Plenair Geerdink bij behandeling Pakket Belastingplan 2020



Verslag van de vergadering van 9 december 2019 (2019/2020 nr. 11)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 20.01 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Geerdink (VVD):

Mijnheer de voorzitter. Belastingen zijn van alle tijden. Ze spiegelen de wereld waarin we leven. Als de maatschappij verandert, dan veranderen de belastingen mee. Een maatschappij die sneller verandert dan haar belastingstelsel leidt tot onrust en protest. Omgekeerd geldt hetzelfde. Dat maakt belastingen zo boeiend. Mensen die werken met de uitkomsten van de besluiten die we in deze Kamer nemen op het terrein van belastingen, zijn over het algemeen heel sensitief ten aanzien van de effecten van de wereld waarin we leven op de belastingwetgeving en vice versa. En dat maakt belastingmensen zo boeiend.

Voorzitter. Het is een grote eer om als fiscalist in deze Kamer, namens de VVD, voor burgers en bedrijven in Nederland de fiscale wetgeving te mogen beoordelen op haar uitvoerbaarheid, rechtmatigheid en doelmatigheid. Ik doe dat heel expliciet ook voor alle adviseurs en alle medewerkers van de Belastingdienst die zich bewust zijn van de wereld waarin zij leven en de veranderingen in opvatting over goed en kwaad, rechtvaardig en onrechtvaardig ter harte nemen.

Na mijn studie fiscale economie in de jaren negentig van de vorige eeuw stonden er eigenlijk drie beroepskeuzes open: inspecteur worden bij de Belastingdienst, werken als belastingadviseur in een internationale of nationale belastingadviespraktijk, of de wetenschap. Ik koos toen heel bewust voor het internationale adviesvak, vanwege de snelheid, de creativiteit en het zoeken en vinden van oplossingen voor complexe vraagstukken. Ook al had de Belastingdienst destijds uitstekende interne opleidingsmogelijkheden en bood hij, voor diegenen die dat zochten, een zeker, veilig en rustgevend bestaan. Je verliest er wel wat vrienden en kennissen mee, door te werken bij de Belastingdienst, maar dat deerde diegenen die dit carrièrepad kozen niet. De generatie fiscalisten vóór mijn generatie was grotendeels opgeleid door de Belastingdienst. Ook toen stond de interne opleiding van de Belastingdienst hoog in aanzien.

En nu kies je voor de Belastingdienst als je van verandering houdt en wilt bouwen aan een organisatie die nooit failliet zal gaan. Dat betekent dus dat er hoop is voor de Belastingdienst, want de mensen zullen de Belastingdienst uiteindelijk veranderen, niet de systemen. De vraag is alleen of de Belastingdienst het tempo van de veranderingen in de maatschappij kan bijbenen. Dat vergt, zo hebben we gemerkt, een enorme cultuuromslag.

De komende jaren hebben we goede fiscalisten, of ze nu van de Belastingdienst komen of van de universiteit, hard nodig. Want ons belastingstelsel kun je zonder adviseurs eigenlijk niet meer doorgronden. Dat geldt voor mensen met een baan, mensen die in deeltijd werken — daar hebben we het over gehad — mensen met een uitkering, mensen met spaargeld of beleggingen, mensen die grensoverschrijdend werken, zelfstandigen, ondernemers, directeuren-grootaandeelhouders, multinationals, ouderen, studenten en allen die het klimaat een warm of een misschien iets minder warm hart toedragen. Letterlijk iedereen zou zelfstandig in staat moeten zijn om het belastingstelsel te begrijpen. Het is echter zo ingewikkeld geworden dat zelfs ICT-systemen het niet meer aankunnen. Het is zo complex geworden dat ook het belastingstelsel de maatschappij niet meer kan bijhouden. Die complexiteit slaat terug op de uitvoering van de wetten die wij goedkeuren in deze Kamer.

Vandaag beoordelen we wetgeving die de administratieve lasten voor ondernemers met naar schatting 22 miljoen euro laten stijgen en hopen we dat afschrikwekkende antimisbruikwetgeving internationaal georiënteerde ondernemers niet weerhoudt om te blijven ondernemen in Nederland. De voorliggende wetgeving bevat ook nieuwe bronbelastingen, uitstel van toegezegde tariefsverlagingen en de invoering van diverse grondslagverbredingen. De rekening wordt neergelegd bij het grotere bedrijfsleven.

