Plenair Ten Hoeve bij voortzetting Algemene financiële beschouwingen



Verslag van de vergadering van 20 november 2018 (2018/2019 nr. 8)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 15.40 uur


De heer Ten Hoeve (OSF):

Voorzitter. Ik feliciteer de heer Wever met zijn maidenspeech.

De opluchting vanwege het feit dat de brexit volgend jaar een feit leek te kunnen worden zonder direct grote problemen, ebt al weer weg na alle negatieve reacties die premier May krijgt. Veiliggesteld is het nog lang niet en bovendien betreft de overeenkomst, die er misschien wel nooit komt, ook alleen nog maar een voorlopige regeling die niet heel veel jaren is vol te houden. Wat er daarna komt, daar is ook nog geen zicht op.

Zo zijn er meer omstandigheden die onze welvaart kunnen bedreigen, zoals de gespannen relatie van de VS met de rest van de wereld, de oorlogen en spanningen op andere continenten en ook de situatie binnen de Europese Unie en de eurozone, Italië. Toch neemt dat alles niet weg dat op dit moment de vooruitzichten redelijk stralend genoemd kunnen worden. Tenminste, op het eerste gezicht.

De werkelijkheid achter die florissante economische ontwikkeling lijkt me ingewikkelder. Ik noemde dat drie weken geleden in mijn algemene beschouwingen ook al. Er is gebrek aan arbeidskrachten. Eind september waren er 262.000 vacatures, waartegenover per vacature 1,31 werkloze stond. Dat is niet veel. En in veel sectoren is dus ook te merken dat er bijna geen mensen te krijgen zijn. De bouw en het vervoer kampen daarmee en de sectoren die uit publieke middelen betaald moeten worden, hebben ook te weinig mensen, de IND, de politie, de zorg, het onderwijs. Daar speelt natuurlijk de bekostiging een rol, maar ook de schaarste op de arbeidsmarkt.

Die schaarste lijkt er, positief, nu wel toe te leiden dat de lonen wat makkelijker beginnen te stijgen en er weer wat meer vaste banen worden uitgegeven, maar om dat laatste echt door te laten zetten, zal ook duidelijk overheidsoptreden nodig zijn. Regelend, zoals nu een begin wordt gemaakt door de minister van SZW, en eindelijk ook voor wat betreft de positie van zzp'ers. Dat moet nog, maar daarnaast lijken toch ook nog verdergaande fiscale en andere maatregelen nodig om de verschillen in behandeling tussen lonen en winsten verder te beperken en zo indirect de loonquote eindelijk weer omhoog te brengen. Wel maakt de verschuiving van loon- en inkomstenbelasting naar btw de nettolonen hoger en komen er meer lasten op flexwerk, waarmee dus vaste contracten gestimuleerd worden en ook meer arbeidsaanbod wordt uitgelokt. Dat is alvast een stap, terwijl de btw- verhoging toch niet meer dan evenredig op de lage inkomens lijkt te drukken. Dat laatste komt natuurlijk omdat niet alleen eerste levensbehoeften, maar intussen heel erg veel goederen en diensten onder het lage tarief zijn gebracht.

Eigenlijk blijft één btw-tarief natuurlijk ideaal en zo simpel mogelijk. In Denemarken kan dat. Ziet de regering mogelijkheden om verder in die richting te gaan zonder de lagere inkomens daarmee extra te treffen? Een laag tarief echt alleen voor eerste levensbehoeften zou een heel eind de goede kant op gaan. Dat zou de grensstreek ook kunnen ontlasten. Onder de huidige omstandigheden hoeft daar zelfs de vraag naar de door lage btw gestimuleerde arbeid niet echt veel last van te krijgen.

Schaarste aan arbeid is niet onze enige kwaal. Er zijn te weinig woningen en mede door de schaarste aan arbeid worden er ook te weinig bijgebouwd. De prijzen van de woningen gaan, behalve in de krimpgebieden, te hard omhoog, met een direct nadeel voor degenen die een woning zoeken, maar ook met risico's voor de toekomst. De regering verlaagt onder voorwaarden de verhuurderheffing enigszins, maar neemt ook wat negatieve maatregelen in de renteaftrekbeperking. Zou het om de corporaties echt de mogelijkheid te geven voor nieuwbouw van sociale woningen, voor de verduurzaming van bestaande woningen en voor het nemen van maatregelen om de sociale stabiliteit in de wijken te bevorderen, niet nuttig zijn de verhuurderheffing voor corporaties af te bouwen? Ik leg de vraag maar bij de minister neer.

Er zijn nog meer problemen. Zowel het wegennet als het spoorwegnet is overbelast. Tot in lengte van jaren zullen we moeten leven met eerder langer dan korter wordende files. Het is in dit land druk, druk, druk; zowel op het werk door onderbezetting, als op de wegen door overbezetting. En overbezetting is er ook zelfs op het platteland, met koeien, varkens en kippen. Dat gaat ten koste van onze leefomgeving, wat nog maar weer eens is aangetoond door de duidelijk nog heel grote omvang van de mestfraude en de heel geringe resultaten van de jacht op de fraudeurs.

