Plenair Kuiper bij Algemene politieke beschouwingen (voortzetting eerste termijn Kamer)



Verslag van de vergadering van 30 oktober 2018 (2018/2019 nr. 5)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 16.33 uur


De heer Kuiper (ChristenUnie):

Dank u wel, voorzitter.

Het gaat ons economisch weer voor de wind. Dat is iets om dankbaar voor te zijn na moeilijke jaren. De boodschap die het kabinet met Prinsjesdag meegaf, luidde evenwel: het gaat goed met Nederland, maar reken op donkere wolken aan de horizon. De internationale situatie is allerminst kalm; escalerende conflicten kunnen voor ernstige verstoringen zorgen. Wie door de lens van begroting en Miljoennota kijkt, ziet daarom een dubbel beeld: tevredenheid en onzekerheid.

Bij deze Algemene Politieke Beschouwingen is het goed de bredere context te overwegen. Nederland is meer dan een economie die moet draaien. Er doen zich grote uitdagingen voor op het gebied van klimaatverandering, digitalisering, de ontwikkeling van sociaal en menselijk kapitaal. In internationaal verband is Nederland daarom een van de landen die zich inzet voor een breder welvaartsbegrip en voor de 17 duurzame ontwikkelingsdoelen die door de VN zijn aanvaard. Dat is een goede zaak die de steun heeft van deze Kamer. Inmiddels wordt er gewerkt aan een Monitor Brede Welvaart bij de planbureaus, die jaarlijks gaan rapporteren, mede op voorspraak van de leden Ester en Sent, meneer en mevrouw.

Ook de Raad van State stelt dit brede welvaartsbegrip centraal in zijn advies bij de rijksbegroting. Hij stelt de vraag of onze samenleving sterk genoeg is om onze welvaart ook in de toekomst te verzekeren. De raad wijst op politieke en maatschappelijke fragmentatie, verscherpende scheidslijnen tussen hoger en lager opgeleiden in de samenleving en een nieuwe verzuiling, als het ware, wanneer er "bubbels van gelijkgestemden" ontstaan. De raad daagt het kabinet uit "meer te doen dan waar de plannen blijk van geven" en om "nieuwe invalshoeken niet te schuwen". Daarbij vraagt de raad zich af of het overheidsinstrumentarium op de nieuwe uitdagingen is berekend.

Voorzitter. Het kabinet vat dit advies op als steun voor wat het al doet, maar blijft tegelijkertijd op de vlakte, bijvoorbeeld als het gaat om de concrete aanbeveling de Miljoenennota jaarlijks te gebruiken voor een toekomstgerichte beschouwing over dat dichterbij brengen van die duurzame doelstellingen. Mijn fractie nodigt de minister-president uit tot een reactie op dat advies van de Raad van State, want die stond niet in de kabinetsreactie tot dusver, en op de politieke en maatschappelijke uitdagingen die daarin worden aangewezen. Hoe is het kabinet de door ons omarmde internationale opdracht om de duurzame ontwikkelingsdoelen te halen, aan het implementeren? Vraagt deze implementatie, die vaak intersectoraal en ook internationaal moet plaatsvinden, een andere werkwijze van de overheid of in elk geval die "nieuwe invalshoeken"? Kan de WRR gevraagd worden een reflectie te geven op de inrichting van het regeringsbeleid in het licht van die duurzame ontwikkelingsdoelen?

Veel burgers maken zich zorgen over de samenleving en het handelingsvermogen van de overheid. Een van de aanjagers hiervan is de gebrekkige handhaving van wetten en regels, zichtbaar op tal van gebieden. Ik wil hier tijdens deze Algemene Politieke Beschouwingen een punt van maken. Al te regelmatig zijn er voorbeelden van laksheid of onoplettendheid, bij de NVWA, het UWV of andere diensten. De overheid heeft sinds de jaren tachtig kerntaken zoals handhaving en toezicht op afstand gezet of verkleind. Dat moeten we nu in veel opzichten bezuren. Er ontstaat een cultuur waarin burgers en bedrijven de mazen van de wet opzoeken en hun gang kunnen gaan. Dat doet het vertrouwen in de publieke zaak en in ons politieke systeem geen goed, net zomin als in een betrouwbare en hoogwaardige uitvoering van tal van werkzaamheden.