Ondernemers die in het buitenland handel willen drijven, krijgen te maken met verschillende belastingsystemen en winnen gelukkig en logischerwijs advies in. Adviseurs zullen de structuur die het beste past bij de onderneming veiligheidshalve aan de Belastingdienst moeten melden, op straffe van hoge boetes en het risico van naming-and-shaming jaren later on top. De Belastingdienst wil alles weten, vooraf, via een aangifte en via controle achteraf. De Nederlandse Big Brother, alhoewel het de vraag is of de Belastingdienst het aankan, deze informatieoverload. Het is in dit kader bijna — ik zeg: bijna — te begrijpen dat er nu ook gevraagd wordt naar de namen en rugnummers van de ambtenaren die de kinderopvangtoeslagen op brute wijze hebben teruggevorderd. In wat voor een wereld zijn we beland? De VVD is benieuwd naar de visie en de verwachtingen van de regering ten aanzien van de werking en de te behalen resultaten van deze maatregelen. Is het niet hoog tijd om in te zetten op een duidelijke en heldere tax governance?

Voorzitter. De werkende Nederlander geniet een belastingverlaging vanwege de stijging van met name de arbeidskorting. De zelfstandigen genieten ook de voordelen van de hogere arbeidskorting maar raken wel stap voor stap de zelfstandigenaftrek kwijt. Deze schuif is op zich interessant, omdat het de weg naar het eenvoudiger tweeschijvensysteem vrijmaakt. Dit Belastingplan leidt tot een hogere belastingdruk voor het internationaal georiënteerde bedrijfsleven ten gunste van de werkende Nederlander en Nederlandse ondernemingen met reële activiteiten. De ondernemers die daadwerkelijk waarde toevoegen, zijn de ondernemers die zorgen voor de banen — laten we dat niet vergeten — die zorgen voor de duurzame ontwikkelingen gericht op het klimaat en het milieu en die zorgen voor de groei van de brede welvaart voor ons allen.

Enerzijds inzet op het verlagen van de belastingdruk voor burgers, anderzijds het afromen van de winsten van de grotere ondernemingen, naast een omvangrijke fraude- en antimisbruikaanpak voor in potentie alle ondernemingen die internationaal handeldrijven. Deze aanpak zou in balans moeten worden uitgevoerd. Naast fraudebestrijding ook verlaging van de belastingdruk voor internationaal opererende ondernemingen. En-enbeleid. Want anders bestaat de kans dat de goeden onder de kwaden lijden. Anders wordt Nederland belastingland. Belastingontduiking aanpakken is goed, maar doorslaan is fout. Dat laatste dreigt te gebeuren als alles in principe het stempel van misbruik en fraude krijgt, als dubbele belastingheffing op de koop toe wordt genomen, als maatregelen niet proportioneel meer zijn, enorme documentatieverplichtingen worden opgelegd en als er onvoldoende of zelfs geen rechtsbescherming is. Dat geldt dus niet alleen voor de toeslagenpraktijk van de Belastingdienst. De regering heeft daar gemerkt dat dan de onrust de kop opsteekt. Een duidelijk signaal.

Gezien het pakket maatregelen is de vraag gerechtvaardigd hoe we Nederland aantrekkelijk blijven houden als vestigingsland, zonder ons op belastinggebied in internationaal verband uit de markt te prijzen. Hoe komen we vanuit de huidige, ingewikkelde en uitgedijde wetgeving weer tot een strak belastingstelsel dat voldoet aan de beginselen van neutraliteit, rechtszekerheid, eenvoud en herkenbaarheid? Hoe blijft de overheid betrouwbaar, als de koers niet alleen bij de verkiezingen, maar ook tussentijds blijft wijzigen en de regering niet doorzet en echte stappen neemt naar een nieuw, duurzaam belastingstelsel in plaats van onderzoek op onderzoek te stapelen?

Zoals gezegd, het begint bij de wereld waarin we leven en die moet gespiegeld gezien terugkomen in het belastingstelsel in brede zin, dus inclusief die toeslagen. Dus als er nieuwe belastingen uit Europa bij komen, dan geeft dat aanleiding om de bestaande belastingen in Nederland tegen het licht te houden en wat te minderen, zodat het totale plaatje weer klopt. De overheid houdt de spiegel vast en moet er geen lachspiegel van maken: dan is het geen neutrale spiegel meer. Het moet niet uitmaken in welke rechtsvorm een ondernemer onderneemt. Het moet niet uitmaken of er met eigen vermogen of met vreemd vermogen ondernomen wordt. Tijdelijk kan de overheid de spiegel best even scheef houden, als een maatschappelijk breed gedragen transitie een duwtje nodig heeft, zoals nu met het Klimaatakkoord, maar ook dan moet het beeld niet vervormd worden en moet de belastingdruk niet onevenredig uit balans slaan.

