Plenair Ten Hoeve bij Voortzetting Algemene financiële beschouwingen en behandeling pakket Belastingplan 2018



Verslag van de vergadering van 12 december 2017 (2017/2018 nr. 12)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 23.28 uur


De heer Ten Hoeve (OSF):

Voorzitter, dank u wel. Ik bedank ook de minister en de staatssecretaris voor hun vaak heldere, duidelijke en concrete antwoorden. De minister had het over de Europese Unie. Hij noemde daarbij commitment, concerns en conditions. In commitment kan ik mij heel goed vinden. De concerns kan ik mij voorstellen op bepaalde punten. En dan moet je soms ook conditions stellen. Collega Rinnooy Kan had het uitdrukkelijk over solidariteit. Ik moet zeggen dat ik het nog meer met hem eens ben dat dat uiteindelijk het meest essentiële is in de Europese Unie. Dat neemt niet weg dat voor sommige vormen van solidariteit ook eerst iets gevraagd mag worden. Ik noem het voorbeeld van het Europese depositogarantiestelsel. Dat moet er komen, maar nu nog niet. Er moet eerst nog wat gebeuren.

Voorzitter. In mijn eerste termijn noemde ik de voorzitter van de eurogroep. Ik kies inderdaad met Juncker voor een vaste voorzitter van de eurogroep, die ingebed wordt in de Europese Commissie. De euro is de valuta van de Europese Unie. Dat betekent dat europolitiek ook binnen de structuren van de Europese Unie haar plaats moet vinden en in het Europees Parlement besproken moet kunnen worden. Daar heeft het parlement recht op. Dit is Europese politiek.

Dan een heel ander punt. Ik geloof dat de staatssecretaris het hard aanpakken van belastingontwijking en een goed vestigingsklimaat in één adem noemde. Ik ben het zeer van harte eens met het eerste punt. Belastingontwijking moeten we hard aanpakken. Wij hebben een slechte naam wegens onze rulings en onze facilitering van ontwijking. Als de staatssecretaris kans ziet om die slechte naam kwijt te raken in deze periode, dan heeft hij een groot succes geboekt. Maar hij noemt ook het goede vestigingsklimaat. Dan denk ik: daar hebben wij altijd al voor willen zorgen, juist met die rulings en de faciliteiten die wij boden. Moeten we daarmee dus niet een beetje voorzichtig zijn? Daarom ben ik blij dat de regering in ieder geval zegt: wij willen ondanks de subsidiariteitsbezwaren van de beide Kamers toch positief mee blijven denken over een goede invulling van de CCCTB. Want als de CCCTB er zou kunnen komen, dan weten wij in ieder geval wat wij belasten bij de bedrijven, en wij niet alleen, maar heel Europa. Dan is er geen ruimte meer voor rulings die de politiek ondergraven. Dan is er helderheid.

Het laatste punt is de race naar de bodem. Op dit punt ben ik nog niet helemaal overtuigd. De minister zei dat onze nieuwe tarieven voor de vennootschapsbelasting nog maar iets onder het Europese gemiddelde liggen. Maar het probleem is natuurlijk juist dat het gemiddelde altijd de neiging heeft om te dalen. De minister geeft dat zelf ook duidelijk aan. Hij wordt door anderen aangesproken met de mededeling: wij zijn van plan om onze vennootschapsbelasting te verlagen. Ja, zo gaan wij met z’n allen te werk. Hoe stoppen wij dat proces? Dat is de grote vraag. Waarschijnlijk is dat alleen maar te stoppen wanneer we het met elkaar eens kunnen worden over wat redelijkerwijs van bedrijven gevraagd kan worden als bijdrage aan het algemeen.

Dank u, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Ten Hoeve. Ik kijk even naar de beide bewindspersonen. Bent u in staat om direct te antwoorden? U knikt ja. Goed. Ik geef voor de tweede termijn van de kant van de regering het woord aan de minister van Financiën.