In een complexe samenleving met veel grote en kleine belangen is het nodig te reguleren en ook scherp te handhaven. Maar juist bij de diensten die dat moeten doen is er hervormd, bezuinigd en is de werkdruk hoog. De rijksinspecties zijn in aantal verminderd en veel personeel is afgevloeid. Er moest een compacte rijksdienst komen en de toezichtslast voor burgers en bedrijven moest zo minimaal mogelijk zijn. Maar wat schieten we er als samenleving mee op als de capaciteit niet toereikend is, er veel over het hoofd of door de vingers wordt gezien en als steekproefsgewijze controle de normalisering van wetsovertreding in de hand werkt? Wat mijn fractie betreft wordt het tijd voor een andere aanpak en een herbezinning op een nieuwe toezichtvisie die de huidige tekorten in de handhaving oplost — rijksbreed. Welke initiatieven zijn hiertoe van de regering te verwachten? Het vorige kabinet had een rijksbrede aanpak als het ging om het brede toezichtskader, maar dit kabinet hebben we daar eigenlijk tot nu toe niet over gehoord.

Voorzitter. Het stemt tevreden wanneer macro-economische cijfers zich gunstig ontwikkelen, maar burgers kijken tegenwoordig ook op andere schermen: een tweede, een derde of nog een scherm. Op het tweede scherm speelt zich een nietsontziende aanval op het openbaar bestuur en de rechtsstaat af. Ik doel op de onderwereld van de drugscriminaliteit, die op heel wat plaatsen de samenleving diep binnen weet te dringen. Woonwijken worden letterlijk vergiftigd, liquidaties en geweldsdreigingen horen bij het dagelijks nieuws, ferme burgemeesters en ambtenaren worden bedreigd. Nederlandse illegale drugslaboratoria zouden jaarlijks voor 19 miljard euro aan omzet boeken, alleen al met de productie van synthetische drugs. In Eindhoven gaat er in het drugscircuit een groter bedrag om dan er op de begroting van de gemeente staat. Het treurige is dat er maar weinig vooruitgang wordt geboekt in de strijd hiertegen. "De drugsbestrijding zit op een dood spoor", zei de Amsterdamse hoofdcommissaris Aalbersberg begin dit jaar.

Het verband tussen deze uit de hand lopende criminaliteit en ons drugstolerante cultuurklimaat moet hierbij benoemd worden. Er zou zich niet zo'n gigantisch productieapparaat hebben kunnen vestigen als wij niet het gebruik van drugs als min of meer onschuldig onderdeel zien van onze lifestyle en uitgaansindustrie. Dat is het allang niet meer. Artsen slaan alarm. Mensen slikken pillen zonder te weten wat erin zit. Op de spoedeisende hulp in grote steden komen dagelijks ernstige gevallen van drugsconsumptie binnen. Op de Erasmus Universiteit gebruikt de helft van alle studenten drugs, vooral synthetische, zo blijkt uit eigen onderzoek. De rector was er verlegen mee. Wat betekenen vrome woorden over preventie op het gebied van alcohol en roken als we dit laten gebeuren? "We vergunnen de afzetmarkten zelf", formuleerde de Brabantse commissaris van de Koning Van de Donk onlangs onder verwijzing naar festivals waar voor een aantal euro's een pil te koop is. We mogen het niet normaal gaan vinden als drogeerpraktijken onze feestjes moeten opleuken en als we jongeren ten onder laten gaan in een cultuur van zelfbeschadiging.

Voorzitter. De ondermijning van de rechtsstaat en de openbare orde ondermijnen ook het vertrouwen in ons politieke systeem. De overheid is er om veiligheid en openbare orde te handhaven. Gebeurt dit niet of onvoldoende, dan wordt het handelingsvermogen van de overheid betwijfeld en komt haar gezag in geding. Dit is hier ook al door collega's opgemerkt. Beelden van burgemeesters op een bordes die de morele steun van burgers krijgen, zijn enerzijds hartverwarmend, maar ook intriest en on-Nederlands. Drie jaar geleden heb ik precies ditzelfde thema aangesneden bij de Algemene Politieke Beschouwingen. Inmiddels zijn de verschijnselen van voortwoekerende drugscriminaliteit nog verontrustender en uiten tal van autoriteiten zich bezorgder. Er is een taskforce en er komt incidenteel weer 100 miljoen euro bij. Het regeerakkoord vermeldt een goede inzet, maar wat telt is het resultaat. Hoe verder? Graag ontvang ik een precies antwoord van de minister-president.

