Plenair Van Strien bij Algemene financiële beschouwingen en behandeling pakket Belastingplan 2018



Verslag van de vergadering van 12 december 2017 (2017/2018 nr. 12)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 10.25 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Van Strien i (PVV):

Dank u wel, voorzitter.

Voorzitter. Ook ik feliciteer de nieuwe minister en staatssecretaris met hun benoeming en ik heet ze ook van harte welkom. Maar na deze vriendelijke start moet ik gelijk overgaan op een kritischer toon, want we hebben het vandaag over belangrijke onderwerpen.

Vorige week kwamen hier Asterix en Obelix al voorbij. Ik zou zeggen: het is met het nieuwe kabinet als met de bard Assurancetourix uit Asterix en Obelix. Zoals de bard zelf vindt dat hij zo fantastisch kan zingen en de rest van het dorp zijn valse noten niet aan kan horen, zo vindt dit kabinet dat het fantastisch gaat met Nederland, terwijl de rest van Nederland dat niet vindt. Het kabinet heeft vertrouwen in de toekomst; de rest van Nederland heeft dat niet en al helemaal niet in dit kabinetsbeleid. Politiek moet gaan over Nederland en Nederlanders, minder over cijfers en Den Haag, zo lezen wij op de eerste bladzijde van het regeerakkoord.

Ik kan mij voorstellen dat het kabinet het liever niet over cijfers heeft, want die zijn namelijk niet zo best. Maar daar gaan we het vandaag bij de Algemene Financiële Beschouwingen dus juist wel over hebben. Zo wilde ik eens beginnen met het beschikbare inkomen van huishoudens in Nederland volgens Eurostat. Als je dat bekijkt over de afgelopen jaren, dan is dus in elf jaar tijd het beschikbaar inkomen in Nederland met gemiddeld 1,1% gestegen; aanmerkelijk minder dan in de ons omringende landen. Zo is bijvoorbeeld over een periode van elf jaar de stijging van het beschikbaar inkomen in Duitsland ruim twee maal zo groot. In diezelfde periode van elf jaar is zelfs het EU-gemiddelde bijna twee maal zo hoog. Nogmaals, alle landen om ons heen doen het dus beter, zelfs Frankrijk.

Als we kijken naar de periode vanaf de invoering van de euro in 2002 wordt het beeld nog dramatischer. We kunnen dus zonder meer stellen dat Rutte II helemaal niets heeft gepresteerd, maar dat kunnen we natuurlijk deze minister en staatssecretaris van Financiën niet aanrekenen. Daarom gaan we het vandaag vooral over de begroting van volgend jaar hebben, maar ook over wat ons met Rutte III nog verder te wachten staat. En dat ziet er absoluut niet beter uit. De mensen met een inkomen van 1,75 maal het minimumloon tot 3,5 maal het minimumloon, zeg maar de ruggengraat van onze samenleving, zien aan het eind van dit jaar dat ze met hun koopkracht 0% zijn opgeschoten. Zij krijgen te horen dat ze in 2018 zegge en schrijve 0,6% koopkrachtstijging kunnen verwachten, terwijl de economie de komende jaren groeit. Maar de Nederlander waar het volgens dit nieuwe kabinet over moet gaan profiteert daar niet of nauwelijks van. De afgelopen jaren hebben we moeten inleveren en is ons blijvend 6% economische groei door de neus geboord. En nu er een beetje groei is, wordt dat direct ingepikt en merken Henk en Ingrid daar helemaal niets van. Integendeel, wat ze al wordt voorgespiegeld is minimaal en er staat een lastenverzwaring tegenover die dat kleine plusje ruimschoots in een dikke min zal veranderen.

De zorgpremies zullen de komende vier jaar volgens het CPB stijgen met 24%, als er tenminste nog de nodige akkoorden gesloten kunnen worden, anders wordt het nog dramatischer.

Dan de energiebelasting. De PVV geeft al jaren aan dat het subsidiëren van de windmolenindustrie en de zonnecellenindustrie en sowieso het hele verduurzamingscircus op kosten van de burger gierend uit de klauwen gaat lopen. Nu stelt staatssecretaris Snel dat de meeste huishoudens aan het eind van deze regeerperiode €583,61 energiebelasting moeten betalen. Een stijging van 38%.

