Plenair Kuiper bij voortzetting behandeling Verwijdering asbest en asbesthoudende producten



Verslag van de vergadering van 28 mei 2019 (2018/2019 nr. 32)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 16.51 uur


De heer Kuiper (ChristenUnie):

Dank u wel voorzitter. Ik dank de collega's die nu al vriendelijke woorden beginnen te spreken. Die wil ik graag teruggeven. Ik heb het debat in de Eerste Kamer altijd als iets heel bijzonders ervaren. We proberen hier altijd nog over de partijen heen samen te zoeken naar de vraag welke argumenten echt goed en houdbaar zijn. Daarvoor is een soort collegialiteit nodig die we hier met elkaar beoefenen, en die ik net ook even uitgedrukt vond in de woorden van collega Stienen. Dat maakt de Eerste Kamer volgens mij bijzonder, en ook een zeer aan te prijzen deel van ons parlementaire stelsel, hoe zich dat ook ontwikkelt in de toekomst.

Voorzitter. Ik dank namens mijn fractie de staatssecretaris voor de uitvoerige beantwoording, de zorgvuldigheid en de diepgang tot in de details. Mijn fractie is ervan overtuigd dat we deze weg moeten gaan. Het is natuurlijk ook een weg die al langer wordt gegaan. Er is een lijn uitgezet vanaf de eerste reacties op dat rapport van de Gezondheidsraad. Ik denk dat het belangrijk is, ook bestuurlijk belangrijk, dat je dat consequent volhoudt. Door de verschillende kabinetten is hieraan gebouwd en gewerkt, en nu moet je deze lijn ook voortzetten. Dat zeg ik ook in de richting van fracties die misschien nu nog denken: hoe moet dit verder?

Er zijn gezondheidsrisico's, hoe je er ook over denkt. Volgens mij hebben we daarover nu genoeg gehoord. We weten dat die verwerende asbestdaken een bron zijn en dat we die moeten aanpakken. We weten dat die daken 30 tot 50 jaar oud zijn en dat de eigenaren ervan daar op een gegeven moment ook iets mee moeten.

Maar nu dan inderdaad het "hoe". De staatssecretaris zei zelf ook: daar liggen wel een aantal modaliteiten. Ik wil eigenlijk aansluiten bij de vragen van de VVD-collega. We hebben een aantal dingen gehoord. Er is nog heel veel flexibiliteit in dat "hoe" mogelijk. Er is de mogelijkheid van eigen werkzaamheid. Mensen kunnen zelf iets doen. Dat willen ze waarschijnlijk ook heel graag. Want hoe gaat dat? Als je een aannemer over de vloer hebt die zegt dat het dit en dat kost, vraag je soms: wat kan ik dan zelf doen? Als je het zelf doet, drukt dat de kosten. Dus hoe meer mensen zelf kunnen doen, hoe beter. De staatssecretaris heeft ook gesproken over de rol van dakdekkers en over die certificering. Zeker in een markt waarop de prijs omhoog gestuwd wordt, is het heel belangrijk om in ieder geval dat ventiel te hebben. De staatssecretaris heeft ook gesproken over het versoepelen bij de uitvoering, en over het meer tijd geven als er een goed plan ligt. Zij heeft ook verteld dat haar collega van SZW hier ook mee bezig is. Hoe krijgen we dit allemaal nu in dit debat gematerialiseerd? Dat is de vraag.

Zou dat nog op schrift kunnen komen, zodat heel duidelijk is: dat en dat zijn nu de stappen, en dat is niet alleen maar een voornemen maar dat gaan we ook echt doen? Dat is op deze dag ook het aanbod aan de eigenaren, die natuurlijk meekijken en denken: waar gaat het heen? Zij willen zekerheid. Dat is dus mijn concrete vraag. Wat hebben we aan al die suggesties dat het zus of zo kan? Ik wil daarover toch graag een wat hardere toezegging.

Ik kom op die inschatting van het risico wanneer particulieren zelf verwijderen, en dat TNO-advies. Ik heb eigenlijk dezelfde vraag als een paar collega's. Niet alleen, zoals mevrouw Fiers zegt: hoe zou ik het kunnen uitleggen? Maar ook: waarom zou het niet 100 m2 kunnen zijn, of 200 m2? Daarmee help je mensen. Het moet inderdaad natuurlijk wel verantwoord zijn.

Er is nog een vraag van mij niet beantwoord.

De voorzitter:

Denkt u aan uw tijd, meneer Kuiper?

De heer Kuiper (ChristenUnie):

Ik zie hier dat ik nog 50 seconden heb, voorzitter.

De voorzitter:

Nee, u staat 50 seconden in het rood. U bent door uw tijd heen.

De heer Kuiper (ChristenUnie):

O, de cijfers zijn de hele tijd al rood. Maar goed, ik rond snel af.

Ik heb gevraagd of de staatssecretaris gaat spreken met de provincies over een gelijk speelveld. Ik krijg daar nog graag een reactie op.

Voorzitter, hier laat ik het even bij. Ik wil niet nóg dieper in het rood raken.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Kuiper. Ik geef het woord aan de heer Ruers.