Plenair Vlietstra bij behandeling Sint-Eustatius



Verslag van de vergadering van 6 februari 2018 (2017/2018 nr. 18)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 20.49 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Vlietstra (PvdA):

Voorzitter. Hoewel de heer Knops al een aantal maanden aan de slag is, wil ik hem toch vanaf deze plek gelukwensen met zijn functie. Ik wil hem veel succes wensen en bovenal veel succes in dit dossier.

Voorzitter. De situatie op Sint-Eustatius is buitengewoon ernstig. Er is sprake van een sterk verwaarloosde staat, zowel sociaaleconomisch als fysiek, en veel Statianen maken zich daar zorgen over. De bestuurlijke situatie wordt gekenmerkt door wetteloosheid, financieel wanbeheer, het negeren van ander wettelijk gezag, intimidatie en het nastreven van persoonlijke macht. Voorgeschreven besluitvormingsprocedures worden niet gevolgd. De eilandsraad controleert niet. Het bestuurscollege functioneert niet als college. Ter legitimatie van dit gedrag beroept het bestuur zich op het recht op zelfbeschikking en het daaruit voortvloeiende recht op autonomie.

De commissie van wijzen geeft aan dat mogelijkheden om de situatie te verbeteren door het benutten van reguliere instrumenten zijn uitgeput en dat het laten voortbestaan van de huidige situatie funest zou zijn voor de bevolking en het eiland. Het enige antwoord daarop is in de ogen van de commissie: bestuurlijk ingrijpen door Nederland, door de aanstelling van een regeringscommissaris voor ten minste twee jaar, om zichtbare en duurzame veranderingen tot stand te brengen en tegelijkertijd de fysieke en sociaaleconomische infrastructuur aan te pakken.

Een belangrijk kritiekpunt van de commissie, waarover alle anderen ook hebben gesproken, betreft de houding van Nederland. De commissie signaleert een houding van desinteresse en het ontbreken van een gezamenlijke visie op de toekomst van het openbaar lichaam. Niet toevallig draagt het rapport de titel "Nabijheid of distantie, een wereld van verschil".

Voorzitter. Het kabinet heeft ons laten weten de bevindingen van de commissie te onderschrijven en stelt terecht dat het onbestaanbaar is dat een bestuurlijk orgaan in Nederland zich afkeert van de bestaande rechts- en staatsorde. Het kabinet concludeert met de commissie dat de situatie van wanorde niet kan blijven voortbestaan, in het belang van de bevolking, en komt met een wetsvoorstel tot ingrijpen wegens grote taakverwaarlozing als ultimum remedium. Dat is een maatregel die sinds 1951 niet is vertoond. Ik heb lang gewoond en gewerkt in het gebied waar Finsterwolde ligt. Ik kan u verzekeren, voorzitter, dat die ingreep daar, na bijna 70 jaar, niet is vergeten en nog steeds emoties oproept. Ongetwijfeld gaat deze wet ook op Sint-Eustatius leiden tot emotionele reacties. Dat maakt een goede communicatie buitengewoon belangrijk. Ik kom daar nog op terug.

De leden van de PvdA-fractie steunen het wetsvoorstel. Daar kan ik op voorhand al helder over zijn. De situatie is dermate ernstig dat wij ervan overtuigd zijn dat ingrijpen op basis van deze tijdelijke wet noodzakelijk is. De commissie heeft wat ons betreft klip-en-klaar duidelijk gemaakt dat sprake is van grove taakverwaarlozing en dat ingrijpen gerechtvaardigd is. Van belang daarbij is, om in de termen van de commissie te blijven, te werken op basis van nabijheid, naast de bevolking van Sint-Eustatius gaan staan. Graag een reactie van de staatssecretaris hierop.

Wij hebben wel een aantal vragen aan de staatssecretaris. In de eerste plaats over het wetsvoorstel zelf. In de ogen van mijn fractie moet het tijdelijke wetsvoorstel ook daadwerkelijk tijdelijk zijn. De commissie gaat uit van een periode van minimaal twee jaar. In de pers zei de staatssecretaris daarover: zo kort als mogelijk, zo lang als nodig. Wij kunnen ons voorstellen dat het voor de staatssecretaris lastig is om een termijn aan te geven zolang er nog geen plan van aanpak ligt van de regeringscommissaris, maar kan de staatssecretaris aangeven aan welke criteria ten minste moet zijn voldaan om terug te kunnen keren naar de normale situatie? Is het zijn verwachting dat uiterlijk in 2021 op het eiland verkiezingen kunnen worden gehouden?