Voorzitter. Voor een willekeurig voorbeeld hoe dat komt, kijken we eens naar de boekhouding van Windpark Houten van Eneco. De windopbrengst blijkt de helft te zijn van wat in het prospectus berekend was door Ecofys. Het gevolg is dat de omzet in bijvoorbeeld 2016 nog niet genoeg is om de boekhouder, de onderhoudsmonteur en de verzekering te betalen. Bovenop een opbrengst van €272.000 aan energielevering staat een subsidie van €661.000. Nu is dit slechts een illustratie, maar met al die andere windparken is het niet veel beter gesteld. Sloten subsidie zijn nodig om die windparken draaiende te houden.

Je hoeft niet meer dan alleen een normaal gezond verstand te hebben om te begrijpen dat dit niet gaat werken. Ik vraag daarom aan de minister en de staatssecretaris of zij kunnen garanderen dat het bij de nu voorspelde 38% stijging van de energiebelasting zal blijven, die overigens ook al niet in het lastenverzwaringsplaatje van de regering zit. Met andere woorden: gaat dit kabinet ingrijpen in het subsidiecircus dat door Henk en Ingrid betaald moet worden als de stijging van de energiebelasting nog verder uit de hand loopt? Ik verwijs hier ook nog even naar de tamelijk eufemistische opmerking van de Raad van State in dit verband die zegt: het verdient aanbeveling scherper in beeld te brengen hoe en waar de kosten van het klimaatbeleid richting 2030 gaan neerslaan. Ook die voorzien dus dat het met de kosten gierend uit de klauwen gaat lopen.

Net zo hard als het verduurzamingscircus uit de hand loopt, loopt het uit de hand met de asielindustrie. Even los van de vraag hoe krankzinnig het is om het Nederlandse volk te overspoelen met, volgens sommigen vervangen door, voornamelijk Noord-Afrikanen, moeten we ook eens kijken naar de kosten van dit project. De PVV heeft twee jaar geleden na eindeloos vragen en blijven trekken in de Tweede Kamer kunnen uitrekenen dat je voor de gemiddelde kosten van een asielzoeker, gebaseerd op de eerste aanvraag, uitkomt op €36.000 per asielzoeker. De grootste kostenposten zijn IND, COA en DT&V, Dienst Terugkeer en Vertrek, maar subsidies aan rechtsbijstand voor asielzoekers, VluchtelingenWerk Nederland, Nidos, noem maar op, tikken ook nog aardig aan. Maar dan zijn we er nog niet. Als ze eenmaal statushouder zijn, begint het prijzencircus pas echt. De reguliere kosten die dan gaan lopen, betreffen bijstand, huurtoeslag, zorgtoeslag, kinderbijslag, individuele inkomenstoeslag, kindgebonden budget, kwijtschelding van heffingen — de heffingen zijn uiteraard alleen voor de autochtone Nederlanders — en gaat u maar door. En dan zegt deze regering tegelijkertijd tegen 65-plussers: werkt u nog maar een paar jaar extra door, want die €9.600 die u per jaar kost zijn ons te veel. En tegen jonge autochtone Nederlanders die een gezin willen stichten en al tijden op de wachtlijst staan voor een woning zegt dit kabinet: wacht u nog even, want we moeten eerst nog een quotum statushouders huisvesten.

Voorzitter. Het bureau Nyfer heeft een paar jaar geleden al berekend dat de totale kosten van de asielinstroom zo’n 7,2 miljard per jaar bedragen. Dat was nog voordat de asielinstroom echt volledig uit de hand liep onder Rutte II. Het is nu dus zeker hoger. Voor dat geld kunnen we niet alleen met z’n allen met 65 met pensioen, maar daarvan kunnen we ook nog het eigen risico in de zorg schrappen en de premie verlagen. Natuurlijk is een deel van de beslissingen op deze onderwerpen genomen onder Rutte II, maar dit kabinet gaat stug door op de ingeslagen weg. Sterker nog, er wordt nog een tandje bijgezet. Want na 2021 volgt, zoals blijkt uit de doorrekening van het CPB, nog eens een lastenverzwaring van 1,2 miljard. En de Raad van State heeft het over lastenverzwaringen op langere termijn die oplopen tot 7 miljard euro.