Voorzitter. Bij alle vrees voor de conditie van onze samenleving voegt zich de vrees dat onze democratie als zodanig in gevaar is. Dit thema is ook door collega Engels aangesneden en vormt het volgende scherm waar we met elkaar naar kijken. Maatschappelijke fragmentatie uit zich ook in afnemend politiek vertrouwen of zelfs in politieke onwelwillendheid. Er verschijnen tegenwoordig serieuze analyses over de "ontmanteling van de democratie" of over de manier waarop deze kan "eindigen". De opkomst van een nieuw type leider, waarvoor president Trump en anderen symbool staan, is de aanleiding van deze vrees, maar ook uitingen van intolerantie in de samenleving. Wat de eerste analyses duidelijk maken, is dat niet zozeer de vorm van de democratie wordt aangetast, als wel de cultuur die deze moet dragen. Ik vermoed dat hier de wegen van collega Engels en de mijne uiteengaan. Dat is de cultuur die gestoeld is op waarden als naastenliefde, zorg, barmhartigheid en respect. Dat is de cultuur die het recht hooghoudt als weerspiegeling van diepere opvattingen over gerechtigheid en menselijke waardigheid. Ik weet dat in de democratie het waarheidsperspectief van de een niet kan prevaleren boven dat van de ander, maar dat betekent niet dat we er niet over moeten praten. Het parlement is de plaats om de dialoog te voeren over wat werkelijk goed en recht is. Anders wordt het waar wat Johan Huizinga ooit schreef over een samenleving in verval, waar de motoren nog kunnen draaien en de vlaggen wapperen, maar waar de geest geweken is.

Voorzitter. Dit zijn mijn laatste Algemene Politieke Beschouwingen als fractievoorzitter in dit huis. Ik heb hier steeds willen staan als vertegenwoordiger van een partij die ervan overtuigd is dat het mens- en wereldbeeld van het christelijk geloof ertoe doet in een politiek bestel. Sterker nog, ik ben ervan overtuigd dat vitale waarden van onze democratie onder meer gevoed worden door het christendom. Onze democratie kent morele ankerpunten zonder welke ze niet kan bestaan. Door de erkenning van de geloofs- en gewetensvrijheid, die een erkenning inhoudt van de persoonlijke sfeer van ieders vrijheid en verantwoordelijkheid, is de basis gelegd voor tal van andere constitutionele vrijheidsrechten. Die rechten wortelen in een cultuur van respect, acceptatie, tolerantie, welwillendheid. Deze bouwen een samenleving waarin het erom gaat mensen tot hun recht te laten komen als individu en in hun levensverbanden. Deze morele ankerpunten staan onder druk als er een cultuur groeit van intolerantie, bedreiging en minachting, het wegwensen van anderen.

Voorzitter. Met mij zien velen de maatschappelijke polarisatie, het verbale geweld, het gebrek aan respect en welwillendheid met lede ogen aan. Het brengt onze samenleving en democratische rechtsorde in onzeker vaarwater. Ik hoop op een sterke geloofscultuur, een christelijke geloofscultuur, die onze publieke waarden blijft voeden. Die cultuur beschouw ik als het geestelijk kapitaal van onze beschaving en ook van ons politieke systeem. Als de dag komt dat dit kapitaal verbruikt is en de geest definitief geweken, is ook de democratie ernstig in gevaar.

Voorzitter. Ik roep het kabinet op daadwerkelijk hoeder te zijn van onze rechtsstaat en democratie en wens het de vrijmoedigheid om daarbij te spreken over wat moreel telt in onze samenleving. Ik wens u daarbij veel wijsheid en Gods zegen bij de uitoefening van uw taak.

Mevrouw Strik (GroenLinks):

Ik kan een heel eind meegaan met de waarden die de heer Kuiper nu benoemt. Ik heb ze net ook benoemd. Dus eigenlijk kunnen we elkaar een heel eind daarin vinden. Maar ik heb ook het kabinetsbeleid getoetst aan de hand van die waarden, ook het sociaal-economische beleid dat dit kabinet voert. Hoe beoordeelt u zelf het beleid van het kabinet wat betreft het waarborgen van, het pal staan voor die waarden?

De heer Kuiper (ChristenUnie):

Ik heb nu over deze waarden gesproken in verband met het gezond houden van de rechtsstaat en de democratie. Dat begint met het respect voor de ander en het erkennen dat die ander een eigen plek heeft, dat die een eigen positie moet innemen en dat die een eigen verantwoordelijkheid draagt. Je zou dat nog dieper kunnen vertalen als een vorm van naastenliefde. Ik zie dat als een van de kernwaarden waarop onze rechtsstaat en democratie gebouwd zijn. Dat geldt natuurlijk ook als je het doortrekt naar de sociaal-economische sfeer. Als mensen ook in sociaal-economische zin tot hun recht moeten komen, dan ligt dat in het verlengde van deze waarden.

