Plenair Van Apeldoorn bij behandeling



Verslag van de vergadering van 21 april 2020 (2019/2020 nr. 25)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 21.20 uur


De heer Van Apeldoorn (SP):

Dank, voorzitter. Ik dank de minister voor de beantwoording. Witwassen is een groot probleem en moet bestreden worden. Daar waren wij ook al voor dit debat van overtuigd. Maar de vraag is hoe groot het probleem is met betrekking tot cryptovaluta. Daarover had ik een specifieke vraag gesteld. Hierop kan de minister eigenlijk nog steeds geen antwoord geven. Hij verwijst naar een aantal onderzoeken, die ongetwijfeld degelijk zullen zijn geweest. Maar hij kan daarbij geen percentages noemen en ook kan hij de bandbreedte niet noemen. Dat vind ik toch enigszins teleurstellend, omdat het voor ons toch belangrijk is om hier meer zicht op te krijgen om de proportionaliteit van het wetsvoorstel te kunnen beoordelen. Ik vroeg me af of er misschien niet gewoon ook onderzoeken lopen bij het OM of de FIOD die hier meer inzicht in zouden kunnen geven. Misschien kan de minister daar nog in tweede termijn op terugkomen.

Proportionaliteit hangt ook samen met het probleem van de kosten, of in ieder geval het door de sector ervaren probleem van de hoge administratieve lasten. Gewoon een feitelijke vraag: wat zijn de daadwerkelijke kosten? De minister suggereert dat de €34.000 die ik genoemd heb, veel te hoog is. Dat is volgens de sector gebaseerd op een recent rapport, ZBO-begroting, van De Nederlandsche Bank. Dat is een opgeteld bedrag van 1,7 miljoen, gedeeld door het aantal instellingen. Zo zijn zij aan dat cijfer gekomen. Ik hoor graag van de minister als dat anders in elkaar zit.

Ten slotte nog over de effectiviteit. Ik had de vraag gesteld hoe het zit met de non-custodian wallets. Daar heeft de minister wel antwoord op gegeven, maar hij zei op een gegeven ook dat er heel veel omgaat in het dark web, als het gaat om het gebruik van virtuele valuta door criminelen. Dat geloof ik graag. Toen vroeg ik aan de minister wat deze wetgeving, dit wetsvoorstel daarmee te maken heeft. Het antwoord van de minister was: nou, volgens mij heeft dit er wel degelijk mee te maken. Maar ik heb vervolgens in het verdere betoog van de minister niet duidelijk gehoord wat nu precies de relatie is. Daar zou ik graag in tweede termijn toch nog wat meer over horen, want dat is mij niet duidelijk geworden.

Ten slotte, voorzitter, waardering voor het feit dat de minister waardering heeft uitgesproken in het algemeen voor de fintechsector en ook voor innovaties zoals de virtuele valuta, en dat die inderdaad niet in de criminele hoek wordt gestopt. Het gaat om een legitieme sector. In alle sectoren kunnen zich dergelijke praktijken voordoen en die moeten dan bestreden worden, zoals alle criminaliteit altijd bestreden moet worden, desnoods met hoge straffen, ook wat betreft de SP, maar die moeten wel effectief zijn.

Dank, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Van Apeldoorn. Dan is het woord aan de heer Ester.