Dan kom ik nu op de financiële ellende die dit kabinet opnieuw voor de grensstreek in petto heeft. Ik zei vorig jaar al dat Rutte II zich in de Haagse kaasstolp fysiek, al dan niet toevallig, op een zo groot mogelijke afstand van de grensregio bevond en zich, met dit voorbeeld als symbool, ook op maximale afstand van de burger had geplaatst. Rutte III gaat weer een stapje verder met de verhoging van het laagste btw-tarief, met maar liefst 50%, naar 9%, en niet te vergeten de verhoging van de tabaksaccijns. In de hele grensstreek zijn in de vorige kabinetsperiode al tal van benzinepompen, maar ook andere winkels in de directe omgeving daarvan, opgedoekt. Het verschil in prijs van autobrandstoffen tussen Nederland enerzijds en Duitsland en België anderzijds was aan het begin van die periode vrijwel nul en bedraagt nu voor gewone benzine circa €0,30 per liter. Ook de overgebleven middenstand die zich in de nabijheid van deze benzinepompen bevond, leidde al een zieltogend bestaan met alle negatieve werkgelegenheidseffecten als gevolg. Nu krijgen de mensen in de grensregio weer een extra reden om in Duitsland of België te gaan winkelen. En mensen die toch al naar België of Duitsland gaan, zullen daar ook andere producten kopen die niet goedkoper zijn. Op dit moment gaan veel Nederlanders de grens over voor goedkopere benzine, rookwaar, sterke drank en vlees. Dit met dank aan Rutte II. Zoals gezegd, dit kabinet doet er nog een schepje bovenop als het gaat om de uitroeiingstactiek van de middenstand in de grensregio.

De heer Postema i (PvdA):

Voorzitter, dank. Even los van deze bewoordingen steun ik senator Van Strien zeer in zijn pleidooi om de effecten van btw-verhoging goed in kaart te brengen, in het bijzonder voor de middenstand en in het bijzonder ook voor de grensstreek. In deze Kamer hebben wij eerder veelvuldig over een grenseffectentoets gesproken. U heeft zich daar recentelijk ook heel positief over uitgesproken. Is de PVV bereid om de motie van mijn fractievoorzitter, zoals vorige week ingediend, over zo’n toets op de btw te steunen?

De heer Van Strien (PVV):

Ik heb de motie goed bestudeerd. Ik ben het eens met het feit dat er een grenseffectentoets zou moeten plaatsvinden. Maar ik vind nog meer dat, als uit die toets blijkt hoe slecht het gaat, we dan ook maatregelen moeten nemen. Dat vind ik nog veel belangrijker dan alleen meten. Ik woon op 30 meter afstand van de grens en ik zie dat benzinepompen gesloten worden. Ik zie dat de winkels gesloten worden. Ik zie wat er gebeurt. Voor mij hoeft de grenseffectentoets niet, voor Den Haag moet die echter wel. Maar dan moet er ook wat gebeuren. Op de motie komen we later op de dag nog terug.

Op dit moment gaan dus al veel Nederlanders de grens over voor goedkopere benzine, rookwaar, sterke drank en vlees. Met dank aan Rutte II. Zoals gezegd, doet dit kabinet er nog een schepje bovenop. In de oppositie wekte het CDA weleens de indruk zich druk te maken over de grenseffecten. Ik ben benieuwd wat het officiële commentaar van deze CDA-minister nu is. Derhalve graag een reactie hierop straks.

Dan kom ik nu bij Belastingplan en de andere fiscale wetten. Het vorige punt bevond zich natuurlijk ook al op het snijvlak van fiscaliteit en Algemene Financiële Beschouwingen. Nepnieuws schijnt tegenwoordig een groot probleem te zijn. Ik ben geneigd het daarmee eens te zijn. Wat te denken bijvoorbeeld van het volgende: toen de Britten op 23 juni vorig jaar democratisch besloten hun eigen weg te kiezen, ofwel voor een brexit kozen, werd door het kabinet-Rutte II op bijna hysterische wijze verkondigd dat dat land aan de ander kant van de Noordzee, z’n ondergang regelrecht tegemoet ging. Een uittocht van bedrijven vanuit Groot-Brittannië zou ontstaan. Ook het CPB voorspelde dat Nederland en andere EU-lidstaten meer buitenlandse investeringen zouden trekken door de brexit. Groot-Brittannië werd namelijk minder aantrekkelijk voor investeerders als toegangspoort tot Europa. In de kranten wordt, gestuurd door de voorlichting van het kabinet, gesproken van een brexit-ravijn. Inmiddels weten we natuurlijk allemaal hoe men aan dat brexit-ravijn gekomen is. Het stond aan de rand van dat brexit-ravijn, volgens de laatste politieke lectuur, natuurlijk vol met voorlichters! En wat was het eerste dat dit nieuwe kabinet aan fiscale maatregelen kon bedenken? Het afschaffen van de dividendbelasting die nota bene al tot de laagste van de ons omringende landen behoort, met het doel te voorkomen dat Nederlandse bedrijven naar Londen verhuizen. Het is of het een of het ander: óf het kabinet-Rutte II heeft nepnieuws verspreid óf het kabinet-Rutte III verspreidt het nepnieuws. Ik hoor graag van de minister of de staatssecretaris van Financiën welk van de twee kabinetten nu de verspreider van nepnieuws is.

