Plenair Strik bij voortzetting behandeling Actief donorregistratiesysteem



Verslag van de vergadering van 6 februari 2018 (2017/2018 nr. 18)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 15.40 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Strik i (GroenLinks):

Voorzitter. Graag zeg ik dank voor de beantwoording door initiatiefneemster en minister en voor de brief die wij vrijdag hebben ontvangen.

Met die brief heeft de initiatiefneemster nog eens bevestigd dat de praktijk ten aanzien van nabestaanden in principe niet wijzigt. Dat wil zeggen dat, ook al heeft de donor instemming verleend met de donatie, de onoverkomelijke bezwaren van de nabestaanden de orgaanuitname alsnog kunnen tegenhouden. Dat is vanuit de gedachte dat zij verder moeten leven met dit proces, en dat de orgaandonatie van de een geen schade mag toebrengen aan de rouwverwerking van de ander.

Het verschil met het huidige systeem is dat de bezwaren niet alleen een rol spelen bij degenen die expliciet hebben toegestemd, maar ook bij degenen die niet hebben gereageerd en daardoor als "geen bezwaar" zijn geregistreerd. De nabestaanden hoeven daarvoor immers geen toestemming meer te verlenen. Zij kunnen aannemelijk maken dat de registratie niet conform de wens is van de donor. Wij vinden het belangrijk dat hiervoor geen zware bewijsplicht geldt. En dat heeft de initiatiefneemster in haar brief ook bevestigd.

Maar het is ook van groot belang dat de moeite die de nabestaanden zelf hebben met de orgaanuitname, ondanks de al dan niet expliciete toestemming van de donor, zeer zwaar weegt bij het besluit. Natuurlijk vereist het recht op zelfbeschikking dat we uitgaan van de wil van de donor, maar tegelijkertijd mag orgaanuitname het proces van rouwverwerking niet in de weg staan. Als het extra leed toevoegt bij de nabestaanden, moet dan toch de wil van de donor zelf worden gevolgd als leidraad?

Mijn fractie vindt het daarom goed en belangrijk dat de arts bezwaren van de nabestaanden zeer serieus neemt en niet overgaat tot donatie bij onoverkomelijke bezwaren. Tegelijkertijd moet er ruimte zijn voor de individuele context en afweging. Stel dat een nabestaande allang geen contact meer heeft gehad met de donor, terwijl die op zijn beurt juist erg hecht aan de toestemming?

Het is daarom aan de professionaliteit van de arts om de bezwaren zwaar te laten wegen in het uiteindelijke besluit. Dat vereist voornamelijk processuele waarborgen, die leidend en verplichtend moeten zijn voor de arts. Wij kunnen ons dus wel vinden in de brief van de initiatiefneemster over de beschrijving van de gang van zaken in de praktijk, maar hebben wel aarzelingen bij het gebrek aan verankering van die processuele waarborgen. Er wordt wel gezegd dat er wordt overlegd met het veld, maar dat is voor ons de reden om de motie van mevrouw Nooren om de werkwijze en het respect voor die professionele standaarden vast te leggen via het haakje van artikel 23, lid 2 van de Wet op de orgaandonatie te steunen. We willen wel heel graag een reactie van de initiatiefneemster op deze motie.

Voor mijn fractie blijft een indringende toets aan artikel 11 van de Grondwet van groot belang. Dat is de toets van subsidiariteit en proportionaliteit. Wij hechten in dat verband aan de uitkomsten van het onderzoek dat het huidige systeem niet het benodigde aantal postmortale transplantaties oplevert. Hierdoor worden mensen nog veel zieker en komen mensen voortijdig te overlijden. De minister zei vorige week in zijn beantwoording dat het Masterplan Orgaandonatie, dat 25% meer postmortale transplantaties zou hebben moeten opleveren, slechts 11% extra heeft opgeleverd. Toch gaf de minister aan gewoon door te gaan met de huidige maatregelen. Hoe meent de minister dan wel die 25% extra te bereiken? Is hij bereid om toe te zeggen dat toch alle inspanningen voor extra voorlichting zullen worden gepleegd die met dit wetsvoorstel worden beloofd, ook als dit wetsvoorstel niet zou worden aangenomen?

De beantwoording door de initiatiefnemer en de minister heeft het standpunt van mijn fractieleden niet gewijzigd. De meerderheid stemt voor het wetsvoorstel, ervan uitgaande dat er alles aan wordt gedaan dat iedereen een bewuste keuze maakt over de donatie.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Strik. Ik geef het woord aan de heer De Grave.