Plenair Ten Hoeve bij debat over Hoofdstuk XIIa (Reglement van Orde): Integriteit.



Verslag van de vergadering van 29 januari 2019 (2018/2019 nr. 16)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 20.11 uur


De heer Ten Hoeve (OSF):

Voorzitter. Deze hele discussie is uiteindelijk voortgekomen uit externe factoren, maar het heeft ons wel op een goede weg gezet. Iedereen heeft de punten genoemd die volgens hem of haar op die weg in acht moeten worden genomen. Ik constateer met collega Kuiper dat daar een heel flink stuk overlappende consensus in zit — gelukkig. Ik heb genoemd: de registraties die bijgehouden en gecontroleerd moeten worden. Daar mag wat mij betreft bij de geregistreerde functies wel bezoldiging of geen bezoldiging bij genoemd worden. En wat mij betreft zou er in plaats van het bijhouden van de giften ook wel een verbod van cadeaus boven €50 mogen komen, maar dat zijn kleinigheden.

Een set gemeenschappelijke gedragsregels is het centrale punt. Die gedragsregels moeten natuurlijk zo concreet mogelijk zijn, maar ik denk dat dat niet op alle punten mogelijk is. Dan is het formuleren van heldere uitgangspunten ook al heel belangrijk. Over een lobbyregister mag nog weleens nagedacht worden. Misschien heb ik daar wel te makkelijk over gedacht. Het zal vast verder nog weleens aan de orde komen. In ieder geval is het ook redelijk breedgedragen dat een gezaghebbende externe stem van belang is om op terug te vallen als vertrouwenspersoon, als raadgever voor leden en ook als raadgever voor de Kamer als instituut, eventueel ook wat betreft bescheiden sancties. Er zijn drie moties ingediend die deze richting uitwijzen.

Over hoe wij met drie moties precies omgaan over veertien dagen, moeten wij allemaal nog maar eens goed nadenken. Het is wat rijkelijk, maar ...

De voorzitter:

Daar gaan we gewoon over stemmen, dus op die manier gaan we ermee om.

De heer Ten Hoeve (OSF):

Dat zou kunnen, maar dan nog is het wat veel. Uitgangspunt voor mij is in ieder geval dat wij proberen de GRECO-aanbevelingen zo goed mogelijk te volgen. Het heeft wat mij betreft ook een waarde op zichzelf dat wij bereid zijn ons aan te sluiten bij algemenere normeringskaders voor parlementen. Dat werkt niet alleen voor ons, maar voor heel Europa.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Ten Hoeve. Ik geef het woord aan de heer Koffeman.