Voorzitter. We leven nu in een tijd waarin de mensen in de spiegel kijken en niet meer begrijpen wat ze zien. Daarom stel ik de volgende drie aanpassingen/aanbevelingen voor aan de regering, zodat men weer recht in de spiegel kan kijken. De eerste is: terug naar de basis. Belastingen moeten fair zijn en de overheid moet betrouwbaar zijn, zowel op wetgevingsgebied als op uitvoeringsgebied. Ten tweede: laat Nederland niet "belastingland" worden, zeker niet als in de Europese Unie terecht geconcurreerd wordt via belastingstelsels. En drie: laat werken en meer werken, lonen. Dat is vanavond ook al vaker gezegd. Een nieuw belastingstelsel moet dat doel centraal stellen.

Deze drie punten loop ik nu langs in het kader van de voorstellen die nu voorliggen en de voorstellen waarvan we weten dat ze gaan komen. Die laatste zijn ook al genoemd. Daarbij leg ik hier en daar de vinger op een barstje in de huidige spiegel.

Ik begin met aanbeveling nummer één: belastingen moeten fair zijn en de overheid moet te vertrouwen zijn. We gaan terug in de tijd, want belastingen zijn van alle tijden, zoals gezegd. In de Romeinse tijd voerde keizer Diocletianus een vermogensrendementsheffing in om zijn oorlogen te bekostigen. Hij hief zogenaamde tributa. De heffingsgrondslag van tributa bestond uit lijsten die bij de laatste census waren opgesteld door ambtenaren van de hogere overheid. Die lijsten bevatten een optelsom van voornamelijk materiële vaste activa, dus grond, vroeger ook slaven, vee, voorraden, gereedschappen en dergelijke. De waarde van deze vermogensbestanddelen was geschat en een percentage ervan, meestal 1%, moest bij wijze van tributum worden afgestaan. Niet zozeer het vermogen werd belast, maar de middelen voor de productie. Dat ging goed totdat het aantal van hen die ontvingen dat van de gevers enorm begon te overschrijden. Dit kwam doordat de bestaansmiddelen van de boeren waren verbruikt door de enorm zware belastingen. De akkers werden verlaten en bouwland veranderde in bos. De heffingsgrondslag was feitelijk door het belastingstelsel van de keizer zelf om zeep gebracht, ook al was het uitvoeringstechnisch een hele eenvoudige belasting, geheven op basis van een lijst, een soort Romeinse vooringevulde aangifte. De keizer vond het een makkelijk te innen belasting.

Vergelijk nu de huidige box 3-wetgeving en de voorgestelde aanpassing van de box 3-heffing met deze Romeinse tributa. Spaarders en beleggers worden belast op forfaitaire wijze op basis van middelen die gespaard of belegd worden. Als er te veel geheven wordt over meer dan de daadwerkelijke rendementen die behaald worden, wordt een forfaitaire rendementsheffing net als in de Romeinse tijd niet als een faire belasting gezien en zullen maatschappelijke effecten optreden. Box 3 is een forfaitaire heffing die door de Hoge Raad is aangemerkt als zijnde in strijd met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Het is zeer de vraag of de wetswijziging van 2017 tot een andere beoordeling door diezelfde Hoge Raad zou leiden. Een complexe aanpassing van box 3 is in het vooruitzicht gesteld. Die aanpassing is complex vanwege de anti-arbitrage, zo complex dat het twee jaar duurt voordat de aanpassing geëffectueerd kan worden. Ondertussen, zo voorspelt de VVD-fractie, zullen beleggers en spaarders anticiperen, net zoals de akkers verlaten werden in de Romeinse tijd. Waarom past de regering niet op voorhand de nu al jaren maatschappelijk onredelijk gevonden belastinggrondslag van box 3 aan door simpelweg een tijdelijke drempelvrijstelling in te voeren naast de huidige algemene vrijstelling? Dan kan ondertussen box 3 worden omgebouwd tot een heffing op daadwerkelijk genoten rendementen. Alleen dan zal sprake zijn van een faire heffing.