Is dat nu wat wij willen? En willen we nog verder gaan in diezelfde richting? Streven we daarom naar een nog aantrekkelijker vestigingsklimaat? Vinden wij het daarom noodzakelijk om de vennootschapsbelasting niet alleen in de opstap, die voor het mkb heel belangrijk is, maar ook in het hoofdtarief fors te verlagen, met 3 miljard structureel? Er is vanmiddag al heel veel over gezegd: heeft de minister eigenlijk niet met mij het gevoel dat wij daarmee weer een zet doen in de race naar de bodem waar wij met elkaar in en buiten Europa mee bezig zijn? Kunnen wij het ons, gelet op onze al bestaande problemen, niet eens permitteren deze keer niet mee te doen aan die race? En zou het niet nuttig zijn toch naar zo veel mogelijk Europese harmonisatie op belastinggebied te streven om zo'n race te beperken, in ieder geval binnen Europa? Ik weet het: belastingsoevereiniteit. Maar gezond verstand wijst hier toch de andere kant op?

De 3 miljard die de regering wil uitgeven aan de winstbelasting zou beter besteed kunnen worden. Men kan het structurele begrotingssaldo verbeteren en men kan de publieke sectoren met te hoge werkdruk financieel verder tegemoetkomen. Men kan soepeler worden in de discussies over het MFK voor de Europese Unie. Wij weten allemaal wel dat de Unie mogelijk op sommige punten minder kan doen, maar op heel veel punten zeker ook meer moet doen. De te nemen klimaatmaatregelen worden trouwens ook niet makkelijker als wij nog meer drukte, meer bedrijvigheid en meer mensen naar Nederland halen.

Voorzitter. Economische groei wordt gedefinieerd op een manier die zeker niet garandeert dat groei ons altijd een beter leven kan geven. Maar maatregelen om tot verduurzaming, dus verbetering, te komen zouden best wel tot een groei van het bbp en tot economische groei kunnen leiden. Maar niet overal. Negatieve groei zal ook noodzakelijk zijn. Ik denk daarbij maar aan de landbouw. Denkt de minister dat de verlaging van de winstbelasting zal leiden tot zinvolle economische groei, of alleen maar tot meer drukte en schaarste?

Voorzitter. Die verduurzamingsmaatregelen en het klimaatakkoord komen natuurlijk later aan de orde, maar voorzetten daarvoor komen intussen al van diverse kanten. Het OM pleit voor verkleining van de veestapel. Dat gaat alweer over de landbouw. De Nederlandsche Bank pleit voor een CO2-heffing van €500 per ton. De RAI Vereniging pleit voor rekeningrijden. Het afbouwen van de winning van Gronings gas noodzaakt tot snelle omschakeling op grote schaal. Niets gaat vanzelf: voor betrokkenen kosten maatregelen bijna altijd geld en van vrijwilligheid is dus maar zelden direct resultaat te verwachten. De overheid zal moeten sturen, met duidelijke en dwingende maatregelen, ook om de kosten eerlijk verdeeld te krijgen. Aan de andere kant zal ze veel ruimte moeten geven aan plaatselijke en regionale initiatieven.

Er lijkt in de maatschappij wel scepsis te zijn als het gaat om de kosten en de verdeling daarvan en ook over de noodzaak van maatregelen, maar er is toch ook heel veel overtuiging dat we het niet redden als we niet bereid zijn door te pakken. Er is ook enthousiasme om daar zelf mee aan de slag te gaan. Wil de minister van Financiën zijn deel bijdragen om groei te stimuleren, niet naar meer en groter, maar naar beter? Hoe vindt hij dan dat dit zou moeten?

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Ten Hoeve.

Ik kijk naar de klok. We zijn 50 minuten eerder klaar dan gepland. Ik heb een vraag voor beide bewindslieden. Het is mij bekend dat er vaak een algemene introductie wordt gegeven voordat wordt ingegaan op de specifieke vragen van degenen die het woord hebben gevoerd. Is het misschien mogelijk om tussen nu en 16.45 uur alvast te beginnen met die algemene introductie? Of maak een kortere introductie, whatever. Mijn vraag is eigenlijk: is het mogelijk om al met uw beantwoording te beginnen? We schorsen dan om 16.45 uur. Dat betekent dat we het vanavond misschien niet tot 00.00 uur hoeven vol te houden.

Minister Hoekstra:

Zeker.

De voorzitter:

Ik zie ook aan de lichaamstaal van de minister dat dat inderdaad het geval is. Hij kan inderdaad nu beginnen met de beantwoording. Dat stel ik zeer op prijs. Ik denk dat de Kamerleden dat ook zeer op prijs stellen. We schorsen dan om 16.45 uur.