Plenair Ten Hoeve bij Algemene politieke beschouwingen (voortzetting eerste termijn Kamer)



Verslag van de vergadering van 30 oktober 2018 (2018/2019 nr. 5)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 17.34 uur


De heer Ten Hoeve (OSF):

Voorzitter. De uitgangspunten van de OSF, die ik hier de afgelopen jaren heb willen vertegenwoordigen, zijn kort samengevat: menselijke schaal, welzijn boven welvaart, een onderling solidair Europa, het recht van meerderheden en minderheden overal in de wereld om zichzelf te kunnen zijn en blijven. Mijn beschouwingen van vandaag komen uit diezelfde uitgangspunten voort.

Voorzitter. Wij hebben een rijk land met een goed vestigingsklimaat en een florerende economie. Maar niet iedereen profiteert evenveel. De lonen stijgen niet hard genoeg, de pensioenen blijven achter, huizen zijn er te weinig en ze worden te duur. We hebben wel krimpgebieden, maar vooral ook steden die uit hun voegen barsten. De wegen zijn verstopt. We hebben te weinig mensen om al het werk te doen. De bedrijven hebben vacatures, de zorg en het onderwijs nog veel meer. En de regering doet intussen zijn best om het vestigingsklimaat te verbeteren. De dividendbelasting hoeft niet meer afgeschaft te worden, maar in plaats daarvan moet dan de winstbelasting substantieel verlaagd worden. Voor een beperkt deel wordt daarmee het mkb gestimuleerd, maar voor een veel groter deel komt het de grote bedrijven ten goede en zal het dus inderdaad het vestigingsklimaat verbeteren, zeg buitenlandse bedrijven aantrekken. Wij zijn niet de enigen die dat willen. Dus met alle andere landen die precies hetzelfde willen, blijft het een zaak van tegen elkaar opbieden in belastingverlagingen. Waarom eigenlijk? Betekent een aantrekkelijker vestigingsklimaat niet nog meer vraag naar werknemers die er niet zijn, aantrekken van werknemers van buiten en nog meer vraag naar huizen die er ook niet zijn?

Er is een categorie buitenlanders die wij met meer liefde zouden moeten ontvangen dan wij in de praktijk vaak doen: vluchtelingen die een veilige plaats nodig hebben. Maar moeten wij dan ook nog eens beleid voeren dat anderen zal aantrekken? Helpen wij onszelf echt, nu wij eindelijk proberen af te komen van onze faam als belastingparadijs, als wij tegelijk met lagere winstbelasting bedrijven willen aantrekken die het vaak toch al lukt om heel weinig belasting te betalen? Hebben wij trouwens ook al niet een groot overschot op de betalingsbalans, zo groot zelfs dat Amerika er boos over is? Kunnen we dan niet beter gewoon die winstbelasting niet extra verlagen, dat geld aan nuttige dingen besteden of het niet uitgeven en zo het houdbaarheidssaldo verbeteren en de staatsschuld verlagen? Dienen we hiermee de menselijke maat of het grootschalige? En is dit met elkaar steeds verder concurreren op tarieven de manier om in Europa solidair met elkaar te zijn, gezamenlijk een optimum te bereiken, of trekken wij elkaar naar beneden ten koste van onze bevolkingen die het gelag betalen? Misschien wil de regering eens ingaan op de nadelen van dat altijd maar aantrekkelijker willen worden ten koste van anderen.

Intussen wordt de wereld om ons heen steeds onrustiger. In die wereld wordt het dus belangrijker te letten op het behartigen van de eigen belangen dan altijd rekening te houden met onze waarden. Dat is niet verkeerd. Wij hoeven niet aan anderen onze democratie te verkopen en ook niet onze ethische normen op te dringen. Maar waar boeven aan de macht zijn, is duidelijkheid noodzaak. Het geval Saudi-Arabië is duidelijk. Dat was het ook al vanwege de oorlog in Jemen. En waar onrecht heerst, mag dat ook duidelijk gezegd worden.

