar een verwachting die u heeft, en die verwachting, die honoreren wij niet. Daar zit mijn pijnpunt.

Mag ik?

De heer Van Pareren (FvD):

Ja, u mag, maar mag ik nog even een aanvullende vraag stellen?

De voorzitter:

Een hele korte dan nog, meneer Van Pareren.

De heer Van Pareren (FvD):

Ja, heel kort, voorzitter. Ik begrijp heel goed dat u zegt: die heel specifieke groep wil ik compenseren. De rest wordt al gecompenseerd en hoeft zich dus geen zorgen te maken.

Mevrouw Oomen-Ruijten (CDA):

Ja, kijk, die mag zich wel zorgen maken, want die compensatie is ook niet tot in de eeuwigheid. Althans, die is wel tot in de eeuwigheid, mits je hetzelfde aantal uren blijft werken, niet ontslagen wordt, hetzelfde loon behoudt et cetera. Dan behoud je ook dat garantiebedrag. Maar voor deze groep is er niks. Ja?

De heer Van Pareren (FvD):

Helder.

Mevrouw Oomen-Ruijten (CDA):

En deze groep ... Stel dat die 20% werkt, het vijfde deel, dan moet er 1% bij, dus ze werken 21%. Als je kijkt naar de tabelletjes, dan wordt hier gezegd: daar is een garantieregeling voor, maar het is niks! Je gaat er dus echt in verwachting op achteruit en ik vind dat de staatssecretaris daarop moet draaien.

De voorzitter:

U vervolgt uw betoog.

Mevrouw Oomen-Ruijten (CDA):

Voorzitter. Ik heb iets gevraagd over de gratificatie. Ik zie dat de staatssecretaris dat verwijst naar de werkgevers, naar de werkloonregeling. Ik hoop dat de Tweede Kamer daar iets aan doet.

De voorlichting wordt opgepakt, op tijd. Ik ben daar dankbaar voor.

Er is een motie ingediend die ik heb medeondertekend. We vragen de staatssecretaris om de discretionaire bevoegdheid te gebruiken op een moment dat men in de zomer ziet dat er iets niet goed loopt, dat er toch meer mensen worden ontslagen als men nu denkt dat het geval zal zijn, dus dat eigenlijk die garantie niks voorstelt. Naar mijn weten heeft de staatssecretaris die discretionaire bevoegdheid niet, anders dan dat ze de wet moet uitvoeren zodra die wet er is. Het enige wat ze kan doen dan, is toezeggen dat ze dan bereid is om ook de wet te veranderen. Dat wil ik haar eigenlijk vragen.

Dan nog een ander punt, dat gaat over het naar voren halen van de scholing. Over welke groep hebben we het hier? Hebben we het dan over een groep die al Wajong had? Ik hoorde mevrouw De Bruijn-Wezeman zeggen dat die groep nog geen Wajong heeft, en naar mijn gevoel is dat ook zo. Het is vaak een groep die in de voortgezette beroepsopleiding zit. We zouden het allemaal fijn vinden als men hbo, wo of wat dan ook volgt, maar ik heb het gevoel dat het grootste gedeelte nu in het gewone onderwijs zit en verder studeert, en dat ook nog kan met de Wajong. Daarop krijg ik graag een reactie.

Dan de motie van de heer Ester over het monitoren en evalueren. Wat wilt u daarmee? Wilt u daarmee dat er helderheid komt en dat de staatssecretaris met een wetswijziging komt? Of wilt u dat niet? Als u dat niet wilt, dan vraag ik me af wat we verder kunnen doen als we evalueren als de wet al heeft plaatsgehad.

Voorzitter. Ik geloof dat dit mijn inbreng was.

De voorzitter:

Meneer Ester wil kort op zijn motie reageren.

De heer Ester (ChristenUnie):

Het is uitdrukkelijk bedoeld om de gevolgen breed te monitoren, en om in te grijpen als er negatieve gevolgen zijn. Het gaat er niet om dat dat monitoren en evalueren zo leuk is, het gaat erom om een kapstok te hebben om in te grijpen. Ik denk dat dat precies is wat uzelf wilt.

Mevrouw Oomen-Ruijten (CDA):

Ja, dan vraagt u dus inderdaad ook of de staatssecretaris bereid is om dat te doen. Als ik alleen maar monitor en evalueer en vervolgens de fractie moet vragen om daarop een positief advies geven, en de staatssecretaris zegt nu al dat ze niet bereid is om een wet die pas op 1 januari in werking is te gaan wijzigen, dan hebben we er niks aan, toch? Dat is erg belangrijk voor mij.

De heer Ester (ChristenUnie):

Dat heb ik al in mijn inbreng gezegd.

Mevrouw Oomen-Ruijten (CDA):

Ja.

Voorzitter, dat waren mijn opmerkingen. En nogmaals dank.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Oomen. Mevrouw Sent.

Mevrouw Sent (PvdA):

Ja, nog een laatste vraag. Met heel erg veel passie heeft mevrouw Oomen de groep verdedigd die in aanmerking komt voor de voortgezette regeling. Heeft ze die passie ook voor de groep waarvoor de maatmanwissel verdwijnt? Want die groep dreigt er ook op achteruit te gaan als gevolg van het verdwijnen van dit voordeel.

Mevrouw Oomen-Ruijten (CDA):

Als u goed geluisterd zou hebben, mevrouw Sent, dan zou u gehoord hebben dat ik de knip aanvaard. Door het aanvaarden van de knip weet ik dat men naar de toekomst toe wellicht niet dezelfde financiële mogelijkheid heeft als men had, met al die veelsoortige regelingen, maar dat er voor elke regeling zoals die er nu is een garantiebepaling van die twaalf maanden is. Dus je kunt er niet eentje zo uitpakken en zeggen: die gaan er extra op achteruit. Nee, dat doe ik niet.

Mevrouw Sent (PvdA):

Toch is het ook een groep die is gaan studeren, ervan uitgaande in aanmerking te komen voor de maatmanwissel. Dit voordeel verdwijnt als gevolg van het voorliggende wetsvoorstel. Dat is toch vergelijkbaar met de groep waarvoor mevrouw Oomen terecht aandacht vraagt?

Mevrouw Oomen-Ruijten (CDA):

Mevrouw Sent, wij willen af van al die ingewikkelde regelingen die er nu zijn. Daarin steun ik de staatssecretaris. We moeten het helder, simpel en voor iedereen gelijk maken. Dat betekent dat degene die universitair geschoold is en die dus meer kan verdienen, wellicht meer of minder uren kan maken, naar rato van het inkomen dat wordt verdiend ook een nieuw bedrag krijgt wat men overhoudt. Degenen die er echter al in zitten, die hebben een garantieregeling. Net hetzelfde als voor de Bremanregeling. Er is een garantieregeling.

De voorzitter:

Mevrouw Sent niet? Dank u wel, mevrouw Oomen. Dan gaan we naar de heer Schalk, namens de fractie van de SGP.