Ons tweede punt betreft de ondersteunende maatregelen. Het kabinet is terecht zeer voortvarend waar het gaat om het ontbinden van de eilandsraad, het uit hun functie ontheffen van de eilandgedeputeerde en de waarnemend gezaghebber en het aanstellen van een regeringscommissaris en een waarnemend regeringscommissaris. Minder voortvarend lijkt het kabinet te zijn waar het gaat om het verbeteren van het welzijn van de eilandbewoners. Ik citeer uit de brief van het kabinet: "De aanbeveling van de commissie om de "fysieke achterstanden" aan te pakken, trekt het kabinet zich aan. De bereidheid bestaat om de al voorgenomen maatregelen, plannen en investeringen versneld uit te voeren." Mijn fractie ziet graag krachtiger formuleringen. In onze ogen dienen het aanstellen van de regeringscommissaris en het verbeteren van de fysieke en sociale positie van het eiland en zijn bewoners parallel te lopen. De inwoners moeten kunnen zien en ervaren dat er als gevolg van de vergaande maatregelen die worden genomen ook daadwerkelijk verbetering optreedt, niet alleen in bestuurlijk opzicht, maar ook waar het gaat om het verbeteren van de fysieke infrastructuur en het verminderen van armoede, werkloosheid, jeugdproblemen en andere problemen waar inwoners dagelijks mee te maken hebben. Ook voor de regeringscommissaris is dat van groot belang om zijn aanwezigheid op het eiland in de ogen van de bevolking te legitimeren.

Waar het gaat om een bredere sociaaleconomische en fysieke infrastructuur wordt een interdepartementale stuurgroep Caribisch Nederland ingesteld, die tot taak heeft "integrale besluitvorming te bevorderen, waarbij het bewerkstelligen van zichtbare effecten op het eiland voor de bevolking en in het dagelijks leven het primaire doel is." Mijn fractie verwacht op dit punt urgentie bij het kabinet en hoort graag van de staatssecretaris wat hij gaat doen om snel tot zichtbare resultaten te komen, welk tijdpad daarbij hoort en hoe hij de bevolking van Sint-Eustatius daarbij gaat betrekken. Die interdepartementale stuurgroep vinden wij een goede stap vooruit. Het kabinet kiest echter niet voor een verdergaande, stevige bestuurlijke coördinatie, zoals door de Raad van State geadviseerd. Kan de staatssecretaris toelichten waarom hier niet of nog niet voor wordt gekozen en wanneer dat wel het geval zal zijn? Gezien de ervaringen in het verleden is dat een belangrijk en in onze ogen noodzakelijk punt.

Ons derde punt betreft de aanbeveling van de commissie om de bestaande vormgeving van de verhouding tussen Europees en Caribisch Nederland op een aantal punten te heroverwegen. Het kabinet geeft aan daar in een later stadium op terug te komen. Kan de staatssecretaris, gezien het grote belang van deze aanbeveling, aangeven wanneer dat zal zijn? Naar de mening van mijn fractie moet dit debat snel worden gevoerd en moet worden voorkomen dat wij aan deze kant van de oceaan over lijken te gaan tot de orde van de dag.

We hebben ook een vraag over de communicatie. Mijn fractie kan zich goed voorstellen dat het nieuws over deze tijdelijke wet op Sint-Eustatius toch wel wat reacties teweegbrengt. Wij hebben begrepen dat de staatssecretaris op heel korte termijn afreist naar het eiland om dit besluit te communiceren. Kan de staatssecretaris aangeven op welke wijze hij dat gaat doen? Kan hij ook aangeven op welke wijze in de komende jaren de communicatie wordt vormgegeven?

Mijn fractie acht het van belang dat inwoners betrokken worden bij en geïnformeerd worden over de resultaten van zowel de bestuurlijke als de fysieke en sociaaleconomische maatregelen en ook in de gelegenheid worden gesteld mee te denken over de toekomst van het eiland. Als fractie willen wij uiteraard ook zelf graag op de hoogte blijven van de verdere ontwikkeling. De staatssecretaris heeft in de Tweede Kamer toegezegd op 1 juni met een eerste rapportage te komen en daarbij ook mee te nemen het rapport van zijn collega, Van Ark, over armoede. Graag horen wij van de staatssecretaris of hij bereid is die rapportages ook voor te leggen aan deze Kamer.

Wij spreken vandaag over een buitengewoon zware ingreep op Sint-Eustatius, een ingreep die je eigenlijk niet wilt. Mijn vraag is of de staatssecretaris in dit verband kan aangeven hoe hij gaat voorkomen dat een vergelijkbare situatie zich voor zou kunnen gaan doen op Bonaire of Saba.

Wij wachten de antwoorden van de staatssecretaris met veel belangstelling af en wensen hem alle succes in de komende periode, zeker in de komende dagen.

De voorzitter:

Dank, mevrouw Vlietstra.

Het woord is aan de heer Ten Hoeve.