Plenair Strik bij voortzetting behandeling Belediging van bevriende staatshoofden en andere publieke personen en instellingen



Verslag van de vergadering van 12 maart 2019 (2018/2019 nr. 21)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 20.16 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Strik i (GroenLinks):

Dank u wel, voorzitter. Ik wil heel graag de initiatiefnemer en de minister willen bedanken voor de uitgebreide beantwoording. Concluderend staat mijn fractie nog steeds sympathiek tegenover het wetsvoorstel. Dat stonden we overigens al. Op een aantal punten had mijn fractie liever gezien dat het voorstel iets verder was gegaan, met name ten aanzien van de vrijheidsstraffen, om er echt voor te zorgen dat mensen niet worden afgeschrikt om gebruik te maken van de vrijheid van meningsuiting. Maar de initiatiefnemer heeft al aangegeven en uitgelegd, welke overwegingen ten grondslag hebben gelegen aan de keuzes die hij heeft gemaakt. Dat kan ik ook billijken, want het is een stap in de goede richting.

Met minister en initiatiefnemer heb ik van gedachten gewisseld over bevriende staatshoofden. Mijn fractie vindt het nog steeds niet helemaal consequent dat die anders worden behandeld. Het valt mij ook op dat de minister uiteindelijk zegt: als het advies van de Raad van State er is, is dat ook maar een mening, een opinie. Ik zou willen dat adviezen van de Raad van State iets zwaarder werden gewaardeerd.

Dan het punt waar het op het laatst erg om draaide: de consultatie. Dat draaide allereerst om de vraag of het wetsvoorstel ingrijpend genoeg is om die consultatieprocedure aan te gaan. Mijn fractie vindt dat je er op verschillende manieren naar kan kijken. Dat is het hele probleem, juist ook omdat er zo veel verschillende maatschappelijke opvattingen zijn over wat als een belediging moet worden ervaren en wat niet. Dan heb je te maken met verschillende landen. Nederland heeft een vrij liberale traditie, zeker in het huidige tijdsgewricht. Dat zou in andere landen best anders kunnen liggen. Nou ja, juist in dat opzicht had het op de weg van de initiatiefnemer gelegen om wél die consultatieprocedure in te gaan, zeker gelet op de inhoud van het oorspronkelijke wetsvoorstel. Het had toen zeker aan die criteria van ingrijpendheid voldaan. Dat is niet gebeurd. Er ligt nu een brief uit Sint-Maarten. De vraag is of we daar op dit moment aan voorbij kunnen gaan. Dat heeft ook te maken met de interpretatie van het statuut. Dat gaat niet alleen over de mate van ingrijpendheid. Er staat ook in dat die consultatie moet beginnen voorafgaand aan de behandeling van het wetsvoorstel.

De vraag is of dat nu nog zin heeft. Kan het nu nog? Het was beter geweest als het aan het begin was gebeurd, ook zelfs door de Tweede Kamer. Ook daar is het niet gebeurd. Maar het gaat mijn fractie ook wel erg ver om nou te zeggen: we zijn al aan het einde van de behandeling; het heeft geen enkele zin. We zitten hier niet voor niks in de Eerste Kamer. Het is niet zo dat hier verder niks gebeurt als de Tweede Kamer is uitgesproken. Dan kunnen we ons net zo goed opdoeken. Formeel gezien zou er zelfs nog een novelle mogelijk zijn. Het punt is dat het nog niet aangenomen is. Die behandeling loopt nog. Daarom zitten wij als fractie nog in een dilemma of we het nog gaan vragen. Vinden we het nog het juiste moment om Sint-Maarten te verzoeken om inderdaad de zienswijze in te dienen? Dat is het dilemma waar we nu in zitten. Ik wil dat graag dinsdag in de fractie bespreken en bij de stemming laten zien wat daaruit gekomen is. Daarbij zullen we natuurlijk ook de andere motie bespreken. Die vraagt om bevordering van de concordantie. Dat is duidelijk na afloop van de wetsbehandeling. Dat is altijd goed, overleggen over concordantie, maar dat is niet waar Sint-Maarten om vraagt. Is dat nou een respons op de brief? Die twee zullen we daarom tegen elkaar moeten afwegen.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Strik. Ik geef het woord aan mevrouw Van Bijsterveld.