Dan naar de betrouwbare overheid als aanbeveling. "Betrouwbaar" wil zeggen dat je doet wat je belooft en belooft wat je doet. In dat kader is een regeerakkoord een belofte. Als je afwijkt van het regeerakkoord, doe je niet wat je belooft. Ook als je maatregelen verschuift in de tijd, doe je niet wat je belooft. Dan verlies je uiteindelijk het vertrouwen. Een betrouwbare overheid is ook: evenwicht tussen de ontvanger en de gever, rekening houdend met de altijd zwakkere rechtspositie van de gever, zijnde de belastingplichtige. In dat kader vindt de VVD bijvoorbeeld de huidige 4% te betalen belastingrente in de inkomstenbelasting niet passen bij een betrouwbare, rechtvaardige overheid.

Dat de Belastingdienst vooraf over informatie wil beschikken, is in een transparante wereld helemaal geen probleem, mits de overheid bij monde van de Belastingdienst ook vooraf en in return zijn opinie wil geven over de fiscale consequenties in situaties die ingewikkeld zijn. Dat zorgt voor duidelijkheid en rust en een klimaat waarin in elk geval ondernemers het beste gedijen. Dat vergt een dienstverlenende Belastingdienst, waarbij ondernemers en adviseurs een naam en een telefoonnummer van een besluitvaardige contactpersoon bij de Belastingdienst krijgen om vooraf af te stemmen. Dat betekent dat we het echt wél gemakkelijker kunnen maken.

De voorgestelde verhoogde opslag duurzame energie, ODE voor het gemak, voortvloeiend uit het Klimaatakkoord, is een laatste voorbeeld. Dit is een maatregel met een schokeffect die het beeld van een betrouwbare overheid raakt. Het grote tariefverschil tussen twee schijven in de heffing, gecombineerd met een gewijzigde verdeling tussen burgers en bedrijven, leidt naar verwachting tot een zeer grote stijging van de lastendruk voor ziekenhuizen en bedrijven in de gezondheidszorg, de glastuinbouw, de foodsector en de chemie. Het is de onvoorspelbaarheid van de impact van de maatregel die terugslaat op de betrouwbaarheid van de overheid. Kan de regering uitleggen waarom de maatregel op deze wijze is vormgegeven en er niet is gekozen voor een getemporiseerde invoering van de heffing die rechtstreeks voortvloeit uit het Klimaatakkoord?

Dan naar aanbeveling nummer twee: belastingwetgeving moet niet leiden tot het in Europees verband verslechteren van de concurrentiepositie van het Nederlandse bedrijfsleven. Dat brengt me bij de twee wetsvoorstellen die gebaseerd zijn op de Europese richtlijnen ATAD 2 en DAC6 over anti-misbruik en meldingsplicht voor intermediairs en belastingplichtigen. De voorstellen gaan op diverse punten verder dan op basis van de Europese richtlijnen nodig is. Daarover heeft de VVD-fractie veel vragen gesteld in haar schriftelijke inbreng. De VVD-fractie is op dit punt heel helder: ze leiden tot disproportionele maatregelen die zeer waarschijnlijk in relatie tot Europees recht niet houdbaar zullen zijn en de facto ons hele bedrijfsleven, niet alleen de multinationals maar ook het mkb, op achterstand zetten, Europees en mondiaal. Waarom is dat nodig, zo vragen wij de regering. En is de regering bereid om de koppen die erop zijn gezet, er volgend jaar weer af te halen via reparatiewetgeving? Wij zijn benieuwd naar het antwoord van de regering en zullen in tweede termijn hierover waarschijnlijk een motie indienen.

Ten slotte de derde aanbeveling: eenvoud als kenmerk van het ware en focus op werk. Ons stelsel van belastingen en toeslagen kraakt en piept en de Belastingdienst kan het niet meer aan. In het Verenigd Koninkrijk is men sinds 2015 bezig met een grote hervorming van het belastingen- en toeslagensysteem. De afgelopen vijf jaar is toegewerkt naar een sluitend systeem met een zogenaamde "living wage" in combinatie met een "universal credit" en verlaagde belastingen en premies op arbeid. In het kort gaat het om het geleidelijk verhogen van het minimuminkomen tot een niveau waarbij je kunt leven zonder overheidssteun. Individuele toeslagen worden afgebouwd en vervangen door de zogenaamde "universal credit" voor mensen die door ziekte, handicap of ouderdom niet kunnen werken. Tegelijkertijd zijn de belastingen en premies op arbeid verlaagd, met als gevolg dat werkgelegenheid en participatiegraad in het Verenigd Koninkrijk zijn gestegen. Zou dit ook in Nederland kunnen werken? Het is eenvoudig en uitvoerbaar. Graag verneemt de VVD-fractie de reactie van de regering op de transitie van onze buren aan de overkant van de Noordzee.