Mevrouw Strik (GroenLinks):

Hoe apprecieert u dan de kabinetsmaatregelen in dat opzicht?

De heer Kuiper (ChristenUnie):

Ik zie in het kabinetsbeleid daar ook een inzet voor: inzet voor andere mensen, inzet voor bijvoorbeeld mensen die in armoede leven, inzet voor menselijke waardigheid. Ik vind het dus beslist niet afwezig. Maar u weet hoe het in Nederland gaat: we vormen coalitiekabinetten. We leven niet in de perfecte samenleving, maar ik zie wel degelijk een serieuze inspanning om vanuit de waarden die ik benoemde, beleid te maken.

Mevrouw Sent (PvdA):

Ik reflecteer nog iets verder op dat sociaal-economische. De heer Kuiper haalt terecht de Raad van State aan, evenals het belang van een breder welvaartsbegrip. De Raad van State is erg kritisch over de sociale kloof in Nederland. Het Sociaal en Cultureel Planbureau vraagt aandacht voor het feit dat de verliezers verliezen en de winnaars winnen. Is de heer ... Oh, ...

De voorzitter:

Kuiper.

Mevrouw Sent (PvdA):

De heer Kuiper. Sorry, soms heb je zo'n moment. Vindt de heer Kuiper met mij dat dit, die sociale kloof, een urgent probleem is, dat nog onvoldoende wordt aangepakt?

De heer Kuiper (ChristenUnie):

Ik vind dat een urgent probleem. Dat probleem is niet alleen toe te schrijven aan dit kabinet, dat nog maar een jaar zit, of aan dit kabinetsbeleid. Dit patroon zien we al heel veel jaren, eigenlijk al decennialang. Je zou kunnen zeggen dat dit samengaat met de ontwikkeling die we vanaf de jaren tachtig hebben gezien: geleidelijke afbouw van de verzorgingsstaat, globalisering en grotere krachten. Maar tegelijkertijd vind ik dat we in Nederland een verstandig en gematigd beleid voeren om de kloof niet groter te maken. Die kloof is niet alleen sociaal-economisch gedefinieerd, maar ook cultureel gedefinieerd. Dat doet de Raad van State heel sterk, door te zeggen: de kloof groeit tussen bijvoorbeeld hogeropgeleiden en lageropgeleiden, of tussen mensen die in hun eigen bubble zitten, met gelijkgestemden. Ik vind het dus belangrijk dat dat wordt doorbroken, om te voorkomen dat mensen totaal niet meer met elkaar communiceren. Dat is, denk ik, het risico dat de Raad van State aanwees: het risico dat de samenleving fragmenteert doordat mensen niet meer met elkaar spreken of kunnen spreken, of voordelen over elkaar gaan koesteren. Ik zie het dus als een urgent probleem, ja. Ik heb nu zelf ook mijn vragen hierover aan het kabinet geadresseerd: wat doet u met dat commentaar van de Raad van State en hoe verbindt u dat met een breder welvaartsbegrip, waarachter ook die zeventien duurzameontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties herkenbaar moeten zijn? Als we dat doen, geven we ook een antwoord op de maatschappelijke uitdagingen die daarin worden gesteld.

De voorzitter:

Tot slot op dit punt, mevrouw Sent.

Mevrouw Sent (PvdA):

Tot slot. Ik heb een concreet voorstel. Uw collega Ester en ik hebben gevraagd of de planbureaus hun verkenningen parallel aan de Macro Economische Verkenning van het Centraal Planbureau willen publiceren. Dat gebeurt nu. Dat verrijkt ons debat.

De heer Kuiper (ChristenUnie):

Zeker.

Mevrouw Sent (PvdA):

Daar zijn we heel erg dankbaar voor. Maar ik denk dat het debat nog meer verrijkt zou worden als de regering zou reflecteren op die verkenningen en we die reflectie zouden kunnen meenemen in onze politieke beschouwingen. Zou u dat pleidooi ondersteunen?

De heer Kuiper (ChristenUnie):

Sterker nog, ik heb dat zojuist gevraagd. De Raad van State zegt in zijn advies: laat het kabinet ieder jaar bij de publicatie van de miljoenennota een reflectie geven op dat bredere welvaartsbegrip. Wat mij betreft gebeurt dat dan ook met die zeventien vlakken, die zeventien ontwikkelingsdoelen. In het antwoord van het kabinet op de stukken, dus op de Raad van State, kwam eigenlijk geen inhoudelijke reactie daarop. Daar heb ik nu naar gevraagd. We hopen dus dat we het vanavond zullen horen.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Kuiper. Ik geef het woord aan de heer Koffeman.