Plenair Vlietstra bij behandeling Herziening partneralimentatie



Verslag van de vergadering van 14 mei 2019 (2018/2019 nr. 28)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 18.01 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Vlietstra (PvdA):

Voorzitter. Ik denk dat we het erover eens zijn dat het het allerbelangrijkste is dat wij toewerken naar een samenleving waarin zowel mannen als vrouwen economisch zelfstandig zijn. Ik ben blij dat de minister dat ook zo nadrukkelijk uitgesproken heeft. Dit betekent wat mij betreft dat daar voluit op ingezet moet worden, ook door de overheid.

Dat gezegd hebbend heb ik nog een enkele opmerking in de richting van de indieners. Ik begrijp dat zij op principiële gronden gekozen hebben voor een kortere maximale termijn. De heer Van Wijngaarden gebruikte daarbij het begrip "rechtvaardigheid". "We hebben een diepgewortelde overtuiging dat het op basis van rechtvaardigheid nodig is om die termijn te verkorten," dat soort woorden gebruikte hij. Ik denk dan: dat is mooi. Maar als je daar niet flankerend beleid naast zet, zoals u het zo mooi noemde, denk ik dat vooral veel vrouwen er alleen maar op achteruitgaan.

Dat flankerend beleid is volgens mij essentieel als je dit soort stappen wil zetten. Onze vragen waren met name daarop gericht. Ik vind het wat teleurstellend dat vanuit de indieners zo weinig nagedacht is — zo lijkt het in ieder geval — over hoe dat zich zou moeten vertalen in maatregelen en dat er wel erg makkelijk naar de minister werd verwezen. De minister heeft daar gelukkig wel uitvoerig bij stilgestaan. Hij is ook verder gegaan dan wat ik gelezen heb in de schriftelijke beantwoording. Hij heeft toegezegd om, als dat ibo over deeltijd er ligt, te komen met maatregelen op basis van dat onderzoek. Het gaat dan niet alleen om maatregelen in de sfeer zoals ze nu ook genomen worden, maar ook om maatregelen die wat meer zien op cultuur, bewustwording en dat soort zaken. Dat lijkt mij een prima toezegging. De minister heeft daarnaast toegezegd dat zowel het onderzoek als het kabinetsstandpunt ook naar deze Kamer gezonden zal worden.

Ik ben blij met de toezegging van de minister dat hij in een ander, breed onderzoek over alimentatie en de acceptatie daarvan de positie van samenwonenden mee zal nemen, met de erkenning dat mensen daar een eigen keuze in maken. Maar ik vraag mij af of dat altijd zo'n bewuste eigen keuze is. Ik ben iets ouder dan u en als ik om mij heen kijk, denk ik dat heel veel mensen daar ook nog niet heel goed over nagedacht hebben of daar misschien nog niet aan toe zijn.

Over de communicatie heeft u ook een toezegging gedaan. Daar ben ik blij mee. U hebt gezegd dat u samen met professionals en gemeenten — bij gemeenten zit uiteindelijk dat loket waar mensen zich melden als zij een huwelijk aangaan of kiezen voor een samenlevingscontract — gaat bekijken hoe u meer kan doen dan alleen een publicatie op de website van de rijksoverheid en dat u daarbinnen ook vooral zult kijken wat nodig is voor de groep met minder doenvermogen.

Op het volgende punt, over de evaluatie, bent u nog niet ingegaan, maar misschien kunt u dat in tweede termijn nog doen. De evaluatie is pas over acht jaar. Ik heb gevraagd om daarin aan twee punten veel aandacht te besteden. Het eerste betreft de positie van de groep alimentatiegerechtigden met jonge kinderen, waarvan de indieners zeggen: wij hebben niet overwogen om daar een tijdelijke regeling voor in het leven te roepen; wij vinden dat die groep blijvend recht heeft op een uitzondering. Ik kijk daar anders tegen aan. Ik denk dat het voor deze groep belangrijk is om toch uit te gaan van een regeling die wat korter duurt en die ertoe leidt dat ook deze groep veel eerder in staat is om weer in eigen levensonderhoud te voorzien dan wanneer ze blijvend recht houden op die uitzonderingspositie.

Het andere punt waar ik graag veel aandacht voor zou willen in de evaluatie, is de werking van de hardheidsclausule. Ik schrik eerlijk gezegd van het antwoord op mijn vraag wat er gebeurt met 50-plussers op het moment dat ze 60 worden. Dan vallen ze in een gat, is mijn conclusie. Dan zullen vrouwen uit die groep waarschijnlijk een beroep doen op de hardheidsclausule. Ik zou heel graag zien dat er in de evaluatie heel goed naar gekeken wordt in welke gevallen en op welke wijze daar gebruik van gemaakt wordt.

Alles afwegende zal ik mijn fractie adviseren om voor het wetsvoorstel te stemmen, maar wel met alle opmerkingen die ik gemaakt heb.

Het klokje op het spreekgestoelte staat op nul-nul-nul!

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Vlietstra. Ik geef het woord aan mevrouw Vink.