Goed voorbeeld doet volgen. Het is tijd om out of the box te denken. Dat geldt zeker voor de noodzakelijke veranderingen en aanpassingen van ons Nederlandse belasting- en toeslagenstelsel. Het komt uiteindelijk neer op durf, op lef om de stap naar een grondige herziening te nemen. Als de spiegel dreigt te knappen, moet niet gewacht worden totdat dat gebeurt. Zet een streep onder al die onderzoeken. Mensen worden ongeduldig.

"There is no such thing as society: there are individual men and women, and there are families." The Iron Lady sloeg daarmee de spijker op zijn kop: het gaat niet om het systeem, niet om de overheid en ook niet om de spiegel, maar om de mensen en de ondernemingen in handen van mensen van wie de overheid elk jaar weer een grote bijdrage vraagt. Vergeet daarbij niet de welwillende en betrokken belastingmensen, de medewerkers van de Belastingdienst én de fiscalisten die adviseren. Wees er trots op, we zullen ze nog hard genoeg nodig hebben.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Geerdink. Mijn hartelijke gelukwensen met uw maidenspeech. Staat u mij toe iets van uw achtergrond te schetsen. U studeerde fiscale economie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Na uw afstuderen bent u gaan werken als belastingadviseur bij twee van de Big Four, zoals de grote accountancykantoren wel kwantitatief worden gerubriceerd. Bij Ernst & Young hield u zich bezig met internationale fiscale advisering en bij Deloitte met advisering aan middelgrote en grote Nederlandse ondernemingen.

In 1999 maakte u een uitstapje naar de rijksoverheid toen u senior beleidsmedewerker werd op het ministerie van Economische Zaken. U was projectleider bedrijfsopvolging en landelijk projectleider bedrijvenloket. U keerde na vier jaar terug naar de fiscale adviespraktijk toen u belastingadviseur werd bij Spigthoff. Vervolgens was u vijf jaar lang directeur/eigenaar van PWGA Strategische en fiscale advisering. De werkgroep rond de vraag waar dat een afkorting van is, is nog steeds bezig met zijn werkzaamheden. Ik zeg uw Kamer toe dat ik u van de uitkomst op de hoogte zal stellen.

In 2014 werd u directeur van Hefpunt, de organisatie voor de belastingsamenwerking van waterschappen in Noord-Nederland. Hefpunt fuseerde vervolgens met de afdeling Belastingen van de gemeente Groningen. U werd kwartiermaker en beoogd directeur van de nieuwe organisatie Noordelijk Belastingkantoor. Op 1 januari 2018 was de fusie rond. Een halfjaar geleden legde u uw functie neer in verband met uw lidmaatschap van de Eerste Kamer voor de VVD.

Momenteel bent u actief als toezichthouder bij onder meer het Wilhelmina Ziekenhuis Assen en de Houdstermaatschappij Fondsen Overijssel. Ook bent u bestuurslid van de Stichting Liszt Concours en van het Henk de By Fonds dat het internationale pianoconcours ondersteunt.

Het senatorschap is niet uw eerste functie als volksvertegenwoordiger. Van 2002 tot 2006 was u voor de VVD gemeenteraadslid in Amsterdam en van 2011 tot 2014 fractievoorzitter in de Provinciale Staten in Groningen.

Een dossier dat u in die jaren veel bezig heeft gehouden, is dat van de gevolgen van de gaswinning. Tegen het Groningse OOG TV zei u daarover in 2013: "Het allerbelangrijkste is dat de mensen veilig zijn en de vrijheid hebben om te wonen waar ze willen." De aardbeving van vorige week in Garrelsweer toonde nog maar eens aan hoe belangrijk die veiligheid en vrijheid zijn.

Nogmaals van harte welkom en we kijken uit naar uw verdere inbrengen.

Ik schors de vergadering voor enkele ogenblikken zodat de overige collega's u kunnen feliciteren, waarbij ik u als Voorzitter graag als eerste feliciteer.