Los van de vraag wie nu de verspreider van nepnieuws is — Rutte II over de brexit of Rutte III over de dividendbelasting of mogelijkerwijs allebei, want dat is nog het meest waarschijnlijk — blijft de vraag waar de rationaliteit in deze discussie is. Volgens Het Financieele Dagblad van 15 november heeft de Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen op basis van een analyse van het aandeelhouderschap van de tien grootste AEX-bedrijven geconcludeerd dat 77% van de aandelen in handen is van aandeelhouders die er niets op vooruitgaan als Nederland de dividendbelasting afschaft. Deze aandeelhouders moeten, omdat de dividendbelasting slechts een voorheffing is, vervolgens in eigen land meer belasting betalen. Dat leidt ertoe dat hun belastingvoordeel volledig in buitenlandse schatkisten terechtkomt. Meer dan drie kwart van de 1,4 miljard die deze maatregel kost, verdwijnt dus rechtstreeks in buitenlandse schatkisten. Het ene kwart dat overblijft, circa 320 miljoen, verdwijnt in de zakken van vooral Amerikaanse hedgefondsen en vermogensbeheerders, die opereren vanuit Bermuda, de Kaaimaneilanden, Cyprus of het Verenigd Koninkrijk. Die laatste zijn namelijk de landen die dividendbelasting niet verrekenen. Deze hedgefondsen en vermogensbeheerders, opererende vanuit genoemde landen, en sedert vorige week door de VVD aangevuld met oude omaatjes uit Chili, zouden dan de koers van onze multinationals moeten gaan opkrikken en er daarmee voor zorgen dat de hoofdkantoren in Nederland blijven. Een dergelijke luchtfietserij van onze belastingcenten komt van een kabinet dat met een hernieuwde btw-verhoging en een verhoging van de tabaksaccijns, de middenstand in de grensstreek de nek omdraait, dat de huizenbezitters met eenzelfde donderslag bij heldere hemel, even onberedeneerd en onbesuisd, een aflosboete oplegt, dat een systeem heeft opgezet om onder het mom van verduurzaming structureel met miljarden subsidies aan het bedrijfsleven te strooien op kosten van gezinnen, dat structureel miljarden spendeert om kansloze gelukszoekers in huizen te stoppen die voor onze kinderen en kleinkinderen bedoeld waren, en dat onze ouderen laat doorwerken tot 67 en straks misschien 70 jaar, omdat de AOW niet betaalbaar zou zijn. Bij de voorbereiding dacht ik weleens dat ik in het spookhuis van de Efteling terechtgekomen was, maar met dat verschil, dat je hier niet na tien minuten weer buiten staat om naar adem te kunnen happen.

Maar we hebben nog niet alle attracties van dit kabinet gehad. De afschaffing van de wet-Hillen, uitfasering heet dat in ambtelijke newspeak, is weer zo’n wet die als een duveltje uit een doosje komt. Ik mag wel zeggen: als een duivel. Behalve dat dit voorstel weer tot een enorme lastenverzwaring leidt voor vooral ouderen en een boete is op een deugd- en spaarzaam leven leiden, wordt met dit voorstel vooral de volslagen onbetrouwbaarheid van de overheid gedemonstreerd. Mensen wordt angst aangejaagd voor de toekomst en hun vertrouwen in de overheid en de politiek wordt volledig geknakt. Ik wil op dit punt graag weten of de minister en de staatssecretaris zich hiervan bewust zijn. Graag expliciet hier een reactie op.