Wij doen veel voor goede relaties met China, en daar is misschien wel veel geld te verdienen, overigens met alle risico's van dien. Maar naast de behandeling van dissidenten, die een minister nog wel eens zijdelings aan de orde wil stellen, is het ook duidelijk dat China alle moeite doet om de Tibetaanse cultuur gelijk te schakelen, kloosters te vernietigen en cultuurdragers gevangen te zetten. En het wordt ook duidelijk dat in Oost-Turkestan, de Chinese provincie Sinkiang, kampen zijn ingericht waar intussen een aanzienlijk deel van de Oeigoerse moslimbevolking is geïnterneerd. Dat China geen democratie is, daar hoeven wij ons niet mee te bemoeien. Dat het zo zijn minderheden hardhandig uitschakelt gaat verder. Je kunt ook culturele genocide plegen. Er zijn grote belangen maar ook goede redenen om de Chinese minister-president, als hij hier is, niet alleen maar vriendelijkheid, maar ook duidelijkheid te tonen. Wil de regering naast individuele gevallen van schending van mensenrechten ook de schending van de collectieve rechten van de minderheden aan de orde stellen in de contacten met Chinese functionarissen?

Daarmee hebben we het over het recht op eigen identiteit. Identiteit begint ook bij ons een grotere rol te spelen, en dat is goed zolang het betekent dat wij in een open samenleving onszelf willen blijven, als Nederlander, als Limburger, als Fries. Op de Balkan lijkt identiteit bijna allesbepalend en staan identiteiten, etniciteiten, wel heel makkelijk in gespannen verhouding tegenover elkaar, áls ze niet door een verstandig getrokken staatsgrens gescheiden worden. Servië en Kosovo lijken bereid te zijn hun grens zo bij te stellen dat aan beide kanten problemen worden opgelost. Het verbaast mij dat in West-Europa deze oplossing op weerstand stuit en dat grenswijziging gezien wordt als gevaar in plaats van als oplossing. Benadrukken wij in West-Europa niet telkens weer het belang van onze natiestaten? Dat zijn landen waar staat en natie grotendeels overeenkomen en waar daarbinnen aan beperkte minderheden rechten kunnen worden gewaarborgd. Heeft de Nederlandse regering een standpunt in dit geval, waar het vooral om de positie van de grote en vrij homogene Servische bevolking in Noord-Kosovo gaat?

Ten slotte, voorzitter, terug naar ons eigen land. Er liggen geweldige opgaven, want wij willen ons land graag zo lang mogelijk boven water houden, en wij willen dat het weer mooi wordt. Het wordt steeds duidelijker dat daarvoor onze landbouw de cruciale factor is. Op de bijeenkomst waar de Staten van Zeeland en Friesland hier in de Kamer werden ontvangen, werd opgemerkt dat wij dankbaar mogen zijn voor de geweldige prestatie die de boeren geleverd hebben om het beleid van de overheid om te zetten in de enorme productie die wij nu hebben, maar ook dat wij nu duidelijk moeten maken wat een enorme prestatie geleverd moet gaan worden in een omschakeling naar een landbouwproductie die ook de natuur weer laat bloeien. Dat is een andere landbouw dan de huidige. Maar om die enorme prestatie te realiseren is het nodig dat de overheid stuurt met maatregels. Laisser-faire heeft geleid tot het fosfaatprobleem en tot crisiswetgeving. Er moet nu actief richting gegeven worden, zodat duidelijk is wat er van Nederlandse boeren verwacht wordt: niet een landbouw die maximaal exporteert, maar een landbouw die maximaal bijdraagt aan de gezondheid van ons eigen land en bodem. Vertrouwen op goede bedoelingen of afspraken lijkt mooi, maar garandeert minder succes dan overheidsmaatregelen. Statiegeld op plastic flesjes en blikjes helpt meer dan met afspraken te proberen veel te recyclen. Zonder verplichtingen tot omschakeling lijkt het niet mogelijk om het gebruik van Gronings aardgas te verminderen. En, in het algemeen, als de vervuiler moet betalen dan is belastingheffing de meest voor de hand liggende optie om die betaling te realiseren. Collega Koffeman heeft daar net nog enkele duidelijke dingen over gezegd. Geen vrijheid, blijheid, maar een sturende overheid is in deze tijd met zijn grote problemen noodzakelijk. Wil de regering zo regeren of schrikt ze daarvoor terug als het moeilijk wordt?

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Ten Hoeve. Is er nog iemand die het woord wenst in eerste termijn? Dat is niet het geval. Dan schors ik de vergadering voor de dinerpauze tot kwart voor zeven. Ik zou graag willen vragen aan degenen die beneden in de Noenzaal het diner gaan nuttigen om, als het enigszins kan, voorrang te geven aan de woordvoerders, want om kwart voor zeven gaan we weer verder.

Minister Rutte:

Mag ik als eerste?

De voorzitter:

En misschien ook aan de minister-president. Misschien, hè, heel misschien.

De beraadslaging wordt geschorst.