Plenair Strik bij voortzetting behandeling Algemene Europese Beschouwingen 2019



Verslag van de vergadering van 16 april 2019 (2018/2019 nr. 26)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 21.42 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Strik i (GroenLinks):

Voorzitter. Ook ik zou de minister graag hartelijk willen danken voor de beantwoording. In de eerste termijn blikten een aantal woordvoerders al wat melancholiek terug op hun periode hier in de Eerste Kamer. Dat inspireerde mij om naar mijn eigen maidenspeech te kijken, die — misschien niet toevallig — ging over de Nederlandse inzet bij de Europese Raad waar na het sneuvelen van de Europese grondwet werd gesproken over een nieuw verdrag. Het lijkt wel gigantisch lang geleden, maar ook de heer Kuiper hield toen zijn maidenspeech. Die referendumuitslag had de Nederlandse regering banger, nationaal en defensief gemaakt, zo constateerde ik in 2007. Misschien dreunt het effect van die referendumuitslag nog steeds na, want voor 2005 beschouwden we de Europese Unie als een vanzelfsprekendheid, maar daarna wilde niemand haar meer bepleiten, verdedigen of uitleggen.

De brexit heeft daar wel een kentering in gebracht, denk ik. Voor de Europese samenwerking zijn nu weer veel meer mensen te porren, maar toch merk je dat een soort van herbronning nodig is. Wil Europa echt van burgers zijn, dan zal het beleid ook hun belangen beter moeten gaan dienen. Ik heb het idee dat dat bewustzijn in veel meer landen is doorgedrongen, maar bij dit kabinet zie ik dat nog te weinig doorklinken in de inzet. Het kabinet durft nu veel duidelijker wel degelijk ook op te komen voor de EU, maar het laat geen kentering zien in de inzet; geen vlucht vooruit, het blijft hangen in de status quo. Juist daarmee krijg je niet die energie en oplossingen die nodig zijn voor een toekomstige Europese Unie.

Als ik kijk naar de Nederlandse inzet, de ambities die de minister hier net verwoordde, ten aanzien van klimaat bijvoorbeeld, zie ik toch nog steeds een kloof tussen de woorden en de daden. We zien sowieso dat de eigen prestaties achterblijven, dat we nog steeds een beetje onderaan die lijstjes bungelen. Maar ook als je kijkt naar de inzet bij het MFK, dan kun je niet anders dan constateren dat we meer moeten willen dan alleen zeggen dat bepaalde percentages van de huidige subsidies daarvoor bestemd moeten zijn.

En wat dacht u ervan om te pleiten voor een CO2-belasting op EU-niveau? Dan voorkom je ook dat risico van vertrek van bedrijven, waar het kabinet ook bang voor lijkt te zijn, want dan is er geen escape meer mogelijk voor bedrijven. Dat soort ambities zul je ook echt op EU-niveau moeten proberen te realiseren.

Hetzelfde geldt voor belastingontwijking. Het kabinet heeft daar vaak mooie woorden voor. Minister Blok vindt dat er behoorlijke stappen in zijn gezet. Maar wat zien we? Dat de tax rulings nog steeds gewoon doorlopen. We zien dat wij dwarsliggen om op Europees niveau een effectieve besluitvorming te verkrijgen over belastingontwijking, zoals minister Blok net aangaf, dus bedrijven kunnen gewoon doorgaan met hun winsten te incasseren en niet af te staan aan overheden.

De minister vindt dat alleszins te verdedigen. Hij zegt dat we geen belastingparadijs zijn, kijk maar naar de OESO-criteria. Maar ja, de OESO-criteria zijn vastgesteld op basis van onderhandelingen op wereldniveau. Ik vind dat niet echt van ambitie getuigen en ik zou het logischer vinden dat je probeert op Unieniveau stappen verder te zetten.

Tot slot, over de rechtsstaat. Ik waardeer de inzet van Nederland om een koppeling te bereiken tussen de fondsen en de rechtsstaat, maar het is wel van cruciaal belang wat die koppeling inhoudt. Als dat betekent dat die pas wordt ingezet als de hele artikel 7-procedure is doorlopen — en we zien hoe ongelofelijk moeizaam dat te realiseren is, terwijl Hongarije zo overduidelijk de regels schendt — heb ik daar weinig fiducie in. Ik zou de minister toch willen vragen of de Nederlandse inzet zou kunnen zijn om daarin wat andere criteria te hanteren dan de artikel 7-procedure.

Naast de artikel 7-procedure, die dus heel moeilijk blijkt, is er ook de peer-reviewprocedure, waar Nederland aan trekt of voorstander van is. Ook dat betreft een procedure van elkaar aanspreken. Ik heb het idee dat dit voortdurend de zwakste plek is van die hele rechtsstatelijkheidsmonitoringsystemen.

Daarom wou ik toch nog een lans breken voor waar het Europees Parlement op uit is gekomen, namelijk die grondrechten-apk, die onafhankelijke meetlat voor rechtsstatelijkheid. Zou Nederland zich daar wat harder voor kunnen maken? Ik denk dat we juist meer een onafhankelijke actor nodig hebben in plaats van elkaar maar te blijven afdekken.

Tot slot. Misschien is het hardop zeggen wat je vindt van hoe bepaalde lidstaten zich gedragen, ook al een vorm van druk. Ook dat hoor ik eigenlijk te weinig. Ik zie het wel bij Italië gebeuren. Daar durven we best hard op te treden en harde oordelen te vellen in het publiek. Laten we dat ook eens wat vaker en duidelijker doen bij de lidstaten die de rechtsstaat niet langer serieus nemen.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Strik. Ik geef het woord aan de heer Kuiper.