Eerst was het: handen af van de hypotheekrenteaftrek. Daarna, toen de hypotheekrenteaftrek toch in 30 jaar werd afgebouwd, zei Rutte II: dit is het, dit gaan we de komende 30 jaar doen. U kunt nu gaan besluiten op basis van dit fiscale gegeven. En nu, vier jaar later, wordt de hypotheekrenteaftrek verder versneld afgebouwd. Met daarbovenop nog de afschaffing van de wet-Hillen. Eerst wordt men dus verleid om zijn huis af te lossen, om daarna de regeling weer om zeep te helpen. Net als bij de hypotheekrenteaftrek wordt beloofd om dit in 30 jaar langzaam af te bouwen.

Voorzitter. Geen mens die dit kabinet nog gelooft. Geen mens die door de opeenstapeling van bedrog nog vertrouwen heeft in de overheid. Een van de redenen die het kabinet aanvoert om de wet-Hillen af te schaffen, is dat er meer aflossingen plaatsvinden door de lage rente op spaartarieven. Verbijsterender kan het niet. Je wordt als spaarder gepakt doordat wij zo nodig in de euro moeten zitten samen met feestvierende Zuid-Europese landen die mijnheer Draghi in Frankfurt hebben geïnstalleerd om door middel van het onbeperkt creëren van geld ervoor te zorgen dat hun schulden als sneeuw voor de Zuid-Europese zon verdwijnen. Daardoor is de rente vrijwel nul geworden en de spaarzame Nederlander die dan wat extra aflost op zijn huis, wordt vervolgens door deze regering te grazen genomen. De door ongeremde immigratie toegenomen bevolkingsgroei zorgt vervolgens nog eens voor een enorme stijging van de huizenprijzen waardoor de kassa in Den Haag dubbel rinkelt. En de ouderen, die hun pensioen ook al zien slinken door diezelfde mijnheer Draghi, mogen op een houtje bijten.

Voorzitter. In dat verband heb ik nog een concrete vraag aan de staatssecretaris. Is hij bereid om, als de afschaffing van de wet-Hillen zou worden aangenomen, dat wij natuurlijk niet hopen, op voorhand toe te zeggen dat het forfaitaire tarief bij stijging van de WOZ boven de inflatie, naar rato wordt verlaagd?

Voorzitter. Ik kom bij de vlaktaksflauwekul. Vlaktaks of proportionele belasting is een vorm van inkomstenbelasting waarbij ieder inkomen met hetzelfde percentage wordt belast, aldus Wikipedia. Omdat socialisten proportionele belastingen niet leuk vinden, heeft dit kabinet een sociale vlaktaks uitgevonden. Geen mens die eigenlijk weet wat dat is, maar laten wij eens naar de uitwerking kijken. Wij hadden door het oerwoud aan inkomensafhankelijke heffingskortingen, die elkaar overlappen en dan nog met verschillende trajecten van op- en afbouw, de facto zo’n zeven schijven. Hierbij moet opgemerkt worden dat de belasting door het bizarre stelsel van heffingskortingen niet geleidelijk oploopt, maar onder de 20.000 zelfs een dip vertoont. En wat hebben wij nu voorliggen? “Nog maar twee belastingschijven”, roept het kabinet. Maar door het volledig intact gebleven oerwoud aan inkomensafhankelijke heffingskortingen, waar wederom wat aan gemorreld is maar dat als systeem volledig gehandhaafd blijft, komen wij nu uit op, drie keer raden: zeven schijven. Behalve de dip onder de 20.000 hebben wij nu ook nog een bult van meer dan 60% rond de €70.000. Kortom, het kabinet komt wederom met nepnieuws.

Hierbij heb ik dan nog niet vermeld dat het laagste tarief al twee keer door dit kabinet is verhoogd zelfs voordat het nieuwe tarief is ingevoerd. Op 27 oktober noemt de minister van Sociale Zaken het oorspronkelijke tarief van de eerste belastingschijf 36,89%, in het regeerakkoord is het 36,93% en enkele weken later is het 36,95%. Nou, dat belooft nog wat met dit kabinet!

Voorzitter. Ik wacht de beantwoording van mijn vragen graag af.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Van Strien. Ik geef het woord aan de heer De Grave.